Bij de weg: wat is het akkoord met al die samenstellingen?

Na een hele dag schrijven en schrappen ben ik halfweg pagina 10 aangekomen van mijn masterproef. Eén van de grote moeilijkheden waarmee ik te maken heb gekregen zijn de beperkingen van het Nederlands. Als taal. Als middel om je treffend uit te drukken. Het probleem is heel simpel: het Nederlands telt te weinig woorden. Daarbij: zaken die in andere talen (ik spreek nu eigenlijk over het Engels) een volledige zin in beslag nemen, neigen wij in één woord te gieten. Het resultaat klinkt bovendien heel erg kunstmatig en eigenlijk ook nogal belachelijk. Dat komt doordat het Engels veel meer creatieve mogelijkheden biedt om iets duidelijk en bondig te zeggen. In het Nederlands moet je gaan goochelen met zinsconstructies en voegwoorden om er iets leesbaars van te maken.

Bijvoorbeeld:

Engels: A corporation-inducing design.
Nederlands: een samenwerkingsbevorderend design (wat een monsterlijk woord) of een design dat samenwerking bevordert.

Ofwel gebruik je dus een woord als “samenwerkingsbevorderend” ofwel maak je er een zin van. Merk trouwens ook op dat “bevorderend” niet de precieze vertaling is van “inducing”, maar in het Nederlands is “bevorderend” zowat het enige woord dat je in een samenstelling met “samenwerking” kan gieten. En ja, in het Nederlands gebruiken we nu eenmaal voortdurend samenstellingen. Daarbij: een vertaling van “inducing” is “inducerend” dus het feit dat we het Engels woord vernederlandsen wijst nog maar eens op de armoede van onze taal.

Stel dat het Nederlands even flexibel zou zijn als het Engels, dan zou niemand raar opkijken van de term “samenwerkings-inducerend ontwerp”. I know, “ontwerp” is misplaatst, maar als we er die nuance aan willen toevoegen moeten we automatisch het Engelse woord gaan gebruiken. Geen wonder dat er zoveel Engels in onze taal verweefd zit tegenwoordig. Een shop is immers niet exact hetzelfde als een winkel, maar “winkel” is het is het enige woord dat we hebben.

Voila, dat moest ik even kwijt. En wie me een goeie vertaling kan geven voor “environmental problems”, die ben ik eeuwig dankbaar. En kom niet af met “leefmilieuproblemen”, en ook niet met “problemen voor het leefmilieu” want dan kom je in de problemen met de zin “State-centric theories are limited tools for addressing environmental problems as they focus on states as unitary actors.”

Advertenties

Eigenlijk is het een blog

30 april. Dan wordt deze blog één jaar oud. Het is wel confronterend als je die posts van een jaar geleden leest, alsof ik dacht van “wat moet ik hier in godsnaam gaan schrijven??”. Nieuwe blog, nieuwe stijl, zo denk je. Niks daarvan. Uiteindelijk valt alles in de plooi en kom je weer uit bij je goeie oude vertrouwde zelf, en schrijf je zoals je altijd geschreven hebt. De onderwerpen zijn wel veel breder dan vroeger, maar dat is het publiek immers ook.

Dit is geen blog….   Ik weet niet wat me bezielde, die 30ste april, maar veel inspiratie had ik toen blijkbaar niet. Ik kon evengoed “Blognaam” ingevuld hebben in het veld waar je gevraagd wordt de blognaam in te vullen. Een gedachte die steeds door mijn hoofd gaat als ik ergens een titel voor moet bedenken. Ik heb al ettelijke mails verstuurd met “onderwerp” als onderwerp.

Nu zit je er natuurlijk wel mee opgescheept, in deze virtuele omgeving der ronkende blognamen. Misschien geef ik hem ooit eens een andere naam, en laat de url voor wat die is. Hij is gemakkelijk te onthouden, en dus google-friendly.

Ik ben niet ontevreden over het voorbije jaar. Het is niet moeilijk om regelmatig up te daten (tenzij er geen internetverbinding is), het moeilijkste is kwaliteit houden. Er zijn een handvol posts op deze blog waar ik trots op ben, maar ik erger me er dan tegelijk aan dat ik dat niet elke dag kan schrijven. Teveel dagen hou ik het op een inhoudloos bericht met enkele banale zaken erin. De enige spam die de spamfilter niet kan tegenhouden is die van mezelf.

