Ironie is….

Wanneer de goden je smeekbeden verhoren, en Calexico, je favoriete band, eindelijk naar het Cactusfestival komt in Brugge, je thuisstad; en jijzelf op dat moment aan het roadtrippen bent in Arizona, oftewel Calexicoland.

Have fun thuisblijvers. Niet te missen. http://www.humo.be/tws/muziek/17002/humo-presenteert-festivalitis-cactus-2009.html

Misheard Lyrics

Dit is zo grappig dat ik het eigenlijk allang moest gepost hebben. Vergeet niet mee te zingen.

Sean Paul – Temperature

Fall Out Boy – This ain’t a scene

Eindejaarslijstje deel 3

Wat vindt u het beste boek/toneelstuk/concert en wat de beste film/cd/website van 2008?

  • Beste boek: De Weg naar Mekka (Jan Leyers).
  • Beste toneel: ke nen der gin enkel gezien.
  • Beste concert: Madrugada in AB.
  • Beste film: No Country for Old Men
  • Beste cd: Madrugada – Madrugada. Eervolle vermelding voor Fleet Foxes van Fleet Foxes, Third van Portishead (ik vraag me af waarom alle Humo-journalisten die vergeten zijn in hun lijst), Carried to Dust van Calexico en For Emma, Forever Ago van Bon Iver.
  • Beste website: Ik vind de vernieuwde Last.fm heel geslaagd (je hoort het: ik ben fan).

Eindejaarslijstje deel 2

Wat vindt u het beste en wat het slechtste radio- en/of tv-programma van 2008?

Na die eerste vraag is de tweede zo banaal, nietwaar? Toch lees ik steeds de antwoorden in Humo en sla ik de eerste vraag over. Iedereen zegt toch altijd “crisis”.

  • Beste radio: Stubru in het algemeen, Music for Life en de Maxx in het bijzonder. Maar met stip op 1: Last.fm!
  • Slechtste radio: 4fm. Ik heb een hékel aan evergreens. En zeker die van Brian Adams en Céline Dion. Er komt weinig goeds uit Canada…
  • Beste tv: Top Gear, House MD, Lost (helemaal back on track), het WK Snooker, het EK voetbal op de Engelse tv, De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, de Tour.
  • Slechtste tv: reclame, Sarah, Piet Huysentruyt, de Lotto, voetbalcommentaar van Eddy Demarez, Gilles de Bilde in élk voetbalprogramma, Studio 1 met Frank Raes (voor cafépraat kan ik ook op café gaan).

De top-tien van Last.fm

Deze is wel leuk om eens over te bloggen: de last.fm top-tien. Niet dat ik niks anders heb om over te schrijven, keuze genoeg (het stokje van Elke, eindejaarslijstjes, de crisis, bigfoot, zonnewende, MNM, noem maar op), maar ik ben de laatste tijd een beetje lui. Schuld van de vakantie, die overigens zuurverdiend is.

Het is dus een lijstje. Voor elke band in je last.fm top-tien zeg je:

a) Welk van hun songs je het eerst gehoord hebt.
b) Door welk nummer je uiteindelijk bij deze band bent blijven “plakken”.
c) Welk nummer je voorlopige favoriet is.

Let’s do this.

1. Calexico (3477 plays)

a) Crystal Frontier
b) The Black Light
c) Crystal Frontier

2. Madrugada (1520 plays)

a) Hands up, I love you
b) Norwegian Hammerworks Corporation
c) Whatever happened to you?

3. Massive Attack (1279 plays)

a) Unfinished Sympathy
b) Angel
c) Angel

4. Radiohead (1261 plays)

a) Creep
b) Exit Music (for a film)
c) Street Spirit (Fade out)

5. Muse (1169 plays)

a) Newborn
b) Newborn
c) Newborn

6. Tool (1162 plays)

a) Schism
b) Parabola
c) Ticks & Leeches

7. Thievery Corporation (940 plays)

a) The Heart’s a Lonely Hunter
b) A Warning (Dub) (filmpje vanaf 0:30)
c) The Supreme Illusion (featuring Gunjan)

8. Sigur Rós (625 plays)

a) Hoppípolla
b) Svefn-g-englar
c) Untitled 8

9. Gotan Project (543 plays)

a) Queremos Paz
b) El Capitalismo Foraneo
c) El Capitalismo Foraneo

10. Tosca (512 plays)

a) Pearl In
b) Busenfreund (Philippe Lussan dub)
c) Busenfreund (Philippe Lussan dub)

Nee, dit is geen stokje. Maar het is uiteraard niet verboden het goeie voorbeeld te volgen.

Speelkameraadje

De Standaard Weekend, onverantwoord interessant, beweert de reclame.

Jaja, ongetwijfeld, maar De Morgen heeft wel een exclusief interview met Sigur Rós, en die geven er misschien 2 per jaar.

Het is een dubbelinterview met Jon Birgisson, de zanger, en Eva Vermandel, de Belgische fotografe die met hen op tournee is geweest en daar een naar verluidt prachtig fotoalbum van heeft gemaakt.

De journalist vraagt haar of ze bewust een hele kleine camera gebruikt, om zo wat onopvallender te zijn.
Eva’s antwoord:

“Ik gebruik altijd hele kleine, líeve toestellen. De Fuji die ik voor het Sigur-Rósboek heb gebruikt maakt een heel mooi geluid als je er mee afdrukt. Als een speelgoedcameraatje, bijna. Ik ben altijd heel intensief bezig met het effect van mijn camera’s op de mensen die ik fotografeer.”

Je moet een vrouw zijn om zo over je camera te spreken. De eerste keer las ik zelfs “speelkameraadje” in plaats van “speelgoedcameraatje”. Het speelkameraadje draagt toch mijn voorkeur weg…. Op het vlak van woordenschat dan.

Onopvallendheid en discretie zijn niet bepaald criteria geweest waarop ik een camera beoordeelde bij de aankoop ervan. Mannen zijn materiaalfreaks, en de camera is in soms belangrijker dan de foto’s die je ermee maakt. Geen mening, enkel een vaststelling.

Je kan dan vol jaloesie en bewondering staan staren naar iemand die met hét van hét aan het fotograferen is, terwijl enkel de foto’s die hij of zij neemt dat zouden mogen verdienen. Voor hetzelfde geld maakt hij/zij er absolute misbaksels mee. Hiermee een oproep tot alle fotografen, inclusief mezelf: overstijg eens je materiaal.

Mijn K10D (Pentax) is niet bepaald een speelgoedcameraatje en nog veel minder een speelkameraadje. Het is eerder een luidruchtige nonkel op het einde van een kerstfeest dat weer veel te lang geduurd heeft. Indiscreet, soms eens onbeschoft, irritant.

Ik herinner me deze foto:

Eerst vond de autofocus geen ankerpunt, dus draaide de ring door, en door, en door, en door. Heen, en terug, en heen, en terug, daarbij een geluid producerend dat mij, gehurkt in de hoek van de ruimte, ineen deed krimpen.
Een serene, muisstille zaal in het Museum voor Schone Kunsten, en dan opeens dat snerpend gezoem, 3 of 4 keer kort achter elkaar.

Toen het dan toch lukte te focussen kwam dat vreselijke shuttergeluid. De *KLAK*, alsof iemand een meetlat laat vallen.

Toen ik opkeek waren alle ogen op mij gericht. Genant.

Lotuk

Vorige week donderdagavond, Canvas, de DVD die bij het nieuwste album van Arsenal – Lotuk – hoorde wordt uitgezonden. Alle gastartiesten van op de plaat passeren de revue. Het geheel wordt een soort road-docu in de VS.

Heel interessant allemaal, maar wat mij het meest aansprak was de muziek. In de credits werd die aan Arsenal toegeschreven (o.a. wat ongereleased materiaal), maar het klónk helemaal niet als Arsenal. Op een gegeven moment, toen Kyuss-zanger John Garcia aan bod kwam, weerklonk er een soort bluesachtige country/woestijnrock.

Beste Arsenal-fans: check die dvd en weet mij aub te vertellen wat titel en uitvoerder zijn.

Please?

Zege Roos

“In the nick of time”, zo zou je het moment kunnen samenvatten waarop ik een ticket kon bemachtigen voor het concert van Sigur Rós, zondagavond in Vorst Nationaal. Een half uur voor aanvang van het voorprogramma liep ik namelijk nog steeds met lege handen te ijsberen voor de ingang.

Het was een risico natuurlijk, zo’n ticket kopen via ebay. Maar toen het voorstel mij zaterdag gedaan werd (“ga toch mee!” “Koop een ticket op ebay!”) wist ik er geen enkel argument tegenin te brengen. Ik dacht eigenlijk dat dergelijke tickets altijd voor honderden euro’s verpatst werden, maar blijkbaar is Sigur Rós net niet populair genoeg want ik kocht er één voor 50,-. Ik zou de verkoper ontmoeten aan de ingang en daar cash betalen. Heel eenvoudig en zo, maar toch genoeg om mij een treinrit lang zenuwachtig te houden.

Enfin, ik zat op tijd klaar om het volledige voorprogramma (For a minor reflection) te kunnen zien (en dat was niet onaardig). In gedachten deletete ik de draft van de blogpost waarin ik de Sigur Rós-gangers vol jaloezie direct aansprak.

U kent Sigur Rós? Scroll dan een alinea verder.
U kent Sigur Rós niet, of niet zo goed, blijf dan vooral lezen.

Sigur Rós (Zege Roos) is een Ijslandse “postrockband” die zichzelf een slow-motion rockband noemt. De groep telt vier koppen en wordt gekarakteriseerd door de hoge stem van de zanger enerzijds, en het bespelen van de elektrische gitaar met een strijkerstok anderzijds. De combinatie zorgt voor vele kippenvelmomenten, een algemeen gevoel van melancholie, een beetje tristesse, maar tegelijk ook vreugde en geluk.
De groep brak door met Agaetis Byrjun, volgens velen hun beste album.
Daarna kwam er een soort Kid A: ( ), een album zonder titel met 8 tracks die even titelloos zijn en als Untitled 1, 2, 3, 4, etc door het leven gaan. De eerste vier nummers (het eerste haakje) klinken nog ingetogen/optimistisch genoeg om een glimlach op je lippen te zetten. De laatste vier (het tweede haakje) zijn grilliger, kennen al eens een energie-opstoot en zijn in staat je met tranen in je ogen achter te laten. Ik ben een melancholicus, dus het tweede deel is mijn favoriete deel. 5 sterren van het eerste nummer tot het laatste (vooral het laatste. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar dit zou wel eens de beste muziek kunnen zijn die ik al in mijn leven heb gehoord). Alle nummers worden gezongen in het “Hopelandish”, een fictieve taal die voornamelijk door klinkers wordt gevormd. Hier zou je dus eventueel kunnen meewauwelen (gesteld dat je als man volledig vrij bent van testosteron). Aan het aantal woorden dat ik aan dit album intussen heb besteed kun je ook merken dat dit mijn favoriete werk is van Sigur Rós.
Takk… kwam uit in 2005 en is weer opgewekter. De miserie zet zich om in gelukzaligheid. Ook deze bevat nummers die waterlanders kunnen doen opborrelen, maar hier zal het eerder van geluk zijn, zoals in een bui van onverklaarbare softiness. Vooraan op de plaat vind je Glósóli, een nummer dat wedijvert met Untitled 8 om de hoogste eer, want minstens even goed. Glósóli is bovendien uitgerust met een videoclip die van die pracht is dat hij ook niet-liefhebbers van het genre kippenvel bezorgt. De clip vind je overigens onderaan deze post.
Dit jaar kwam Með suð í eyrum við spilum endalaust uit. In het Nederlands komt dat ongeveer neer op “met gezoem in de oren spelen wij eeuwig verder”.
Eeuwig verder, allemaal goed en wel, maar ik hoop dan wel dat ze in het vervolg andere vaatjes zullen aanboren om uit te tappen want op dit album klinkt Sigur Rós verdomd toegankelijk, lichtvoetig en vrolijk. Weg zwaarmoedigheid, weg melancholie, weg lange arrangementen, en – dit is bijna onvergeeflijk – weg strijkstok op de gitaar.
De drie singles die op Stubru uitgebreid airplay hebben gekregen: Gobbledigook, Inní mér syngur vitleysingur en Við spilum endalaust, zouden meezingers zijn als ze niet in het Ijslands waren. Deze vrolijke springnummertjes worden afgewisseld met piano- en strijkersballads. Festival, Ára bátur en Fljótavík zijn wel ok, maar kunnen zich niet rug aan rug plaatsen met bijna eender welk nummer uit vorige albums. Ik verkies nog altijd sfeer boven song. Songs hoor ik genoeg op de radio.

Het concert dan. Dat was goed, om niet te zeggen heel goed. Alleen…. het kon nog beter. Ik beklaag mij dat ik hen niet eerder heb leren kennen, want dan zou ik naar de Takk-tour gegaan zijn. Een optreden dat alleen nummers uit de eerste vier albums bevat…. dat moet schitterend klinken. De nummers uit het nieuwe album waren dus een beetje een noodzakelijk kwaad, ookal werd Gobbledigook aanstekelijk gebracht met veel percussie en bergen confetti. Hier zou het spreekwoord van de aap en de gouden ring toepasselijk zijn.
Andere let-down: geen Glósóli. Ongehoord! Ze zouden er wel tijd voor gehad hebben want een concert van anderhalf uur is nu ook niet zó lang.
Het positieve? Wel, al de rest natuurlijk. De rillingen die door de zaal gingen als de strijkstok over de gitaar ging en de huidharen die loodrecht kwamen te staan. De onverwachte passage van Untitled 6. De instrumentale jammsessie die in een vorig leven Haffsól heette. De baslijn van Ný Batterí die plots uit de troebele mist van schijnbaar willekeurige geluidseffecten opdook. En natuurlijk de bom: Untitled 8, traditioneel op het einde. De hele tribune schokte mee met het drumritme dat steeds sneller en sneller ging. Voor mij niks minder dan de zoveelste religieuze ervaring van de avond

De niet-fans raad ik aan Heima te bekijken, de film van hun tournee door Ijsland waarbij ze onooglijk kleine dorpjes in the middle of nowhere trakteerden op een gratis concert. Is het niet voor de muziek, dan wel voor de prachtige beelden. Eyecandy en earcandy tegelijk. Je vindt hem hier online.

En dan de afsluiter: misschien de mooiste videoclip ter wereld? Misschien de mooiste song ter wereld? Oordeel zelf maar. En graag veel reacties!

Sigur Rós – Glósóli

Ersatzpost

Well sh*te….. echt k*k. Ik heb vandaag en gisteren weer nieuwe muziek ontdekt, ik wil die graag met jullie delen, maar…  er is niks van te vinden op youtube. Betrekkelijk spijtige zaak is dat.

Een ersatzpostje dan maar. 2008 ligt bijna onder de zoden en dat is gewoonlijk het moment om eens terug te blikken welke singles ik dit jaar 5 sterren heb toebedeeld in iTunes. Als je iets begint moet je het ook afmaken. Dus vind ik dat ik ook voor dit jaar een bepaald nummer “het beste van dit jaar” moet gaan noemen.

De kanshebbers:

  1. Air Traffic – No more running away: heb ik al eens uit de doeken gedaan.
  2. Calexico – Two Silver Trees: heb ik al eens uit de doeken gedaan.
  3. Freaky Age – Where do we go now: I feel no shame. Goed nummer. Punt uit. De comments op youtube zijn overigens bijzonder amusant.
  4. Get Well Soon – You/Aurora/You/Seaside: alleszins de prijs voor beste bandnaam én beste songtitel. Grote kanshebber! Schoon trompetten. Heerlijk traag slepend ritme.
  5. Get Well Soon – If this hat is missing I have gone hunting: vind ik nog iets beter. Schoon trompetten. Uitgebracht in het VK en Ierland, dus mag het in de lijst. Ik heb het nummer eigenlijk ontdekt op de officiële site van de band. Ga maar eens kijken en klik op “about”, en daarna op de foto van de bandleden (achter die van de frontman). Er wacht je minutenlang plezier terwijl je instrumenten aan- en uitklikt. Serieuuuuuze/serieeeeeeeeeuze kanshebber! De stem, de stem….  En waarom zeg ik alles dubbel?
  6. Last Shadow Puppets – The Age of the Understatement: kamerbreed tweestemmig geweld. Eén groot nadeel: het is zo.fucking.kort. Misschien zou het een goed idee geweest zijn het refrein meer dan één (EEN!!) keer te zingen, mr. Turner?
  7. Moby – Disco Lies: twijfelgeval. Ik ben het eigenlijk al beu.

Fleet Foxes hadden er ook in gekunnen als ze wat betere nummers hadden uitgekozen om op de radio te laten draaien. Idem voor Portishead en Madrugada.
Bij nader inzien zou ik er ook Triggerfinger kunnen bijzetten met hun akoestische versie van Soon. Serieus, in die versie klinkt dat nummer zeshonderdduizend keer beter. Mínstens! Het is gelijk een nummer uit de dessert sessions van QOTSA.

Zo, nu nog een kwartje kilo links toewijzen en deze post kan erop. Die muzikale ontdekking heb je nog tegoed (wat niet wil zeggen dat hij ooit op deze blog verschijnt).

Born in the eighties……

Culture Club – Boy George: Karma Chameleon.

Dit, dames en heren, voerde de hitlijst aan toen ik geboren werd
(25/10/1983). Riep daar iemand ‘gay’? Boy George is gay?? No way!
Je eigen nr.1-hit kun je hier opzoeken.

(met dank aan Conny)