Mandbal

Als je elke dag iets doet wat je nog nooit of zelden hebt gedaan, dan is er een grotere kans dat je aan die dag een blijvende herinnering overhoudt. Bijvoorbeeld: onlangs heb ik voor de tweede keer in mijn leven een basketbalwedstrijd bijgewoond. De eerste keer was 5 jaar geleden, in NY, tussen de Knicks en de Bulls (go Knicks!). Nu was het tussen Oostende en Charleroi (go Oostende!).

In alle eerlijkheid: de tweede keer was het leuker. Niet alleen was de wedstrijd veel spannender (84-82 of zoiets, met een kloof die nooit meer dan 6 punten was), je zat ook veel dichter bij de spelers. De sfeer was dus wat intiemer (lees: het zicht op de cheerleaders bood veel meer inkijk).

Ja, natuurlijk was het showgehalte in NY vele malen groter, met hostessen die allerlei gadgets in het publiek katapulteerden door een soort van bazooka, met een gigantische box aan het plafond met aan elke zijde een reuzenscherm dat je om de oren sloeg met visueel geweld (ik kan door mijn oren kijken), met opblaasbare knuppels die het publiek achter de ringen op elkaar zat te timmeren om tijdens de vrijworp de speler van de tegenpartij af te leiden, met legers van schaarsgeklede cheerleaders die bij elke time-out de arena inhuppelden onder luid gejoel van de 21000 toeschouwers, met donderende East Coast-rap, en overgoten met liters cola en kilo’s popcorn.

Maar in Oostende voelde ik me minder alien. Net zoals in het voetbal was er een fanfare, rivaliteit tussen fans en werden de scheidsrechters uitgescholden. In het West-Vlaams. Ja, er was ook wel show, maar het bleef relatief binnen de perken. Het was gewoon plezant, en op het einde spannend. Gezonde spanning, want je voelt je niet zo verbonden aan die club. Geen “ik ga die roodhemden van de overkant op hun bek timmeren als we dit nog verliezen-spanning”.

Voor herhaling vatbaar.

Advertenties

Overslag

Onbewust heb ik een wetenschappelijk experiment gedaan op mezelf. En de conclusie is heel interessant! Misschien ook voor jou/u!

Vorig jaar, ergens in april, ik zat toen het eerste jaar op kot, kreeg ik last van hartritmestoornissen. Ik wist niet waar die opeens vandaan kwamen, maar elke dag kwamen ze terug rond hetzelfde tijdstip, ergens in de latere namiddag. Pas rond 23u ’s avonds verdwenen ze opnieuw en in tussentijd zat ik mijn kas op te vreten uit ergernis/frustratie/ambetantigheid/whatever.
Een paar doktersbezoeken konden mij geruststellen: ik mankeer niks. Gezond hart, het slaat enkel een beetje bizar af en toe.

Ik had er enkel last van in rust, dus ging ik in de vakantie sporten alsof mijn leven ervan afhing. De ritmestoornissen ebden weg, maar toen ik in september opnieuw de draad opnam en weer ging studeren, kwamen ze terug. De rest van het jaar bleven ze voortduren, tot in april dit jaar. Toen zat ik weer meer thuis om aan mijn thesis te schrijven en zo. Ik deed ook meer aan sport. In de vakantie heb, net zoals het jaar ervoor, zoveel mogelijk aan sport gedaan, et voila: weg ritmestoornissen. Enkel een overslag zo nu en dan maar die kunnen me al lang niet meer deren. Toen ik begon met lesgeven in september bleef ik gespaard van deze ontzettend irritante stoornis. Ik dacht dat ik er definitief van verlost was.

Maar nu, sinds ik in een nieuwe school lesgeef, komen ze terug. En als ik terugkijk naar het voorbije anderhalf jaar is er één variabele die samen blijkt te hangen met het al dan niet hebben van hartritmestoornissen: sport. Toen ik in mijn vorige school lesgaf ging ik er elke dag heen met de fiets. Nu is dat een beetje te ver dus ga ik met de auto. Resultaat: ik doe de hele dag niks van lichaamsbeweging. Ik zit nu te typen terwijl ik mijn rechterbeen niet stil kan houden. Opgepropte energie zoekt een uitweg, mijn hartslag is opmerkelijk hoog met meer overslagen dan me lief is. Waarschijnlijk zullen die straks overgaan in constante overslagen en ben ik vertrokken voor de rest van de avond, net zoals gisteren.

Oplossing? Sport ja, maar een eind gaan lopen in het donker en in die koude. Hmmmz. Iemand een hometrainer op overschot?

Start to run!!

Al bijna een maand zijn mijn ledematen aan het roesten. Zolang is mijn totnogtoe laatste start-to-run training geleden. Beenvliesontsteking, kniepijn, overbelasting, you name it.
“Je moet goeie schoenen kopen!”, zo werd mij links en rechts toegeschreeuwd. Zo geschiedde dan ook dat ik afgelopen maandag een niet nadergenoemde, maar heel zeker gespecialiseerde winkel in het Brugse binnenliep.

Ik was amper binnen of ik werd door een verkoopster meegetroond naar een loopband, alwaar ik schoenen- en kousenloos een eindje mocht rennen terwijl mijn bewegingen nauwkeurig gefilmd werden. Ik had de grootste moeite rechtop te blijven, want lopen op een band: dat had ik nog nooit gedaan. Gelukkig had de verkoopster niet veel tijd nodig om te merken dat ik een schabouwelijke manier van lopen had. “Veel te hard! Veel te agressief!”, zo noemde ze de manier waarop ik mijn voeten neerplofte. Daarnaast wees ze mij op de verontrustend scherpe hoek tussen mijn enkel en mijn voet, die helemaal naar binnen kantelde telkens ik erop steunde.
“Doorgezakt”, was het verdikt. “Voor jou gaan we schoenen moeten vinden die bijna maximale steun geven”.
Ze kwam terug met een paar schoenen in maat 47. Daarmee mocht ik het nog eens proberen.
“Die scherpe hoek is er niet meer”, zo zei ze toen ik achteraf naar de beelden kwam kijken. “Maar het is nog lang niet wat het moet zijn!”
Ze bracht een nieuw paar schoenen, met nóg meer steun. En nog steeds was het niet voldoende. Of ik er eens buiten op het koertje mee wilde lopen? Geen probleem. Ik was nog maar vertrokken of ze liep hoofdschuddend weer naar binnen waar ze in de schoendozen ging rommelen.
“Probleem?”, vroeg een collega?
-“Ja, en geen kleintje”, antwoordde ze.
Toen ik met alweer een nieuw paar schoenen, die nóg meer steun gaven het zoveelste rondje op het koertje ging lopen, waren er niet minder dan 3 verkopers en verkoopsters die mij gadesloegen. Alledrie stonden ze te schudden met hun hoofden.
Terwijl ik blootsvoets een nieuw paar schoenen stond af te wachten, kwam er weer een nieuwe collega bij.
“Amai, zoveel volk! Is er een probleem?”
-“Volledig ingezakte voeten. Dat hebben we hier nog nooit gezien! Ongelooflijk!”
De nieuwe collega, die blijkbaar iets meer expertise had dan de rest, nam het daarop over en bezorgde mij de top of the range in hun collectie.
“Als deze niet volstaan, dan weet ik het ook niet meer.”
De zolen leken bijna plateauzolen te zijn. Het zag er zware kost uit, maar toch waren ze lichter dan verwacht.
De schoenen doorstonden de test. Ik ging opnieuw de loopband op en op het videobeeld was te zien hoe mijn enkels verwoede pogingen ondernamen naar binnen te kantelen, en hoe mijn schoenen dat beletten. De verkoper/instructeur vertelde me hoe ik moest lopen, op welke manier ik de schokken moest vermijden.
“Land op je hiel, en rol naar je teen. In principe mag je je eigen passen amper horen. Dwing je tenen omhoog voor je landt!”
Het was niet zoals ik gewoon was, maar het voelde beter.

Tenslotte vroeg hij me of ik op de drukplaat wilde staan. Daarmee werden de drukpunten in mijn (blote) voeten omgezet in een digitaal signaal, en viel op het scherm af te lezen welke delen van mijn zool het meeste druk uitoefenden. Ik ging op de twee vormen staan en op het scherm verschenen twee voetafdrukken.
“Amai”, was de reactie van de verkoper.
-“Wat is dát??”, was de reactie van een toevallig passerende verkoopster.
-“Dàt, dat is didactisch materiaal!”
-“Heh? Waarom kleurt deze zone rood?”
-“Omdat dat een volledig doorgezakte zool is.”
Ik hoorde het allemaal wat gelaten aan en vroeg mij af waarom ik indertijd gestopt was steunzolen te dragen.

“Dit is een normale voet”, zei de verkoper en hij toonde mij een model van de beenderstructuur van een voet. Of in mensentaal: de voet van een geraamte.
“En dit is jouw voet.” Hij forceerde de binnenvoet naar beneden terwijl hij een plooibeweging maakte. Het lukte amper.
“Zie je? Een normale voet kan amper in die vorm geforceerd worden, maar dat is hoe jouw voet eruit ziet. Tijd voor steunzolen!”.

Niks aan te doen zeker? Daarnet heb ik mijn nieuwe schoenen uitgetest met de elfde les van Start to run. Op aanraden van de verkoper heb ik moeten terugschakelen, van les 23 naar les 11. Eigenlijk raadde hij aan opnieuw te beginnen vanaf les 5, maar daar heb ik echt niet de moraal voor. Ik kan het nog net opbrengen van aan les 11 opnieuw te beginnen. Het positieve is dat ik niks gevoeld heb.

Eddy Demarez

Wat dacht je van een experimentje? Ik ga niet vooraf zeggen waarover deze post gaat, maar ik laat je het zelf ontdekken.
Laat even dit verslag afspelen van Bergen-Anderlecht en lees intussen mee. Let goed op de intonatie van verslaggever Eddy Demarez als hij onderstaande zinnen zegt.

“…eeeen een doeltrap”

“…is het toch wel moeilijk, die afwerking”

“…nu toch al twee kansen voor Anderlecht”

“…nu toch al een wissel bij Anderlecht”

“…maar Bergen heeft nog niet één keer echt kunnen dreigen”

“…en dat is tegen de gang van het spel in”

“…de voorsprong voor Bergen”

“…en dan is het vrij makkelijk knikken”

“…en die wordt binnengeknikt door Wasilewski”

“…en zo staat het 1-1”

“…dat is toch een betere weergave dachten we zo van de verhoudingen op het veld”

“…en dan nu deze vrije trap en Wasilewski heel erg vrij toch wel”

“…en Herpoel kan daar heel weinig tegen doen”

“…verrassend genoeg is het Bulykin die binnen is gebleven”

“…wellicht dan euh Jakovenko”

“…goeie voorzet van Boussoufa die z’n stempel nog niet echt heeft kunnen drukken op deze wedstrijd”

“…Juhász wel, maar die vindt het kader niet”

“…die ook na de rust redelijk rommelig blijft”

“…het ziet er misschien makkelijker uit dan het uiteindelijk is”

“…maar wel een goeie vrije trap van Boussoufa alweer”

“…Jakovenkoooo…in de armen van Herpoel”

“…en dan die kopbal van WasileWski en die gaat niet zo heel ver naast”

“…en zo is er toch wel weer wat dreiging van Anderlecht in de tweede helft”

“…komt er toch wel gevaar vanop de flank met kopballen”

“…en dan is het toch 1-2 voor Anderlecht”

“…Anderlecht al een aantal keer met voorzetten vanaf de flank en met vrije trappen ook gevaarlijk geweest”

“…er kwamen wel mogelijkheden”

“…en dan de kans voor Jarju!”

“…en dat allemaal 2 minuten voor tijd”

“…en Anderlecht heeft Bergen een beetje terug in de wedstrijd gebracht…”

“…door na die 1-3 voorsprong achteruit te kruipen”

“…en zonder dat het ook nu echt dreigend wordt”

Als je erop begint te letten wordt het inderdaad lachwekkend, maar op den duur is het gewoon irritant. Eddy, hou daar eens mee op, we hebben geen behoefte aan een tweede Koen Meulenaere.

Stop To Run

Start to run moest eigenlijk al lang achter de rug zijn voor mij, maar vorige week heb ik het voor de tweede keer moeten stopzetten, op zeven lessen van het glorieuze einde. De eerste pauze had ik 3 weken geleden ingelast wegens pijn aan de linkerknie. Toen ik na twee weken opnieuw een les of twee had afgewerkt was van kniepijn weinig te merken: alle aandacht werd opgeslorpt door de nog veel ergere pijn aan mijn linkerscheenbeen, linkerenkel en linkerkuit (let op: lees hier tussen de lijnen! (ik bedoel dus dat ik óók kniepijn had)).

Na een week zonder sport werd ik ambetant, dus heb ik de koersfiets opnieuw te hand genomen om de overtollige energie uit mijn lijf te rijden. Helaas, het mocht niet zijn: ik was deze middag nog maar net vertrokken of ik kon vooraan al niet meer schakelen. Ik heb mijn vederlicht ros dan maar bij de dichtstbijzijnde fietsenmaker achtergelaten. Diagnose: trapas zit los; moet uit elkaar gehaald worden; achterwiel heeft dringend behoefte aan een nieuwe band.

Thuisgekomen heb ik uit pure miserie opnieuw de loopschoenen aangetrokken om een half uurtje te gaan rennen. Maar Evi heb ik voor de gelegenheid thuis gelaten. Ze heeft het een beetje verkorven bij mij. Beginnende lopers, opgelet!: in het begin gaat de opbouw heel geleidelijk, maar op een bepaald moment worden de grenzen echt wel verlegd. En met “verlegd” bedoel ik “verder dan de horizonlijn”. Vorige week hervatte ik bijvoorbeeld met een les waarin ik 5, 6, 7 en tenslotte 8 minuten moest lopen. De volgende les: 4 keer 8 minuten (!!). Op het einde van die les, toen ik druk in de weer was het vuur in mijn linkerbeen te blussen, gaf Evi nog mee dat ik in de volgende les 8, 8, 8 en 12 minuten (!!) zou lopen. Dus: drie keer 8 minuten en een Coopertest als dessert.
En dus gingen de loopschoenen weer in de kast, en tot op vandaag wacht ik tot ik fysiek in staat ben de volgende les aan te vatten.
Vandaag dus een loopje gedaan zonder Evi, met mijn eigen muziek (The Private Press van DJ Shadow), en dat ging vrij goed. De pijn in het linkerbeen was draaglijk en kwam alleen opzetten ná het lopen. In mijn rechterbeen zit er nu wel ook een zweempje van scheenbeenpijn, maar het valt allemaal wel mee.

Respectabele Hollanders

Moeilijke opgave van Freaq: favoriete Hollanders. Het probleem met die mensen is dat je ze eigenlijk niet kan uitstaan, behalve deze die je persoonlijk kent. Zo heb ik het genoegen er enkelen te kennen en dat zijn heel leuke mensen. En, opvallend: deze leuke mensen durven wel eens toegeven dat ze hun landgenoten moeilijk kunnen uitstaan. Is dat die fameuze identiteitscrisis? Voorlopig ga ik er dus van uit dat ik toevallig die enkele Nederlanders ken die best wel sympathiek zijn.
En ja, je mag Hollanders niet vergelijken met Brabanders of Limburgers. Het imago van Hollanders in Nederland is identiek aan het imago van Nederlanders in de ogen van Vlamingen.
Een lijst van Nederlanders die ik niet hoef is rap samengesteld en die begint alvast met Boogerd. Boogerd is/was de beste Nederlandse sportman in één van de weinige sporttakken waar de Belgen beter in zijn. Met andere woorden: Boogerd is de enige “bedreiging” voor onze overmacht. Boogerd is ook een hele domme renner: veel te ongeduldig, veel te veel aanvalszucht, blaast zich voortijdig op, in een duel van man tegen man in de laatste rechte lijn trekt hij meestal domweg de sprint aan voor zijn tegenstander. In volle inspanning vindt hij het altijd nodig het volk aan de kant en de kijker thuis er extra van te overtuigen dat hij echt aan het afzien is. Zijn open mond, zijn tong, zijn hagelwitte tanden en over-the-top grimas zijn legendarisch. “Kijk eens hoe ik afzie! En toch ga ik door! Heb je nu geen rivieren vol bewondering over voor mij?”.

Eric Dekker mocht ik ook niet. Altijd aanvallen en mij grijze haren bezorgen. Bijna de Ronde van Vlaanderen winnen (stel je voor: een Nederlander. Heiligschennis zou het geweest zijn!). En altijd die overdreven zegegebaren als hij over de streep bolde.

Em, Nederlanders die ik wél mag……

– Mart Smeets: die man heeft gewoon een heel rustige uitstraling, en kan op een heel levendige manier de samenvatting van een koers becommentariëren.

– Hans Teeuwen: ja, die is nogal grappig.

– Bart Dirks: was correspondent in Brussel voor de Volkskrant. Hield een blog bij over België en heeft nu een populair boek uitgegeven getiteld “België bestaat”. Heeft een frisse kijk op de dingen en heeft zich kunnen bevrijden van de cliché-beelden die Nederlanders over Belgen hebben. Nu is hij terug in Nederland maar de link vind je nog steeds hier.

-Anton Corbijn: Regisseur van Control, en begenadigd rockfotograaf.

-Clarence Seedorf: voetballer. Maar zijn aanwezigheid in deze lijst heeft eigenlijk vooral te maken met de club waar hij in dienst is.

-Guus Hiddink: pleegde landverraad door als coach van Rusland Oranje uit het EK voetbal te knikkeren. De man is ook een übertrainer. Luister wat hij zegt, hij heeft altijd gelijk. Louis van Gaal ook trouwens.

– Thea Beckman: Jeugdboekenheldin.

Volgende keer: To the next level: Duitsers die te verdragen zijn.

Please tell me

En terwijl ik als één van de eerste kan vertellen dat Ricardo Ricco betrapt is op epo, reik ik graag een prijs uit aan wie…

– Me kan vertellen hoe je in Firefox ervoor zorgt dat je bij “find as you type” onmiddelijk de standaard-zoekbalk krijgt (waar je maw op ‘volgende’ kunt klikken).

– Me kan vertellen hoe ik heel snel heel goedkoop aan het boek van “De weg naar Mekka” kan geraken voor ik op reis vertrek zondag.

– Me kan vertellen waarom ik de laatste tijd zoveel steken heb ik mijn zij (zowel links als rechts) bij het lopen of snel wandelen. Alsof mijn ingewanden uiteen worden getrokken.

– Me kan vertellen wat ik daaraan kan doen.