Aftersun

Eergisteren was het bbq-en.
Gisteren was het kot opruimen en bbq-en.
Vandaag is het kamer opruimen, sollicitatiebrieven schrijven en start to run.
Morgen is het fuiven.

Tussendoor gaan we bloggen. En omdat de dagen te weinig uren hebben om alles te doen wat ik wil, ga ik ze wat langer maken door vroeger op te staan. Ja, dat is een nieuw voornemen. Ja, dat zal mij lukken. Ja, momenteel heb ik een energierush. Nee, ik drink geen koffie en nee ik neem geen coke.

(En nee, ondanks de vorige post ben ik nog niet vergeten dat ik meer gevarieerd ga bloggen. Maar het zijn drukke tijden madam)

Daar doe ik niet aan mee

  • Stemmen op populistische partijen
  • Sparen om te sparen
  • De kapper mijn haar laten wassen alvorens het te snijden (wassen doe ik zelf thuis wel).
  • Geld verdoen om geld te verdoen
  • Op strandvakantie gaan
  • VTM kijken
  • Reclameblokken uitzitten zonder te zappen
  • Fruitbier drinken
  • Witte broeken dragen
  • Dessert eten (pas op de proppen komen met alle lekkere dingen als iedereen al voldaan is = sadistisch)
  • Soaps volgen
  • Ontroerd naar Fata Morgana kijken
  • Gras afrijden (hooikoorts)
  • Geen pinker gebruiken bij het verlaten van een rotonde
  • Kerstmarkten bezoeken (een enkele uitzondering door de vingers gezien)
  • Meezingen met nummers op de radio als ik niet alleen ben
  • De koppeling te vroeg loslaten
  • Interesse tonen voor de Olympische Spelen
  • Mezelf minderwaardig voelen omdat ik Belg ben. Het is een land als een ander.
  • Dansen als ik nuchter ben
  • Souvenirs kopen in een souvenirshop
  • Naar Rock Werchter gaan. Een concert van Radiohead is zoals seks: de eerste keer moet speciaal en intiem zijn, en geen vluggertje op een weide
  • Lenzen dragen.
  • Pas-uit-bed-kapsels
  • Ringtones downloaden
  • Een GPS kopen/nodig hebben
  • Te pas en te onpas de uitdrukking “ik heb zoiets van…” gebruiken
  • Hotmail gebruiken zonder goeie reden
  • Pauzes inlassen in de blok
  • Drinken om zat te worden

Relaas van de pijnbank

“Ah u bent er al”.

Ik keek even naar mijn voeten en antwoordde nogal overbodig “inderdaad”.

“Ik zie dat u een presentatie bij hebt”, en hij wees naar mijn laptoptas. “U kunt misschien al beginnen….”. Hij maakte een aarzelend gebaar richting lokaal, maar ik wees hem er vlug op dat ik pas om 11u aan de beurt was.
Mijn promotor liep het lokaal binnen en wierp een vlugge blik op een lijst die er op tafel lag. Ik wist niet of ik nu binnen moest gaan of beter buiten bleef. Ik vatte dan maar wat ongemakkelijk post in de deuropening.
“Oja, inderdaad.” Hij keek op zijn horloge en vroeg toen “wenst u koffie?” De glimlach die hij erachter gooide verraadde dat hij vermoedde dat ik waarschijnlijk geen koffie wilde en dat was ook zo. Ik vroeg me intussen af waarom hij me altijd zo formeel aansprak. Het had misschien te maken met het deftig kostuum dat ik droeg en waarbinnen ik mijn gat eraf aan het zweten was.

Ik ging op een stoel zitten in de gang, sloot mijn ogen en concentreerde me op mijn ademhaling. Direct ging mijn hartslag naar beneden en ontspande ik me.
Na een kwartier kwamen Mr. DS en Mr. DV aangelopen. Vrolijk babbelend, T-shirt, de vakantie wenkte. Ik kreeg het nog warmer en toen ik ging staan bleef mijn geluksonderbroek aan mijn billen kleven.
“Blijf maar rustig zitten”, zei mr. DS. “Wie is er binnen?”, en hij wees naar de deur van het lokaal.
“Niemand”, antwoordde ik, niet van plan om opnieuw te gaan zitten want dat zou nutteloos zijn.
“Ok, dan kunnen we beginnen”.

En toen begon het. Enfin, het begon bijna. Blijkbaar wist niemand het wachtwoord dat bij de gebruikersnaam hoorde van de eigenaar van de laptop die er stond te draaien. Ik had een memorystick bovengehaald. Mijn laptop was enkel bedoeld als back-up voor het geval er iets niet marcheerde aan de laptop in het lokaal.
“Het is niet zoals in de film, waarin de hoofdrolspeler op het allerlaatste moment toevallig het wachtwoord weet te achterhalen door even na te denken”, merkte mijn promotor op. Mr. DS moest ermee lachen en ik glimlachte even. Net toen ik de tweede keer opperde mijn eigen laptop te gebruiken kwam Mr. DV terug met de eigenaar van het ding om hem te ontsleutelen.

“Wij luisteren”, zei mijn promotor, waarop ik op F5 drukte.

De presentatie liep als op wieltjes. Geen gestamel, geen versprekingen, geen West-Vlaams, just plain talking. Na wat 10 minuten tot een kwartier moest geweest zijn, werd ik uitgenodigd aan de andere kant van de tafel voor een spervuur van vragen. Mr. DS ging ertegenaan met een sympathieke glimlach, terwijl hij mijn argumenten en stellingen probeerde onderuit te halen.
“Ik probeer je wat uit je kot te lokken. Zo krijg je interessante discussies.”
“Euh, geen probleem.”
En ik vuurde tegenargumenten af op zijn tegenargumenten, tot ik geen pijlen meer had en ik de aloude studenten- en politici-truc bovenhaalde: beginnen zeveren over iets anders. Voor mij is het sowieso moeilijk om op het rechte pad te blijven als ik iets vertel, en niet voor zijwegen te gaan kiezen. Het deed dus deugd me eens te kunnen laten gaan, en ik dook in het eerste gaatje dat ik zag om de discussie ongemerkt in een andere richting te sturen. Ik vertelde honderduit over allerlei interessante ontdekkingen die ik tijdens mijn onderzoek had gedaan en ik merkte tot mijn tevredenheid hoe drie gezichten gefascineerd zaten te knikken.

Toen was Mr. DV aan de beurt, die mijn masterproef eigenlijk de grond in geschreven had in zijn beoordeling. Ik verwachtte het ergste, maar de storm bleef uit. Hij had twee vragen en allebei waren ze spek naar mijn bek.

Tot slot kreeg ik nog een afgemeten voorzet van mijn promotor. Of ik nieuwe dingen had ontdekt tijdens het maken van mijn presentatie waar ik eerder aan voorbij gegaan was? Dat was ik sowieso van plan te vertellen, dus kopte ik zijn voorzet perfect in de winkelhaak door te vertellen dat dat inderdaad het geval was en hoe “het licht op een bepaald moment was aangegaan”. Dat vonden ze blijkbaar grappig.

“Goed, de overige 3 minuten zullen we gebruiken om te delibereren.”
Ik bedankte hen kort, nam mijn tijd om mijn stick veilig te verwijderen (wat een pijnlijke stilte opleverde), en verliet het lokaal.

En toen was het voorbij.

Tomorrow

De powerpoint is af, de generale repetitie is achter de rug, de timing klopt. Morgen om 11u begint normaalgesproken mijn laatste wapenfeit als student. En ja, we gaan het beste kostuum aantrekken, met de fancy das en de hippe onderbroek. Die onderbroek gaat de jury wel niet te zien krijgen, maar hij brengt geluk. Een onderbroek is een kledingstuk van uitersten: hij breng geluk of ongeluk. Geef maar toe dat er één exemplaar is dat je nooit zal aantrekken op een belangrijke dag! En een exemplaar dat een speciale status heeft, een trap hoger dan de rest. Yes, that’s right: the lucky underpants.

Morgen moet de lucky underpants mijn studies afronden. Jaja….. Riiiiiiiight…..
Slaapwel altegader.

9 gênante feiten

– Ik ben één van die types die een gedragen onderbroek met zijn voet van de grond schept en hem dan opvangt.

– Ik lees ’s avonds in mijn bed Jommekes tot mijn ogen zwaar genoeg zijn om binnen de 10  seconden in slaap te vallen.

– Ik zit heel vaak met mijn linkerbeen over mijn rechterbeen. Maar ik doe het zelden in het openbaar.

– Ik kan niet van mijn nagels blijven. Daarmee stoppen is als stoppen met roken terwijl je 24u op 24 een sigaret vasthoudt. Wat zeg ik? 10 sigaretten!

– Ik kan niet boeren.

– Ik hou ervan om de spijsverteringsactiviteit in mijn buik te voelen.

– Ik hoef me maar één of twee keer per week te scheren, en alleen op mijn kin.

– Ik heb ontzettend veel neuroses. Om maar een voorbeeld te noemen: ik ga nooit iets 3 keer herhalen. 3 brengt ongeluk.

– Ik heb de neiging om sociaal delicate situaties te vermijden. Bijvoorbeeld: als ik op straat iemand zie die ik al een hele tijd niet meer gezien heb, dan ga ik nog liever doen alsof ik hem/haar niet opgemerkt heb, dan een banaal gesprek te beginnen dat al op voorhand veroordeeld is tot volstrekte banaliteit. Want wat zég je in 1 minuut tijd tegen iemand waar je in geen jaren mee gesproken hebt? Buiten: “Oe ist?” “Goed!” “Lang geleden e?”. “Ja” “…” “kuch”. “Kga maar eens verder. Nog veel te doen” “Salu e!”. “Jow!”. “Oef”.

Zo. Het is eruit. Je kunt nu zelf voor een nummer 10 zorgen door zelf niks gênants over jezelf te vertellen, en mij zo alleen te stellen met mijn merkwaardigheden. Ja, dat zou pas gênant zijn.

Goed gezegd

Af en toe moet je eens kunnen bloggen over totaal ongebruikelijke dingen vind ik. En dat zullen we dus ook doen. Het zal de variatie alleen maar te goed komen. En het wordt nog interessant ook.

Iker Casillas

Iker Casillas was gisteren de held van Spanje. De 27-jarige doelman stopte twee penalty’s – één meer dan zijn Italiaanse collega – en daarom gaat Spanje naar de halve finale van het EK.

Ziehier één van de weinige zekerheden aan een partij penaltytrappen: in 99% van de gevallen wordt één van de doelmannen tot held verheven. In de overige 1% schiet een Kroaat of David Beckham de bal in de tribune.

Iker Casillas. 27 jaar, maar hij speelt al een eeuwigheid. Degelijke keeper, maar geen uitzonderlijke doelman van het kaliber van Buffon. 2 keer had hij het geluk in de goeie hoek te liggen. Nationale held.

Penalties zijn een loterij. Wie wint op penalties, wint op geluk. Daar valt niks tegen in te brengen. Ik vraag me af of het niet beter zou zijn die spelers een hoop frustratie, stress en slapeloze nachten te besparen, en gewoon een muntstukje op te gooien. Het komt op hetzelfde neer: beide teams hebben even veel kans, voetbaltalent heeft er niks mee te maken.

Als voetballiefhebber zou ik gisteren een voorkeur voor Spanje moeten gehad hebben. Want Spanje “probeerde” tenminste, zo klonk het toch in de commentaren achteraf van Marc Degryse (ex-aanvaller), Emilio Ferrera (Spanjaard), Bob Peeters (aanvaller) en Eddy Snelders (ex-aanvaller). Alleen verdedigers begrijpen de kunst van het verdedigen. En alleen objectieve trainers begrijpen de impact van een goeie tactiek. Ik zat als quasi-neutrale toeschouwer te kijken met een 60-40% voorkeur voor Italië en ik zag Spanje sukkelen om door de witte muur te komen. Slechte passes, oersaai en traag voetbal, de bal ging van de ene kant van het veld naar de andere kant en terug, en ik geeuwde. Italië ving gemakkelijk op en stuurde de bal voorwaarts van zodra ze die had. Veel meer risico, veel meer kracht, een combinatie van techniek, powerplay en tactisch vernuft. Alleen bracht het niet meer gevaar voor het Spaanse doel op dan voor het Italiaanse.
Tegen het einde van de wedstrijd nam Italië meer en meer de controle van de wedstrijd over en bleek Spanje erdoor te zitten. Ook nog eens fysiek de zwakkere. Spanje heeft ballen nodig, zodat ze wat meer durven.

Ik ben niet ontevreden met Spanje in de halve finale. Het werd eigenlijk tijd dat de vedetten van Real, Barcelona, Valencia, en vooral de Engelandgangers iets lieten zien. Italië heeft niet te klagen. Ze mochten al blij zijn met de tweede ronde en daarboven zijn ze ook nog eens wereldkampioen. Die zal altijd een trap hoger staan dan de Europees Kampioen. Wie maalde de afgelopen 4 jaar immers om Griekenland? 2 dagen na Euro 2004 was iedereen die afbraakvoetballers al vergeten.

Toni mocht zelfs geen penalty trappen. Tijdens de match kon je zijn snor zienderogen zien groeien.