Top-100

Opgemerkt bij Elke en Elsje. (Het had een tweeling kunnen zijn…) 100 pluimen die je op je hoed van het leven kan steken. De één al wat interessanter dan de ander. Mijn leven zal niet minder geslaagd zijn als ik geen Amish-community gezien heb.

1. Started your own blog: Vaneigens
2. Slept under the stars: 2003, zomer, Ardèche, hééél warm.
3. Played in a band
4. Visited Hawaii
5. Watched a meteor shower
6. Given more than you can afford to charity
7. Been to Disneyland
8.Climbed a mountain: meermaals
9. Held a praying mantis: een bidsprinkhaan?? Die bijten toch, dacht ik.
10. Sang a solo: jazeker! En voor publiek!
11. Bungee jumped
12. Visited Paris: Voor Amerikanen is dat hét van hét zeker?
13. Watched a lightning storm at sea
14. Taught yourself an art from scratch
15. Adopted a child
16. Had food poisoning
17. Walked to the top of the Statue of Liberty: nee, maar wel het Empire State Building. Met de lift welteverstaan.
18. Grown your own vegetables
19. Seen the Mona Lisa in France: nee, en ik was nochtans in het Louvre.
20. Slept on an overnight train
21. Had a pillow fight: tuurlijk.
22. Hitch hiked
23. Taken a sick day when you’re not ill
24. Built a snow fort: vermoedelijk.
25. Held a lamb
26. Gone skinny dipping
27. Run a Marathon
28. Ridden in a gondola in Venice
29. Seen a total eclipse
30. Watched a sunrise or sunset: in de woestijn zelfs
31. Hit a home run: ja, maar jammergenoeg tijdens een wedstrijd tafeltennis.
32. Been on a cruise
33. Seen Niagara Falls in person: zijn die dan een persoon?
34. Visited the birthplace of your ancestors: Err, you mean where I’m sitting now?
35. Seen an Amish community
36. Taught yourself a new language: mezelf? Dat niet, nee.
37. Had enough money to be truly satisfied: het zou erg zijn als dat niet zo was.
38. Seen the Leaning Tower of Pisa in person: hij stelt het nog altijd goed.
39. Gone rock climbing: op avonturentocht!
40. Seen Michelangelos David
41. Sung karaoke: Elvis!
42. Seen Old Faithful geyser erupt
43. Bought a stranger a meal at a restaurant
44. Visited Africa – America: wat is het nu? Afrika of Amerika. In het tweede geval: ja.
45. Walked on a beach by moonlight
46. Been transported in an ambulance
47. Had your portrait painted: een karikatuur van Nesten.
48. Gone deep sea fishing
49. Seen the Sistine Chapel in person
50. Been to the top of the Eiffel Tower in Paris: teveel volk.
51. Gone scuba diving or snorkeling
52. Kissed in the rain
53. Played in the mud
54. Gone to a drive-in theater
55. Been in a movie
56. Visited the Great Wall of China
57. Started a business
58. Taken a martial arts class: Judo, op sportdag met school.
59. Visited Russia
60. Served at a soup kitchen
61. Sold Boy Scout Cookies: het waren pannencookies.
62. Gone whale watching
63. Got flowers for no reason: mag ik dat als man veranderen in “gave”? In dat geval: ja.
64. Donated blood, platelets or plasma
65. Gone sky diving
66. Visited a Nazi Concentration Camp
67. Bounced a check
68. Flown in a helicopter
69. Saved a favourite childhood toy: allemaal!
70. Visited the Lincoln Memorial
71. Eaten caviar
72. Pieced a quilt
73. Stood in Times Square
74. Toured the Everglades
75. Been fired from a job: slachtoffer van het slechte zomerweer.
76. Seen the Changing of the Guards in London
77. Broken a bone
78. Been on a speeding motorcycle
79. Seen the Grand Canyon in person
80. Published a book
81. Visited the Vatican
82. Bought a brand new car
83. Walked in Jerusalem
84. Had your picture in the newspaper: Brugsch Handelsblad
85. Read the entire Bible
86. Visited the White House
87. Killed and prepared an animal for eating
88. Had chickenpox
89. Saved someone’s life
90. Sat on a jury
91. Met someone famous: iedereen heeft wel eens een woordje gewisseld met een bekende kop.
92. Joined a book club
93. Lost a loved one
94. Had a baby
95. Seen the Alamo in person
96. Swam in the Great Salt Lake: Dode Zee telt niet mee zeker?
97. Been involved in a law suit
98. Owned a cell phone: is dit een grap?
99. Been stung by a bee?
100. Read an entire book in one day: het was dun.

38/100! En omdat mijn leven nog maar 31% voltooid is, kun je zeggen dat ik voor zit op het schema.

Iets met boeken

In het dorp had niemand ooit de zee gezien – behalve de Hollanders, de burgemeester en Jószef Puszka, die in de oorlog was geweest.

Zo begint “In Europa” van Geert Mak, een boek dat intussen de status van Bijbel heeft in de Europese geschiedenis. 800 pagina’s lectuur, dat is al een behoorlijk opstelleke. Toen ik in Oostenrijk op Erasmus was, was mijn geschiedenislerares aldaar ervan overtuigd dat Geert Mak een Duitser was. Ze was er even zeker van als ik zeker was dat het een Nederlander is. Enfin… Nu ligt hij hier naast me. Een berg papier. Mogelijkheid nummer één.

Het was duidelijk dat één van ons in die gladde metrotrein niet op weg was naar zijn werk. Dat had je zo kunnen afleiden uit de omvang van zijn koffer.

Begin van “De oude Patagonië-expres” van Paul Theroux. Ik heb nog niks gelezen van de godfather der reisverhalen. Diep beschaamd ben ik daarom. Temeer omdat dit boek al 3 jaar in mijn kast staat. Patagonië, een topper onder de reisbestemmingen waar iedereen heen wil, maar waarbij niemand het ook daadwerkelijk doet (naast Ijsland en Australië). Mogelijkheid nummer twee.

Eens begaan is de beginnersfout quasi-onherstelbaar. De douanebeambte bekijkt mijn inreisformulier onaangedaan. “Waarom heb je je adres niet ingevuld?”

Het begin van “Het land dat zichzelf bemint“, één van mijn trofeeën vanop de Boekenbeurs. Rudi Rotthier. Hij zou nog voor de Morgen geschreven hebben. De naam zegt mij vaag iets. Amerika spreekt mij aan, maar dat wist je al. De titel spreekt mij ook aan. Hopelijk zitten er veel conversaties in met echte Amerikanen. Kunnen we nog eens lachen. Mogelijkheid nummer drie.

Je kunt het een Turkse zwaargewicht bokskampioen die aan de arm van zijn moeder door een straat in Hamburg kuiert nauwelijks kwalijk nemen dat hij niet niet in de gaten heeft dat hij wordt geschaduwd door een broodmagere jongen met een zwarte jas aan.

Het begin van “Aangeschoten wild“, door John Le Carré. Typisch een roman natuurlijk. In die ene zin leren we drie personages kennen: een dikke Turk die bokskampioen geweest is, die begaan is met zijn moeder; zijn moeder zelf uiteraard, en een broodmagere jongen die blijkbaar een zwarte jas draagt. En die jongen schaduwt stiekem die Turk. En we zijn in Hamburg. Veelbelovend? Niet per sé. Mij zinkt de moed al onmiddelijk in de schoenen, in tegenstelling tot het begin van die andere boeken. Want die andere verhalen, die zijn allemaal waar gebeurd. Dat maakt het ook zo interessant.
Fictie lezen, dat ga ik weer moeten gewoon worden. Misschien kies ik gewoon voor Aangeschoten wild. …En stap ik halverwege over naar een ander boek. Zoals bij “De kracht van het vuur” van Bob Mendes. Die moet ik ook nog eens uitlezen. Alleen weet ik niet meer waar het over gaat.

De weg naar Mekka” is eindelijk uit. Ik heb er 4 maanden over gedaan. Dat is een gemiddeld tempo voor mij. Interessant boek, goed geschreven. Alleen niet zo meeslepend, maar dat is ook niet de bedoeling. Het gaat niet om de schrijver, het gaat om de plaatsen die hij bezoekt. Jan Leyers heeft meer dan één talent.

Overslag

Onbewust heb ik een wetenschappelijk experiment gedaan op mezelf. En de conclusie is heel interessant! Misschien ook voor jou/u!

Vorig jaar, ergens in april, ik zat toen het eerste jaar op kot, kreeg ik last van hartritmestoornissen. Ik wist niet waar die opeens vandaan kwamen, maar elke dag kwamen ze terug rond hetzelfde tijdstip, ergens in de latere namiddag. Pas rond 23u ’s avonds verdwenen ze opnieuw en in tussentijd zat ik mijn kas op te vreten uit ergernis/frustratie/ambetantigheid/whatever.
Een paar doktersbezoeken konden mij geruststellen: ik mankeer niks. Gezond hart, het slaat enkel een beetje bizar af en toe.

Ik had er enkel last van in rust, dus ging ik in de vakantie sporten alsof mijn leven ervan afhing. De ritmestoornissen ebden weg, maar toen ik in september opnieuw de draad opnam en weer ging studeren, kwamen ze terug. De rest van het jaar bleven ze voortduren, tot in april dit jaar. Toen zat ik weer meer thuis om aan mijn thesis te schrijven en zo. Ik deed ook meer aan sport. In de vakantie heb, net zoals het jaar ervoor, zoveel mogelijk aan sport gedaan, et voila: weg ritmestoornissen. Enkel een overslag zo nu en dan maar die kunnen me al lang niet meer deren. Toen ik begon met lesgeven in september bleef ik gespaard van deze ontzettend irritante stoornis. Ik dacht dat ik er definitief van verlost was.

Maar nu, sinds ik in een nieuwe school lesgeef, komen ze terug. En als ik terugkijk naar het voorbije anderhalf jaar is er één variabele die samen blijkt te hangen met het al dan niet hebben van hartritmestoornissen: sport. Toen ik in mijn vorige school lesgaf ging ik er elke dag heen met de fiets. Nu is dat een beetje te ver dus ga ik met de auto. Resultaat: ik doe de hele dag niks van lichaamsbeweging. Ik zit nu te typen terwijl ik mijn rechterbeen niet stil kan houden. Opgepropte energie zoekt een uitweg, mijn hartslag is opmerkelijk hoog met meer overslagen dan me lief is. Waarschijnlijk zullen die straks overgaan in constante overslagen en ben ik vertrokken voor de rest van de avond, net zoals gisteren.

Oplossing? Sport ja, maar een eind gaan lopen in het donker en in die koude. Hmmmz. Iemand een hometrainer op overschot?

And the bird says poe-tie-wiet?

En in tijden dat het om 17u30 ’s middags al pikdonker is buiten, is het misschien af en toe nodig de batterijen even op te laten en uw ogen te openen voor de meer heldere kant van het leven. The bright side of life, zeg maar.

Heb ik al gezegd dat ik weer aan het werk ben? Onderwijs, jaja. En full-time dan nog. Alleen is het slechts voor drie weken, dus nog twee weekjes en deze blog zal weer een versnelling hoger schakelen. Tot dan zul je het moeten stellen met hoopjes letters zoals deze.
Ik werk dus opnieuw, en ben ik elke dag een uur op de baan (half uur heen, half uur terug). De weg gaat hoofdzakelijk rechtdoor, en dan heb je wel al eens de tijd om bepaalde levensproblemen te analyseren. Zo heb ik de kern ontdekt van verkeersagressie. De kern van verkeersagressie komt erop neer dat iedereen altijd en overal in je weg rijdt. Hoe dan ook. Hoe jullie het doen weet ik niet, maar ik vind het verdacht dat er een auto komt uit elke zijstraat die ik passeer, en dat die auto telkens de indruk wekt ietsje te laat te zullen remmen waardoor zijn bumper in mijn vaarwater terechtkomt en ik ofwel moet remmen, ofwel moet uitwijken. En dan zwijg ik nog over de auto voor mij die altijd – áltijd – 5 km/u trager rijdt dan toegelaten, en die auto achter mij die altijd – áltijd – 20 km/u sneller rijdt dan toegelaten, en zich vervolgens “in mijn gat” vastklampt.

Ik vind ook – en nu ben ik niet bepaald origineel – dat ouderen levenslang rijverbod moeten krijgen. Er is een moment wanneer levenslang niet zoveel meer voorstelt. Weet je nog die schietpartij waarbij een opa van 80 zijn schoonzoon neermaaide? Hij had gelijk natuurlijk: wat konden we hem nog maken? Levenslang? Wat is het verschil met het rusthuis uiteindelijk? Of die oma die haar man neerstak met een mes. Kwam er zonder straf vanaf. Een oma in het gevang, dat gaat toch niet. Ookal zal ze er niet zo lang zitten.
Euh, ik word wat cynisch zeker? Terug naar het punt. Ouderen in het verkeer. Huizenhoog cliché, maar ik heb het onlangs mogen meemaken. Dit was de situatie: spitsuur, bebouwde kom, een rotonde. Een file staat te wachten voor de rotonde. Ik kom eindelijk aan het fietspad dat aan de buitenkant van de rotonde meedraait. Geen fiets, geen auto te bekennen. Ik rijd dus die rotonde op, vlak na de kleine vrachtwagen voor mij. Opeens remt die vrachtwagen omdat de auto voor hem is moeten stoppen alvorens de rotonde af te rijden, want hij moet voorrang geven aan een fietser. Ik stop ook, alleen sta ik op dat moment half op die rotonde. Op het moment dat mijn voorligger opnieuw vertrekt, komt er een andere auto van links (hij is dus op de rotonde). Ik denk: “die auto zal wel even wachten zodat ik volledig die rotonde opkan, want op deze manier belemmer ik fietsers en het andere verkeer op die rotonde”. Ik wil aanzetten, maar moet uiteindelijk opnieuw bruusk in de remmen als blijkt dat die auto helemaal niet remt voor mij. Aan het stuur: een meetje. Passagier: een ander meetje. Achter die twee meetjes: een hele sliert auto’s. En daar stond ik, half op die rotonde. Uiteindelijk heb ik mezelf voorrang gegeven en mij er brutaal tussen gewurmd. Twee mogelijkheden: ofwel zagen de meetjes niet dat er een auto half op de rotonde stond (wat wil zeggen dat ze half blind waren en dus beter het openbaar vervoer zouden nemen – of wacht: ze zouden beter thuisblijven.) ofwel was het meetje achter het stuur een respectloos en ijskoud mens dat enkel het verkeersreglement voor ogen ziet dat zegt dat het verkeer op de rotonde altijd voorrang heeft.

Bueno. Allez, de bright side of life. Wat bedoelde ik daar nu in godsnaam mee?
Ach ja, ik weet het weer. Als je iTunes, nadat je de voorbije weken achtendertigmiljoen keer de melding dat er een nieuwe versie beschikbaar is hebt weggeklikt, eindelijk z’n update gunt, time dat dan met je horloge of zo. Het duurde bij mij 45 minuten, en als ik dat niet had getimed, dan zou ik die 45 minuten gewoon héél – érg – láng genoemd hebben. Of ik zou gewoon achtendertigmiljoen geschreven hebben. Dat kan ook.
Dat is de bright side: een lange, cpu-rovende bezigheid, waarvan het enige voordeel is dat je die meldingen niet opnieuw zult krijgen (want je weet dat ze natuurlijk weer alléén dingen in de iTunes-store zullen gewijzigd hebben), kun je nu benoemen. 45 minuten. En intussen ga je in de douche of zo, of je klikt op het icoontje van Songbird, vergeet na 2 minuten – waarin er niks gebeurt – dat je daarop geklikt hebt, en een kwartier later opent het zich eindelijk. Dat is dan een leuke, want onverwachte verrassing. Vind het pleonasme.

Deze post is niet herlezen en staat mogelijk vol fouten en onlogische zinsconstructies. Het is logisch dat ik dat op het einde zeg en niet in het begin. Sommige mensen vragen zich dan af waarom hun blog niet populair is. Niet dat de mijne dat wel is natuurlijk. Er heeft immers niemand mijn stokje opgepikt toen ik het doorgaf. Voor een keer dat ik dat deed. Nu weet ik wat mensen tegen stokjes hebben.
De tijd die ik gestoken heb ik het schrijven van deze laatste alinea kon ik evengoed gebruikt hebben om te herlezen, maar nu moet ik echt beginnen met lesvoorbereidingen maken. Procrastination is the word.

ps: Songbird heb ik toch eens getimed. Hij klokt af op 3’36”. En dat op een vers opgestarte computer! Zelfs iTunes start sneller op.

Zege Roos

“In the nick of time”, zo zou je het moment kunnen samenvatten waarop ik een ticket kon bemachtigen voor het concert van Sigur Rós, zondagavond in Vorst Nationaal. Een half uur voor aanvang van het voorprogramma liep ik namelijk nog steeds met lege handen te ijsberen voor de ingang.

Het was een risico natuurlijk, zo’n ticket kopen via ebay. Maar toen het voorstel mij zaterdag gedaan werd (“ga toch mee!” “Koop een ticket op ebay!”) wist ik er geen enkel argument tegenin te brengen. Ik dacht eigenlijk dat dergelijke tickets altijd voor honderden euro’s verpatst werden, maar blijkbaar is Sigur Rós net niet populair genoeg want ik kocht er één voor 50,-. Ik zou de verkoper ontmoeten aan de ingang en daar cash betalen. Heel eenvoudig en zo, maar toch genoeg om mij een treinrit lang zenuwachtig te houden.

Enfin, ik zat op tijd klaar om het volledige voorprogramma (For a minor reflection) te kunnen zien (en dat was niet onaardig). In gedachten deletete ik de draft van de blogpost waarin ik de Sigur Rós-gangers vol jaloezie direct aansprak.

U kent Sigur Rós? Scroll dan een alinea verder.
U kent Sigur Rós niet, of niet zo goed, blijf dan vooral lezen.

Sigur Rós (Zege Roos) is een Ijslandse “postrockband” die zichzelf een slow-motion rockband noemt. De groep telt vier koppen en wordt gekarakteriseerd door de hoge stem van de zanger enerzijds, en het bespelen van de elektrische gitaar met een strijkerstok anderzijds. De combinatie zorgt voor vele kippenvelmomenten, een algemeen gevoel van melancholie, een beetje tristesse, maar tegelijk ook vreugde en geluk.
De groep brak door met Agaetis Byrjun, volgens velen hun beste album.
Daarna kwam er een soort Kid A: ( ), een album zonder titel met 8 tracks die even titelloos zijn en als Untitled 1, 2, 3, 4, etc door het leven gaan. De eerste vier nummers (het eerste haakje) klinken nog ingetogen/optimistisch genoeg om een glimlach op je lippen te zetten. De laatste vier (het tweede haakje) zijn grilliger, kennen al eens een energie-opstoot en zijn in staat je met tranen in je ogen achter te laten. Ik ben een melancholicus, dus het tweede deel is mijn favoriete deel. 5 sterren van het eerste nummer tot het laatste (vooral het laatste. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar dit zou wel eens de beste muziek kunnen zijn die ik al in mijn leven heb gehoord). Alle nummers worden gezongen in het “Hopelandish”, een fictieve taal die voornamelijk door klinkers wordt gevormd. Hier zou je dus eventueel kunnen meewauwelen (gesteld dat je als man volledig vrij bent van testosteron). Aan het aantal woorden dat ik aan dit album intussen heb besteed kun je ook merken dat dit mijn favoriete werk is van Sigur Rós.
Takk… kwam uit in 2005 en is weer opgewekter. De miserie zet zich om in gelukzaligheid. Ook deze bevat nummers die waterlanders kunnen doen opborrelen, maar hier zal het eerder van geluk zijn, zoals in een bui van onverklaarbare softiness. Vooraan op de plaat vind je Glósóli, een nummer dat wedijvert met Untitled 8 om de hoogste eer, want minstens even goed. Glósóli is bovendien uitgerust met een videoclip die van die pracht is dat hij ook niet-liefhebbers van het genre kippenvel bezorgt. De clip vind je overigens onderaan deze post.
Dit jaar kwam Með suð í eyrum við spilum endalaust uit. In het Nederlands komt dat ongeveer neer op “met gezoem in de oren spelen wij eeuwig verder”.
Eeuwig verder, allemaal goed en wel, maar ik hoop dan wel dat ze in het vervolg andere vaatjes zullen aanboren om uit te tappen want op dit album klinkt Sigur Rós verdomd toegankelijk, lichtvoetig en vrolijk. Weg zwaarmoedigheid, weg melancholie, weg lange arrangementen, en – dit is bijna onvergeeflijk – weg strijkstok op de gitaar.
De drie singles die op Stubru uitgebreid airplay hebben gekregen: Gobbledigook, Inní mér syngur vitleysingur en Við spilum endalaust, zouden meezingers zijn als ze niet in het Ijslands waren. Deze vrolijke springnummertjes worden afgewisseld met piano- en strijkersballads. Festival, Ára bátur en Fljótavík zijn wel ok, maar kunnen zich niet rug aan rug plaatsen met bijna eender welk nummer uit vorige albums. Ik verkies nog altijd sfeer boven song. Songs hoor ik genoeg op de radio.

Het concert dan. Dat was goed, om niet te zeggen heel goed. Alleen…. het kon nog beter. Ik beklaag mij dat ik hen niet eerder heb leren kennen, want dan zou ik naar de Takk-tour gegaan zijn. Een optreden dat alleen nummers uit de eerste vier albums bevat…. dat moet schitterend klinken. De nummers uit het nieuwe album waren dus een beetje een noodzakelijk kwaad, ookal werd Gobbledigook aanstekelijk gebracht met veel percussie en bergen confetti. Hier zou het spreekwoord van de aap en de gouden ring toepasselijk zijn.
Andere let-down: geen Glósóli. Ongehoord! Ze zouden er wel tijd voor gehad hebben want een concert van anderhalf uur is nu ook niet zó lang.
Het positieve? Wel, al de rest natuurlijk. De rillingen die door de zaal gingen als de strijkstok over de gitaar ging en de huidharen die loodrecht kwamen te staan. De onverwachte passage van Untitled 6. De instrumentale jammsessie die in een vorig leven Haffsól heette. De baslijn van Ný Batterí die plots uit de troebele mist van schijnbaar willekeurige geluidseffecten opdook. En natuurlijk de bom: Untitled 8, traditioneel op het einde. De hele tribune schokte mee met het drumritme dat steeds sneller en sneller ging. Voor mij niks minder dan de zoveelste religieuze ervaring van de avond

De niet-fans raad ik aan Heima te bekijken, de film van hun tournee door Ijsland waarbij ze onooglijk kleine dorpjes in the middle of nowhere trakteerden op een gratis concert. Is het niet voor de muziek, dan wel voor de prachtige beelden. Eyecandy en earcandy tegelijk. Je vindt hem hier online.

En dan de afsluiter: misschien de mooiste videoclip ter wereld? Misschien de mooiste song ter wereld? Oordeel zelf maar. En graag veel reacties!

Sigur Rós – Glósóli

In volgorde

In volgorde van genietbaarheid:

1. Vrijdag (dag voor het weekend. Leuke sfeer op school/werk. Plannen maken, weinig stress.)

2. Zaterdag (het weekend. Maar jammergenoeg is deze dag nooit in staat de verwachtingen in te lossen die je de vrijdag hebt opgebouwd)

3. Donderdag (dag voor de dag voor het weekend, en er is altijd wat op tv)

4. Maandag (zondag ligt het verst verwijderd. Nieuwe energie, veel op tv)

5. Dinsdag (niks bijzonders. Het middelpunt)

6. Woensdag (kuisdag, ’s middags warm eten-dag)

7. Zondag (het lazy-sundayconcept kan mij helemaal niet bekoren. Een biefstuk-friet om 14u ’s middags en dan blijven zitten aan tafel tot 15u30 tot de eerste zin krijgt om te beginnen afruimen. Om 16u merken dat de dag al bijna afgelopen is. Op de radio wordt er muziek gespeeld die er vanuit gaat dat iedereen horizontaal in de zetel ligt loom te zijn en die je ook loom maakt. Gelukkig veel series op tv ’s avonds om de nutteloosheid enigszins weg te spoelen: Prison Break – House – Life)

Goed en slecht nieuws

Het slechte nieuws eerst: de cava-stand op de Boekenbeurs is er dit jaar niet meer.

En dan het goede nieuws:
– Op diezelfde Boekenbeurs zijn de ‘Bollekes’ vervangen door Brugse Tripels op het “terras” in zaal 4.
– Barack Obama wordt de volgende president van de VS.

(Bovenstaande staat niet in volgorde van belangrijkheid)

Ahum, hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze de Boekenbeurs verlieten met een stuk in hun kraag? Het gevolg van 3 tripels op een quasi nuchtere maag. Voor het moment hebben ze mijn nuchtere maag al verlaten en hebben ze zich iets hoger genesteld. Zo ergens tussen mijn twee ogen.

En nu iets met boeken. Ik heb er mij twee aangeschaft. Hopelijk zijn ze hun geld waard (kan iemand mij meer informatie verschaffen?).

1. Het land dat zichzelf bemint – Rudi Rotthier.

2. Aangeschoten wild – John Le Carré (vertaling van A most wantend man)

6 saaie feiten

Ik krijg een stokje van Mirthe. Waar doet dat me aan denken? Ach, ja, juist: deze hier.

Ok, die lijst is uitbreidbaar, met minder schaamtelijke dingen misschien.

  1. Ik heb er een gloeiende hekel aan als iemand een schotelvod (of hoe noemen ze het in Nederland? Een vaatdoek? Een afwasdoek? Een vaatvod? Een schoteldoek? Dat vochtig stuk stof waarmee je het aanrecht en de tafel afveegt) in het afwaswater gooit terwijl ik aan het afwassen ben. Dat ligt in de weg!
  2. Ik loop krom, maar ik probeer erop te letten. Het probleem is dat het leven zich hoofdzakelijk 20 cm onder mijn ooghoogte afspeelt.
  3. Mijn grijns is zo breed dat mijn hoofd bijna in twee splijt als ik hard moet lachen. Ik moet mezelf er altijd aan herinneren niet te uitbundig te lachen op foto’s.
  4. Op een quiz vorige week wist ik de zangeres aan te duiden van een nummer dat we te horen kregen: Yasmine. Wat later wist ik bij een andere luistervraag de tekst aan te vullen van een nummer van Dana Winner. Ik zweer dat het niks te maken heeft met mijn muzikale voorkeur, maar alles met het feit dat ik moeilijk dingen vergeet. Toen ik klein was heb ik mijn moeder eens een CD van Dana Winner cadeau gedaan, en zodus….
  5. Ik heb spataders op mijn rechterkuit. Ik zit er soms mee in dat ik me daar eens zal snijden en dat ik dan heel fel ga bloeden.
  6. Ik droom ervan om eens per auto van Vancouver of Seattle naar L.A. of San Francisco te rijden en onderweg zoveel mogelijk National Parks mee te pikken. Ik meen dat ernstig.

Ik ga eens doorgeven: Alignement, Tom, Kim, Ergensonderweg, Evelien, Outro

Start to run!!

Al bijna een maand zijn mijn ledematen aan het roesten. Zolang is mijn totnogtoe laatste start-to-run training geleden. Beenvliesontsteking, kniepijn, overbelasting, you name it.
“Je moet goeie schoenen kopen!”, zo werd mij links en rechts toegeschreeuwd. Zo geschiedde dan ook dat ik afgelopen maandag een niet nadergenoemde, maar heel zeker gespecialiseerde winkel in het Brugse binnenliep.

Ik was amper binnen of ik werd door een verkoopster meegetroond naar een loopband, alwaar ik schoenen- en kousenloos een eindje mocht rennen terwijl mijn bewegingen nauwkeurig gefilmd werden. Ik had de grootste moeite rechtop te blijven, want lopen op een band: dat had ik nog nooit gedaan. Gelukkig had de verkoopster niet veel tijd nodig om te merken dat ik een schabouwelijke manier van lopen had. “Veel te hard! Veel te agressief!”, zo noemde ze de manier waarop ik mijn voeten neerplofte. Daarnaast wees ze mij op de verontrustend scherpe hoek tussen mijn enkel en mijn voet, die helemaal naar binnen kantelde telkens ik erop steunde.
“Doorgezakt”, was het verdikt. “Voor jou gaan we schoenen moeten vinden die bijna maximale steun geven”.
Ze kwam terug met een paar schoenen in maat 47. Daarmee mocht ik het nog eens proberen.
“Die scherpe hoek is er niet meer”, zo zei ze toen ik achteraf naar de beelden kwam kijken. “Maar het is nog lang niet wat het moet zijn!”
Ze bracht een nieuw paar schoenen, met nóg meer steun. En nog steeds was het niet voldoende. Of ik er eens buiten op het koertje mee wilde lopen? Geen probleem. Ik was nog maar vertrokken of ze liep hoofdschuddend weer naar binnen waar ze in de schoendozen ging rommelen.
“Probleem?”, vroeg een collega?
-“Ja, en geen kleintje”, antwoordde ze.
Toen ik met alweer een nieuw paar schoenen, die nóg meer steun gaven het zoveelste rondje op het koertje ging lopen, waren er niet minder dan 3 verkopers en verkoopsters die mij gadesloegen. Alledrie stonden ze te schudden met hun hoofden.
Terwijl ik blootsvoets een nieuw paar schoenen stond af te wachten, kwam er weer een nieuwe collega bij.
“Amai, zoveel volk! Is er een probleem?”
-“Volledig ingezakte voeten. Dat hebben we hier nog nooit gezien! Ongelooflijk!”
De nieuwe collega, die blijkbaar iets meer expertise had dan de rest, nam het daarop over en bezorgde mij de top of the range in hun collectie.
“Als deze niet volstaan, dan weet ik het ook niet meer.”
De zolen leken bijna plateauzolen te zijn. Het zag er zware kost uit, maar toch waren ze lichter dan verwacht.
De schoenen doorstonden de test. Ik ging opnieuw de loopband op en op het videobeeld was te zien hoe mijn enkels verwoede pogingen ondernamen naar binnen te kantelen, en hoe mijn schoenen dat beletten. De verkoper/instructeur vertelde me hoe ik moest lopen, op welke manier ik de schokken moest vermijden.
“Land op je hiel, en rol naar je teen. In principe mag je je eigen passen amper horen. Dwing je tenen omhoog voor je landt!”
Het was niet zoals ik gewoon was, maar het voelde beter.

Tenslotte vroeg hij me of ik op de drukplaat wilde staan. Daarmee werden de drukpunten in mijn (blote) voeten omgezet in een digitaal signaal, en viel op het scherm af te lezen welke delen van mijn zool het meeste druk uitoefenden. Ik ging op de twee vormen staan en op het scherm verschenen twee voetafdrukken.
“Amai”, was de reactie van de verkoper.
-“Wat is dát??”, was de reactie van een toevallig passerende verkoopster.
-“Dàt, dat is didactisch materiaal!”
-“Heh? Waarom kleurt deze zone rood?”
-“Omdat dat een volledig doorgezakte zool is.”
Ik hoorde het allemaal wat gelaten aan en vroeg mij af waarom ik indertijd gestopt was steunzolen te dragen.

“Dit is een normale voet”, zei de verkoper en hij toonde mij een model van de beenderstructuur van een voet. Of in mensentaal: de voet van een geraamte.
“En dit is jouw voet.” Hij forceerde de binnenvoet naar beneden terwijl hij een plooibeweging maakte. Het lukte amper.
“Zie je? Een normale voet kan amper in die vorm geforceerd worden, maar dat is hoe jouw voet eruit ziet. Tijd voor steunzolen!”.

Niks aan te doen zeker? Daarnet heb ik mijn nieuwe schoenen uitgetest met de elfde les van Start to run. Op aanraden van de verkoper heb ik moeten terugschakelen, van les 23 naar les 11. Eigenlijk raadde hij aan opnieuw te beginnen vanaf les 5, maar daar heb ik echt niet de moraal voor. Ik kan het nog net opbrengen van aan les 11 opnieuw te beginnen. Het positieve is dat ik niks gevoeld heb.

25

En voor het 25ste jaar op rij is de 25ste oktober mooier dan de 24ste.