Inhoud……  dat klinkt als een goed voornemen voor het tweede blogjaar. Dat doet me denken aan het Vlaams Belang, die nu ook opeens uitpakken met “inhoud”. Ik wacht op de eerste journalist die hen de vraag stelt waar ze zich de voorbije twintig jaar dan wel mee hebben beziggehouden.

Allez, we zijn vertrokken.

Open wegens lezers

Met enige fierheid en opgeluchtheid kan ik u melden dat dit weblog vanaf nu weer op normale capaciteit zal werken. De internetproblemen zijn achter de rug, er valt genoeg te vertellen.

Met enige tevredenheid moet ik ook vaststellen dat de bezoekerscijfers hier in de lucht schieten op de dagen dat ik iets post. Ik heet u allen van harte welkom.

“Het loopt hier in de soep”

Studio 1, zondagavond, 20 april:

“Ik krijg net een bericht in m’n oortje…..Filip Joos staat op Sclessin.”
“Filip?”

*Camera draait rond. Filip Joos is nergens te zien.*
“Filip?”

*Camera draait nog eens rond.*
“Ja Frank?”…”Frank?”
*Filip Joos is nog steeds nergens te zien*
“Filip?”
*Filip Joos komt in beeld.*
“Ja Frank?”
“Filip, hoe is de sfeer daar?”
*Algemeen gelach in de studio. De vraag van Frank is op z’n minst idioot te noemen.*
“Wat?? Of ik van de match genoten heb?”
*Filip Joos drukt krampachtig een wijsvinger in zijn andere oor. Door het lawaai kan hij Frank Raes nauwelijks horen.*
“Eeeeeh, ja dat is ook goed…” *Opnieuw algemeen gelach.* “Ik wilde eigenlijk weten hoe de sfeer is.”
“Ja, de sfeer zit er natuurlijk in.”
“En heb je van de match genoten?” *Opnieuw algemeen gelach om het grapje van Frank.*
“Ja, in de eerste helft was Anderlecht beter, maar in de tweede helft ging Standard erover.”
“Probeer eens iemand voor de camera te krijgen”.
“Wat??”
“Probeer eens iemand voor de camera te krijgen!!”.
*Filip Joos is zichtbaar geïrriteerd. Hij staat midden in het tumult, kan Frank Raes niet verstaan, en de kans dat hij iemand op dit moment voor de camera kan krijgen is wel heel klein.*
“Wie dan?”
*Het is waarschijnlijk de eerste keer in de geschiedenis van de televisie dat de reporter ter plaatse vraagt aan de presentator in de studio wie hij moet gaan interviewen.*
“Gelijk wie.”
*Filip Joos zucht even en doet geen moeite om zijn frustratie te verbergen. Hij is zichtbaar opgelucht als hij de hulptrainer van Standard ziet staan, en hij sleurt hem zonder pardon aan de mouw voor de camera.*
“Eh ja….wat gaat er door je heen?

Deze inspiratieloze vraag trapt natuurlijk de deur open naar alle clichés (“het is onbeschrijfelijk, fantastisch, een bekroning voor het hele seizoen, blablabla”) en vormt het hoogtepunt van hopeloos amateuristisch geklungel in Studio 1. Maar volgens Filip Joos is het Sclessin waar alles in de soep loopt….

Eindelijk weer kampioen sinds 1983. 25 jaar. Ze zouden eigenlijk beschaamd moeten zijn….

Third

Platen die je kunt blijven draaien. Blijven draaien. Blij-ven draaien. Tot ze een soort soundtrack worden voor een bepaalde dag uit je leven. Of 2 dagen. Of een week, een periode, waarin je een goeie reden had om deze plaat te blijven draaien. Je hebt er behoefte aan, je voelt je gelukkig en die muziek past daarbij, je voelt je depri en die muziek past daarbij, je bent ergens mee bezig en dus zet je die afspeellijst maar op “repeat” om je er daarna niet meer om te moeten bekommeren.

Hoe het ook is; als je na een tijd die muziek opnieuw beluistert, dan ga je automatisch denken aan die periode waarin je die plaat bleef draaien. En je krijgt opnieuw het gevoel dat je toen had, je kan je plots levendig voorstellen hoe je je toen voelde, hoe de sfeer was. Dat lukt niet zonder die muziek. Zonder muziek denk je er gewoon aan zonder het te voelen. Het is een beetje zoals geur. Geur kan je ook moeilijk voor de geest halen zonder iets daadwerkelijk te ruiken.

Ik ben een nostalgisch mens. Ik blik graag terug en mijmer dan wat over ik-weet-niet-wat-allemaal. Meestal voeren mijn gedachten me mijlenver van waar ze gestart zijn, in een indrukwekkende tocht door mijn onderbewustzijn en met assistentie van mijn langetermijngeheugen dat blijkbaar een grote capaciteit heeft. Als ik weet dat er weer “zo’n” periode aankomt, die ik me nog een tijdje zal herinneren, dan zoek ik met opzet naar een bepaalde soundtrack zodat ik me deze periode heel veel later nog voor de geest kan halen.

Ik weet op dit moment dat ik mijn thesis voor de rest van mijn leven zal blijven herinneren. Je maakt er maar één en het is de kroon op het werk. De soundtrack van mijn thesis is momenteel Third van Portishead.

In mijn voorstelling was Portishead altijd Watson, terwijl Massive Attack Sherlock is. En als je denkt dat Massive Attack er lang over doet om een nieuw album uit te brengen, think again. 10 jaar heeft het geduurd voor Portishead deze klaar had, en gedurende die 10 jaar scheen niemand echt te weten of die groep nog bestond of niet.

Gisteravond was ik heel erg moe, maar mijn bed heb ik zo lang mogelijk uitgesteld. En terecht, want na 10 jaar trad Portishead nog eens op bij Jools Holland op BBC2. Na het eerste nummer was ik tevreden en ging ik slapen met het gedacht dat de rest spoedig op Youtube zou belanden. Die “spoedig” bleek in werkelijkheid 20 minuten te zijn. Mesdames messieurs, als u wilt weten waar Hooverphonic mosterd gaat kopen, ziehier:

Machine Gun

We Carry On

The Rip

Portishead staat op 8 mei in Vorst Nationaal. Ik ga niet omdat die zaal volgens mij totaal ongeschikt is voor dergelijke muziek. De AB-box, ok. Maar Vorst? No way. Ik ga hun nieuw album wel blijven draaien.

Voetbal is simpel

Gisteren zag ik toevallig een deel van The Simpsons op VT4. Ze waren blijkbaar in Londen verzeild geraakt dus werden we getrakteerd op het welbekende allegaartje Europese clichés waar Amerikanen zich aan vasthouden om bevestiging te krijgen dat hun land wel echt awsome is: rotondes, extreem deftig taalgebruik, rotondes, kleine wagens en voetbal.

Marge: “Homer, what’s wrong?”
Homer: “I’m pissed because the referee gave Ryan Giggs a yellow card while he was in the box”.
Marge: “Do you understand anything of what you just said?”
Homer: “I understand ‘gave’ “

Grappig. Maar wat is er in godsnaam ingewikkeld aan voetbal? Van alle balsporten moet dit toch de simpelste zijn? 2 teams, 1 bal, probeer hem in het doel van de tegenstander te krijgen zonder je armen en handen te gebruiken. En er is “buitenspel” zodat je niet helemaal alleen aan het doel van de tegenstander zou kunnen gaan wachten tot iemand je de bal geeft om te scoren.

In principe is dit het einde van de post. Maar als je tijd over hebt, en je kent niet veel van voetbal, maar je zou die buitenspelregel nu toch eens op een eenvoudige manier willen uitgelegd zien, lees dan maar verder. En de anderen: come again!

.

.

.

.

De regel is heel simpel, maar alleen moeilijk uit te leggen. Met een schemaatje kun je het in één oogopslag begrijpen:

X= doelman ploeg A

A= speler ploeg A

B= speler ploeg B

Buitenspel:

___________X_______

___________B_______

____A__________A___

Geen buitenspel:

__________X_______

____A_____B___A___

Als B voorbij alle A’s staat op het moment dat de bal vertrekt, is het buitenspel. Bijkomende voorwaarde is dat de bal in de richting van de achterlijn gegeven wordt (in het schema is dat dus van onder naar boven). Stel dat de spelers staan zoals in het eerste schema, en een tweede speler van B schiet van op afstand op doel, en de doelman weert af waarna de bal in de voeten rolt van speler B, dan is het dus geen buitenspel.

Wat zeg je? De beruchte “buitenspelval“? Dat is wanneer die slimmerikken van ploeg A op het moment dat de bal vertrekt, een stap naar voor zetten waardoor B plots buitenspel staat. Van schema 2 naar schema 1 dus. Daaraan is een risico verbonden: als er een speler van A toevallig staat te slapen op het moment dat zijn ploegmaats een stap naar voor zetten, dan klapt de val niet dicht en kan speler B quasi alleen op doel afstevenen. Het kan ook zijn dat de lijnrechter niet deugt en niet opmerkt dat speler B vanuit buitenspelpositie vertrokken is. Daar is niks meer aan te doen, ook achteraf niet na het bestuderen van de televisiebeelden. In de praktijk wordt de lijnrechter door de fans van de benadeelde ploeg gestraft waarbij ze hem de raad geven zijn vlag op een plaats te steken waar het daglicht nooit komt.

Een lichte overtreding is vrije trap, een zware overtreding is gele kaart + vrije trap en een heel zware overtreding waarbij de speler alleen als doel heeft de tegenstander pijn te bezorgen, dat is een rode kaart + vrije trap. 2 gele kaarten zijn ook een rode kaart en als je de bal ingooit moet je hem verplicht vanuit je nek over je hoofd gooien.

Nog dingen? Aja, in de box voor je eigen doel (strafschopgebied, carré, m.a.w. die grote rechthoek voor de goal) bega je best geen overtreding op de tegenstander want dan is het strafschop.

En een doelman mag de bal niet met de handen aanraken als die hem gepasst wordt door een ploegmaat. Tenzij die ploegmaat dat met het hoofd heeft gedaan. Dan mag hij hem wel vastnemen.

Mannekes, dit wordt steeds ingewikkelder. Em… De doelman mag de bal in theorie slechts 5 seconden in zijn handen houden, tenzij de bal over de achterlijn geweest is en hij hem vanop de grond moet uittrappen.

Voetbal is ingewikkelder dan ik dacht. Ik weet zelf niet eens waarvoor die cirkel dient midden op het veld, ik weet ook niet waarvoor het kleine rechthoekje dient binnen het strafschopgebied, ik weet niet waarom er boogjes geschilderd staan in de hoeken van het veld en ik weet ook niet wat er gebeurt als je een own-goal scoort met de hand.

En toch zijn andere balsporten veel ingewikkelder. Basket- en tennisliefhebbers hebben niet het recht hierop te reageren voor ze een perfect logische reden kunnen geven waarom ze respectievelijk met 2 punten tegelijk rekenen, of met 15, 15, en 10 punten tegelijk rekenen.

Curieus

Veel curieuze zaken…..

Gisteren moest ik weer eens cameraman spelen tijdens de opnames van de videoclip van mijn teergeliefde kotgenote en haar companen. We wilden dat op de ULB doen wegens hippe achtergrond, maar we werden weggejaagd door een bewaker. Verbod op beeldmateriaal van privé-domein of zoiets. Even in het Frans gediscussieerd en je hebt het misschien al meegemaakt: dit zijn die momenten dat je zelfs de meest eenvoudige Franse woorden niet meer kan herinneren. Deze keer was het “opdracht” of “taak”. Geen idee wat dat in het Frans is, hoewel de leraar of lerares het vermoedelijk honderden keren herhaald heeft back then in de frères.

’s Avonds moest ik het opnemen voor mijn kant-en-klare pastaschotel uit het zakske dat ik die dag gekocht had (zie post hieronder). Het zag er nochtans lekker uit, maar ze wilden niet geloven dat het “eten” was en dat je er niet van kon doodgaan.

Peking Express: Raymond en Liesbeth zijn niet de laatste.

In de Franse les van deze middag heb ik proberen uit te leggen
dat het Nederlandse woord “bodem” geen synoniem is van “de grond”. Het
is me niet gelukt. Ik praat zoveel zever dat ik 0 credibiliteit heb.
Zoals in dat verhaaltje van “The boy who cried wolf”. Ik ken dat nog
van toen ik klein was. Ik ken alle sprookjes nog van toen ik klein was.

De schrijver van het wetenschappelijk artikel dat nu voor me ligt probeert me wijs te maken dat het een slecht idee is om in natte periodes meer water op te slaan in de stuwmeren, indien deze in de woestijn gelegen zijn. De reden hiervoor is dat de rivierbedding onder de dam opdroogt en dat dat gevolgen heeft voor het milieu. Ik volg die redenering niet. Als er meer water is, is het toch logisch dat je er meer kan opslaan zonder dat de rivier opdroogt? En zo heb je meer water als er een droge periode is. Domoor.

Deze avond is het streekbieren- en kazenavond. Volgens ik gehoord heb zal er ook Westvleteren 12° geschonken worden (het op één na beste bier ter wereld). Ik heb de neiging daar niks van te geloven.