Cactusfestival (vervolg)

img_0005-1.jpgToen we zondagmiddag op het festivalterrein aankwamen stelden we vast dat zelfs een beveiligd en omheind Minnewaterpark niet Japanner-vrij was. Er stonden er 10 op het podium te zwaaien met saxofonen, schuiftrompetten (meer schuif dan trompet) en met gebalde vuisten. Het was het Tokyo Ska Paradise Orchestra en die veroorzaakten – zacht uitgedrukt – redelijk veel ambiance. Hun enthousiasme was aanstekelijk en het was alsof elk lid van de band zichzelf frontman waande. Ze renden heen en weer, zwaaiden met hun instrument en sprongen op en neer in een bittere onderlinge strijd om de meeste aandacht. Maar het was zeker niet slecht voor mensen zonder hoofdpijn. Jammer dat ik niet één van die mensen was.

Terwijl we wat lui lagen te wezen op wat eens gras moet geweest zijn trad Ojos De Brujo op. Wat ervan op de folder te lezen stond was aantrekkelijker dan wat ze in werkelijkheid produceerden. Het was nogal rommelig. Er was een soort modern flamengo maar dan zonder ritme en structuur. Ze hadden ook een dj maar die leek meer begaan met het tonen van zijn kunstjes dan met het ondersteunen van de set. Zelfs wie vol goeie wil vlak voor het podium stond en zelfs na het eerste nummer nog steeds het beste ervan wilde maken door eenvoudig mee te klappen, kwam in de problemen. Er víel helemaal niet mee te klappen want er was geen ritme, geen groove, geen constant tempo. Er viel echt geen lijn in te trekken. Net zoals op een fuif met een amateur-dj die te graag zijn mixkunstjes toont en daarom om de haverklap tracks afbreekt om een nieuwe aan te boren. Achter ons probeerden een paar mensen te dansen wat een grappig zicht opleverde. Iets dat het midden houdt tussen de slangbewegingen van de zanger van de Rakes de dag ervoor en de kniezwengel.

De Congos dan. Reggae is wel leuk. Vooral als het mooi weer is. Het is een subjectieve interpretatie maar Raggae is vooral hoormuziek en geen luistermuziek. En zelfs al hoor je het dan kun je het maar zo lang verdragen als je gemoedstoestand toelaat. Het werkt alleen als je je uitstekend voelt en de zon schijnt. En het moet vakantie zijn. Die voorwaarden waren slechts gedeeltelijk ingevuld: op een festival word je eerder gedwongen te luisteren, het weer was niet zo goed en de gemoedstoestand was ongeveer 75% terwijl voor reggae toch wel minstens 80% vereist is. En daarbij: ik kan de geur van wiet niet verdragen. Telkens een reggaegroep optreedt verandert het festivalterrein in een open haard en gaan de rookdetectoren in het naburig hotel af.
Na 40 minuten luisterplezier treedt er een bepaald gevoel op dat ik niet kon plaatsen tot Griet het heel treffend beschreef tijdens Horace Andy de dag ervoor. Het “tijdsvacuüm”. Door het monotoon ritme, de monotone melodieën, het monotone stemgeluid, en de monotone beweging van de mensenmassa (er is blijkbaar maar één manier om te dansen op reggae waar totaal niet van af te wijken valt), begint alles te vervagen. Je hoort enkel nog die muziek en die bassen, je zit in dat gras, je doet niks en je hebt niks te doen. Als je dan vergelijkt met de voorgaande weken van examenstress dan is het besef van het tijdsvacuüm plots heel groot. Het tijdsvacuüm heeft ook zijn positieve kanten. Je kan je beter concentreren op hetgeen je doet, áls je tenminste iets aan het doen bent. Studeren bijvoorbeeld. Maar over studeermuziek heb ik al genoeg verteld de laatste tijd. De Congos klonken beter dan Horace Andy in de zin dat het minder lichtvoetig was. Maar het tijdsvacuüm was onvermijdelijk. Vooral als je in tussentijd een Zweedse puzzel aan het oplossen bent.

O, heren van Buffalo Tom, ik bewonder jullie mateloos! En tegelijk vind ik jullie ook maar niks. Ik bewonder jullie omdat jullie met zoveel begeestering op dat podium staan, zoveel enthousiasme, en omdat jullie écht kunnen zingen. Maar ik vind jullie muziek maar niks. Ik ben niet zo voor die platte rock die alleen rock is om rock te zijn. Je weet wel: gitaar, basgitaar en drum, veel gejump en veel passioneel gedoe, de behandeling van de micro alsof het een laatste houvast is boven een diepe afgrond. Het dóet mij niks meer. Ik mis iets in die muziek: een originele rif, een catchy refrein, een bepaald motief, een aanstekelijke bass, een trigger die het haar op mijn armen laat rechtstaan. Maar dat was er niet bij jullie. De songs die jullie zongen klonken hemeltergend gewoon en oppervlakkig en jullie waren zelf ook hemeltergend gewoon en oppervlakkig. Waarom keek ik naar het podium? Geen idee want er was niks te zien buiten 3 mannen in T-shirt en jeansbroek. Maar goed dat jullie het deels compenseerden door jullie enthousiasme. Maar visueel was er niks aan. Jullie probeerden het publiek mee te krijgen maar dat lukte niet echt. Het deed me aan Elvis Costello denken, maar die heeft tenminste nog zijn pianist die een groot showgehalte heeft. Ik heb er een term voor gevonden: mannenmeteenmidlifecrisisrock. De recensent van De Morgen is blijkbaar zo’n man want hij gaf Buffalo Tom 4 sterren.

De ander Tom dan maar. Tom McRae that is. Grappige Brit. Goed in het bespelen van zijn publiek en van zijn gitaar. Mooie tedere nummers. Allemaal goed en wel, ware het niet dat er een aantal downsides zijn aan zijn optreden. De belangrijkste daarvan is dat je na een uur zin krijgt om jezelf van kant te maken. My God, wat was dat depressing op den duur. Wat moet die man een ellendig leven hebben! Er was ook iets tekort op het podium. In het midden stond McRae met zijn gitaar, rechts van hem een pianist en links een cellist. Geen drummer dus. En dat was er tekort aan. Misschien zijn de originele nummers ook zonder drum, maar als je ze live opvoert mét drum dan verras je tenminste nog een beetje en je geeft jezelf de ruggegraat die je nodig hebt als je op een festival optreedt. Dat had Gotan Project goed begrepen want die hebben een vette bas onder hun nummers geschoven die normaal geen vette bas hebben. De leemte werd door McRae zelf nog eens goed in de verf gezet toen hij uit armoede op de klankkast van zijn gitaar begon te tokken. Niettemin mooie nummers. Maar na een uur heb je er wel genoeg van. Ik toch.

Gabriel Rios was zoals verwacht: zichzelf. De X-factor spatte van het podium terwijl de meisjes rond me zowat een zenuwinzinking kregen. Het is altijd weer een totaalspectakel, die Rios. Hij heeft een goed bezette band achter hem staan, bestaande uit 6 man (waaronder één vrouw), hemzelf niet meegerekend. Elk afzonderlijk doen die bandleden niet zoveel. Niemand eist echt de aandacht op, en in zekere zin Rios zelf ook niet. Hij gaat nooit hartstochtelijk aan zijn micro hangen, gaat niet op en neer springen, gaat headbangen. Hij blijft altijd heel koel. Een soort koelheid die heel warm aandoet tegen de achtergrond van zijn muziek. Ik weet niet of het een rol is die hij speelt, of dat hij echt zichzelf is, maar hij bevestigt wel het clichébeeld van een Don Juan.
Afzonderlijk eist er dus niemand vanachter Rios’ rug dus echt de aandacht op, maar ze zijn wel heel goed op elkaar ingespeeld. Het totaalgeluid was overweldigend, en heel erg afgelikt. Als ik zeg dat Gabriel Rios was zoals verwacht, dan bedoel ik dat positief. Heel positief. Verwachtingen ingelost dus.
Tot slot nog één opmerking tot de mensen die rechts vooraan stonden: ik hoop dat jullie je geamuseerd hebben met die irritante blauwe ballon.

De Vlammende lippen dan. De beste omschrijving is: hahaha. Grappig gezelschap. Hij kwam ten tonele in een reusachtige opgeblazen ballon waarmee hij over het publiek rolde. Op het podium: figuren die variëren van Spiderman tot losgeslagen kerstmannen. Maar wat doen die kerstmannen daar? Nee, het is geen retorische vraag. Wat déden die daar in godsnaam? Deel van de show, meneer. Maar waarom moet er show zijn? Om de totale ervaring en muziekbeleving te vergroten meneer. Maar op welke manier vergroten kerstmannen de ervaring en muziekbeleving? Geen idee meneer.
Honderden laserlichtjes (waar kwamen die vandaan?), díe vergrootten de beleving in zekere zin. Vraag me niet hoe dat komt, maar geef toe dat het toch een “waauw-effect” oproept. Positief trouwens dat zanger Wayne Coyne niet te beroerd was wél een opmerking te maken over die laserlichtjes en zelfs opriep hem ermee te beschijnen. Dit in tegenstelling tot Rios die deed alsof hij niet merkte dat er een rode straal zijn iris aan het verbranden was. Kerstmannen roepen geen “waauw-effect” op, maar een “wtf?-effect”. Ook de opgeblazen ballon vergrootte de beleving want die riep een “omg-effect” op. De kerstmannen waren dus pure kitsch en die mogen voor mijn part dus weggelaten worden tijdens rockconcerten. Eigenlijk mogen kerstmannen in het algemeen ook weggelaten worden. De muziek van Flaming Lips is niet direct mijn genre. Ik vind het niet slecht maar ik zal er ook nooit geld uitgeven voor een cd of één van hun concerten. Maar door een opeenvolging van “waauw”- en “omg”-effecten namen ze een goeie start. Zo goed zelfs dat we opveerden en op de banken gingen staan om het beter te kunnen zien. Het showgehalte in combinatie met één van hun bekendste nummers als opener zorgde ervoor dat we even bleven plakken. Maar de lijm begon hoe langer hoe meer te lossen. Dat had niet zozeer te maken met het optreden zelf, dat verrassend leuk en fris was, maar wel met onze benen die begonnen te protesteren. Na een half uur hielden we het dus voor bekeken en beluisterd.

Balans: leuke tweedagse beleefd. En als ik te kritisch overkom: ik bedoel het niet zo. Het is nu eenmaal gemakkelijker iets interessants te schrijven over groepen die je slecht vond dan over groepen die je goed vond. In het tweede geval ga je al snel slijmerig overkomen.

5 Reacties

  1. Blijkbaar had de FlamingLips zelf die laserlichtjes uitgedeeld en was het 1 opgezet spel😉

  2. De kerstmannen en aliens langs de zijkanten van het podium zijn overigens fans die Wayne voor het optreden bijeen raapt. Een leuke kans dus voor fans, en zijn keuzesmaak is meestal ook niet slecht. De meisjes aan de linkerkant mochten er wezen😉
    Gabriel Rios zou trouwens ook een van de kerstmannen geweest zijn. Die had uitdrukkelijk gevraagd of hij mocht.

  3. De Rios als Kerstman?🙂 super…. Wat vrouwen betreft verkies ik toch deze zónder witte baard. 😉

  4. Leuke review, waar ik het grotendeels mee eens ben, tot aan Rios en Flaming Lips. Ik ben zelf gegaan voor The Flaming Lips. Man man, dat was fantastisch, zowel muzikaal als theatraal. Aan de andere kant heb ik een hekel aan plastic latinoboy Rios.

  5. Elk zijn smaak natuurlijk, maar Rios mag voor mij zo plastic zijn als hij wil, ik vind zijn muziek best te smaken, en dat is toch nog altijd het belangrijkste. Ja, ik hou wel van Latino.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: