Blog action day

Vandaag is het Blog action day. Een dag waarop een hele hoop blogs een artikel publiceren over ons leefmilieu.
Meedoen kan nog steeds (De dag is nog niet voorbij op het moment van schrijven) door op één van de links te klikken die ik intussen al kwistig heb rondgestrooid in mijn kostbare lay-out.

Je kunt er dus vanopaan dat ik in de loop van de dag nog een lijvig artikel zal posten.

Adios!

Powered by ScribeFire.

Tafereel op de trein

Nacht van zondag op maandag. Begin van een nieuwe en hopelijk razend interessante en levensverrijkende week. Trein van de kust naar Genk. Tussen Gent en Brussel. Ik was opgestapt in Brugge, 2u voor aankomst in Brussel. Een omleiding tussen Brugge en Gent, een vertraging, en 20 minuten stilstand in het station van Gent.
Gent: net voor de trein zou vertrekken krijg ik het gezelschap van een koppel. Zij: in vrolijke kleuren, circa eind de dertig, gitzwart lang haar. Hij: gezet maar niet dik, conventioneel gekleed, jeans, houthakkershemd, zwart haar, snor. Hij gaat naast me zitten, zij gaat tegenover me zitten. Zij haalt een reisgids boven die de titel “Belgica” draagt. Op gedempte toon weerklinkt hun Spaans met flarden. Meestal zwijgen ze en kijken ze naar……nergens eigenlijk. In de weerspiegeling van de ruit observeer ik hen discreet. Hun reisgids is opengeslagen bij “Brusselas”. Ik probeer mij in te beelden hoe een toerist België waarneemt, en spontaan ga ik ervanuit dat ze waarschijnlijk teleurgesteld zijn in ons druilerig land met haar grijze steden. Ik hoop dat ze in Brugge geweest zijn.
Vlak voor aankomst in Brussel: plots hoor ik haar stem Engels praten. “Sorry”. Ik besef dat ze het tegen mij heeft en ik kijk op.
“Is this yours?”, vraagt ze terwijl ze De Morgen, die op het tafeltje lag, bij een hoek vastneemt.
“No, it isn’t” antwoord ik haar. Vervolgens scheurt ze de hoek eraf, met daarop een bon voor een boek in de architectuur-reeks. Het was een bon waarmee je het boek over Bauhaus kon afhalen aan een voordelige prijs. Ik voel een spontane bewonering voor deze vrouw, die hoewel ze van het buitenland komt, toch enige interesse vertoont in een Belgische krant. En wat meer is: interesse toont voor een wonderlijk beroep zoals dat van architect. Ze heeft vast een heel goeie smaak, dat kon ik al zeggen toen ik haar kledingstijl zag. Misschien was ze zelf wel architecte! Ja, dat kon ik me perfect bij haar voorstellen. Zij, achter zo’n grote tekentafel, en haar cultuurloze man met zijn houthakkershemd en buikje, die haar af en toe een kop koffie komt brengen, nederig zijn plaats erkennend. Mijn fantasie nam me mee op een verrassende rondtrip door het vermoedelijke leven van deze onbekende vrouw, en bracht me vervolgens weer met mijn voeten keihard op de grond. De vrouw haalde haar kauwgom uit haar mond en stopte hem in het stuk krantenpapier dat ze net afgescheurd had.

Powered by ScribeFire.

Making a difference

De afgelopen dagen is mijn blog overspoeld door Wikipedianen. Blijkbaar heeft iemand mijn oude post over Wikipedia ontdekt en is daarover een discussie gestart in de Wikipedia Kroeg. Ik heb positieve en negatieve kritieken gelezen, wat eigenlijk bijzonder leerrijk is. Dat is het voordeel als er over je geschreven wordt in de veronderstelling dat jijzelf dat niet zult lezen. Dan is het eerlijk en objectief. The way I like it dus.

En kijk eens: soms maakt een simpel blogartikel een verschil uit, want de afgrijselijke inleiding op het artikel over Amsterdam met het gepalaver over gammasteden is geschrapt! Zo zie je maar: ik leer van hen, en zij leren van mij. Prachtig toch?

ps: zou ik nu iets zeggen over de totaal irrelevante vermeldingen over ‘het multiculturalisme’ en ‘de duurste steden ter wereld’ in de inleiding?  Oeps, te laat.

Opgelet: ernstig politiek artikel

separatist.JPG

Allez, is het echt? Kijk iedereen: ik ben een separatist!! Een vuiiiiiiile separatist, ja dát ben ik! Kom mij maar lynchen want waarschijnlijk ben ik ook een conservatieve vreemdelingen- en Walenhater.

De Standaard is weer een paar verdiepingen gevallen in mijn achting. Eerst samen met de andere media gretig inpikken op het moddergegooi tussen Vlamingen en Franstaligen, en dan ook nog eens proberen een denkbeeldige grens te trekken tussen de Vlamingen onderling, en daarbij ook nog eens het Franstalige cliché dat Vlamingen separatisten zijn voeden.

Met een mix van serieuze en kinderachtige vragen zal DS eens voor jou uitmaken of je een separatist bent of niet, iets wat normaal in één vraag te bepalen is nl: “Bent u separatist”. Als de persoon “neen” antwoordt zegt dat toch genoeg? Want je kan de koning haten zoveel je wil, en zo flamingantisch zijn als wat, en op de koop toe op het VB stemmen, maar tegelijk liever België samen ziet blijven. Mogelijk toch?

Separatisme is voor mij geen scheldwoord. Het is ook geen doel op zich, het is één van de mogelijke middelen. Ik sta voor de pragmatische aanpak: de beste bestuursvorm is deze die het efficiëntst is, los van subjectieve vaderlandse of flamingantische gevoelens. De huidige structuur kun je moeilijk nog efficiënt noemen.

Wat is dan wel een efficiënte organisatie? Die moet je bepalen in functie van de toekomst: de EU. Dat niveau wordt steeds belangrijker en van daaruit worden wetten en richtlijnen opgelegd. Die laatste moeten geïmplementeerd worden in nationale wetgeving. Voor ons loopt dat nogal ingewikkeld aangezien heel veel zaken een bevoegdheid zijn van de deelstaten. Maar Vlaanderen of Wallonië hebben niks te zeggen op het Europese niveau! Nee, voor elke bijeenkomst van de Ministerraad van de EU, moeten ze een gemeenschappelijk standpunt bepalen dat dan verdedigd wordt door een Vlaming of een Franstalige. En omgekeerd moeten Europese richtlijnen de ingewikkelde Belgische structuur zien te doordringen tot de Vlaamse of Franstalige regering ze kan omzetten in regering. Doen ze dat niet, dan mag de Belgische staat het komen uitleggen in het Hof van Justitie in Luxemburg.

Wat is het nut van dat Belgische tussenniveau? Eigenlijk heel weinig. Ja, misschien een beter uithangbord in het buitenland, nu nog. Maar in de toekomst zullen staten steeds minder belangrijk worden en bedrijven worden hun eigen uithangbord. Een interessantere en voordeligere verdeling van bevoegdheden zou niet meer dan logisch zijn.
Het probleem is alleen dat sommigen zich “emotioneel verbonden voelen” met België. Ze zijn het instituut (want dat is het tenslotte, en niet meer dan dat) gaan zien als een waarde, een zekerheid in hun leven, iets dat lééft als het ware. België kan “vermoord” worden, kan “barsten”. In godsnaam, we hebben het hier over niks meer dan een administratieve indeling van een lap grond aan de Noordzee!

Wat écht belangrijk is, zijn de mensen die op die lap grond wonen, niet die lap grond zelf. Als beleid in functie gaat staan van de staat en zijn welzijn en glorie, in plaats van in functie van de inwoners, dan is er een probleem. Het beleid moet het volk dienen, en dat door middel van de staat. Als die staat een belemmering gaat vormen voor het beleid, dan moet je hem hervormen.

Het probleem is alleen: de Franstaligen willen niet. Pech gehad. De tijd zal de Belgische staatsstructuur wel inhalen, en die reorganisatie zal er wel komen. Het is alleen bijzonder jammer van al die verloren tijd.

NB: ik voel me op geen enkele manier emotioneel verbonden met het Vlaams gedachtengoed, net zoals ik me ook op geen enkele manier emotioneel verbonden voel met het Belgicisme. Ik ben geen vlaggenzwaaier en geen patriot. Ik sta enkel voor een pragmatische en rationele aanpak van de zaken omdat emotionele betogen niks toevoegen aan het debat en de goede gang van zaken belemmeren. Het hele debat heeft ook niks te maken met de zgn. “transfers” naar Wallonië. Dat kan nooit een argument zijn voor een splitsing die ons op zich ook geld gaat kosten, laat staan dat het internationaal geaccepteerd zou worden. De hele actie van “Red de Solidariteit” vind ik dus grote zever en doet meer slecht dan goed. Ze mogen bovendien nog zoveel handtekeningen verzamelen als ze willen: de echte stemming is al gebeurd op 10 juni.

Automatische updates

opnieuw-opstarten.JPG

Ken je dit? En als je op “sluiten” klikt, dan zal die vervelende melding blijven en blijven en blijven en blijven en blijven terugkomen, opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw, tot je die computer uiteindelijk opnieuw hebt opgestart. Stalkers….

Nokia-bashing

Op gadgetgebied was het voor mij de laatste weken weliswaar zo ongeveer galabal.
Toch is het ook een beetje kinneklop want ik zit zonder gsm. Enfin, er zit wel iets in mijn broekzak dat af en toe trilt en lawaai maakt, maar daarmee zit het nog maar op 10% van wat ik verlang van een gsm.

“Maar 10%???” hoor ik u al denken. Jawel, mijn gsm moet méér kunnen dan trillen en lawaai maken. Als ik een gsm koop let ik op de volgende criteria (in volgorde van belang):

– Gebruiksvriendelijk
– Mooi
– Features

Prijs speelt ook wel een rol, maar niet als apart criterium. Eerder als factor in elk criterium afzonderlijk. Ik weeg ieder criterium dus af tegen de prijs.

Als apart criterium had ik nog kunnen toevoegen: ‘Geen Nokia’, maar dat is in zekere zin toch al inbegrepen in het eerste criterium van gebruiksvriendelijkheid, dat me al automatisch naar Sony-Ericsson doet lopen. Die joystick: geniaal. Dat menu: supereenvoudig. Die looks: prachtig. Ik heb nog geen Nokia gezien die ik het bekijken waard vind. Even zag de N80 er niet slecht uit, tot ik hem in profiel zag en het een dikzak bleek te zijn.

Tweede criterium dan: mooi. Wat is mooi? Alvast geen kleptelefoon, ook geen vreemd-uitschuifbaar-en-dan-rond-zijn-as-draaibaar geval zoals de N93. (Allez komaan, zie dat eens. Het is precies een zijspiegel van een auto). Uitschuifbaar, ok, maar dan alleen naar beneden of naar boven.
Het liefst van al heb ik een klassieke bar. Dat is ook gebruiksvriendelijker. De rest is natuurlijk moeilijk in woorden te zeggen. Hij moet een mooi “gezicht” hebben: de combinatie scherm-knoppen. Vergelijk:

 

   

Links: lelijk, rechts: mooi. Vraag me niet waarom.

Respect trouwens voor die rechtse (SE T610), omdat hij zo fantastisch is, omdat hij zo mooi is, omdat hij zo’n pionier is, omdat hij zo sympathiek is, en omdat hij het 2,5 jaar in mijn rechterbroekzak heeft uitgehouden tot de batterij besloot dat hij aan zijn laatste oplaadbeurt toe was, deel ook wat gepusht door mezelf nadat ik hem per ongeluk niet onzacht met het asfalt in aanraking heb laten komen. De telefoon is ok, dus ik hoop dat ik er nog 20 euro voor krijg. Tenzij de batterij straks in de winkel beslist dat zelfs die éne allerlaatste stroomstoot teveel gevraagd is.

Om misverstanden uit de weg te gaan: ik ben hier púúr subjectief bezig he. Het kan goed zijn dat u een Nokia heeft, misschien zelfs deze hierboven, en dat u die véél mooier vindt dan die brol van Sony-Ericsson ernaast.

Voor één keer heeft het feit dat Nokia marktleider is, er weinig mee te maken. SE is de tweede dus erg origineel ben ik daar niet mee. Ik vind ze gewoon stuk voor stuk mooi en efficiënt. De kruising tussen het design van Ericsson en de know-how van Sony: briljant gewoon. Wat je krijgt zijn design-gsm’s, uitgerust met walkmans en cybershot-camera’s.
En daarmee ben ik bij de features aanbeland. Very simple: hij moet een camera hebben van minstens 3 megapixels, en hij moet MP3’s kunnen afspelen. Neenee, laat me uitspreken. Dat is géén weggegooid geld, en camera’s in gsm’s zijn géén onzin, en gsm’s zijn niet louter draagbare telefoons.
Kijk eens achter u: de Nokia 3310 is dood en begraven. Wat je nu hebt zijn über-gsm’s: radio, telefoon, camera, mp3-speler, zakagenda, email, wekker, etc. Dat je ermee kan bellen, dat is maar één van de zovele dingen die je ermee kunt doen. De ultieme gadget, alles in één. Veel geld, ja klopt, maar wat krijg je ervoor?

– Basic gsm: 100,-
– Basic camera: 120,-
– Basic mp3-speler: 80,-
Totaal: 300,-
Prijs van een gsm die al het voorgaande omvat: 250,- (dit zijn ruwe schattingen)

Je komt altijd goedkoper uit, je bespaart plaats en je krijgt er nog heel wat bovenop. Enigste nadeel: het is misschien riskant om alle eieren in één schaal te leggen. Als hij kapot is ben je het allemaal kwijt. Tenzij je je oude mp3-speler netjes bewaart in de onderste la van je kast natuurlijk, naast die oude Canon Powershot.

Dit alles gezegd zijnde blijven er 2 over. Tenzij ik alsnog van merk verander wat natuurlijk nooit uitgesloten is.

Links: SE K800i: niet direct de schoonheidsprijs want hij ziet er gewoontjes uit. Hij is wel heel degelijk: camera van 3,2 MP’s, radio, mp3-speler, video

Rechts: SE K770i: gloednieuw, nog maar pas verkrijgbaar geloof ik. Maar bekijk die eens.

Nee écht bekijken. Ik meen het: KIJK ERNAAR!

Nog wat langer en beter.

Ik zal wat helpen met een ander kleurke:

Is dat niet één van de mooiste gsm’s….ever? Kijk naar die toetsen, naar die slanke lijn. Het scherm ziet er klein uit maar het is even groot als dat van de K800i. Hij heeft ook dezelfde features, maar de prijs is nog onbekend. Op de website van Fnac stond hij aan 290,- maar dat vind ik niet zo betrouwbaar aangezien de K800i er ook aan die prijs stond terwijl hij bij Belcompany slechts 220,- moet kosten.

Eigenlijk heb ik geen geld voor nieuwe gadgets na de aankoop van zo’n ding dat je ogen probeert te imiteren en meer geld kost naargelang het erin slaagt die te benaderen. Maar tegelijk krijg ik ook huiduitslag van die Nokia waarmee ik in een huwelijk gedwongen ben.

This is the cunning plan: als ik de batterij van mijn geliefde T610 tegen een schappelijke prijs vervangbaar is, dan ga ik die nog wat langer in dienst houden en intussen spaar ik voor de Venus van Milo hierboven.
Maar als de batterij alleen tegen een te hoge prijs vervangbaar is, of als hij helemaal níet vervangbaar is, of als er niks met de batterij scheelt en het integendeel een vitaal orgaan van de telefoon zélf is dat in twee ligt, dan ga ik mijn naaste familieleden vragen mij geen geschenken te geven voor mijn verjaardag binnen 2 weken, maar wel geld. En dat kan ik dan gebruiken om de gsm van James Bond te kopen hier nog wat verder boven. Ja, soms ben ik een echt kind. En dus ja, ik geef toe: de titel van deze blogpost dient om Nokia-bezitters aan te trekken.

Toekomstige gsm’s zullen ook GPS bevatten, ze zullen de draagbare DVD-spelers deels vervangen, je zult ermee kunnen betalen in winkels en later ook in restaurants, je zult er je auto en je huisdeur mee kunnen openen, etc. Fantastisch nietwaar? Wanneer de olie op is en er geen enkele auto nog zal rijden, dan nog zullen er gadgets zijn. In mijn kindertijd was dat mijn zakmes, nu is het mijn (toekomstige) gsm. En zo blijven we gelukkig.


Powered by ScribeFire.

Gadgets

Gadgets zijn fantastisch. Ze zijn het leukst om te kopen, te gebruiken, te hébben gewoon. Gadgets zijn moeilijk te defineren. Wat is een gadget? Hoe omschrijf je dat? Waarom is één item een gadget en een ander dan weer niet? Dit zegt Van Dale:

gad·get (het, de ~ (m.), ~s)

1 klein, min of meer nutteloos voorwerp => snuisterij

“Min of meer nutteloos”. Dat is een nogal problematische interpretatie. Hoezo “min of meer”? Nutteloos, maar eigenlijk ook weer niet zó nutteloos. Enfin, ze zijn er eigenlijk zelf niet zo zeker van.
En “nutteloos” dan. Wat betekent dat? Als een bepaald gadget nu elke dag gebruikt wordt door de eigenaar, is het dan nog een gadget? En wat als datzelfde voorwerp door een andere eigenaar nooit gebruikt wordt? Is het ene dan een gadget en het andere, identieke, voorwerp dat wél gebruikt wordt het dan niet?

Ik zal mijn eigen definitie even geven. Het is redelijk ruim:

Een gadget is een voorwerp dat mensen met zich meedragen om zich te onderscheiden van andere mensen.

Ik denk dat alle gadgets binnen deze omschrijving vallen. Mensen proberen zich inderdaad voortdurend te onderscheiden van de rest, en dat is hun goed recht. Ik doe het, mijn overbuur doet het en u doet het ook beste lezer, ookal bent u zich daar misschien niet zo van bewust. Er wordt daar soms nogal denigrerend over gedaan:

“Dikke nek, hij wil opvallen, ze moet weer anders doen, zo’n raren, freak,…”

De sociale controle is het dorp ontgroeid en neemt nu al deel aan de globalisering. Iedereen heeft een mening over iedereen, en die mening dient meestal om zichzelf te paaien.

Ik herinner me mijn eigen reactie nog in het derde middelbaar toen een meisje uit mijn klas een gsm bleek te hebben, toen nog hoogst uitzonderlijk (9 jaar geleden): “waarvoor heeft die dat nu nodig?” Om zich te onderscheiden tiens, en omdat het ook een beetje praktisch is, vooral als iedereen er één heeft. Dat is ook het moment dat het ónpraktisch wordt voor wie er géén heeft.

Maar wat dan nog? Wie heeft daar last van? Ik denk zelfs dat in deze maatschappij van keuzes en mogelijkheden de zoektocht naar originaliteit een spel is. Een leuk spel zelfs dat je dagen kleur geeft.
Ontken maar niet dat je toch wel genoot van de eerste dag dat je een gsm had en hem overal te pas en te onpas uithaalde om te kijken of je geen gemiste berichtjes of oproepen had.
Of de eerste dag dat je met een nieuw horloge kon rondlopen en voortdurend keek hoe laat het was en even controleerde of hij toevallig niet onder de mouw van je trui verstopt zat.
Of de eerste dag met een nieuwe fiets, waarbij je ’s ochtends voor één keer blij was dat het ochtend was en je met je fiets door de ochtendspits mocht laveren. En samen met jou de lustige fietsers met een nieuwe fietsburka bogot, die voor één keer kinderlijk blij waren dat het regende.
En herinner je je de dag dat je een nieuwe camera kocht en je niet kon ophouden eraan te sleutelen en er foto’s van je huisgenoten mee te maken tot grote ergernis van die laatsten? Héérlijk was dat!
Of de dag dat je een nieuwe, of nog sterker: je eerste, laptop kocht, en je de talloze daaropvolgende dagen en sociale contacten opofferde om hem te “ontdekken” en te personaliseren. Man, ik heb daar mááltijden voor overgeslaan!

Er staat nog één en ander op stapel. Welke stapel? Dat moet je maar in een andere post lezen, hier ergens voor of na of zo.
Enfin, om het hier af te ronden: hoe denkt u eigenlijk over gadgets? ‘Weg ermee’, of ‘laat maar komen’?

Powered by ScribeFire.