Examens

Nog 4 weken. Nog 5 vakken. Een week per vak. De wiskundeknobbels onder u hebben al uitgedokterd dat ik een week tekort had. Had ik dat nu eens een week vroeger geweten…. Eerlijkheidshalve dien ik toe te geven dat ik het toch uitgesteld zou hebben hoor. Maar goed. Examens betekenen weinig tijd, en dat betekent dan weer dat de grens met “tijdverspilling” weer heel dicht is. Want als je tijdens de examenperiode dezelfde dingen doet die je normaal doet, dan verlies je gigantisch veel tijd. En omdat studeren zo pokkesaai is, ga je al rapper toegeven aan dingen die ietsje interessanter zijn om te doen. Zoals het schrijven van dit korte nietszeggend stukje tekst bijvoorbeeld. Aan de studenten: stop met lezen, stop met surfen, het is tijd om eraan te beginnen! Dan doe ik hetzelfde.

Voor de liefhebbers: de eerste vraag van het examen Bestuurswetenschappen van vorig jaar:

Wie is geen federaal vice-eerste minister?

A. Patrick Dewael
B. Didier Reynders
C. Franck Vandenbroucke
D. Laurette Onkelickx

What’s the use? Het examen vindt ná de verkiezingen plaats.

Advertenties

Een verhaaltje featuring een laptop, de Delhaize, een wachtrij, 4 batterijen, een tv, een kabel, de Standaard en Ben Crabbé.

Gisterennamiddag, ik zit op mijn gemak achter mijn laptop op mijn kot, heb net min of meer een examenplanning samengesteld en begin wat rond te kijken op flickr wanneer plots mijn laptop uitvalt en vanzelf opnieuw opstart. Verder dan een foutmelding en een setup-menu kwam hij echter niet: Primary Master Harddisk Failure. En dat was dat. Einde verhaal. In de vrees dat ik de hele avond met alleen de radio zou moeten doorbrengen heb ik de televisie die al heel het jaar in de gang onder de trap staat, en die ik tot dan toe nog niet aan de praat gekregen heb, mijn kamer binnengesleept. Ik plug hem in, en kom tot de vaststelling dat ik wel distributieaansluiting heb, maar geen kabel om die met de tv te verbinden. Wat toen volgde is grappig en tegelijk ook niet zó grappig. In een opwelling schiet ik in mijn jas en ga ik naar de Delhaize in de hoop daar een kabel te vinden. Daar aangekomen was het alsof we op de vooravond van een kernoorlog stonden en iedereen nog proviant wou inslaan. De afdeling met de kabels was nauwelijks te bereiken aangezien de wachtrij tot ver tussen de rayons liep. Met een pardon hier en daar, en een licht dwingend duwtje kwam ik waar ik moest zijn, maar tevergeefs: geen kabel te bekennen. Ik worstel me een weg naar de uitgang en loop een willekeurige richting uit in de hoop ergens een Krefel, Vandenborre of Photohall tegen te komen. Maar het enige wat ik tegenkwam waren louche tv-herstellingszaken die bovendien al gesloten waren (het was 17u30). Koudzweet liep over mijn rug en mijn vastberadenheid steeg. Dat is zo’n soms vervelende karaktertrek van mij: ik laat nooit los voor ik het probleem opgelost heb. Na nog een kwartier stappen kwam ik op de Waversesteenweg waar toch wel redelijk veel winkels zijn. Maar het was pas na het oversteken van de Generaal Jacqueslaan en een dik half uur lopen dat ik plots, wanneer ik de moed al bijna opgegeven had, een Krefelfiliaal in de mot kreeg. Ik kon wel huilen van geluk, want niks is erger dan bijna een uur voor niks rondgelopen te hebben en dan nog eens een saaie avond tegemoed te moeten zien. Ok, ik kon ook naar de bioscoop gegaan zijn of zo, maar na een uur in de regen en de wind gelopen te hebben wil je niks liever dan de hele avond binnen blijven en op je gat zitten. In de Krefel vond ik wat ik zocht en ik vatte de terugweg aan. Op mijn kot aangekomen verbond ik de tv met het contact van de distributie, schakelde in en…… sneeuw. Ik staarde een paar minuten verbijsterd naar de wirwar van vliegjes die over het scherm door elkaar vlogen. Daarna begon ik driftig te zappen van 1 tot 42. Het enigste wat ik te zien kreeg was op een bepaald moment het silhouet van Ben Crabbé, maar geluid was er niet bij en kleur nog minder. Bovendien bleek het eenmalig te zijn want een paar seconden later gingen ook Ben Crabbé en zijn blokken op in de sneeuwstorm. Ik kreunde even en bedacht toen dat de kanalen waarschijnlijk nog niet geïnstalleerd waren. Op de afstandsbediening zag ik een knop met de letter “S”. Dat kon voor “scan” staan of voor “search”, of wat dan ook. Het probleem was dat de batterijen van het ding volledig leeg waren. Opnieuw ging ik de deur uit naar de Delhaize, met deze keer als missie een stel batterijen. In de Delhaize was er nog meer volk dan een paar uur geleden en ik wurmde me door de massa op zoek naar wat iedereen nodig heeft maar in sommige winkels onvindbaar is: batterijen. Een man zijnde, weigerde ik ook het te vragen een een personeelslid. Bovendien had ik geen zin om het uit te leggen in het Frans. Nog eens 10 minuten later bleek dat de enige uitweg te zijn. Ik klampte een vrouwelijk personeelslid aan en vroeg waar “les pilles” te vinden waren. “A la queue” (uitgesproken “keu”) zei ze, wat zoveel wilde zeggen als “aan de wachtrij”. Ik keek even verbaasd omdat ik daar al had gekeken. Opnieuw zei ze “a la queue” en ik bedacht dat ik het daar misschien aan de cassière moest vragen. Ik herinnerde me dat ik een paar maanden geleden een supermarkt doorkruiste, op zoek naar vuilniszakken. Uiteindelijk bleken die aan de kassa te liggen en moest ik het daar vragen bij het voorbijgaan. Even ter bevestiging vroeg ik aan de dame: “Il faut demander la bas?”
“Oui”, zei ze en ik maakte me op voor een lange tijd aanschuiven. Toen ik voorbij de afdeling met allerlei kabels, stekkers en gloeilampen schuifelde zag ik plots waar de distributiekabels hingen en ik realiseerde me dat ik de hele tocht naar de Krefel voor niks had afgelegd. Bovendien was deze goedkoper. Ondertussen probeerden diverse mensen mij voorbij te steken. Ze dachten dat ik alleen maar naar de rekken aan het kijken was, en niet aan het aanschuiven omdat ik geen kar of mand bij mij had. Ook het koppel voor me bood me vlak voor de lopende band aan me voor te laten omdat ik toch niks bij had. En de man achter me vroeg het me ook nog eens vlak voordat hij zijn gerief op die band plaatste. Toen het eindelijk aan mij was, vroeg ik naar batterijen. De vrouw aan de andere kant van de band keek even verbaasd en zei toen “a la queue la” terwijl wees naar iets wat ergens aan de rechterkant moest liggen. Ik dacht even dat ze de volgende kassa bedoelde maar die bleek gesloten te zijn. Toen zag ik, helemaal op het einde, bij de ingang van de winkel, een bord met “accueil” (uitgesproken “akui”) oftewel “receptie”. Toen viel mijn frank. De winkelbediende die ik het eerst naar batterijen had gevraagd had het niet over la queue maar over l’accueil gehad. En maar logisch ook: anders had ze waarschijnlijk la caisse gezegd. Ik zuchtte heel diep en forceerde een glimlach, die beantwoord werd door de cassière en door de man achter mij die net zoals ik 20 minuten had staan aanschuiven. Waarom kunnen ze die verdomde batterijen niet gewoon in de rekken hangen zoals overal? Probeer het maar te begrijpen. Wie weet waarom batterijen daar (en misschien ook op andere plaatsen) niet in de rekken hangen, maar bij de acceuil verkocht worden: aarzel niet te reageren! Uiteindelijk kocht ik mijn batterijen bij de receptie (God zij dank dat ik daar kon betalen en niet opnieuw moest aanschuiven) en ging ik terug naar mijn kot. Daar trof ik in de keuken mijn bovenbuurman aan: de Italiaan Michele die voor het Europees parlement werkte. Hij vroeg hoe het met me ging en zo, en ik vertelde hem over mijn plannen de tv die al die tijd al in de gang stond aan de praat te krijgen.
“I know that TV”, zei hij. “I tried to use it last year, but I didn’t manage. I think it’s broken”.
Dat antwoord verontrustte me lichtjes. Ik ging snel naar mijn kamer en propte de nieuwe batterijen in de afstandsbediening. Die deed het toen wel en ik kon al van sneeuwstorm naar sneeuwstorm zakken. Eén knop deed het niet. 3 keer raden welke. Inderdaad: de “S”-knop. Radeloos probeerde ik het even zoals Onslow in Keeping up appearances, en ik sloeg er een paar keer op, maar zonder resultaat. Uiteindelijk gaf ik me over aan het lot. Dat lot had bepaald dat ik die avond niet van een tv of een laptop gebruik kon maken en mijn plan maar op een andere manier moest zien te trekken. Ik stak de tv weer in de grote kartonnen doos en sleepte hem naar zijn plaats in de gang onder te trap.
Resultaat van al mijn inspanningen: een hele avond met alleen de Standaard, een National Geographic magazine en het nieuwe programma van Stijn Vandevoorde op Stubru.

Vandaag heb ik mijn laptop voor herstelling binnengebracht. Begin volgende week heb ik hem (normaalgezien) terug. In tussentijd zal het aantal artikels op deze blog dus wat schaars zijn. En dat spreekwoord dat zegt “de aanhouder wint”, dat is niks meer dan een cliché.

Vrouwvriendelijk

Interessant verhaaltje gehoord tijdens een studiedag over feminisme in de internationale politiek. Naar verluidt is de Belgische regering gaan klagen bij de Iraanse ambassadeur omdat in diens land vrouwen nog steeds gestenigd worden bij wijze van doodstraf. De Belgen (mij inkluis) vinden dat uiteraard nogal aan de beestachtige kant. Die ambassadeur, sympathieke menslievende man, is gaan praten met zijn regering. Een tijd later kwam hij met fantastisch nieuws op de proppen! Vanaf nu worden vrouwen niet meer gestenigd, maar wordt er van de eerste keer een camion grind over gekapt. Dat meldde hij met een welgemeende euforie in de waan dat hij nu wel een nobelprijs verdiend
had. De ironie die normaal in de uitspraak “goed bezig” verscholen zit, volstaat in dit geval niet vrees ik.

Powered by ScribeFire.

Hooverphonic

Nu het officiële gedoe achter de rug is , tijd voor de eerste echte post.

Gisteren zat ik op mijn koersfiets mijn wekelijks ritje af te werken. Alleen. Maar toch in het gezelschap van Stubru dmv mijn mp3-speler. Het was namiddag, het programma Music@work. Ik weet niet waarom maar in de namiddag klinkt radio veel saaier dan in de voormiddag. Komt het doordat Lambrecht aangenamer klinkt dan Ayco Duyster? Komt het doordat Ayco geen praatje doet met Filip Joos? Of is de muziek gewoon slechter? Terwijl ik aan het rijden was heb ik eens speciaal op de muziek gelet. Ik herinner het me nog goed:

Manic Street Preachers – Your love alone is not enough : Mainstream rock (beetje saai)
Krezip – Plug it in and turn me on: zie boven
Vive la fete – Touche pas: grijsgedraaid
Justin Timberlake – What goes aroun….comes around: R&B (beetje saai)
Sheryl Crow – All I wanna do: Evergreen en dus grijsgedraaid
Editors – Smokers outside the hospital doors: niet slecht hoewel sterk gelijkend op Interpol
Hooverphonic – The world is mine: slechtste Hooverphonic nummer, grijsgedraaid
Regina Spektor – Samson: mooi maar slaapverwekkend
Common – I have a dream: R&B (beetje saai)
The Rakes – We danced together (grijsgedraaid)
Björk – My juvenile: Björk = horror
Good Charlotte – Lifestyles of the rich and famous: kinderachtige pseudo-punk.

Wat speelde Christophe Lambrecht die ochtend (ik lag toen nog in mijn bed)

Een snelle copy-paste van de playlist:

04/05/2007 09 – 10 uur
THE BUGGLES Video killed the radio star
04/05/2007 09 – 10 uur
KINGS OF LEON On call
04/05/2007 09 – 10 uur
MOBY Find my baby
04/05/2007 09 – 10 uur
VIVE LA FETE La route
04/05/2007 09 – 10 uur
U2 The unforgettable fire
04/05/2007 09 – 10 uur
TORI AMOS Bouncing off clouds
04/05/2007 09 – 10 uur
JAMIROQUAI Little L
04/05/2007 09 – 10 uur
ADMIRAL FREEBEE Out with the boys
04/05/2007 09 – 10 uur
HOOVERPHONIC Eden
04/05/2007 09 – 10 uur
JIMI HENDRIX Hey Joe
04/05/2007 09 – 10 uur
FISCHERSPOONER Emerge
04/05/2007 09 – 10 uur
DELAVEGA Little clouds

Interessant: de goeie nummers zijn hier (volgens mijn bescheiden mening): Moby – Find my baby; U2 – The Unforgettable Fire; Hooverphonic – Eden en Fisherspooner – Emerge. Dat zijn er toch 4 in de eerste 12 nummers. Het kunnen er meer zijn want niet alle titels zeggen me wat. Wie bepaalt die playlist eigenlijk? Is dat iemand anders in de voormiddag dan in de namiddag? Iemand die meer mijn smaak van muziek heeft? Ik heb er geen idee van. En eigenlijk ben ik wie deze blog ook leest aan het lijntje aan het houden want dit is maar een inleiding op mijn eigenlijke onderwerp: Hooverphonic.

Terwijl ik dus aan het rijden was, wachtend op een goed nummer dat me wat extra energie zou geven, kwam er een aankondiging van de 10de verjaardag van het eerste album van Hooverphonic dat de fantastische naam “A new stereophonic sound spectacular” heeft. Even flakkerde de hoop op. “Speel iets van dat eerste album” zei ik voortdurend hardop. De eerste twee albums van Hooverphonic vind ik de beste. Toen klonken ze nog als de Belgische versie van Massive Attack of Portishead met een experimentele trip-hop sound. Toen het puntje bij het paaltje kwam draaiden ze…… The world is mine. Niks geen experimentele trip-hop sound, maar een klassiek vervelend popdeuntje met trompetten en al. Ik vind het nog steeds hun zwakste single ooit. En waarschijnlijk is het ook de meestgedraaide. Dat is dan de ironie veronderstel ik. Hoe kun je nu in godsnaam het eerste album promoten om daarna The world is mine te draaien? Leg dat eens uit!! Bij Christophe was het nog Eden, uit hun tweede (en beste) album. Vergelijk die nummers eens! Ik zal een beetje helpen: http://www.last.fm/music/Hooverphonic/Blue+Wonder+Power+Milk