Where from?

Five jaydee

“2,5 JD”, zei de receptionist van het hotel toen we vroegen hoeveel een taxirit naar downtown Amman zou kosten. In die wetenschap stapten we naar buiten waar de portier plichtsgetrouw het lint even voor ons opzij hield. We stonden 5 seconden op straat of er stopte al een taxi, zomaar out of the blue want we hadden hem niet eens doen stoppen. Ik liep naar het open raampje.
“How much to the Roman Theatre?”
-“5 JD”
Ik keek naar Griet.
“Hij vraagt 5 dinar.”
-“Aan de receptie hebben ze 2,5 gezegd, dus dat is te veel.”
Ik stribbelde even tegen. Misschien hebben ze zich aan de receptie vergist? Er is wel een groot verschil tussen 5 en 2,5.
“5 dinar is too much!”, zei Griet aan de chauffeur. Die haalde zijn schouders op met een air van “dat is mijn probleem niet”.
Aarzelend gingen we achteruit om duidelijk te maken dat we een andere taxi zouden gaan zoeken. “We’ll find another taxi then!”
Ik had verwacht dat de chauffeur nu toch zijn prijs zou gaan verlagen maar in plaats daarvan reed hij gewoon weg.

Na een kort moment van verbazing gingen we te voet op weg in de ochtendlijke hitte. Alles in Amman is wit, gebroken wit of grijs, waardoor het zonlicht naar alle kanten gereflecteerd wordt en je niet zonder zonnebril kan. Links van ons liep een drukke boulevard paralel met de straat van ons hotel. Zwermen Koreaanse auto’s vormden een rivier van verkeer waarin de talrijke gele taxi’s eruit sprongen. Af en toe zag je een volgepakte bus voorbijrijden, zowat de enige vorm van openbaar vervoer in de stad. Een taxi was het meest voor de hand liggende vervoermiddel voor wie geen auto bezat.

Kermis

Toen we langs de boulevard begonnen te lopen hadden we ogenblikkelijk een taxi beet. Toen ik naar zijn prijs vroeg wees de chauffeur naar zijn meter en die leek ons betrouwbaar. We stapten in en vertrokken op een rollercoasterrit door de verkeersdrukte van Amman. Tunnels, viaducten, rotondes en splitsingen volgden elkaar in sneltempo op. Verkeerssituaties die in een westerse stad een enorme opstopping zouden veroorzaken waarbij chauffeurs woest eerst op hun claxon en vervolgens op het gezicht van de andere bestuurders zouden gaan timmeren, werden in Amman opgelost door een kort getoeter om andere chauffeurs te waarschuwen en waarbij de rem nauwelijks beroerd werd. Het was een opmerkelijke verstandhouding.
Samen met het gaspedaal en de waarschuwingspinkers, was de claxon het belangrijkste instrument voor de Jordaanse chauffeurs. Het was multifunctioneel. Er werd geclaxonneerd als er naar links of rechts werd afgedraaid, bij het oprijden of het verlaten van een rotonde, om een andere bestuurder te verzoeken wat plaats te maken zodat er ingehaald kon worden (rijstroken worden immers genegeerd), als er een opstopping was, of om voetgangers die wilden oversteken duidelijk te maken dat ze daar beter nog even mee konden wachten. Verder kon een claxonstoot ook betekenen “wilt u een taxi?”, “wilt u echt geen taxi?”, “ik blijf hier langs de kant van de weg staan tot u uw stadsplan hebt opgeborgen en verderloopt zodat ik zeker weet dat u geen taxi wilt”, of “he, u daar in de massa met die rood-witte hoofddoek … nee niet u, maar die ernaast … ja u … ken ik u niet van ergens?”

Een ander geluid dat voortdurend te horen is, is dat van de gasleveranciers. Die werken volgens hetzelfde principe als de ijskar bij ons: met een kinderachtig liedje.

Amman was een helse kermis.

Oversteken

We werden gedropt vlak voor het Romeinse theater en betaalden, jawel, 2.5 JD. Om het theater te bereiken moesten we de straat oversteken en in Amman is dat niet minder dan een levensbedreigende situatie. In de Lonely Planet had ik gelezen:
“Unlike what you may think, Jordanian drivers do not have the intention to run you over.”
Dat was heel moeilijk te geloven. Er waren geen zebrapaden of verkeerlichten. Oversteken doe je door te wachten op een gaatje, te rennen voor je leven, in het midden van de straat opnieuw te wachten op een gaatje en opnieuw te rennen voor je leven.
In de Lonely Planet stond verder:
“Some people stop a taxi so they would get at least one free lane”.
Dat leek me nogal overdreven toen ik het voor het eerst las, een week voordien. Maar toen ik in Amman op de rand van het trottoir schietgebedjes en mijn akte van berouw stond te prevelen, werd het plots een heel aanlokkelijk idee.
Een taxi hebben we uiteindelijk niet nodig gehad en zonder kleerscheuren bereikten we het theater.

