Been there, done that

Jordanië: laatste deel

“De cirkel is rond…”

…zo besefte ik toen ik die zaterdagmiddag van het hotel wegliep, blinkend van zonnecrème en zweet. We liepen in dezelfde richting als we op dag één hadden gedaan en hadden min of meer hetzelfde doel voor ogen (een taxi vinden die ons ergens midden in de stad zou droppen), dus was het een beetje als een déjà-vu. We waren slechts 8 dagen verder, maar wat een verschil! We wisten precies waar we een taxi zouden nemen, hoeveel we voor die taxi zouden betalen en waar hij precies heen moest rijden: King Adbullah Mosque. De eerste dag waren we wat onwennig een prijsonderhandeling gestart met de eerste de beste taxi die voor het hotel stond. We wilden naar de buurt van het Romeinse theater toen, zonder echt te weten wat er daar overigens nog te doen was of te beleven viel.
Vandaag wisten we precies wat we zouden doen na het moskeebezoek. We wisten hoe we ons zouden verplaatsen, welke buurten we zouden bezoeken en hoeveel tijd we er zouden doorbrengen. Het klinkt allemaal misschien wat krampachtig en hopeloos kapotgepland, maar we moesten de rest van de dag in de stad kunnen vullen. Rond 0u30 zouden we aan ons hotel opgepikt worden door iemand van het reisagentschap, die ons naar de luchthaven zou voeren. Het was 12u, en we hadden dus 12,5u voor de boeg zonder ‘thuisbasis’.

To the mosque! Where you pray! To Allah! With the blue dome! Like the sky!

Ander verschil met de eerste dag: ik had mij deze keer wél ingesmeerd met zonnecrème. De eerste dag was ik het glad vergeten. Waarom ik u dit volstrekt oninteressant en schaamtelijk feit mededeel weet ik zelf niet. Anyway, met relatief veel zelfvertrouwen liepen we langs één van de grote boulevards van Amman, ergens tussen de Seventh en Eighth Circle. Al snel stopte er een taxi. Ik keek door het open raam naar binnen, en mijn blik werd beantwoord door de olijke ogen van een kleine, kale taxichauffeur. De man zag er doodbraaf en betrouwbaar uit, maar desondanks informeerde ik of hij wel met een meter werkte. Hij bevestigde met een gebaar richting een rechthoekig apparaat achter de pook.
Het was pas toen we allebei op de achterbank zaten, dat we tot de vaststelling kwamen dat de man alleen Arabisch sprak. Zijn talenkennis was zo zwak dat hij zelfs geen eigennamen meer begreep van zodra ze in de context van een niet-Arabische taal waren geplaatst. Dus toen ik hem vroeg ons naar de King Abdullah Mosque te brengen, begreep hij ons niet. Voor de duidelijkheid: de moskee in kwestie is de grootste van de stad en van het land. De betekenis van het gebedsgebouw voor de stad is te vergelijken met die van de Notre Dame voor Parijs.
Griet was die dag wat minder geduldig dan normaal: terwijl ik die nacht mijn buikbacterie definitief had verslagen, had zij er zelf één opgelopen. Al gauw ontspon zich tussen haar en de chauffeur een conversatie van de soort die Italianen en Spanjaarden er ook wel eens plegen te hebben. Doe de test: probeer eens de weg te vragen aan een Italiaan. Hij of zij zal hoogstwaarschijnlijk enkel Italiaans spreken en ondanks het feit dat jij er geen iota van begrijpt, zal hij ervan overtuigd zijn dat als hij Italiaans blíjft spreken, je het vanaf een bepaald punt wel zal beginnen snappen.
Griet bleef dus pogingen ondernemen om de man in het Engels uit te leggen wat en waar de moskee was, en ze werd daarbij vlot van antwoord bediend door de chauffeur in het Arabisch. Ik vond het wel grappig hoe ver ze daarbij ging:
Griet: “The mosque!!”
Chauffeur: “(Arabische tekens)”
Griet: “Where you pray!”
Chauffeur: “(Arabische tekens)”
Griet: “Where you pray! To Allah!!”
Chauffeur: “Allah?”  Dat had hij blijkbaar wel begrepen. Vermoedelijk dacht hij dat we naar Allah wilden en dus gewoon een totaal verknipt Westers stel waren.
Griet: “Yes, to Allah. In the mosque. The big one, with the blue dome!”
Chauffeur: “(Arabische tekens)”
Griet: “The blue dome! Blue! Like the sky!”
“Ik denk dat je hem totaal in verwarring brengt”, zei ik ten slotte terwijl ik voor de dertigste keer door de Lonely Planet bladerde, er heilig van overtuigd dat er ergens een foto in stond van de moskee. Het Eurekamoment bleef te lang uit, dus duwde ik de man mijn reisgids onder de neus, opengeslagen op een bladzijde met een klein plannetje van de stad. Ik wees hem op het kaartje het cijfer 11 aan, wat verwees naar de moskee.
“Eleven!”, zei ik hem, waarbij ik mijn wijsvinger bijna door het papier drukte alsof ik zo nóg wat duidelijker kon wijzen. Hij zei enkele dingen in het Arabisch waar ik helemaal niks kon uit opmaken en gaf toen de reisgids terug. Hij bleef praten terwijl hij gas gaf en vertrok, en tussendoor lachte hij in zijn achteruitkijkspiegel, alsof hij net een mop had getapt. Ik glimlachte even en leunde daarna achterover om de wind die door het open raam kwam door mijn haar te laten blazen.
“Nu zal hij het wel begrepen hebben”, zei ik tegen Griet. “Ik zou niet weten hoe ik het duidelijker kan uitleggen dan het hem te tonen op een kaart”.
Zoals gewoonlijk was het was de optimist in mij die sprak, want eigenlijk wist ik zelf ongeveer in welke richting ik de moskee moest situeren, en dat was niet de richting waarin we aan het rijden waren. Mijn vrees werd waarheid toen we ‘ergens’ stopten aan de kant van de straat. Er was niks bijzonders in de buurt te zien, en al zeker geen moskee.
Opnieuw brak er een strijd los tussen Engels en Arabisch, Griet vs chauffeur. Hoe langer het duurde, hoe bitsiger Griet uit de hoek kwam, gedreven door frustratie. Natúúrlijk vonden we die man een idioot omdat hij geen Engels sprak en geen kaart kon lezen. Maar anderzijds dacht hij waarschijnlijk hetzelfde van ons. Ikzelf raakte ook steeds meer gefrustreerd, maar dan omdat ik nog steeds de foto van de moskee niet kon terugvinden in de Lonely Planet.
Maar dan kwam het eurekamoment er toch: iets donkerblauws op één van de pagina’s. Het was een foto van de blauwe koepel van de moskee. Ik liet de chauffeur de afbeelding zien. Er verscheen een blik van herkenning op zijn gezicht en hij begon sneltreinarabisch te praten en te lachen. Ik begreep er geen snars van, maar vermoedelijk zei hij iets in de aard van:
“Aaaaaah! De moskeeeeee!? Maar dat spreek je normaalgezien zó uit: (een verzameling keelklanken alsof er zojuist een mot zich achter zijn huig had verstopt). Hoor je? Zó: (het zou ook kunnen dat hij gewoon fluimen aan het ophalen was, wie zal het zeggen). “Man, jullie westerlingen zijn echt wel oliedom. Hier, geniet nog wat verder van de prachtige hektische religieuze liederen die ik de godganse dag in mijn taxi draai.”
Hij draaide de volumeknop verder open en vertrok in de tegengestelde richting.

De moskee

We belandden uiteindelijk niet in de moskee, maar onder een boom in een rustig park, omgeven door een residentiële woonwijk. De moskee bleek nog een uur gesloten te zijn, dus hadden we toevlucht gezocht in het park, weg van de drukte, om er een uurtje niks te doen behalve lezen. In elk park lopen er wel een paar weirdo’s rond die smeken om je aandacht, en bij ons kwam de eerste kwam al na vijf minuten: iemand die één of ander snoepgoed verkocht en die continu al blazend met zijn lippen langs een plastieken panfluitje ging terwijl hij door het park slenterde. Hij bleef bijzonder lang voor ons staan, in de waan dat we, nadat hij een derde keer op zijn irritante fluitje had geblazen, meer geneigd zouden zijn wat van zijn vreemd spul te kopen.

Na een uur onderbraken we onze siësta om een nieuwe poging te ondernemen de moskee te bezoeken.  Toen we door het hek van de toeristeningang liepen werden we door twee bewakers opgewacht. Om verder te mogen moest Griet letterlijk in een nieuw kleedje gestoken worden. Ik moest helemaal niks, behalve 8 JD ophoesten voor ons beiden.
Griet kwam terug in een zwart kleed mét kap, als een personage uit een welbepaalde reeks onozele thrillers waarin een idioot met een mes een bende nog idiotere tieners op de hielen zit.

De deur van de gebedsruimte kraakte toen we die blootsvoets openduwden. De ruimte achter de deur was rond en halfduister. In het midden op de met tapijten bedekte vloer waren enkele mannen aan het bidden. Ze zaten op hun knieën en lieten herhaaldelijk hun voorhoofd de grond kussen. Eén van hen had zijn GSM en pakje sigaretten netjes naast zich neergelegd.
Ik had wat schroom om ver de moskee in te lopen, dus bleef ik in de achterste halve cirkel, dicht bij de muur, en nam van daaruit enkele foto’s.

Plan A

Na de moskee keerden we terug naar ons plekje in het park, waar we bezoek kregen van weirdo nummer twee. Deze liep minstens een uur lang voor onze neus te ijsberen terwijl hij geregeld nerveus op zijn horloge keek. Twee keer viel hij ons lastig: de eerste keer om te vragen hoe laat het was (als zijn horloge kapot was weet ik niet waarom hij er daarna voortdurend op zat te kijken), en een tweede keer om mij te waarschuwen voor de brandende zon, en dat ik er goed aan zou doen iets op mijn hoofd te zetten.
Na een lange siësta stippelden we ons verdere programma in Amman uit. We zouden de heuvel afdalen en de volgende beklimmen, Jebel Amman genaamd, omdat daar een bioscoop te vinden was en enkele interessante cafés.

De hitte, de helling, het getoeter van de taxi’s die ons wilden meenemen, het commentaar van de locals….  Je kon maar beter je verstand op nul zetten als je al wandelend door Amman geen punthoofd wilde krijgen. Bovendien zou ik op die manier nog voldoende bufferruimte over hebben om de volgende tegenslag te incasseren: het ontbreken van de bewuste bioscoop. Die had plaats moeten ruimen voor het ministerie van financiën. Tot overmaat van ramp bleef ik ook in mijn zoektocht naar een geschikte postkaart voor Linn succesloos (ik ben niet snel content).

Plan B

Tijd voor Plan B: Abdoun Circle, met zijn fancy bars, restaurants en bioscoop. Een taxi met airco gooide ons pal op de circle eruit en we wisten niet waar we eerst moesten gaan. Het aanbod was overweldigend. Daarbovenop kreeg Griet een sms dat de Belgische beloften het tot in de halve finale van het olympisch toernooi hadden geschopt. Taxi met airco, uitrusten, veel cafés en schitterend sportnieuws: het zorgde ervoor dat mijn frustratiebuffer weer aangroeide. Ik kon weer tegen een stootje.
Dat stootje kwam al gauw: de bioscoop op Abdoun Circle bleek ook niet meer te bestaan. Daarbij was er geen enkele “normale” bar te vinden met een “normaal” terras waar je “normale” dingen kunt krijgen, geserveerd door “normale” obers. Self-service koffiehuizen, exotische coctailbars, een Subway, een Pizzahut, een gesloten Irish pub, een chique tavernetoestand, en een ijssalon. Dat was de keuze.
Weinig later zat ik op het terras van het ijssalon met een bol citroen en een bol mango, en Griet met een flesje water en een hoop ergernis omtrent de toestand van haar innerlijke mens.

Plan B bis

De laatste kaart die we konden uitspelen – plan B bis – heette Blue Fig bar, die in de Lonely Planet lovend werd omschreven. Blue Fig lag op het eind van de straat, een straat die verdacht veel weg had van de E40, geflankeerd door een smal trottoir. Aan de zijstraten (of beter: ‘afritten’) waren geen zebrapaden, dus moesten we die telkens al rennend oversteken terwijl auto’s aan hoge snelheid aanstalten maakten de afrit in te slaan. Mijn buffer smolt als sneeuw voor de zon.
Blue Fig kwam net op tijd en was perfect (op één ding na). De inrichting was modern met veel hout, veel licht, een wijnkleurige tegelvloer in natuursteen en een portier die ons vriendelijk begroette. Achteraan was er een gezellig terras, omsloten door planten en beschut tegen de zon door enkele grote houten parasols. Het personeel bestond enkel uit mannen en telde meer hoofden dan het volk dat de terrasstoelen bezet hield (een 10-tal mensen, hoofdzakelijk meisjes). Uit speakers die ik niet kon zien klonk loungemuziek. Er werd gerookt en er werden alcoholische dranken gedronken. We waren duidelijk in een progressief nest beland. Perfect (op één ding na).
Eén van de 59 obers bracht ons een design-esque kaart, die warempel een aparte pagina had voor de bieren, gerangschikt volgens land. Behalve….. je hoort mij al komen……. België. Toch niet zo perfect dus. Een bierkaart met een relatief ruim assortiment aan bieren uit verscheidene landen, maar niet uit België, dat moet ongeveer hetzelfde zijn als een wijnkaart met wijnen uit Italië, Spanje, Zuid-Afrika, Chili, de VS en Australië maar niet uit Frankrijk.
Bier uit Nederland (for God’s sake), Ierland, Duitsland, Denemarken, de VS, Mexico, Australië en Frankrijk: een schande. Meer zal ik er niet over zeggen.

Ik bestelde een halve liter Amstel. En PAF! Geef toen: die had je ook niet zien aankomen he? De Amstelval was al dichtgeslagen en ik had hem niet eens zien aankomen. Dorst, een lege frustratiebuffer, een voordelige prijs, en het idee “dat bier bier is”: a lethal combination. Na 4 slokken zat ik me dood te ergeren aan het gele hopmengsel en aan mezelf, en bovendien zat er niet genoeg alcohol in het spul om de leeglopende buffer aan te vullen.

De grootste grap kwam toen ik ober nummer 23 vroeg of hij op het Lonely Planet-kaartje (wat een product placement de hele tijd!) een bioscoop kon aanduiden behalve die twee die we eerder die middag hadden proberen te vinden. Ik had duidelijk niet de strafste geest van het etablissement vastgestekt want na 5 minuten stond hij nog steeds grijnzend met zijn wijsvinger over het kaartje te schuiven.
“Here!”, zei hij tenslotte, de vinger pal op het ministerie van financiën.
-“We’ve already been there, and it’s gone!”, zuchtte ik.
De man vroeg versterking aan enkele van zijn werkloze collega’s en binnen de kortste keren stonden vier obers rond de Lonely Planet verzameld. Eén van hen had een balpen en was druk bezig met wat verdacht veel leek op het tekenen van een route op het kaartje. Ik hoopte dat het personeel van de stadsbibliotheek vergevingsgezind zou zijn.
Toen ze na hun beraadslaging ons het kaartje toonden bleken het gelukkig enkel kruisjes te zijn: ééntje nog maar eens bij het ministerie van financiën, ééntje op Abdoun Circle (zucht), en ééntje in de City Mall, dicht bij ons hotel.
“They play movies in the original version there?”, vroeg ik. De obers knikten enthousiast. “Sure! Yes! American!”
Ze waren zo behulpzaam dat ik even overwoog hen op te dragen een sectie Belgische bieren op te nemen in hun drankenaanbod maar ik zag er uiteindelijk van af.

The mall

Een ontsnapte gek die een taxi had weten te stelen racete ons naar de City Mall. Met hartkloppingen en een piekend adrenalinegehalte stapten we uit de taxi en keken op naar een kolossaal rechthoekig gebouw met een oprit en portaal als dat van een vijfsterrenhotel. Aan de ingang werden we gescand op metalen voorwerpen. De detector ging crescendo, maar de bewaakster liet ons toch door.
Het was een shoppingcenter zoals we er in Brugge alleen maar van zouden kunnen dromen. Glinsterende tegels, marmer, glas, staal, roltrappen, muziek, veel mensen, 4 of 5 verdiepingen, cafés, restaurants, een bioscoop en schoonmakers met gevoel voor humor.
De bioscoop bevond zich op de kelderverdieping. We kochten een kaartje voor The Black Knight (5 JD, oftewel 5€) en vulden de twee uur die ons nog restten voor het begin van de film met het afhaspelen van elke verdieping, waarna we nog een uur in de Pizza Hut doorbrachten (in een shopping center moet je ook geen ander soort eetgelegenheden verwachten). Het leek in alle opzichten op de Westerse wereld, behalve dan dat de meisjes die naast ons voor de Burger King hamburgers zaten te eten en hun laatste aankopen aan het showen waren, een hoofddoek droegen.
“Mooi shopping center”, zei ik tegen Griet. “Alleen jammer dat er zoveel allochtonen zijn.”

De film begon 20 minuten te laat in een zaal die afgeladen vol zat. Links van ons zat een man met zijn twee kinderen. Ze waren ongeveer vijf jaar oud, dus kon je je afvragen of de vader voor de kinderen naar die film kwam kijken, of dat de kinderen eigenlijk mee moesten met de vader. Achter de schermen stond de draaiknop van de airconditioning helemaal naar rechts gedraaid, in de donkerblauwe zone. Een ijzige wind sneed door de stoelen, maar gelukkig had ik in die week Jordanië een overtollige restwarmte opgeslagen waar ik nog lang mee zoet zou zijn. En tijdens de film stond het geluid zo hard dat ik het grootste deel van de tijd Griets klapperende tanden niet kon horen.

One last taxi

Is dit het moment om te schrijven wat ik van de film vond? (Neen!) Goed dan. 2,5 uur later stonden we weer in de warmte van Amman, maar niettemin kon ik de huiveringen die door mijn lijf gingen amper onderdrukken. Een combinatie van hardcore airconditioning, en spanning voor het vertrek dat nu wel heel dichtbij gekomen was. We zouden terugkeren naar het hotel en daar nog een uur of twee in de lobby doorbrengen tot omstreeks 0u30 de man van ons reisagentschap zou komen opdagen om ons naar de luchthaven te voeren.
Via een voetgangersbrug staken we de drukke weg over om een taxi aan te houden. Na een halve minuut hadden we al beet. Ik toonde de chauffeur een visitekaartje van ons hotel en vroeg “how much?”, in de hoop dat hij naar zijn meter zou wijzen.
“5 JD!”
-“5?? What about the metre?”
-“Metre does not work. It’s too late in the evening.”
-“Ok, I’ll just find another taxi.”
-“There is not any taxi with a metre at this time in the evening.”
-“We’ll see.”

Toen ik mijn aandacht weer op de autostroom vestigde die onze richting uit kwam, vertrok de taxi opnieuw . Een tweede kandidaat stopte en ik toonde weer het visitekaartje.
“5 JD!”
-“But the hotel is right there, we can practically see it!”, zei Griet, die er was komen bijstaan.
-“I’m sorry.”
We lieten hem voor wat hij was en maakten aanstalten om een andere taxi tegen te houden. De man vertrok, maar vanuit mijn ooghoek zag ik hem plots stoppen en terugkeren. Ik stak mijn hoofd opnieuw door het raam.
“Actually, your hotel is on my route. I can drop you off.”
-“For how much then?”, vroeg ik hem argwanend.
-“What have you got?”
-“Ehm…… 1 JD?”
_”Ok”

Toen we 5 minuten later voor het hotel stopten gaven we de chauffeur uit dankbaarheid een riante fooi bovenop zijn ene dinar. Waarschijnlijk zou hij ons zelfs voor 10 cent hebben meegenomen want voor hem maakte het niet uit gezien hij toch deze richting uit moest. Het was eerder een vriendelijke lift dan een taxirit.

Eclips

In de lobby kocht ik in extremis een postkaartje voor Linn en na een half uur gewacht te hebben in de zachte sofa, kwam een jonge kerel op ons toegelopen.
“To the airport?”, vroeg hij.
-“Yes”
-“Can we leave now?”. Zijn ogen verraadden nervositeit. Het was amper 23u.
We gooiden onze rugzakken in de koffer van een uiterst kleine Hyundai. Onze chauffeur gooide de pook in de eerste van slechts 4 versnellingen en vertrok op wat een vinnige rit naar de luchthaven zou worden. Hij was duidelijk gehaast.
Blijkbaar was er een misverstand geweest in zijn communicatie met Nasser, want hij had begrepen dat hij ons om 21u moest komen ophalen, en niet om 0u30. Daarom was hij eerst wat pissig omdat wij eerst niet op de afspraak geweest waren. Toen het misverstand uitgeklaard was veranderde hij in zijn Jordaanse zelf en verscheen er een brede grijns op zijn gezicht.
“Did you like Jordan?”
“Yes!”

Op de weg van Amman naar de luchthaven werden we uitgewuifd door grote billboards met teksten als “Thanks for you visit” en “Hope to welcome you soon again!”
En passant wees Griet op de maan, die volledig verscholen ging achter de schaduw van de Aarde. In het kamp in Wadi Rum hadden ze waarschijnlijk op dat moment de lichten gedoofd en zat iedereen te staren naar een weergaloze sterrenhemel.

That’s all folks!

7 Reacties

  1. 🙂🙂🙂 !!! Volgend jaar weer?🙂

  2. Linn was zeer tevreden met het zorgvuldig uitgekozen kaartje. Bedankt voor de moeite.🙂

  3. @Linn: graag gedaan😉

  4. Oei, Maarten ziet een jaarlijkse reis niet zitten?!😮

  5. Pfoe, dan neem ik de volgende op de lijst!

  6. Huh? moet ik daar nu al antwoord op geven? Alles op zijn tijd he!😉.

  7. ’t Leven is vo de rappe😉
    Vond het gewoon raar dat je er niet op reageerde, en op de rest wel. Nu, afleidend uit het verslag mogen we besluiten dat het een fantastische reis was é.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: