The goggles didn’t help

Ter aanvulling van gisteren: het fameuze restaurant

Rowan - ik - Greg - Griet

Rowan - ik - Greg - Griet

Wake-up call

De volgende morgen rinkelde de telefoon. Ik had net mijn kleren aangetrokken en mijn hoofd onder koud water gestoken om wakker te worden. Ik keek naar het toestel en er brandde een rood lichtje bij “reception”. Ik nam op.
“Hello?”
“Hello sir, […] waiting for you at the reception”. Ik verstond de reeks woorden die voor ‘waiting’ kwamen amper, maar er waren slechts 4 mensen in Amman die mogelijk op ons konden staan wachten.
-“We’re down in a second”, zei ik.
En tegen Griet: “Shit, ze staan ons al op te wachten! Ik dacht dat we 9.30u afgesproken hadden.”
Op dat moment was het 8.30u. In zeven haasten propten we onze bagage in onze rugzak want die dag zouden we Amman de rug toekeren en met de werkelijke trip door Jordanië beginnen.
10 minuten later verschenen we zwetend aan de receptie. De receptionist stond te bellen en gebaarde ons even te wachten. De rest van ons reisgezelschap was nergens te bekennen. Er was enkel een ietwat dikkere man met een snor. De receptionist legde de hoorn neer en zei iets in het Arabisch tegen de besnorde man. Daarna wendde hij zich tot ons.
“You are checking out?”, vroeg hij, doelend op onze rugzakken.
-“Eh, yes”
-“You have to go to the airport?”, vroeg hij daarna terwijl hij kort zijn blik naar de man met de snor verplaatste. Blijkbaar was die laatste een chauffeur.
“Nooo, we’re going to the Dead Sea! We’re with a group, and we were supposed to be here at 9u30!”
De mannen wisselden weer wat Arabische woorden.
“9.30?”, vroeg de man met de snor ons toen?
-“Yes, Nasser said 9.30”, zei Griet.
-“Nasser said 8.30 to me”, zei de man.
Ik glimlachte en trok mijn wenkbrauwen op. Ik kende onze gids amper een dag maar wist nu al dat het maken van afspraken niet zijn grootste talent was. We lieten onze rugzakken achter aan de receptie en gingen ontbijten. Other things could wait.

Tourist trap

“This is Madaba. It’s a nice town. I think you’ll like Madaba”, zei Nasser terwijl hij uitstapte.”
“How long will we be out?”, vroeg Greg omdat hij niet wist of hij zijn rugzak moest meenemen.
“About half an hour”, zei Nasser.
“Een half uur om Madaba leuk te vinden? Dan moet het wel heel sterke troeven hebben”, dacht ik bij mezelf. Die troeven had het niet. Wat het wel had was een kerk. Niks speciaals denk je misschien, maar stel je dan eens een dorp voor met een moskee.
Wat de kerk speciaal maakte, waren de mozaïeken die binnen lagen en die een kaart van het Midden-Oosten voorstelden. Alles was mozaïek: de vloer, maar ook wat normaal schilderijen zouden moeten zijn. Het waren mozaïeken die aan de muur hingen.
Nasser had zijn uitleg gegeven in een bijgebouwtje en toen wij de eigenlijke kerk binnen gingen bleef hij buiten om te roken. Even verdacht ik hem ervan toch een overtuigde moslim te zijn omdat hij de kerk niet betrad. In Jerash had hij ook het ganse principe van de ‘oproep tot gebed’ van de moskeeën uitgelegd. Hij kende die oproep glad van buiten. Maar anderzijds was er het roken en het drinken dat alles tegen sprak. Kortom, een moeilijk geval.

Take a look inside, guys”, zei Nasser nadat we geparkeerd hadden naast een klein wit gebouwtje op de flank van Mount Nebo. We hadden Madaba intussen achter ons gelaten en waren halverwege de klim naar de top van de bijbelse berg. In het gebouwtje werden mozaïeken gemaakt zoals deze die in de kerk van Madaba aan de muur hingen. Mensen zaten aan tafels met een tang steentjes in stukken te knijpen en te sorteren volgens kleur. Allemaal hadden ze één of andere handicap. Een man in rolstoel vertelde ons gelaten het proces van mozaïekmaken, daarna mochten we rondkijken in de rest van de ruimte die een grote winkel bleek te zijn van mozaïeken en allerlei andere souvenirs. Ik vroeg me af wat Nasser kreeg om hier op gezette tijdstippen een busje toeristen af te leveren. De winkel was groot, bijna een kleine supermarkt, en er ontspon zich een soort kat-en-muisspel. De man in de rolstoel week geen meter van Griet en Rowan, en ikzelf zag vanuit mijn ooghoeken voortdurend verkoopsters mij subtiel benaderen, waarschijnlijk om mij op een onverwacht moment te overvallen en me een keffiyeh om het hoofd te wikkelen voor ik boe of ba kon zeggen. Ik verplaatste me snel naar een afdeling waar het vol antieke spullen stond om daar wat onverschillig geïnteresseerd te staan doen maar al gauw zag ik van achter een hoek een man verschijnen, die vastberaden leek mij een antiek onderzettafeltje te verpatsen. Ik nam de benen naar de hoek waar het vol zout uit de Dode Zee stond, dat een heilzame werking zou hebben op de huid. Het duurde niet lang voor ik van twee kanten werd ingesloten. Griet kwam naast me staan en pakte een pot zout vast.
“Niet vastnemen!”, zei ik nog, maar het was al te laat. Ik ontsnapte op het nippertje, maar Griet zat in de val. Terwijl ze de uitleg aanhoorde over de wondere wereld van zout koos ik voor de uitgang.

Dead Sea Experience

Boven op Mount Nebo keken we uit over het Beloofde Land, net zoals Mozes ons had voorgedaan op het einde van Exodus. Onder ons lag de Dode Zee, gewikkeld in een deken van nevel.
“You are lucky because the view is very clear today”, zei Nasser. “From now on we go downhill because there…”, en hij wees naar beneden, “…is the lowest place on earth. 420 metres below sea level. You will also notice that it’s 10 degrees warmer than here. It will be so humid you can barely breathe.”