Puke or white beans

Later op de middag bevonden we ons in een bescheiden restaurant op de eerste verdieping van een huis langs de drukste straat ter wereld. De uiterst vriendelijke eigenaar had ons hartelijk welkom geheten in zijn etablissement en ons wegwijs gemaakt op zijn menukaart die vol stond met exotisch klinkende namen als tabuleh en humus. Hoewel humus me deed denken aan verdorde eikenbladeren op een bedje van modder, kon ik het niet laten de avontuurlijke toer op te gaan. Ik vroeg naar de mansaf, volgens wat ik had gelezen het nationale gerecht. De eigenaar trok zijn wenkbrauwen op.
“Are you sure?”
-“I want to try it.”
-“If you don’t like it, I’ll bring you white beans instead.”
-“Em…ok.”
Ofwel had hij ervaring met Europeanen die zich aan mansaf wagen, ofwel had hij een flinke dosis zelfkennis als het aankwam op het maken van mansaf. Ik had er alle vertrouwen in want mansaf is tenslotte niks meer dan een soort yoghurtgerecht en yoghurt I like.

Na een wijl kwam hij het eten opdienen. Ik kreeg een fors stuk kippenborst voorgezet, bedolven onder 34 kilo rijst. De eigenaar schoof het bord wat opzij en zette me daarnaast een kom voor met een wit-grijs-groene dampende vloeistof, even vloeibaar als gewone melk. Toen hij was verdwenen pakte ik mijn lepel en nam een hap/slok.
Je moet weten: ik ben een optimistisch mens. Ik ga altijd uit van het beste en ik keer mij gemakkelijk af van de negatieve kant der zaken. Daarbij heb ik ook een hekel aan het toegeven van mijn eigen fouten, zoals de keuze van een gerecht in een restaurant.
“Interessant”, zei ik. Maar in werkelijkheid dacht ik “disgusting”. Daarna begon ik mezelf inwendig te overtuigen van hoe lekker de mansaf wel niet was. “De nasmaak valt nog mee.” “Het is zuur, maar je houdt toch van zuur?” “Zuur is verfrissend.” “Gebaar van niks en neem nog een hap. De eigenaar is waarschijnlijk stiekem aan het meekijken.” “Be a man!”
Ik nam een tweede hap, en die was nog slechter dan de eerste. “The hell with it, ik kan dit niet eten”, dacht ik.
“Hoe smaakt het?”, vroeg Griet.
-“Ken je die smaak in je mond als je pas hebt moeten overgeven?”
Haar gezichtsuitdrukking vertelde me dat ze die smaak levendig kon voorstellen, en dat het niet het moment was om daarover te beginnen.
“Wel, zo smaakt het. En voor één keer bedoel ik het niet als een belachelijk grote overdrijving van de werkelijkheid. Het is precies die smaak.”
En dat meende ik. Ik nam nog één hap, waarna ik een walging maar met moeite kon onderdrukken. Ik stortte me op de rijst om de smaak te verdrijven.
Even later kwam de eigenaar aan onze tafel.
“You like it?”
-“It’s very sour”, zei ik, om niet te moeten zeggen dat ik het absoluut walgelijk vond.
-“Shall I bring you some white beans instead?”
-“No thanks, I’ll have enough with the chicken and the 34 kilo’s of rice.”

Egyptian

Anoniem over straat lopen bleek een illusie. Vooral Griet haalde zich ongevraagd de aandacht van de Jordaanse mannen op de hals. Mannen maakten trouwens 90% van het volk op straat uit.
Meestal werden we ongegeneerd aangestaard. In andere gevallen werden we begroet met “hello!”, “welcome!” of “hello, where from?”. Op die vraag antwoordden we steevast “Hawai!”. Omdat ze niet direct wisten of we dit nu ernstig bedoelden of niet, gaf het ons voldoende respijt om gewoon verder te lopen.

Toen we opnieuw voor het theater stonden en even rustten op een steen werd ik uitgesproken door een man die thee probeerde te verpatsen.
“Tea?”
-“No thanks”.
-“You try. Is Egyptian. Good for you.”
De man diepte een bosje bladeren op en duwde die onder mijn neus.
“Egyptian.”
-“I don’t want Egyptian.”
-“Egyptian”. Hij duwde de blaadjes nu bijna in mijn linkerneusgat.
Ik rook even aan de blaadjes. Het was munt.
“Very good. Egyptian”, herhaalde hij terwijl hij een bekertje nam en dat vulde met water. Ik probeerde hem te negeren door me op de reisgids te concentreren maar al gauw duwde hij een dampende beker warm water waarin enkele theeblaadjes dreven in mijn richting.
“No, thanks!”, herhaalde ik met een zenuwachtig lachje.
-“Egyptian”. Hij zei het op een kalme beheerste toon alsof hij me gerust wilde stellen. Met getuite lippen sloeg hij zijn ogen naar beneden en stak de beker wat dichter.
“Egyptian”.
Zo ging het nog even door en uiteindelijk nam ik de beker om te proeven.
“It’s too sweet. I don’t like sweet”, zei ik en ik wilde hem de beker teruggeven, maar hij schudde het hoofd, sloot zijn ogen en toonde mij zijn handpalmen, alsof de beker thee een geschenk was dat hij niet kon terugnemen.
“For you”.
We werden van Egyptian verlost door enkele mannen die verderop zaten en het tafereel gade hadden geslagen. Ze riepen Egyptian bij zich en gaven hem blijkbaar een soort vermaning in de aard van “laat de toeristen eens met rust”, want daarna ging hij de andere kant op. Ik zette de beker thee naast me en liet hem voor wat hij was. Veel te zoet.

We namen een taxi richting uptown om aldaar in een supermarkt 6 flessen water in te slaan voor 1,2 JD. We wimpelden een taxi af die ons voor 5 JD naar het hotel wilde brengen en betaalden één van diens collega’s amper 1 JD voor dezelfde service. Op onze kamer zetten we de flessen in de koelkast en brachten we de rest vooravond op ons bed door met Top Gear op de tv.

’s Avonds ontmoetten we onze reisgezellen in de lounge van het hotel:
Greg was een blanke Zuid-Afrikaan die in Londen werkte. Hij was qua gedraging een kruising tussen Rob Van Oudenhoven en Hugh Grant. De gelijkenis ging niet verder dan gedraging want voor de rest had hij een monkey but op z’n hoofd en een tweetal man boobs.
Rowan was een praatzieke lerares, eveneens uit Londen. Enerzijds wist ze veel, en anderzijds dacht ze veel te weten. Dat laatste zorgde wel eens voor stille conflicten met mezelf, namelijk als ik wist dat ze ongelijk had maar geen zin had om dat te zeggen. Ze kon eindeloos over zichzelf praten en vertelde met evenveel energie over die keer dat de batterij van haar camera plat was, als over die keer dat ze volledige dag in een vuile stal had moeten doorbrengen en als vee werd behandeld terwijl ze op de ferry van Egypte naar Jordanië wachtte. Maar het vervelendst van al vond ik haar Londens accent.

Ons viertal zou de volgende dag aangevuld worden met Nasser, onze rock’n roll-gids, en behorend tot het soort mensen die je in je leven kortstondig leert kennen maar die je toch voor de rest van je leven zult blijven herinneren.

– wordt vervolgd –

Advertenties

10 Reacties

  1. HAAAAAAAA! Die gaskar!!! 😀
    Trouwens, je beschrijft alles zoals Griet me verteld heeft. Dus je overdrijft in niets! Heel goed beschreven, het leest als een trein.
    Frederick kan jammer genoeg je blog niet lezen: de Chinezen blokkeren blijkbaar wordpress (of alle blogs?), freedom of speech en China zijn volgens ons nog altijd geen goed koppel… Maar je foto’s op flickr kon ie wel zien en vond ie zeer goed. Het was dus je wachten waard 🙂

  2. Ik vind het wel leuk dat je je reacties nog allemaal kan herrinneren.. als ik jou verhaal lees, heb ik direct een beeld hoe het geweest kon zijn ;)… In het leven moet je durven zeggen ze mij altijd en eigenlijk klopt het wel 😉

  3. Ach, Sarah, die reacties zijn eigenlijk niet allemaal letterlijk. Ik weet nog hoe het ongeveer gegaan is en dat giet ik dan in mijn verhaaltje. Ik weet niet meer hoeveel keer die kerel “Egyptian” herhaald heeft bv, maar ik herinner me wel nog dat het heel vaak was! 🙂

  4. waauw, spannend allemaal zeg! 😀

  5. Niet houden van een Engels accent? How is that humanly possible?

    En hah @ het woord Egyptian. Het doet me peizen aan South Park om één of andere reden.

  6. Zeg niet dat je dat cockney londens accent mooi vindt, met die zagerige intonatie die altijd heel hoog begint (I know -> I kneuuuuuuuuuuuw), en waarbij de t’s niet worden uitgesproken (that -> tha; but -> bu). Brrrrrr!

  7. Ik heb het in 2 keer moeten lezen maar… sterk verhaal :p

  8. Behalve dan in often? 😉

  9. Cool, brengt ge dat ook uit als een reisroman? Nee serieus, dat ge goed schrijft, weten we al langer, maar dit is echt een romanneke! *wacht al vol spanning op het volgende deel*

  10. @ergensonderweg: wel, als er nu nog een plot zou zijn, misschien…. :). Maar er is geen plot, dus is het louter blogmateriaal 😉 Toch bedankt voor het compliment!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: