Roadtrip USA, dag II: Run to the hills

Dag 1 in het hopeloos failliete Californië dat desalniettemin in één ding geïnteresseerd is: de uitvaartplechtigheid voor Michael Jackson. Het dwong ons tot een verandering van reisroute: downtown L.A. links laten liggen en een meer noordelijke highway uitkiezen. Die bracht ons na een trip door een waas van smog, in het woestijnlijke Palms Springs, na een rit van twee uur. We reden bij het binnenrijden van dit stadje voorbij het tourist information center en besloten hier een eerste keer te stoppen, in de hoop een plattegrond op te scharrelen. Toen we uitstapten sloeg de woestijnwarmte ons in het gezicht met een zware mokerhamer. Vreemd: in de woestijn is het niet zozeer de zon die warmte geeft, de warmte komt evenzeer uit de grond. De twee tesamen zorgen voor een echt bakoveneffect waar zelfs de schaduw niet aan ontsnapt. Een plattegrond hadden ze er wel, en daarmee reden we verder naar ons motel waar ze ons vertelden dat we nog niet konden inchecken. Ons programma voor die dag bestond erin dat we de gloeiend hete woestijnbodem zouden ontvluchten en toevlucht zouden zoeken in de bergen die aan Palm Springs grenzen. Die bergen bereik je het beste door middel van de Aerial Tramway, in mijn streek beter bekend onder de naam “telefriek”, en in meer beschaafde delen van het land onder de naam “kabelbaan” of misschien zelfs “gondelbaan”. Anyways, om die kabelbaan te bereiken moest je aan de tourist information rechts afslaan (wat we ook gezien hadden toen we er de eerste keer passeerden), dus konden we weer wat tijd vullen met de volstrekt nutteloze terugrit na de volstrekt nutteloze heenrit naar ons hotel.

Rond kwart na 1 kwamen we aan in het dalstation (laat ons het maar zo noemen). De gondel bracht ons naar  enkele duizenden feet, vraag me niet hoeveel want ik weet het al niet meer. Ik heb geen verstand van die Amerikaanse eenheden. De lucht rook er naar sparren en het was er ook aangenaam koel en groen. Eekhoorntjes kwamen er praktisch aan je enkels snuffelen en hagedissen bevolkten de zongewarmde rotsblokken. De tuin van Eden zal er niet erg verschillend uitgezien hebben; op de appelboom na. We maakten er een kleine fijne wandeltocht met prachtige uitzichten op de zonovergoten woestijn en de stad.

In de latere namiddag keerden we terug naar ons hotel in Palms Springs, beter bekend als het Benidorm van Californië. Of er veel zestigplussers toeven weet ik niet echt want het is hier niet bepaald het toeristisch hoogseizoen, getuige de vele gesloten eetgelegenheden, maar het is wel een shop- en horecawalhalla. Daarna is het ook een enorme waterslokop. Zeg nu zelf: een stad in de woestijn die volgeplant staat met palmbomen, waar achter elke straathoek een nieuw golfterrein roept, en waar er her en der zwembaden worden bijgetankt.

Over zwembaden gesproken: ons motel had er ook één en daar kon je ons de rest van de dag vinden. Zei ik zwembad? Ik bedoelde eigenlijk bubbelbad. Openlucht, jazeker. Mét uitzicht op de bergen ja. En praktisch privé want er was slechts één andere familie aanwezig.

Later op de avond, daarnet dus, hebben we Mexicaans gegeten op een terras dat verkoeld werd door waterverstuivers. Logisch. Verstandig. Het is als een clochard die op krediet elke avond in de Hilton gaat slapen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Program voor morgen: Joshua Tree National Park. Nooit van gehoord? Dan bent u beslist geen U2-fan (ennnnnn googlen maar!). Daarna rijden we naar Phoenix, Arizona voor onze volgende overnachting. Tot daar!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: