Tour 2007

Ik krijg dinsdagavond tijdens een msn-gesprek opeens een link toegestuurd naar een online-artikel van de Standaard: Vinokourov is betrapt op bloeddoping. Mijn eerste gedachte was “wow! surprise! verrassing! mijn voorspelling komt uit!”.  Dat laatste schoot door mijn hoofd omdat een paar uur daarvoor mijn broer nog verklaarde dat Vino de enige was die hij nog vertrouwde, waarop ik had gerepliceerd dat ik die Kazach misschien nog minder vertrouw dan Rasmussen. Zijn banden met Ferrari, zijn startverbod in de Tour vorig jaar, zijn grenzeloze ambitie,….  Die ambitie bleek inderdaad grenzeloos te zijn.
Maar waar ik naartoe wil is dit: ik was niet gechoqueerd! Ben ik al zo cynisch geworden dat ik het hele gedoe al gewoon ben en gewoon kick op sensatie? Neen, ik denk het niet. Toen ik hoorde van Vino’s bedrog was ik tevreden. Tevreden omdat de bedrieger gepakt is en waarschijnlijk nooit meer terugkomt in de wielrennerij. Blij omdat ik meer wist dan de dag ervoor, omdat het masker weggenomen was, omdat de onwetendheid ietsje kleiner is geworden. Je hebt natuurlijk altijd vermoedens, maar je weet het nooit zeker. Het wielrennen begint op de Mol te lijken, maar dan met meerdere mollen. Wie zijn de bedriegers? Welke prestaties zijn niet normaal? Wiens naam duikt op welke lijst op? Wie werkt met welke dokter? Allemaal heel intrigerend. Het is een soort oorlog met aan de ene kant de media, de fans en de zuivere renners. Alleen weten we niet welke renners zuiver zijn en kunnen we dus ook niet met zekerheid onze medestanders identificeren in de strijd. Aan de andere kant heb je de gedopeerden, de bedriegers. Ze worden gesteund door malafide dokters en verzorgers. Alleen weten we niet wie die bedriegers zijn. Voor hetzelfde geld is iemand uit ons eigen kamp die we 100% vertrouwden een bedrieger? We weten ook niet wie de andere bedriegers zijn die de gedopeerde renners bijstaan. Handelt een renner op zijn eentje of wordt het binnen de ploeg georganiseerd? Het zou stof kunnen zijn voor een reality-show.

Ondertussen wordt de strijd steeds feller. En wel omdat de media militanter worden, met in Frankrijk L’Equipe die voorop gaan in de strijd, als de generaal onder de media. In Duitsland komt er steun vanwege de televisiezenders die zonder blikken of blozen het uitzenden van de Tour gestaakt hebben na het eerste dopinggeval. In België hadden we de eenzame ridder van HLN, Maarten Michielsen. Maar die ondervond dat hij te weinig grond onder zijn voeten had en dat hij, waarschijnlijk in zijn grenzeloze ambitie en enthousiasme, te vroeg in de aanval is gegaan. Merk op hoe de media steeds agressiever worden in hun bewoordingen. Voorpagina van De Morgen: “Vinokourov vermoordt Tour”.  Dat zijn woorden als een klok.
Ook de toeschouwer wordt militanter. En daar reken ik mezelf toe. We pikken het niet langer, en dat mocht Armstrong al meermaals ondervinden tijdens zijn laatste Tours waarin hij voortdurend uitgejouwd werd. Ook Rasmussen werd uitgejouwd omdat hij de pretentie had in zijn gecontesteerde gele trui, met zijn gecontesteerd imago en zijn gecontesteerde voorbereiding in gecontesteerde oorden de publiekslieveling, Contador, te verslaan in de laatste kilometer van de Koninginnerit.
En zo komen we bij Rasmussen. Voor wie rijdt, of reed die eigenlijk? Ik zal het antwoord geven: voor zichzelf en voor zichzelf alleen. Met alle mogelijke middelen wou hij de Tour winnen. Zo graag zelfs dat hij gisteren in de laatste beklimming een panische angst toonde voor de toeschouwers, die hem rauw lusten want de toeschouwers horen bij ons, en ze menen Rasmussen ontmaskerd te hebben als een indringer, als één van het andere kamp. Ik heb medelijden met Rabobank. Medelijden met Boogerd en Dekker. Medelijden met de ploegleiding. Die zijn al die tijd aan het lijntje gehouden door Rasmussen, die loog over vanalles en nog wat, die lak had aan de ploeg en gewoon zijn eigen weg ging. Rabobank, die moesten gewoon zorgen voor zijn truitje, voor zijn fiets, voor eten en een bed ’s nachts en een massage na de streep. En niet te vergeten: voor een leger helpers die hem de hele dag uit de wind moesten houden. En zo gebeurde het dat Michaël Boogerd, iemand met een grotere staat van verdienste en een mooier palmares dan Rasmussen, zich in zijn allerlaatste Tour mocht opofferen voor de Deen. Zo gebeurde het dat het talent Tomas Dekker zijn eigen ambities mocht achterwege laten en bijgevolg dus nooit zal te weten komen hoe lang hij de kopgroep zou zijn kunnen blijven volgen als hij niet de hele dag voorop had moeten rijden. Rabobank was voor Rasmussen een vehikel voor persoonlijk succes. Wat had Rabobank aan Rasmussen behalve publiciteit? Die publiciteit werd trouwens hoe langer hoe meer negatief.
Rasmussen is in mijn ogen een echte freak, een fanatiekeling, een typische dopinggebruiker. Als je te kleine schoenen gaat aantrekken om gewicht uit te sparen, als je alle vijzen in je fiets gaat uitboren omdat een holle vijs minder weegt, dan heb je een probleem. Als hij de moeite neemt voor dat soort krankzinnig, ja zelfs dwangmatig gedrag, dan is het niet moeilijk je in te beelden dat hij ook bereid is om zich te doperen. Als je dan ook nog eens controles gaat ontlopen, als je gaat verzwijgen waar je gaat trainen en er zelfs over liegt, dan zie je zijn geloofwaardigheid onder het absolute minimum dalen, dat ik het VDB-minimum noem. Toch hoorde ik in de verslaggeving van de rit op de Nederlandse tv gisteren nog steunbetuigingen voor de kip. “Hij verdient het omdat hij dingen presteert die je van hem vooraf nooit had verwacht”.  Dat vind ik een vreemde redenering. Hetzelfde kon je dan ook zeggen van Vino en Landis. Maar die reden op speciale benzine. Op de Nederlandse tv hebben ze blijkbaar niet door dat Rasmussen controversieel is omwille van doping. Ik vraag me af of ze hetzelfde zouden gezegd hebben als Rasmussen voor pakweg Euskaltel reed.

Ik ben blij dat Rabobank van start gaat in de rit van vandaag. De Tour is al genoeg verknoeid voor die mannen, je laat ze dan beter niet naar huis gaan met dat als hun laatste herinnering aan de Tour. Je geeft ze beter nog de kans om er iets van te maken als gewone coureur in de buik van het peloton waar ze eindelijk opnieuw een praatje kunnen maken met hun collega’s of in een ontsnapping waar ze kunnen tonen waartoe ze nog in staat zijn. Geef ze het plezier van de laatste rit op de Champs Elysées waar ze opnieuw toegejuicht zullen worden, en laat dat hun laatste herinnering zijn aan de Tour van 2007. Of voor Boogerd: de laatste herinnering aan de Tour in het algemeen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: