Crisis

Het is de schuld van het land. Van de instituties. Niet van de Vlamingen of de Walen of de Brusselaars of de begijntjes of de konijntjes. Zo, dat is dat. Dat is het belangrijkste wat ik erover wilde zeggen. Hieronder ga ik even zeggen waarom ik dat denk (alhoewel, als ik pretentieus ben zeg ik gewoon dat het zo ís).

Hoezeer ik de provincialen van de CD&V en de NVA ook veracht, hoe idioot hun ideeën ook zijn, toch is het niet hun schuld dat het land in crisis is. En hoe koppig die Franstaligen ook zijn, en hoe vastgeroest hun visie ook is, en hoe stereotiep ze de Vlamingen ook afschilderen, het is evenmin hun schuld.

Je kunt de beide partijen moeilijk verwijten dat ze het spel spelen volgens de regels. En het zijn die regels die niet deugen. Welke regels? On avant:

Federale en deelstaatverkiezingen vallen niet meer samen: je kunt niet verwachten dat partijen toegevingen gaan doen als er volgend jaar opnieuw Vlaamse verkiezingen zijn. Dat is de logica zelve.

Er is geen kieskring die het hele land omvat. Gevolg: alleen Franstaligen kunnen op Franstalige partijen stemmen en alleen Vlamingen kunnen op Vlaamse partijen stemmen. En waarom zou je rekening houden met de vragen en behoeften van een bevolkingsgroep waar je toch nooit stemmen zal kunnen rapen? Je krijgt dus twee kampen die argumenten bouwen met twee totaal verschillende achterbannen in het achterhoofd. Het parlement is geen federaal parlement, dat is een Vlaams parlement en een Franstalig parlement dat samen wordt gezet. Idem voor de regering. Als de CD&V een deel van hun stemmen aan de andere kant van de taalgrens zou moeten halen zou het wel twee keer nadenken voor ze een grote bek optrekken over een staatshervorming. Zolang er geen federale kieskring is (wat in andere federaties gangbaar is) zal daar niks aan veranderen.

Dus: ik ben voor een staatshervorming. En wel in de vorm van een federale kieskring en het samenvallen van verkiezingen. Dat zou een heleboel problemen oplossen. Jammergenoeg is CD&V-NVA er natuurlijk niet voor te vinden. Daar hebben ze geen rationele argumenten voor (aparte verkiezingen onderstrepen het verschil tussen de federale staat en de deelstaat, en een federale kieskring is voor Dewever al helemaal niet bespreekbaar want federaal=slecht want federaal=onwerkbaar. Zoek daar zelf maar eens de logica achter. Nochtans heeft Bartje gestudeerd.). Als de verkiezingen in de deelstaten samenvallen met de federale verkiezingen is het bovendien ook gedaan met de ridicule verhuis waarbij leden van het Vlaams parlement en de Vlaamse regering schaamteloos deelnemen aan de federale verkiezingen, alsof ze zelf de point van een federale staat niet doorhebben. België heeft nog veel te leren op dat vlak.

Advertenties

Hans’ visie

Ok, dit is misschien niet zo interessant, maar ik had gezegd dat ik specifiek ging letten op Hans De Clercq en zijn voorspellingen tijdens de Tourrit naar Hautacam. Zogezegd, zogedaan en dus zat ik met een bic en een bladje papier voor de tv, als een echte freak nota te maken van Hans’ vooruitziendheid.

In chronologische volgorde:

Er is een ontsnapping op één van de eerste colletjes van de dag, derde categorie.
Voorspelling: “Als ze bovenkomen met 1′ voorsprong, dan zou het kunnen dat ze 5 à 6′ voorsprong zullen hebben aan de voet van de Tourmalet”.
Uitkomst: het peloton neemt rustig de tijd voor een plaspauze en de bevoorrading. De kopgroep loopt 8’30” uit, De Clercq scoort.

Eén van de renners in de kopgroep is Cancellara van CSC.
Voorspelling: “CSC hoopt waarschijnlijk Cancellara over de Tourmalet te krijgen zodat hij hen van dienst kan zijn in de aanloop naar Hautacam”
Uitkomst: in de aanloop van Hautacam zorgen Voigt en Cancellara voor een verschroeiend tempo zodat de achtervolgende groep niet meer kan terugkeren. De Clercq scoort opnieuw.

Een renner van Agritubel (Bichot) probeert de sprong te maken van het peloton naar de kopgroep.
Voorspelling: “Dit is hopeloos.”
Uitkomst: Bichot komt heel dicht bij de kopgroep (10″ volgens Wuyts, 35″ volgens de GPS), even ziet het ernaar uit dat De Clercq ernaast zat. Uiteindelijk is Bichot er dan toch niet in geslaagd de kloof te dichten. De Clercq blijft op koers.

Voorspelling: “Het zou me niet verwonderen als er een favoriet zou wegspringen in La Mongie (4 kilometer van de top van de Tourmalet). Dit is een uitgelezen moment.”
Uitkomst: er gebeurt niks in La Mongie. Jammer, Hans!

Voorspelling tijdens beklimming van de Tourmalet: “Als er een renner als Ricco ontsnapt zal er waarschijnlijk een CSC-er meegaan”.
Uitkomst: twee renners van Saunier Duval (de ploeg van Ricco) delen een prik uit en simuleren een demarrage. Jens Voigt van CSC volgt onmiddellijk in hun wiel. Puntjes voor De Clercq.

Voorspelling: “Andy Schleck is waarschijnlijk in vorm.”
Uitkomst: not! Andy Schleck gaat er meteen af op de slotklim. Het is zijn broer die uiteindelijk de show steelt.

Voorspelling: “Saunier Duval is waarschijnlijk iets van plan op de Tourmalet. Pionnetjes uitzetten voor een aanval van Ricco bijvoorbeeld.”
Uitkomst: na de prik van Saunier Duval en de reactie van CSC, hebben de eerstgenoemde niets meer ondernomen. Te voorbarig, Hans!

Op de Tourmalet rijdt Di Gregorio weg uit de kopgroep. Hij zal als koploper de slotklim naar Hautacam aanvatten.
Voorspelling: “Di Gregorio gaat de etappe niet winnen. In het dal gaat er misschien een minuut af zodat hij nog 5′ over heeft aan de voet van Hautacam, en dat is te weinig.
Uitkomst: “In het dal rijden Voigt en Cancellara zo hard dat Di Gregorio amper één minuut over heeft als hij de klim aanvat. Het duurt niet lang voor hij gegrepen wordt. Hans had gelijk, maar zijn voorspelling was iets bescheidener dan de werkelijkheid.

De klim naar Hautacam gaat van start.
Voorspelling: “Het zou me niet verwonderen als Ricco al heel vlug gaat aanvallen.”
Uitkomst: De klim is nauwelijks begonnen of Ricco probeert te ontsnappen. Right on, Hans!

Voorspelling: “Als Ricco wegrijdt gaan de klassementsrijders niet laten begaan. Deze keer zullen ze meegaan.”
Uitkomst: Frank Schleck en Cadel Evans gaan zonder probleem mee in Ricco’s demarrage. Ricco houdt op met aanvallen en zakt wat terug. Hij is duidelijk minder goed dan de vorige dag en De Clercq zijn al bij al evidente voorspelling komt uit.

Conclusie: Je kunt zeggen wat je wilt, maar Hans De Clercq sloeg de nagel vaker op de kop dan dat hij kemels schoot. Misschien doe ik eens hetzelfde met De Cauwer. Of toch niet want ik vind het zelf nogal slaapverwekkend.

Och Karl….

Heeft het iets met zijn voornaam te maken? Of is het de gewenning? Is het misschien een gebrek aan talent, zoals bij die andere Karl die eigenlijk Carl heet?

Ondeugende Karl

Niks van dat alles, maar enkel een kwestie van voorkeur. Ik moet Karl Vannieuwkerke niet. Althans niet in zijn praatprogramma Tour 2008. Karl spreekt op een geheimzinnige manier. Alsof alles wat hij zegt tussen ons beiden moet blijven. Hij heeft het fijnste der fijne glimlachjes op zijn mond. Een mond die hij amper durft open doen als hij spreekt. En zijn ogen blinken. Pretlichtjes alsof hij ondeugende dingen aan het vertellen is. Ik krijg er koude rillingen van en voel de neiging om hem iets ruws, iets grofs, iets bijtends toe te schreeuwen zodat hij weer normaal zou doen.

“Michael, hoe heb jij de rit van vandaag beleefd?”
“Wat vind je van de winnaar?”
“Beschrijf eens het gevoel van als eerste over de eindstreep te komen.” *Knipoog* Komaan Michael vertel nog eens over die emoties, die vreugde, die eindeloze triomf, die eindeloze glimlach, jajaaa toon die witte tanden nog maar eens.

Karl, hou op je te gedragen als een klein meisje en wees eens een echte presentator. Probeer eens een gesprek te hebben met je gasten in plaats van er een langgerekt interview van te maken. Hengel niet steeds achter die verdomde clichés en vraag eens iets onvoorspelbaars.

Vroeger was het beter

Ach, die nostalgie, die heroïek, die bikkelharde strijd van man tegen man. Karl krijgt er geen kippenvel van, Karl stelt er zich accordeonmuziek bij voor. Jawel, dát is de Tour voor Karl: accordeons, du pain, du vin, du boursin en coureurs die eigenhandig hun fiets herstellen in de jaren stillekes. Stel je voor! De coureurs moesten zelf hun platte banden verwisselen! Wat een helden waren dat toch! Deelnemers van de Dakar rally die toevallig voor hun tv zitten lachen Karl hartelijk uit. “Een platte band in een Frans dorpje is niet hetzelfde als een opgeblazen motor in de Sahara”, zullen zij je vertellen.

Karl en zijn rode draad

Karl stelt zijn gasten een dozijn vragen die hij allemaal netjes genoteerd heeft. Die vragen hebben geen logische volgorde en Karl vindt het niet nodig er een vorm van overgang tussen te steken. Nee, Karl laat gewoonlijk even zijn adem stokken, één seconde maar, en stelt dan een volgende vraag, met precies dezelfde intonatie als de vorige. Desondanks gaat die vraag over iets compleet anders. Over de ervaringen van Tom Waes bij het Kanaalzwemmen bijvoorbeeld.

“Collega Lieven van Gils is op zoek gegaan naar die smid, en dit…is het resultaat”

“Dit is het resultaat”, dat zegt hij elke dag opnieuw. De “aat” in ‘resultaat’ spreekt hij bijna fluisterend uit. “Dit is het resultaat, maar vertel het niet verder want eigenlijk is het een geheim!!!

[…] (1 seconde waarin Karl even zijn adem inhoudt)

“Michael, heb jij iets opgevangen van de stunts van Tom?”
“Nee, maar hij heeft me er vandaag tot in den treure over verteld.”

Tom Waes lacht ongemakkelijk en zoekt tevergeefs naar een stuk decor om zich achter te verstoppen.

Awkward

Op een kaal plein onder een kaal zeil en onder kale belichting staat een kale grote tafel. Er zitten slechts 3 mensen aan met elk één glas wijn. “Je hebt zeker nog nooit zo snel wijn gedronken, Michael?”, vraagt Karl aan Boogerd, wijzend op diens lege glas dat contrasteert met de 2 nog halfvolle glazen. Net op tijd weerklonk er accordeonmuziek waarbij Karl weer een sprookjesachtig verhaal opdiste over een “mooie” of “lelijke” coureur die 60 jaar geleden de Giro verloor omdat hij een te lange plaspauze had ingelast. Wat een verhaal! Een standbeeld voor de man! Er wordt een grote foto getoond van de vent in kwestie maar hij is zo goed als onherkenbaar door het kikvorsperspectief dat de cameraman inneemt. Voor Boogerd kwam dat shot net op tijd zodat zijn schaamrood niet in beeld kon gebracht worden. Hier zullen nog maanden grapjes over gemaakt worden.

Elders is het beter

Mart Smeets is de Nederlandse collega van Karl. In zijn programma vertelt Mart Smeets en hij laat vertellen. Er ontstaan luchtige en interessante gesprekken, vrij van stille seconden vlak voor de presentator aarzelend een nieuwe vraag stelt. Waarachtige gezelligheid, daar op het terras bij de NOS, een kleine compensatie voor de malaise die de Nederlandse kijker een hele namiddag te verduren heeft gekregen in de vorm van het live-commentaar bij de koers.

Maarten Ducrot: “Het is niet zoals bij de spoorwegen dat je aan een hendel trekt en het plots harder gaat”

Als er zo’n hendel bestaat, dan kunnen we er in België wel één gebruiken.

PS: Gelukwensen… (om niet te zeggen “Kudos”… en dat mag je letterlijk opvatten if you catch my drift)

  • … voor Lieven Van Gils die er elke avond weer in slaagt chique volk aan zijn signeertafel te krijgen,
  • … voor Michel Wuyts en zijn fichebak, voor zijn eindeloze kennis, aangename commentaar en koersinzicht,
  • … voor Hans De Clercq en zijn inside-informatie, zijn gegoochel met cijfers en rankings en zijn dictielessen (zijn Nederlands is al veel verbeterd al is er nog werk aan),

Hans de Clercq: “Ze zien ze nu rijden en dat werkt natuurlijk als een stier op een rode lap.”

  • … voor Karl Vannieuwkerkes commentaar bij tennismatchen, waar zijn gefluister perfect tot zijn recht komt.

Vandaag zal ik Hans De Clercq wat onder de loupe nemen. Eens zien of zijn voorspellingen steek houden.

Inertia

De wolken ruimen plaats en de zon vult het terras. Ik neem een boek – Terug in Amerika van Bill Bryson (Nederlandstalige versie van A Walk in the Woods) – en nestel me in een ligstoel en begin te lezen.

Ondanks zijn massiviteit is een boom een opmerkelijk kwetsbaar ding. Zijn hele interne leven hangt af van drie papierdunne wefsellagen, het floëem, het xyleem en het cambium, vlak onder de schors, die samen een vochtige mantel rond het dode kernhout vormen.

Biologische stuff, misschien weet mijn broer dat ook. Ik kan het altijd eens vragen. Mijn broer is nog op kamp maar morgen komt hij terug, en overmorgen vertrekt hij alweer naar het zuiden van Frankrijk, naar zijn lief. Ze had hem voorgesteld een poging te doen de Ventoux te bedwingen per fiets.
“Kukik da nie” was zijn reactie. De Ventoux is 21km lang en stijgt gemiddeld 7 à 8 procent. Dat is zwaar, zeker zonder te stoppen. In de buurt van Brugge is er niks waarmee je dat kunt vergelijken. De enige helling hier is de Katelijnebrug en die stijgt 16 procent over 100 meter of zo. Daar gaat nooit een koers over. Bij de start van de Ronde van Vlaanderen laten ze dergelijke klimmetjes bewust achterwege en sturen ze de renners erlangs i.p.v. erover. Die laatste beklimming in de Touretappe van vandaag, dat was zo’n korte snedige. Voor ons is dat eigenlijk een voetnoot, dat colletje. Maar voor de mensen die er op of naast wonen moet het een hele belevenis zijn. Hun colletje in de internationale belangstelling! De eer!

Een wolk schuift voor de zon, een windvlaag gaat door het gebladerde en plotseling hoor ik, alsof het bij de buren was, het Cactusfestival. Ik spits mijn oren maar hoor verder niks meer. De zon komt terug.

Al wordt een boom nog zo hoog, hij is niet meer dan een paar pond levende cellen, een dunne laag tussen wortel en kroon.

En zo lees ik verder. Langzaam. Heel langzaam. Mijn eeuwige miserie met lezen, maar ik zou niet zonder kunnen.

Arm der wet

Episode 1: Brussel

Ik liep van de Jordaanse ambassade naar de VUB. In de straat die mijn pad kruiste passeerde net een tram toen ik een sirene hoorde. De tram trok traag op na een halte toen ik een politiewagen met loeiende sirene vanachter een hoek zag komen. “Die tram zal zich moeten reppen”, dacht ik nog, toen er een tweede politiewagen kwam aanknallen en een derde, een combi. De eerste wagen kriskraste door het kruispunt waar wagens in extremis toevlucht hadden gezocht op de borduur. Bij de tweede en derde ging dat al wat moeilijker. Ik stond stil om de eerste wagen na te kijken en ik zag hem zich met veel schwung op de linkerkant van de rijweg gooien om de tram voorbij te rijden. Daarna kwam hij met gierende banden tot stilstand, en de tram achter hem ook. “Hij had op z’n minst eerst die tram kunnen laten doorrijden”, dacht ik, tot de twee andere politiewagens zich achter de tram dwars over de rijweg opstelden in ware cop-stijl: met veel lawaai en zwiepende achterbumpers. Agenten stapten uit: jonge afgetrainde twintigers met zonnebril en niet te beroerd om te rennen en een slide te plaatsen over de motorkap van een occasioneel geparkeerde wagen. Enkelen gingen de tram binnen, anderen bleven op wacht. Ik zag geen reden waarom ik eens geen ramptoerist zou mogen zijn en ik stapte gretig in de richting van de tram. In de verte klonken meer sirenes. Na een tijdje kwamen de agenten weer tevoorschijn. Ze sprongen haastig in hun wagens, draaiden 180°, trokken agressief op en verdwenen pijlsnel in de richting waaruit ze gekomen waren. De tram vervolgde zijn weg en de sirenes stierven in het straatlawaai.

Episode 2: Brugge

Maandag werd de fiets van mijn zus gepikt voor de bibliotheek (vergeten te sluiten). Vandaag zetten we mijn pa af aan het station voor zijn Canada-journey en besloten daarna de fietsrekken te doorzoeken. Je weet maar nooit. De nieuwe stallingen aan de achterkant leverden niet veel op, behalve grote plassen en een lekkend plafond. Aan de voorkant daarentegen hadden we al aan de eerst rij prijs.
“Ier staat nog een Gazelle Bahia……ei das de mijnen……keb em!”, riep mijn zus.
Ik ging naar het flikkenkantoor in het station terwijl mijn zus de wacht hield bij haar fiets die gesloten was.
Ik klopte en ging binnen: klein kamertje, 4 stoelen aan de ene kant, loket aan de andere kant met daarachter een oudere flik die aan het bellen was. Hij deed een vaag teken dat ik interpreteerde als “wacht even” en dus ging ik zitten op één van de stoelen. In werkelijkheid bedoelde hij “bel aan bij de deur aan de linkerkant”, en ten slotte stond hij op om hem zelf te openen. Ik deed mijn verhaal aan een jongere flik met kaal hoofd, stoppelbaard en een jas met de afbeelding van een speurhond. “Kinky!”
Uiteindelijk werd ik vergezeld door deze en een derde flik die een grote vervaarlijk uitziende tang bijhad om sloten open te knippen.
“Jamaar, het is een stalen ringslot”, zei ik, wijzend op de tang.
De flikken liepen gewoon door.
“Oei, ja dat gaan we niet door kunnen knippen he”.
Het klonk alsof het ‘niet-doorknippen’ een oplossing was en ik had een déjà-vu.
“Owkeey”.
Ik vroeg maar niet wat ze dan wel dachten te ondernemen en liep gewoon mee.
Bij de fiets aangekomen had mijn zus een geniale ingeving: het reserve-sleuteltje in haar handtas. “Hah, nu moet ik niet meer bewijzen dat het de mijne is!”.
“Nee, he! Haha!”
“Ik mag hem gewoon meenemen he?”
“Ja, natuurlijk!”
“Oef!”
“Ben je opgelucht misschien?”
“Ja, tzal wel zijn!”
“Allez, prettige dag verder.”
En de flikken gingen terug naar het stationsgebouw. Rustig kuierend naast elkaar. Met die immense, nutteloze tang.

Brugge: flikken
Brussel: cops

Iedereen moet weg

Mijn ma zit in Canada. Montreal. Morgen vertrekt mijn pa ook naar Canada. Naar mijn ma. Mijn broer zit in Dardennen. Als hij terugkomt zal hij onmiddelijk weer vertrekken naar het zuiden van Frankrijk. Naar zijn lief.

Woohoo! En plezier! En vrijheid! En wilde plannen! En zo.

Of nee, slecht weer.

Volgende week zondag. Zwitserland. Hoera. Serieus!

Oja, mijn pa heeft een blog geopend over zijn reis. Dat vond ik vreemd.
“Maar pa, jullie gaan toch rondtrekken in een Recreation Vehicle?”
“Ja”
“En daarin heb je toch geen internetverbinding?”
“Nee”
“Dussss”
“We gaan niet kunnen updaten he”.

Zoals hij het zei klonk dat laatste als een oplossing.
Logica.

Enfin, ik ga dus nog een grote week alleen zitten met mijn zus terwijl de regen op het dag klettert. Geen idee wat we in tussentijd gaan uitsteken. Ons vervelen hoogstwaarschijnlijk. Als je in de buurt bent: spring eens binnen en entertain ons!

Verhaaltje over niks: vervolg(ske)

Na de vele aanmoedigingen heb ik gisteravond even mijn brave schoenen uitgetrokken. Ik zat te kijken naar Coupling en Jeff met zijn houten been toen ik in een opwelling de dichtstbijzijnde laptop ter hand heb genomen om een spontane mail te schrijven. (Nee, ik heb niet haar emailadres, maar natuurlijk wél dat van haar werkgever!). “Nothing to lose”, denk/dacht ik. Karen heeft gelijk! How hard can it be?

Als er geen reactie komt ga ik mijn kop niet meer durven tonen in de Brooklyn.
Als er een negatieve reactie komt, dan toon ik mijn kop zelfs niet meer in de strààt van de Brooklyn.
Als er een positieve reactie komt…… wel, op dat scenario ben ik voorlopig niet voorbereid.