Geslagen melk

Om 9u30 stond ik al in Delhaize vanmorgen. De zuivelafdeling baadde in geel licht waarin alles er vers en overvloedig uitzag. Ik zocht de goedkoopste kaas om op mijn pasta te kunnen strooien, maar mijn blik bleef hangen bij iets blauws. Het was de dop van een fles bio-lait battu, oftewel karnemelk, óftewel botermelk. Die laatste is trouwens mijn favoriete benaming. Botermelk. Dat klinkt toch verrukkelijk? Ik dacht aan mijn kindertijd, waarin ik enkele keren karnemelk dronk, zomaar om te proberen, maar het walgelijk slecht vond. Ik dacht aan mijn puberjaren, waarin ik karnemelk plots wél dronk. Met sloten! En hoe meer brokken boter erin dreven, hoe beter.

“Waarom niet?” dacht ik, en zo gebeurde het dat ik daarnet de fles in kwestie voor bijna de helft geledigd heb in één keer, met gesloten ogen, terwijl op de achtergrond “Building Steam With a Grain of Salt” weerklonk van DJ Shadow. Moment van de dag.
“Sweeeeet”, dacht ik direct daarna. Maar terwijl ik de boter van mijn lippen likte en de vettige witte delicatesse langs de binnenkant van de fles naar beneden zag lopen, bedacht ik dat het goedje helemaal niet zoet was, maar wel zuur.

Natuurlijk is karnemelk zuur. Niet héél zuur maar lichtjes zuur, zoals pickles chips, pindakaas of Gini. Het staat ook bekend als de beste dorstlesser die er is.

Nooit drink ik nog gewone melk.

Nooit.

Fietsbreuk

Ik heb het hem weer gelapt. Ik was nog maar vertrokken en *KNAL*, een schok, wat gewiebel, wat vreemde reacties als ik zigzagde en een ongewoon losse vering. En ik héb normaalgezien niet eens vering!

4 of 5 jaar geleden had ik het al eens meegemaakt op de Brugse vesten. Die schok en dan dat vreemde gevoel dat er een veer gestoken is ergens ter hoogte van je voorvork. Maar op het eerste gezicht lijkt alles in orde, dus rijd je gewoon verder. Van de Katelijnebrug tot de Dampoort heb ik zo gereden. Het is pas toen ik overstak aan het sas van de Dampoort dat ik merkte dat mijn kader….ik herhaal: mijn kader gebroken was. En ik herhaal ook hier: gebroken. De diagonale buis in twee. Zomaar. Plots. Bij het optrekken, dat wel.

Na dat incident had ik een gloednieuw kader gekregen, en dat heeft redelijk lang op zich laten wachten. Intussen reed ik rond met een liliputterfiets van bij de fietsenmaker.

Het ziet ernaar uit dat dit me opnieuw te wachten staat want ik heb geen zin in een nieuwe fiets. Tenzij ik mijn stuur en mijn zadel+zadelpen mag houden, dan ga ik er nog eens over nadenken. Ik sta afkerig tegenover nieuwe fietsen, als het geen koersfietsen zijn. Een fiets in Brugge, daar dokker je mee over kasseien en spring je over borduren, ontwijk je toeristen, snij je bochten af in nauwe steegjes en probeer je de mensen in de overvolle winkelstraten af en toe eens de stuipen op het lijf te jagen als ze weer eens vergeten zijn waar het trottoir is. Dat dóe je niet met een nieuwe fiets. Dat doe je met de fiets die je zo gewoon bent dat je er praktisch op vastgegroeid bent. Een nieuwe fiets, dat is alsof je plots op een qwerty moet typen, of met een auto moet rijden die je niet gewoon bent waardoor je je plots een groentje voelt in het verkeer, ookal heb je al lang een rijbewijs.

Zou dat eventueel te lassen zijn?

Studeermuziek zomer 2008

Op het einde van de vorige post over studeermuziek heb ik beloofd dat ik de volgende keer wat warmere muziek zou voorschotelen. Wel, ik zal mijn belofte houden. Het regent nu wel, maar de zomer hangt in de lucht. We studeren weer met het raam open en met korte broek of rok, en ’s avonds worden we getrakteerd op barbecuegeur door de buren. Dit is de soundtrack van een wat hetere blok die het allemaal wat aangenamer zal maken.

Federico Aubele: U kent allen ongetwijfeld Gotan Project. Die zal ik niet bespreken want dat kent iedereen toch. Dit is een tip voor wie op zoek is/was naar iets dat lijkt op Gotan Project. Federico Aubele is een Argentijn die houdt van zijn land en de muziek die er geproduceerd wordt, en tegelijk ook heel graag aan knopjes draait. Dat leverde twee albums op, de ene met een wat mooiere naam dan de andere (maak zelf maar uit welke): Gran Hotel Buenos Aires en Panamericana. Mijn aanbeveling? De eerste! Wat krijg je in Gran Hotel Buenos Aires (geef toe: dergelijke albumtitels doen je toch echt drómen??)? Akoestische gitaren die strakke akkoorden spelen, elektronische elementen eraan toegevoegd, een mooie vrouwenstem die onverstaanbare dingen zingt (Spaans dus) en een algemeen laybackgevoel. Waar voor uw geld! Dit hotel kijgt van mij alvast 5 sterren.

Album: Gran Hotel Buenos Aires
Luister: Ante Tus Ojos
(opgelet: als je naar meer info googlet of zo, is het Federico en niet Frederico!)

Calexico: Travelall/98-99 Road Map/Aerocalexico/Toolbox: Ik geef het grif toe: ik ben een Calexicoman. Om niet fan te zeggen. Maar als we het over warme blokmuziek hebben kan je er gewoon niet omheen. Calexico zit vol creativiteit die eruit moet. Daarom blijven ze maar muziek in het rond gooien. Ze gooien zelf ook onuitgegeven materiaal op het internet om gratis down te loaden, inclusief live shows. Zelfs tijdens hun tournees krijgen ze er niet genoeg van en blijven ze muziek produceren die dan als zgn “tour-album” wordt verdeeld. Travelall, 98-99 Road Map, Aerocalexico en het meest recente Toolbox zijn hier voorbeelden van. Je vindt er geen echte “liedjes” op (toch zeker niet op Travelall) maar eerder soundscapes. Dat is het woord dat ik erop plak. Laat ons wat vergelijkingen maken en beelden oproepen, want woorden op zich volstaan zelden om muziek te omschrijven. Neem nu Travelall. Dat is een soort van niet-elektronische ambientmuziek, doorspekt met geluidjes en konkelfoezende instrumenten. Neen, het is geen kakafonie, daarvoor is het allemaal te subtiel, te gevoelig, te zacht. Er wordt niet gezongen, alleen gespeeld. En waaraan denk je dan tussen twee hoofdstukken leerstof door? Aan Zorro, en aan rotswoestijnen, en aan lange highways met kadavers van slangen en coyotes. En het is warm en broeierig. En je zal je deze examenperiode nog lang herinneren.

Luister:
Aerocalexico: Crawlspace (Lastfm)
Travelall: Piker Sam (volledige mp3) (live)

Ry Cooder – Paris, Texas: De meester van de slide guitar! Paris Texas is soundtrack van de gelijknamige film en is één en al leegte en weemoed. De slide zoeft op en af over de steel van een akoestische gitaar, buigende tonen banen zich een weg tussen bizonschedels, cactussen en de woorden in je cursustekst. Eén nummer zou je beter skippen: “I knew these people” omdat het een – zei het heel mooie – conversatie is. Paris, Texas is trouwens een prachtige film over een man die de liefde van zijn leven probeert terug te vinden in, jawel, Texas.

Kijk en luister: de heerlijke openingscène.

“Waw Jo, dit is gewoon fantastisch! Ik zal nooit meer scalpels hoeven te gebruiken.”

Je kent ze misschien, die filmkes die ze draaien in de Brico of de Gamma, op van die kleine draagbare televisietjes die ergens op het einde van een rayon gezet worden, en waarin reclame gemaakt wordt voor één of ander product in een setting waar Jo met de Banjo zich thuis zou voelen.

Zou het geen sublieme grap zijn om stiekem de tape weg te nemen en dit filmpje in de plaats te laten afspelen, op de afdeling keukengereedschap? Het is alvast hetzelfde genre, met dezelfde stem, dezelfde muziek en dezelfde demo’s waarin het instrument schijnbaar perfect zijn werk doet en een verbluffend resultaat laat zien. Alleen: de beelden zijn ronduit weerzinwekkend.

via

Experience

Ervaringen maken het leven tot wat het is. En hoe meer ervaring je hebt in hoe meer verschillende gebieden, hoe meer vrienden je hebt, hoe beter je over alles kunt meepraten, hoe meer je weet, kortom: hoe rijker je leven is.

Elke dag doe je nieuwe ervaring op en je staat er niet eens bij stil. Heel kleine dingen. Dingen die je nog nooit gedaan hebt in je leven. Denk eens na: wat heb je deze week gedaan dat je voordien nog nooit gedaan hebt? Welke nieuwe plaatsen heb je gezien? Welke nieuwe mensen ontmoet?

In mijn geval:

–  Ik ben maandagavond voor het eerst in de AB geweest. Tja… wat kunnen we daarvan zeggen? Je krijgt 20 cent als je je lege bekers terugbrengt naar de bar. Inderdaad: békers(!!)

–  Diezelfde avond heb ik voor het eerst een mitraillette gegeten: een opengesneden stokbrood met daartussen sla, tomaten, 2 hamburgers, saus en bedekt met frieten.  Klinkt vadsig. Maar terwijl je in de wachtrij staat te mijmeren over vettig eten en zo, dan realiseer je je dat het eigenlijk een soort luxe hamburger is: eerst eet je je frieten op, en daarna plooi je hem dicht en heb je een hamburger met bróód! Echt bróód waar je met je tanden stukken kunt van scheuren en je gehemelte schade kan toebrengen waar je nog dagenlang met je tong over zal kunnen zitten wrijven.

–  Diezelfde avond heb ik voor het eerst een Bockor pils gedronken. Op een terras in Brussel in de buurt van de Beurs. Mezelf in Rome wanend en kijken naar het schoon volk.

–  Ik heb voor het eerst een “gerasterbaterde” afbeelding gemaakt (zie 2 posts geleden).Ik ben er nog altijd trots op. Jammer dat hij binnen een paar weken weer weg moet. Je kunt dat nutteloos vinden, maar die paar weken waren het voor mij meer dan waard! Soms laat een mens die kosten-batenanalyses wel eens achterwege, jawel.

–  In het Kultuurkaffee heb ik de terrasstoelen opeengestapeld in ruil voor een Hoegaarden. Dat was mijn eerste ervaring in de Horeca (alhoewel…. in de “ho” heb ik ook al wat gedaan). De barman vond het leuk dat hij “mensen onder hem kon laten werken”, en toen vond ik het plots minder fijn. Ik voelde me ineens een slaaf die bereid is om 1u ’s nachts stoelen te stapelen voor een Hoegaarden. En waarom? Omdat ik 4 cent te kort had om er gewoon voor te betalen en het vat Stella af was (normaal goedkoper). We waren ongeveer de laatsten die nog op het terras zaten te koekeloeren, zodoende.

–  Ik neem voor het eerst een backup van mijn harde schijf met een programma.

–  Straks neem ik voor het eerst een backup van mijn backup. Je weet nooit wat er met die externe harde schijf kan gebeuren tijdens het vervoer in mijn tas, tussen Brugge en Brussel. En die externe harde schijf is eigenlijk ook het verlengstuk van mijn eigenlijke harde schijf. Al mijn muziek staat er op.

–  En voor het eerst (en het laatst) in mijn leven heb ik een thesis ingediend. Fantastique!

Madrugada, AB, 12 mei 2008

Ik was nog niet helemaal in de stemming, maar maandagavond was het richting AB voor het concert van Madrugada. Diezelfde dag had ik mijn thesis ingepakt en dat mocht eigenlijk wel gevierd worden.

Dat doet me trouwens aan iets denken: als je in West-Vlaanderen woont, en je vertrekt op het einde van een warm weekend opnieuw naar je kot in Gent, Brussel, Leuven, dan helpt het niet om vroeger te vertrekken: de trein zit sowieso compleet vol. Het enige verschil is dat als je de trein neemt van 16u, zoals ik, hij vol zal zitten met Duitsers. Ja, die mensen willen ook wel eens naar de kust en hebben geen zin om helemaal naar het noorden te rijden met die peperdure Duitse spoorwegen of via de Autobahn. Tja, dat wilde ik even vertellen.

Madrugada dus. Ja, ze gaven van jetje zoals verwacht. We stonden op de tweede rij en konden de adem van zanger Sivert Høyem praktisch ruiken (bij wijze van spreken). Bij Moonartgallery, die het concert van de dag ervoor in Brugge bespreken, kwam de geluidsmuur blijkbaar als een donderslag bij heldere hemel want die recensent vindt hun cd’s “intimistisch” klinken. Ofwel heeft hij enkel de eerste twee en is er nood aan een update, ofwel heeft hij het op de rustige nummers die een onderbreking vormen voor de donkere, galmende rock op hun eerste cd’s. Op hun meer recente cd’s is het zelfs niet meer donker. Daar gaat het keihard rechtdoor en heb je de neiging om godbeterd luchtgitaar te spelen.

Over luchtgitaar gesproken: Jo mijn sympathieke kotgenoot, die mee was, heb ik daar daadwerkelijk op betrapt. Nee, zó fout was het niet.

Wat lezen we daar nog bij MAG? De recensent verwachtte een introverte zanger? Wel, laat ons het zo stellen. Als er een school bestond voor live optreden (het Brel-instituut of zo), dan was de zanger van Madrugada er de rector. Converseren met het publiek, grapjes maken, gezichtsexpressies, Brel-esque gebaren maken om de liedjesteksten te ondersteunen, door de knieën gaan bij het gitaargeweld in Black Mambo en een nagenoeg perfect stemgeluid. Zo zou het altijd moeten zijn.

Man, wat een schitterend concert. Met een voldane glimlach gingen we naar huis. Maar niet zonder de poster van de nieuwste plaat van Portishead op te halen die we voor het concert van de muur gepikt hadden (we waren één van de eerste), en daarna in één van die kastjes hadden gestoken.

Vermoedelijk hun afscheidstournee want na de dood van hun gitarist hebben ze hun meest recente album doodgewoon “Madrugada” gedoopt. Een album dat ‘slechts’ 9 nummers bevat, maar deze zijn stuk voor stuk steengoed.

Deze zomer treden ze nog twee keer op in België. En ik zeg niet waar voor ik zelf mijn tickets heb.

Allez, een filmke. Majesty.

En terwijl ik zo bezig was, dacht ik: “In werkelijkheid is een wallpaper toch veel indrukwekkender!”

Een week geleden werd ik ’s morgens gewekt door een sms van mijn neef: “François :(“. En dat was alles.
“Twee mogelijkheden”, dacht ik bij mezelf. “Ofwel is hij geblesseerd, of hij heeft een transfer beet. Ik ga s traks wel even kijken op teletekst, maar eerst wil ik nog het nieuws meepikken over de strijd tussen Obama en Clinton op CNN.

Toen ik daarna naar Teletekst ging en het woord “overleden” las, viel ik bijna uit mijn bed. Het was zo onwaarschijnlijk, zo ondenkbaar, zo….onverwacht. Ik kon de rest van de dag maar aan één ding denken. Het werk aan mijn thesis bleef beperkt tot 1 bladzijde. En ik speelde alleen maar Bitter Sweet Symphony.

Wat vreemd dat, hoewel je hem niet persoonlijk kent, en hij nog maar een jaar in Brugge speelde, je toch zo van je stuk bent door zijn overlijden.

Over de doden niks dan goeds, jaja. Maar in zijn geval komt het heus niet uit de lucht gevallen. Een stadion met 26000 huilende mensen vormt daar het levende bewijs voor. Zijn ploegmaats, die nog maar één jaar met hem samen speelden, zaten er praktisch volledig door van verdriet. Ik zat naast de spelerstunnel tranen te verbijten terwijl ik fotografen, stewards, cameramensen en spelers van Westerlo met de rug van hun hand over hun ogen zag wrijven. Een jaar ouder dan ik. Het is niet eerlijk.

Sinds gisteren domineert hij de muur van mijn kot:

Met dank aan de rasterbator.

Prison Break 3: de buiklanding

Dit weekend ben ik er eindelijk toe gekomen de slotaflevering van het derde seizoen van Prison Break te bekijken.

Prison Break 1 was alles wat een serie moest zijn, met hopen spanning, interessante personages, opvallend weinig clichés (de goeien zijn niet écht goed en de slechten niet écht helemaal slecht).

Prison Break 2 ging verder op de ingeslagen weg. Nog méér spanning, nu meer zoals in The Fugitive, met flikken die ze altijd nét niet te pakken krijgen. Interessante plotwendingen en een einde dat je deed hunkeren naar meer. T-bag ontwikkelde zich tot zowat het interessantste personage dat Amerikaanse series het afgelopen decennium geproduceerd hebben. En voor de rest is niemand voorspelbaar. Geen Hurleys en Charlies waarvan je lichtjaren op voorhand kunt voorspellen wat ze zullen zeggen en doen.

Prison Break 3 verloor de controle over het vliegtuig en kon niet anders dan een buiklanding maken. Niet alleen qua verhaal, maar ook omdat het seizoen nog maar halfweg was toen de makers er noodgedwongen een eind aan moesten breien. Diagnose: zware aantasting door scenaristenstaking. Het was overduidelijk dat de scenaristen er niet veel zin in hadden, en dat verschillende delen van de plot geschreven werden op momenten die in de tijd heel ver uiteen lagen. Inconsequenties, tegenstrijdigheden, warrige uitwerking van personages, zwakke verhaallijn, zwakke personages zonder diepgang, het gaat nergens heen (wat in de vorige twee seizoenen wel het geval was: seizoen één evolueerde naar de climax van de ontsnapping, seizoen twee evolueerde naar de climax van de vlucht naar het buitenland).
Ik weet nog steeds niet hoe die Whistler zijn voet opeens genezen kon zijn waardoor hij van een dak kon springen. In de laatste aflevering vraagt Linc hoe het met Sofia gaat. Nog geen minuut later vraagt hij het nog eens. Zelfs die armoedzaaiers die Flikken producen doen beter.

De listige plannen van Scofield en zijn genialiteit waren tijdens de eerste twee seizoenen bron van entertainment van hoog niveau. Niks daarvan in het derde seizoen waarin – *opgelet: halve spoiler* – de ontsnapping niks met genialiteit te maken had maar met hoeresjans dat die camion toevallig net naast dat gat geparkeerd stond.

*opgelet: volledige spoiler. Als je dit seizoen nog wil bekijken, lees dan niet langer verder*

Ook de verdwijning van Sara was totaal, maar dan ook totaal knullig en ongeloofwaardig. Als we de executie nu eens gezien hadden, haar zien smeken voor haar leven, dan zouden we mogelijk iets van revanchegevoelens gehad hebben. Dan zouden we “damn right!” geroepen hebben wanneer Scofield op het eind van de laatste aflevering beslist achter Gretchen aan te gaan. Nuja, ik toch.
Het was duidelijk dat Sarah Wayne Callies geen zin meer had om in de serie te spelen, en ze dus een ‘creatieve’ manier moesten bedenken om haar eruit te schrijven. De oplossing die ze gevonden hebben……tja, laat ons zeggen dat er slechtere uitwerkingen mogelijk waren geweest, zoals dat het allemaal gedroomd was (feuilletonklassieker), of zelfmoord.

Het was evenwel veelbelovend. Als ze die gevangenis nu eens even afgrijselijk hadden gehouden zoals in de laatste aflevering van het tweede seizoen (maar nee, op het einde van dit seizoen zou ik zelfs liever in Sona gezeten hebben dan in Fox River). Als ze Whistler nu eens beter uitgewerkt hadden. Als ze Scofield nu eens naar hartelust aan bouten hadden laten draaien, vliegertjes vouwen of andere dingen hadden laten doen waarvan we in de verste verte niet wisten hoe ze bij de ontsnapping zouden kunnen helpen, maar het uiteindelijk wel doen.

Laat ons het maar op de scenaristenstaking steken en het beste hopen voor volgend seizoen. Lost is tenslotte ook beter geworden in de loop van het derde seizoen.

De geheimen der Nederlandse taal

De hemel gaat open, de zon schijnt op mijn gezicht, ik richt mijn handpalmen naar de lucht en strek mijn armen, ik geniet met volle teugen van deze zalige gloed. Waarom, o waarom heb ik dit nog niet eerder ontdekt? Waarom, o waarom heb ik nog niet eerder gebruik gemaakt van deze site voor het schrijven van mijn masterproef, hoewel ik wist dat hij bestond?

Inzake: aangaande, betreffende, qua. En ik maar sukkelen met ‘betreffende’, ‘in verband met’ of ‘omtrent’. Tot in den treure!!

En dat voor een blogger. Shame on me!

Ps: doet dit je ook niet denken aan een mislukte Jeroom-cartoon?

Back to work!

Doordenkertje

Waar ik opeens aan zit te denken: je ziet eigenlijk nooit echt de wereld als je er zelf niet bij bent. Alle mensen die je ooit “ziet” in je leven hebben één iets gemeenschappelijk: ze zijn bij jou in de buurt geweest. (laat ons tv en foto’s even niet meerekenen, want dat is een indirecte weergave van de werkelijkheid). Eigenlijk zijn alleen webcams een soort blik op de buitenwereld.

Hoe zou het daar zijn, in die buitenwereld? Vol met mensen die gewoon hun leven leiden zoals jij dat doet, maar die jou niet kennen, je nog nooit gezien hebben (en jij hen ook niet), niet eens iets van je bestaan afweten?

En nu even héél ver denken: bestaat er wel zo’n wereld? Is dit alles niet slechts een illusie, een perceptie van de menselijke geest? En gebeuren er wel dingen zonder dat jij daar iets van weet of erover te weten komt? Zoals in The Truman Show……

Denk daar maar eens even over na!