Stop To Run

Start to run moest eigenlijk al lang achter de rug zijn voor mij, maar vorige week heb ik het voor de tweede keer moeten stopzetten, op zeven lessen van het glorieuze einde. De eerste pauze had ik 3 weken geleden ingelast wegens pijn aan de linkerknie. Toen ik na twee weken opnieuw een les of twee had afgewerkt was van kniepijn weinig te merken: alle aandacht werd opgeslorpt door de nog veel ergere pijn aan mijn linkerscheenbeen, linkerenkel en linkerkuit (let op: lees hier tussen de lijnen! (ik bedoel dus dat ik óók kniepijn had)).

Na een week zonder sport werd ik ambetant, dus heb ik de koersfiets opnieuw te hand genomen om de overtollige energie uit mijn lijf te rijden. Helaas, het mocht niet zijn: ik was deze middag nog maar net vertrokken of ik kon vooraan al niet meer schakelen. Ik heb mijn vederlicht ros dan maar bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker achtergelaten. Diagnose: trapas zit los; moet uit elkaar gehaald worden; achterwiel heeft dringend behoefte aan een nieuwe band.

Thuisgekomen heb ik uit pure miserie opnieuw de loopschoenen aangetrokken om een half uurtje te gaan rennen. Maar Evi heb ik voor de gelegenheid thuis gelaten. Ze heeft het een beetje verkorven bij mij. Beginnende lopers, opgelet!: in het begin gaat de opbouw heel geleidelijk, maar op een bepaald moment worden de grenzen echt wel verlegd. En met “verlegd” bedoel ik “verder dan de horizonlijn”. Vorige week hervatte ik bijvoorbeeld met een les waarin ik 5, 6, 7 en tenslotte 8 minuten moest lopen. De volgende les: 4 keer 8 minuten (!!). Op het einde van die les, toen ik druk in de weer was het vuur in mijn linkerbeen te blussen, gaf Evi nog mee dat ik in de volgende les 8, 8, 8 en 12 minuten (!!) zou lopen. Dus: drie keer 8 minuten en een Coopertest als dessert.
En dus gingen de loopschoenen weer in de kast, en tot op vandaag wacht ik tot ik fysiek in staat ben de volgende les aan te vatten.
Vandaag dus een loopje gedaan zonder Evi, met mijn eigen muziek (The Private Press van DJ Shadow), en dat ging vrij goed. De pijn in het linkerbeen was draaglijk en kwam alleen opzetten ná het lopen. In mijn rechterbeen zit er nu wel ook een zweempje van scheenbeenpijn, maar het valt allemaal wel mee.

Stuk-de-mulle

“Het zal me leren de fietsterrorist uit te hangen”, denkt het deel van mijn verstand dat doorgaans een aureooltje boven het hoofd heeft hangen.
“Waw, ik ben een held!”, denkt het deel dat te last heeft van een overdosis zelfvertrouwen.
“Het was zíjn schuld, ik kon er niks aan doen”, denkt het deel dat veelal eens mijn gezond verstand komt lastigvallen.
“Het was zijn, schuld maar ook een beetje mijn eigen schuld”, denk mijn gezond verstand dan weer.

Na 8 jaar ben ik nog eens met de fiets op mijn bek gegaan. En als ik een manier had moeten kiezen waarop dat zou moeten gebeuren, dan was het wel deze geweest: een ongeval waarbij je in je recht bent. Omstaanders blijven staan, vrouwen houden een hand voor hun mond en schijnen zich zorgen te maken om mijn fysieke averij, mensen maken aanstalten mij te helpen maar keren op hun stappen terug wanneer ze zien dat ik al vrij snel weer recht krabbel. Als je als jongere spontaan op je bek gaat omdat je nu eenmaal niet met een fiets kan rijden, dan is dat een afgang. Als je op je bek gaat als gevolg van je eigen roekeloosheid, dan is het ook een afgang. Maar niet als je er niks aan kon doen.

Het was een klassiek ongeval. Ik rijd door de Vlamingstraat en ter hoogte van de Stadschouwburg nader ik 2 wagens die quasi stilstaan. Ik wil de eerste wagen voorbijsteken, wanneer die plots hetzelfde wil doen. De wagen houdt in en laat mij voor. Ik steek de tweede wagen voorbij, maar plots slaat die linksaf. Ik kan niet meer stoppen, gooi mijn remmen dicht, mijn achterwiel komt van de grond, ik probeer met mijn voeten op de grond mij tot stilstand te brengen, maar het is te laat. Ik maak een niet onzacht contact met de zijkant van de wagen en ga tegen de grond, waarna ik mijn fiets half op me krijg.

De bestuurder, een zestiger, komt verschrikt kijken of ik geen noemenswaardige kwetsuren heb opgelopen. “Sorry meneer, ik weet mijn weg hier niet zo goed en….” Plots zag hij het nieuw aangelegde fietspad dat in de tegengestelde richting liep. “O, u reed waarschijnlijk op het fietspad!”
“Neenee, ik stak u gewoon voorbij.”
“Je bent nogal geschrokken waarschijnlijk.”
“Nogal.”

Ik besloot maar niet te zeggen dat ik nogal snel aan het rijden was en dat ik gewoonlijk voorbijsteek zonder echt na te denken. Bovendien was mijn halve aandacht bij de andere wagen, die eigenlijk voor mij wilde voorbijsteken waardoor ik het manoevre van de eerste wagen een fractie te laat had opgemerkt. Stel dat ik niet had voorbijgestoken, dan had die tweede wagen het gedaan, en was er sprake van een “echt” ongeval. (Goed he van mij!).

Ik zette het voorlicht recht, controleerde de ketting van de fiets, de pekkel, de remmen, de spatborden en alles bleek intact te zijn. Gelukkig maar, want het was de fiets van mijn pa. Mijn eigen fiets is er wat erger aan toe, zoals de trouwe lezer wel weet.
Ik controleerde ook even of mijn gsm nog heel was, want die zat in mijn zak op dat moment. Wat vuil aan de elleboog, een schrammetje op mijn handpalm, en dat was alles.

Ik schudde de geschrokken automobilist de hand en wenste hem nog een prettige dag. Nu zit ik achter mijn laptop te typen terwijl mijn elleboog wat dik begint te worden en beweging doet lichtjes pijn. Er hangt een beetje bloed aan mijn geschaafde knie die ik eerst niet had opgemerkt. Nuja, medische kosten zullen er wel niet aan verbonden zijn.

Nu wordt het een beetje freaky: de vorige keer dat ik met mijn fiets een stuk-de-mulle maakte was in 2000 (ja, dat herinner ik me nog heel goed!). Maar vandaag was dit eigenlijk het tweede incident met de fiets. Deze morgen, toen ik met mijn koersfiets onderweg was, was het ook bijna van dat. Ik weet niet hoe ik me toen heb kunnen rechthouden, maar ik weet wel dat als ik toen gevallen was, ze de 100 hadden mogen bellen. Ik maakte een scherpe bocht om de brug over de Stinker & de Blinker (het Leopolds- en Schipdonkkanaal) op te rijden, en mijn snelheid was hoger dan anders. Midden in de bocht maakt mijn pedaal contact met de grond en maakt mijn achterwiel enkele bruuske zwiepen waarbij ik wonder boven wonder rechtop kon blijven. Eigen schuld, want ik had een belangrijke regel gebroken: hou in de bocht altijd de pedaal aan de binnenkant van de bocht omhoog. Ik ging minstens 30 per uur op dat moment, dus ik dankte het lot dat deze beker aan mij voorbij ging. De afrekening kwam dus deze namiddag. Alsnog.

Gerechtigheid?

Fietsen vs Joggen: wat is beter?

Ik doe het ondertussen elke dag sinds ruim 2,5 weken. Van hier naar Sluis en terug. Dat is pakweg 28 km, steeds rechtdoor langs de Damse Vaart. Ik ben nu pas terug thuis, zo lam als wat, maar toch tevreden want het gemiddelde lag om 30,2 km/u terwijl het gisteren 30,1 was. Jammer dat Evy Gruyaert hier geen podcasts voor maakt. Maar lopen is nu eenmaal niet aan mij besteed om tal van redenen. Omdat ik geen eer wil afdoen aan de favoriete hobby van al die duizenden joggers ga ik enkel zeggen waarom ik per fiets aan mijn conditie werk, liever dan te voet.
Voordelen:
– Je houdt het langer uit
– Je gaat sneller
– Je ziet meer
– Je krijgt geen last van je knieën
– In groep heb je tenminste de adem om met mekaar te praten
– Tegenwind zorgt voor verkoeling, rugwind voor snelheid
– Geen voordurende schokken van je voeten die in contact komen met de grond
– Je wordt er bruin van (dat is geen reden om te gaan koersen, maar je merkt het zelf achteraf wel. Ik ben geen strandjeannet ;))
– Je zit op een koersfiets en om één of andere reden zien die er altijd veel beter uit dan gewone fietsen, die de naam “Magneet” of “Locomotief” moeten torsen.

Het heeft natuurlijk ook nadelen:
– Je moet jezelf in zo’n apenpakje wringen en dat ziet er heel belachelijk uit tot op het moment dat je op je fiets zit. Dat is het moment dat je een “coureur” wordt en die hebben het recht dat te dragen. Als ik daarmee door Brugge zou lopen dan zou iedereen me uitlachen van “hey, zie die daar eens met zijn spannend broekske!”. Als ik op mijn koersfiets door Brugge zou dokkeren zou niemand een opmerking maken. Ah, nee: dan ben ik een coureur en voor hen is dat normaal :).
– Een fiets kost al veel geld (maar dat valt nog redelijk mee. De mijne is ca. 750 euro)
– De uitrusting kost ook veel geld: truitje (65€), broek (65€),truitje met lange mouwen (75€), broek met lange broekspijpen (75€), schoenen (100€), klikpedalen als die niet standaard op de fiets inbegrepen zijn (100€), helm (50€), handschoentjes (20€). Hopelijk kun je nog ergens een drinkbus vinden, een zadeltasje en een sportieve zonnebril anders kun je die er ook nog bijrekenen. We gaan het nog niet over een kilometerteller en hartslagmeter hebben. Lopen kost daarentegen niks. Nu ik er even bij stil sta: dat is wel een sterk argument tegen het koersen en voor het lopen.
– Je wordt uitgescholden voor wielerterrorist als je het waagt meer dan één keer je fietsbel te laten klinken.
– Zadelpijn in het begin
– Ketting onderhouden is zwaar werk

Tijd voor een geïmproviseerde spaghetti nu.

Koersfiets wassen

Mijn koersfiets was echt smerig. Mijn ketting was een draaiend stuk vet en zand. Ik illustreer het even met wat foto’s die ik nam voor ik eraan begon:

koersfiets voor koersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voor

Nadat ik hem eerst met een zeemvel en dreft had bewerkt bleef het lastigste karwei over: de ketting, tandwielen en trap-as. Ketting eraf gehaald, in een oude bidon gedeponeerd gevuld met water en dreft, minuutje geschud, ketting er weer uit en de vaststelling dat hij nog steeds even smerig was. En de bidon was natuurlijk onbruikbaar geworden.

Een dag lang heb ik me bezind over hoe ik die ketting zou proper krijgen. Ondertussen lag hij op een opengevouwen krant op het terras. Na een bezoek aan de fietsenmaker kwam ik thuis met een kettingontvetter. Je kent misschien die idiote reclamespots op televisie waarin ze een druppel afwasmiddel latenvallen in een vettige pan of zo waarna het vet als bij wonder “verdwijnt”. Dat is natuurlijk zever. Maar ik zweer het je, dat product dat ik toen in handen had, dat was echt heeeeeel krachtig. De fietsenmaker had me gezecht een paar schakels per keer een klein beetje te bespuiten (het was een spray) en daarna met een droge doek of een droge borstel te schrobben, opnieuw wat te spuiten, etc.
“Dus ik heb geen water nodig?”
-“Nee, geen water, dat helpt niks”.
Ok, ik zou dus een ontzettend vettig en smerig stuk metaal schoonmaken met een oud marcelleke en een spuitbus. Ik bespoot een paar schakels van de ketting en, o wonder, ik zag plots metaalkleur opduiken. Ja, in het echt is zo’n ketting dus niet zwart he! Het zwart verdween gewoon. Ik pakte dat marcelleke en begon schakel voor schakel het vuil weg te wrijven. Je moet begrijpen dat dat zand en die vuiligheid tussen die schakels zit he. En je kunt daar eigenlijk alleen met een tandenstoker bij. De spray ontvette en zorgde dat het vuil losliet, ik moest op één of andere manier het ervantussen krijgen. Oplossing: tandenborstel.

Ook de volgende dag heb ik op mijn knieën in het gras doorgebracht met mijn krantenpapier, marcelleke, tandenborstel, spuitbus en ketting. Maar het resultaat mag gezien worden! Achteraf heb ik met diezelfde spuitbus mijn tandwielen, etc. afgespoten.

Dit is de koersfiets ná:

koersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets na

Netjes he? Toen ik achteraf een uurtje ging rijden kreeg ik al direct complimenten te horen.