De gewaarwording toen ik uit de auto stapte aan de ingang van één of ander resort aan de Dode Zee kun je met moeite onder “to notice” klasseren. De hitte kletste me eerst een paar keer om de oren om zich vervolgens aan mij vast te hechten als een vleermuis in je haar. De plakkerige hitte deed de meren in Noord-Italië degraderen naar 4de klasse in de categorie ‘zwoel’, en okselvijvers traden uit hun oevers om okselmeren te worden.
Nadat we binnen van het buffet gegeten hadden gingen we naar de oever van het meer om de Dead Sea Experience aan den lijve te ondervinden. Je hoeft niet ver te lopen om te voelen dat het water je naar boven duwt. Al gauw word je een menselijke dobber en ga je automatisch horizontaal. Het was gewoon zalig ondanks het water dat zo warm was als in je bad thuis.
Zo ging het een tijdje goed. “Don’t let the water into your eyes”, had Nasser gezegd. Ik dacht “how hard can it be?” Maar ergens weet je wel dat het onvermijdelijk zal zijn. Ergens is er wel één, slechts één luttele rebelse druppel die de aanval zal inzetten. En zo geschiedde. Ik begon me te vervelen en besloot eens op mijn buik te draaien, te zitten, op mijn zij te liggen, etc. Daarbij werd mijn haar nat en van mijn haar begon het water aan de afdaling richting ogen. Mijn wenkbrauwen gaven zich al snel gewonnen tegen de overmacht en plots voelde ik mijn rechteroog gigantisch pieken. Ik voelde ook hoe het water dichter bij mijn ander oog kwam dus dat kneep ik zo hard mogelijk dicht. Met twee dichtgeknepen ogen en een piekend rechteroog zocht ik mijn weg naar de oever, af en toe een oog open forcerend om me te oriënteren. Tot overmaat van ramp kwam er een druppel water op mijn lip terecht. Het is misschien maar een druppel, maar wanneer je het begint te proeven is het alsof je een theelepel zout in je mond hebt. Het moet een lachwekkend zicht geweest zijn: ik die met twee krampachtig toegeknepen ogen al spuwend, op de tast mijn weg naar de oever probeerde te banen. Op een misdadig lange afstand van de waterkant stonden de douches.
Toen ik mij had bediend van het wassende water en terug aankwam bij de oever, zag ik de anderen op hun handen en knieën door het ondiepe water scharrelen, alsof ze chocolade-eieren aan het zoeken waren. De waarheid was grappiger: de modderige bodem had van Rowans teenslets de diepste teenslets ter wereld gemaakt door hem met rubber en al heelhuids te verslinden. Slechte zaak voor Rowan want schoeisel is aan de Dode Zee een noodzakelijk attribuut. Deels om je voeten van snijwonden te behoeden in het zoute water (hoewel je het beter waterig zout zou noemen), maar nog meer om je voetzolen te besparen van derdegraads-brandwonden als je over de hete aarde terug naar het hotel/kuuroord/resort/whateveritwas terugliep. Het was als zoeken naar een naald in een hooiberg, maar ik toonde toch even mijn goede wil door op mijn beurt als een varken in de modder te beginnen graven. Die modder was uitzonderlijk vettig, zuigend en diep. Ik kon mijn hele arm er loodrecht in boren, maar moest wel heel hard trekken om hem terug te krijgen. Ik zou het dus beter niet met mijn been proberen als ik daar van mijn leven nog gevoel wilde hebben.
Rowan vond haar slets niet meer terug, maar vond wel een andere, dus kon ze met twee verschillende sletsen teruggaan. Maar niet voordat we ons volledig met modder ingesmeerd hadden want, zo zegt men, die heeft een geneeskrachtige werking. Ik moet toegeven: achteraf voelde mijn vel aan als de huid van een bloedworst.

Na een siësta aan het zwembad – één van de twee momenten waarop het strandvakantiegevoel tijdens deze reis zou opduiken – was ik toe aan bier. Geen water meer, maar bier. En het kon me niet schelen dat het me 4 JD zou kosten, ik zou een moord begaan voor een frisse pint. Toen ik mij weer had aangekleed stond de Amstel-val mij met opengesperde armen in een kom-eens-hier-gebaar op te wachten. Een bar, een blik Amstel, een plastiek bekertje. Zieliger kon het niet maar ik kon nauwelijks wachten. Drie grote deugddoende slokken en dat was het. De vierde slok was er één van “wtf is me dat???” en de vijfde één van “ik heb heimwee naar het Dode-Zeewater.”
“I think Leffe is delicious!”, zei Rowan en ik kon haar wel slaan om zoveel gevoelloosheid.

Road trip

We verlieten de sauna van de Dode Zee en het busje nam ons mee de bergen in. Weidse vergezichten ontplooiden zich voor ons terwijl de motor van de Hyundai hoge octaven zong om ons boven te krijgen. De chauffeur en Nasser waren duidelijk in een felle discussie verwikkeld waarbij de chauffeur het niet kon laten Nasser aan te kijken als hij iets tegen hem zei. Op die momenten kwamen we soms gevaarlijk dicht tegen de rand van de weg met bijhorende afgrond, of soms helemaal op de linkerrijstrook.
Rowan probeerde ons ongemak subtiel duidelijk te maken aan de twee mannen vooraan: “Nasser, do a lot of accidents happen on these roads”?
-“No, people are used to driving here.”
De boodschap was niet aangekomen, maar ik had het te druk met foto’s te maken om tegelijk voor mijn leven te vrezen. Mannen kunnen slechts met één ding tegelijk bezig zijn weet je wel.

Wasted state of mind

Na een betrekkelijk lange rit kwamen we aan in het dorpje Dana, op de rand van het gelijknamige natuurreservaat dat in wezen een diepe kloof was, met donkerrode wanden, en diverse soorten aan fauna en flora. Het uitzicht zou adembenemend geweest zijn als de zon er niet vlak in ons gezicht stond. Het dorpje zelf was verlaten. Het was volledig opgetrokken in natuursteen (in tegenstelling tot de betonnen huizen overal elders in het land) en het wordt in deze toestand beschermd als een soort erfgoed. Er waren enkel drie geïmproviseerde ‘hotels’. Het onze bestond uit een binnenplaatsje waar aan beide kanten kamers op uitgaven. Aan één kant had men op het dak met glas en staal een soort veranda geconstrueerd, en die afgedekt met een zeil in plaats van een dak. Op het dak aan de andere kant stond niks behalve een bank en een schommelstoel voor twee personen. De twee daken konden bereikt worden door een primitieve stalen trap die eigenlijk niet meer was dan een ijzeren gaas waar men een trapvorm in had geslagen.
Er bleek een probleem te zijn met de reservatie: te weinig kamers gereserveerd. Er waren slechts 3 kamers i.p.v. 5 (de chauffeur, Nasser, Greg, Rowan en één voor Griet en ik). Het was natuurlijk geen enkel probleem voor mij om samen te hokken met Greg, en voor Griet om samen te hokken met Rowan (“hopelijk valt ze snel in slaap”,dixit Griet). Maar Nasser wilde niet samen met de chauffeur op een kamer, dus hij zou een kamer gaan zoeken in een ander hotel.
Toen we later die avond samen op het dak een fles Mount-Nebowijn, die we uit Amman hadden meegenomen, zaten meester te maken (die de titel ‘hard core‘ kreeg want hij steeg snel naar het hoofd), kwam Nasser plots door de poort aangewaggeld. Ik zag aanvankelijk enkel zijn voeten door het bladerdak van een boom op de binnenplaats maar ik herkende zijn broek en schoenen.
“He seems to be wasted”, zei ik.
Toen hij de trap op zwalpte wisten we het zeker. Compleet dronken.
“Hiiiigh guuuuuuuys”, zei hij met een gigantische smile op zijn gezicht terwijl hij een soort sierlijke intrede maakte met wijd opengesperde armen en benen, als een goochelaar die “tadaaaaa” zegt nadat hij het konijn uit de hoed heeft getoverd.
“Can I join you?”
-“Sure”
Hij kwam wijdbeens tussen Rowan en ik zitten waardoor we subtiel tot tegen de rand van de bank schoven. Met veel gegesticuleer begon hij allerlei verhalen te vertellen waarin de pointe ontbrak maar die hij zelf ogenschijnlijk bijzonder grappig vond. Het duurde niet zo lang voor de vrouwen gingen slapen. Greg had nog geen zin en ik zag mijn kans schoon om die schommelstoel eens uit te testen.

Zo gebeurde het dat Greg, Nasser en ik nog tot half één hebben zitten kletsen op dat dak. Het verbaasde me hoe snel Nasser nuchter werd. Hij vertelde over zijn familie, over vrouwen in het algemeen (waarin hij verrassend conservatief uit de hoek kwam), over zijn schotelantenne en over de ramadan. Hij legde het systeem uit hoe aan de stand van de maan de begindatum van de ramadan wordt bepaald en hoe het de komende jaren steeds zwaarder zal worden naarmate de vastenperiode dichter en dichter opschuift naar het heetst van de zomer. “It’s impossible not to drink a whole day long when it’s 40 degrees outside.”
Hij vertelde ook over het probleem met de reservatie en waarom hij een ander hotel is gaan zoeken.
“I need some personal space”, zei hij. “Some privacy”.
Dat begrepen we allebei maar al te goed. Maar toen zei hij iets vreemds: “It’s not for my mind, my mind is ok. It’s for my body. I have certain needs.”
“I think he means his bottle bottle of booze”, zei Greg me toen Nasser even naar het toilet was.

De volgende dag zouden we met een andere gids het park in trekken en Nasser beloofde dat hij hem zou vragen ons op zijn mooiste tocht mee te nemen. “Because I love you guys, really!”.

The Hose

Onze kamer was simpel vierkant met een houten deur en een raam met een luik. De muren hadden geen bekleding want de buitenmuur en de binnenmuur waren dezelfde. Er bengelde een peertje aan het houten dakgebinte boven ons hoofd. Greg begon prompt de matras te controleren op ‘bed bugs’. “Look for the black dots. That’s their poo!”  Gelukkig waren er in geen van beide matrassen tekenen van bed bugs te vinden.

Het sanitair viel best mee want er was één toilet dat geen “poo hole” was, zoals Greg het plastisch uitdrukte. Nuja, een gewoon toilet is nog altijd op z’n Jordaans: je mag het toiletpapier niet in het toilet gooien, maar in de emmer die ernaast staat. Anders riskeer je een plaatselijke en onsmakelijke vorm van wateroverlast. Eigenlijk dient toiletpapier enkel om de handel af te drogen nadat je met behulp van een waterspuit (eveneens naast het toilet te vinden) en je linkerhand (die je bijgevolg nooit mag gebruiken om te eten) alles proper gewreven hebt (sorry voor de mental image). “The Hose” was een begrip geworden onder ons vier en er was geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht die werkelijk te gaan gebruiken.

Shikaka!

Toen ik terugkwam nadat ik mijn tanden had gepoetst wees Greg me op een nerveus gepiep ergens in het dak. “We have a bat”, zei hij.
Mijn haren gingen onmiddelijk overeind staan. Op één of andere manier krijg ik net iets té vaak te maken met die creatures of hell als ik op reis ben.
We noemden ons nieuw, maar voorlopig onzichtbaar huisdier Shikaka, en ik ging met een ongemakkelijk gevoel slapen. “The spirit shall overcome”, ging het door mijn hoofd toen ik het licht uitdeed.

– Wordt vervolgd –

ps: is dit nog te doen of wordt het te lang? Is het eigenlijk wel interessant? In ieder geval is het te lang om ideaal blogmateriaal te zijn. Maar ik schrijf nu dan ook voor mijn vast publiek. Feedback aub.

Advertenties

8 Reacties

  1. Ik heb het allemaal gelezen van begin tot einde.
    je schrijft boeiend

  2. Gaan met die banaan!

  3. We blijven lezen! Don’t you give up on us 😉
    Ik denk dat het voor Griet, net als voor jezelf, leuk is om die herinneringen op te halen. En het is zo verteld, dat we ons alles levendig kunnen voorstellen.
    Zo zie ik je nu met je handen naar je haar graaien zoals in Godinne. Jep, that time the bat was also after you! “There in my hair!” 😀 (snif)

  4. blijven gaan, blijven gaan. Op den duur ga ik nog gaan geloven dat ik er zelf bij was 😛

  5. Amstel? Amai hoe desperate was je :p

  6. Niet te lang zenne! Allé, wel als blogpost, maar aangezien ik er intussen al stellig van overtuigd ben dat dit de voorpublicatie is van een reisroman, blijf ik gretig meelezen!

  7. De posts zijn inderdaad lang maar de moeite waard. Ik stel het lezen meestal wel uit tot een moment waarop ik alles echt eens op mijn gemak kan lezen. Zoals nu dus. Op naar het volgende stukje. Spannend. 😎

  8. @Linn en de rest ook een beetje: dat is idd de bedoeling. Het zijn geen echte blogposts, maar ik schrijf gewoon graag reisverslagen en dit is het enige forum waarop ik het kwijt kan. Iedereen is natuurlijk vrij om het al dan niet te lezen. Maar ik ben blij dat ze de moeite waard zijn! 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: