A man’s attitude…. a man’s attitude goes strange ways

Herinneren jullie je dit verhaal nog? Het verhaal van de man in de trein die zoveel ‘interesse’ vertoonde? Wel, hij heeft mij opnieuw gemaild. Een klein mailtje met de vraag of ik me hem nog herinner en zo….

Dus nu twijfel ik weer: zou hij misschien toch niet homo zijn? Want als hij homo was zou hij toch al lang moeten begrepen hebben dat ik dat níet ben? Het niet-beantwoorden van zijn vorige twee mails (een half jaar geleden) moet toch een duidelijke hint geweest zijn?

Bestemming Knokke-Blankenberge, vrijdag 23 mei 2008, 17u30, vertrek in Brussel-Centraal

Voor mij zat een sjofele man met een zielige hondenblik in zijn ogen. Hij droeg een maatpak, maar tegelijk lagen zijn halflang haar in slierten langs zijn kaal voorhoofd. Hij trok een blikje Jack Daniels open waardoor ik subtiel nog meer aandacht aan hem ging besteden. Zorgvuldig plaatste hij het geopende blikje op de grond tussen zijn twee voeten om er af en toe zorgvuldig even van te drinken. Telkens beëindigde hij zijn slok met een lange zucht wat een wiskylucht in mijn richting stuurde.

Ik keek even naar mijn twee andere medereizigers, of beter: medereizigsters. De twee meisjes kenden elkaar ogenschijnlijk niet en zaten tegenover elkaar aan het raam. Gedurende de 25 minuten van ons leven die we samen doorbrachten heb ik met meisje 1 één woord (“sorry”) en met meisje 2 zes woorden (“mag ik er even uit a.u.b.?”) gewisseld waarbij die zes woorden eigenlijk van meisje 2 afkomstig waren. Ik beantwoordde haar vraag niet maar stuurde haar een glimlach terwijl ik opstond zodat ze haar stoel kon verlaten.

Wat kun je te weten komen over volkomen vreemde mensen in 25 minuten? Wel, de wiskyliefhebber tegenover me bleek een Gentenaar te zijn want hij las de Gentenaar. Het meisje naast me (meisje 2) was geïnteresseerd in roddels en showbiz. Tegelijk was ze niet echt van het superspontane en sociale type. Gedurende die hele rit had ze namelijk niet één keer haar ogen van het roddelblad op het tafeltje afgewend. Toch leek me dit een leuk meisje. Ik weet niet waarom, het is enkel een gevoel. Dit gevoel werd mogelijk veroorzaakt door het contrast met meisje 1. Meisje 1 was geen bitch of zo, het was enkel het soort meisje in wiens buurt ik niet graag vertoef.
Meisje 1 was van het actieve type, te merken aan haar slordiger haar, haar sportieve schoenen en haar trekkersrugzak. Ook zij las een roddelblad, maar 2 keer nam ze haar gezin om 2 luidruchtige telefoongesprekken te voeren. Het eerste was het soort telefoongesprek dat in mijn geval een sms zou zijn, bestaande uit één zin: “ik kom aan om 18u30.” Het tweede telefoongesprek zou ik al helemaal niet voeren: ze belde naar haar pa om te zeggen wanneer ze thuis zou zijn en hem tegelijk nog mee te geven welke plannen ze die avond had. Voor de geïnteresseerden: ze ging die avond gaan eten met haar vriend/man en een ander koppel of zo. Sommige mensen houden van telefoneren. Ik niet. Tenzij het is om noodzakelijke info uit te wissen. Noem mij associaal, het is gewoon zo. Ik bel niet naar mensen enkel om te bellen, of om een klapke te doen. Een gesprek is geen gesprek zonder de lichaamstaal.

In Gent stapten ze alledrie van de trein en bleef ik alleen achter. Het treinstel werd gevuld met een groep gepensioneerden waaronder een verontrustend groot aantal oude vrouwtjes met hoge enthousiaste stemmen. Een ander oud gepensioneerd vrouwtje dat al sinds Brussel in de trein zat, keek even over haar schouder naar de bende permanenten dat kwam binnengewandeld, schudde even met haar hoofd in ergernis, keek naar mij en trok haar wenkbrauwen op alsof ze wilde zeggen “wat een bende kiekens!”. Ik glimlachte even maar vond het onderwerp niet interessant genoeg om er nog verder interactie over te hebben, dus ik richtte mijn aandacht weer schijnbaar op mijn boek.

Als iedereen op die trein zoals ik zijn of haar belevenissen zou uitschrijven…… dat zou één langerekt avontuur zijn!

Hartverwarmend!

Wat een hartverwarmende dag vandaag. Heerlijk gewoon!

Dat de dokter me deze morgen, na minstens een uur duimdraaiend wachten in een klein hokje, vertelde dat ik nog een lang en gelukkig leven zal leiden en daarvan slechts 1 uur per jaar zal moeten besteden aan duimdraaien en wachten in dat kleine hokje voor een nieuwe check-up, en maar één dag per jaar mezelf opnieuw moet laten volplakken, was nog maar het begin.

Ik kreeg de kans om nog de les van deze namiddag mee te pikken, zodat ik toch nog íets van de lessen van deze week meekreeg. Na een vrolijke fietsrit in de ijskoude wind en plakkerige mist kwam ik welgeteld 10 seconden te laat om de trein te halen. Die had ik onderweg verloren toen ik merkte dat ik geen zakdoek bijhad en mijn neus gelijkenissen begon te vertonen met de Niagara-watervallen. Pragmatisch als ik ben, sprong ik een winkel binnen om een pak papieren zakdoeken te kopen. Dat was bepaald een hachelijke onderneming: betalen en tegelijk het snot onder controle proberen te houden.

Volgend hartverwarmend moment was in de trein. In de wagon waar ik zat kwam namelijk op een gegeven moment Joos Valgaeren binnen, ex-Rode Duivel, ex-speler van Celtic en momenteel bij Club Brugge. Bij de Club, dat betekent dat je een Mercedes krijgt van de sponsor. Toch zat Joos Valgaeren deze middag op een overvolle trein van de kust naar Tongeren, een normaal mens te wezen. Chocomelkske drinkend, sudoku oplossend (dit kan ik echter niet bevestigen. Het kan ook een kruiswoordraadsel, een woordzoeker of zijn testament geweest zijn) en daarna vredig slapend voor de rest van de tijd.
Trouwens: aan het meisje dat mij de hele tijd zat aan te staren: ik heb het wel gezien! Tot zover, Valentijn 2008.

Belgische treinen, er valt altijd wel wat te beleven. De avonturen die een mens meemaakt op die dingen, altijd weer gesprekstof voor wanneer er onaangename stiltes vallen. Soms (lees: meestal) staan ze één of meerdere keren op onverklaarbare wijze stil, ergens midden te velde. Geen mens weet waarom, en blijkbaar zelfs de conducteurs ook niet want ze zeggen nóóit waarom hun dekselse trein weer stil staat. In plaats daarvan wachten ze geduldig tot het spel zich weer in beweging zet. Ik heb een theorie waarin de trein zelf een vorm van intelligentie bezit, een eigen wil. Ik ken anders geen verklaring waarom een voertuig dat niet zonder brandstof kan vallen, dat geen files kent, bij elk kruispunt voorrang heeft en praktisch altijd rechttdoor moet, zou stilstaan.
Ook vandaag: 3 keer stilgestaan. Geen idee waarom.

Op de terugweg: hartverwarming alom! Een vader zat samen met zijn zoontje van pakweg 5 jaar te kijken naar een film op de laptop. Elk met een paar oortjes en het zoontje in vaders armen. De vader: blonde paardenstaart (maar geen marginale paardenstaart) en zoontje lang zwart krulhaar. Het was een film met Jackie Chan. The cuteness!
En dat alles ondanks de NMBS die de hele dag druk in de weer was haar imago verder te verknallen. Opnieuw hadden ze een lumineus idee gekregen. Eerst hadden ze opgezocht welke trein in het spitsuur het meeste volk vervoert. Dat bleek de trein naar Knokke-Blankenberge te zijn zoals gewoonlijk. Deze trein is al eens het slachtoffer geweest van de NMBS-idiotie toen hij vervangen werd door dubbeldektreinen, om het probleem van de overvolle treinen op te vangen. Die dubbeldekkers, je weet wel, dat zijn die treinen waar je je valies het beste op je hoofd kunt balanceren want ergens anders is er geen plaats, en die niet ontkoppeld kunnen worden. Je leest het goed: op de lijn waar de treinen gekoppeld en ontkoppeld moeten worden, hebben ze treinen ingelegd die je niet kúnt ontkoppelen. De volledige trein moet dus verder naar Knokke of Blankenberge, en de reizigers van de ongelukkige gemeente waar de trein níet naartoe rijdt, die moeten maar overstappen op een boemeltrein.
Tot hier toe amateurisme ten top, maar het kan nog erger. Zeg nu zelf: welke gemeente zou u als rationeel verstandig denkend mens kiezen voor die trein, en welke voor de boemeltrein. Ik kan alvast meegeven dat Blankenberge meer inwoners heeft en dat het station in Knokke niet lang genoeg is voor de IC-trein. Ik zal het maar meteen zeggen: ze hebben Knokke gekozen. Lach niet, het is dramatisch voor de Blankenbergse pendelaars. Nee, serieus, lach niet!

Het houdt niet op, het hartverwarmende in de hele kwestie is dat de NMBS een oplossing gevonden heeft voor het probleem. Die oplossing is echter allesbehalve hartverwarmend. Op een dag kwam er een mongool de gebouwen van de NMBS binnen en zei: “maak dan toch gewoon die trein korter!”
“Maar natuurlijk” moet het bestuur van de NMBS toen gedacht hebben, want de trein naar Knokke en Blankenberge was inderdaad een heel stuk korter dan gewoonlijk.
Ik weet niet wat ze daar bij het bestuur van de NMBS tussen hun sigaretten rollen als ze belangrijke beslissingen nemen, maar zo kwam het dat er tussen Brussel en Gent een man van gezegende leeftijd zowat op mijn schoot zat. Langs zijn zilvergrijze kapsel kon ik een glimp opvangen van de man die met zijn zoontje naar een film aan het kijken was.

In Brugge bleek mijn fiets verdwenen te zijn. Ik had hem die middag haastig tegen het hekken geplaatst naast de fietsenstalling omdat ik mijn trein moest halen. En dat mag blijkbaar niet. De fietsen moeten in het fietsrek staan. “Op politiebevel!”, aldus de fietsverantwoordelijke die mij naar de plek bracht waar ze mijn fiets gezet hadden. Die plek bleek gewoon het fietsrek te zijn (n.b.: een fiets zoeken in de fietsrekken voor het station, zonder een clue te hebben waar hij ongeveer zou kunnen staan, dat is onbegonnen werk). Ik zoek nog altijd een reden waarom een fiets niet tegen dat hek mag staan. Schade aan het hek? Onzin. Hinder voor het verkeer? Onzin. Onveilig? Onzin. De flikken in Brugge hebben niks beters te doen? Waarschijnlijk.

Eind goed, al goed, op deze heuglijke 14de februari. De NMBS heeft hun probleem van de overvolle treinen kunnen oplossen door dubbeldektreinen in te leggen en deze vervolgens in te korten om in het station van Knokke te passen zodat de Blankenbergenaars hun geliefde boemeltrein kunnen nemen (wat een mooi gebaar! Hartverwarmend zowaar!). Ik kan nog lang van dit fantastische en uitermate boeiende leven genieten en er evenveel over bloggen; en ik ben op het einde van deze dag thuis geraakt (en dat vind ik een hele prestatie).

Powered by ScribeFire.

End of the line

Het gevoel dat je uit het examenlokaal stapt, je er even bij neer gaat zitten of naar huis loopt/fietst. Het waren betrekkelijk eenvoudige vragen en je denkt terug aan die dagen pure stress en spanning door de naderende deadline. En dan realiseer je je hoeveel tijd je niet verprutst hebt aan het studeren van ingewikkelde details terwijl die vanzelevens niet gevraagd gingen worden en ook niet gevraagd zijn! Man, ookal had ik het weekend vrijaf genomen, dat examen zou nog steeds gelukt zijn want er werd niks gevraagd uit de hoofdstukken die ik tijdens het weekend leerde.

Dat is een lastig gevoel. Een gevoel van pure nutteloosheid. Nu zit je weer vol kennis, veel te veel kennis, en die kennis heeft helemaal nergens voor gediend want nu ga je het allemaal langzaam vergeten. Steeds meer, tot je weer even dom bent als tevoren.

“Privatisering van de spoorwegen nu!!” Dat had ik willen roepen toen ik al 2 uur in de trein zat vandaag van Brugge naar Antwerpen. Trein 1 naar Gent kwam aan met 35 minuten (vijf-en-dertig!!!! Dat is even lang als……  geen idee) vertraging. 2 aansluitingen gemist. Geen nood, rustig ademen, in, uit, in, uit, pfffffff, we’re cool. Als we de volgende trein naar Antwerpen nemen hebben we 20 minuten om van het station naar de campus te hossen. 20 minuten, moet kunnen. Voorwaarde: geen vertraging.

10 minuten later, trein nog steeds niet aangekomen.

Not cool, not cool, not good, stress, stress, ergernisssssss!  Privatisering van de spoorwegen, NU!

Onderweg naar A’pen: steeds meer vertraging, trein stopt om onverklaarbare redenen waar NOOIT een verklaring voor gegeven wordt.

5 minuten voor aanvang van het examen bolt de trein het station binnen. Ik heb gelopen alsof mijn leven ervan af hing. Daarbij een paar keer mijn leven gewaagd terwijl ik uiterst zware verkeersovertredingen maakte (ooit eens een kruispunt diagonaal overgestoken terwijl het licht rood is? Ik heb het wel over het kruispunt van de Frankrijklei en de Franklin Rooseveltplaats). Maar het was het waard. In 5 minuten heb ik het gehaald. Nutteloos, zo bleek, want er waren geen examens genoeg en ze moesten er nog een paar kopiëren waardoor ik zeker nog 10 minuten met mijn vingers heb zitten draaien, mijmerend over die idiote zinloze sprint. Ik wist het zeker: het was mijn dag niet, en dat op de dag van het laatste examen.
Gezever, want het examen is goed gegaan. Het cliché komt weer eens uit he: geluk dwing je af.

Allez, kzijn content. Nu heb ik een heleboel dingen te doen die ik voordien niet kon doen, dingen die ik verwaarloosde door de examens. Zoals eten, drinken, en persoonlijke hygiëne….
Zei ik persoonlijke hygiëne? Ik bedoelde eigenlijk dat ik mijn boeken moet binnen brengen in de bib… (en ook een beetje persoonlijke hygiëne. Ik ben geen vuilerik. Nee, echt niet!)

Powered by ScribeFire.

So here I am

So here I am…. watching Radiohead.

2008 is een halve dag ver en totnogtoe is er niks speciaals gebeurd. Of wel?
…. Ja toch wel.
Ik liep vanmorgen over straat in Brussel op zoek naar een bakker die erin geslaagd was zijn oogleden los te maken, tussen de flessen lege Cava een oven op te diepen, hier en daar nog wat ingrediënten vond van het eten van gisteravond die konden dienen om brood te fabriceren en voldoende kracht in zijn armen had om het rolluik van zijn zaak naar boven te trekken.
Hela, wacht even…. Staan bakkers normaal niet elke dag op om – wat? – 4u? Zou het dan voor een geharde bakker een probleem mogen zijn om in plaats van te gaan slapen gewoon wakker te blijven? Misschien wel, maar niet voor de bakker die mij vanochtend – in het Nederlands – bediende.

Boterkoek-etend (hoe noem je dat nu in godsnaam in het Frans? Een boterkoek? Ziehier de reden waarom ik in het Nederlands begonnen ben) liep ik terug naar het Centraal station, hier en daar hoopjes kots te ontwijken. Het deed me echt niks.

Bleek dat de NMBS aan het staken was. De helft van de treinen reed! Bwahahaha! Poging nummer één om 2008 slecht te laten beginnen: mislukt, want ik kon de afgeschafte trein sowieso niet meer halen omdat ik eerst nog op zoek wilde naar eten. Toen ik dus mijn vingers aflikkend het station opnieuw binnenliep zag ik dat ik mooi op tijd was voor de trein die wél reed.

Op het perron heb ik in een vreemde taal gesproken. Dat gebeurt soms als je schizofreen bent, of als je zoals ik aangesproken wordt door iemand wiens taal je niet spreekt maar je wel begrijpt wat hij vraagt. Ik kan geen Spaans, maar “Brujas” versta ik wel. Wat ik vervolgens uitgekraamd heb, ik weet het ook niet, maar laat ons zeggen dat ik in het Engels begon, me vervolgens realiseerde dat Spanjaarden geen Engels spreken, vervolgens in het Spaans verder ging, tot het tot me doordrong dat ik helemaal geen Spaans kan en de vrouw tegenover me mij met medelijden begon aan te kijken, waarna ik overschakelde op Frans terwijl in mijn hoofd alle taalregisters in een onontwarbaar kluwen kwamen te liggen en de plaatselijke hersencel verwoed naar zijn pillen begon te grijpen al vloekend dat dit natuurlijk altijd gebeurt tijdens zíjn shift en dan nog op Nieuwjaar. Gelukkig werkten zijn collega’s in de hersenpan van de Spaanse vrouw als een goed geoliede (ja, zo schrijf je ‘geolied’….geolied. Dit heeft niks met aardrijkskundige lofzangen te maken) machine en namen ze uiteindelijk over, door mijn zin zelf aan te vullen.
Ik knikte driftig “ja” (en ik zei het ook luidop, wat belachelijk is aangezien “ja” Nederlands, Duits en ook een beetje dialectisch Engels is, en er geen van die talen gesproken wordt in Spanje tenzij in Benidorm en Tenerife in de zomer door een horde 60-plussers).

Op straat kun je gewoon verder lopen na dergelijk pijnlijk genant incident, maar op een perron blijf je achteraf gewoon staan, stap je ook dezelfde trein op (en je wéét dat die Spanjaarden je zullen volgen in het treinstel), en weet je dat je hen opnieuw zal kruisen bij het afstappen waarbij je niet gewoon niks kunt zeggen. Nee, je moet íets doen, iets dat zegt: “ik ken u, maar ik ken u niet genoeg opdat ik u nog verder van dienst zou kunnen zijn”. Dat hadden die Spanjaarden zelf al gemerkt toen ik op de vraag of Brugge een mooi dorp (dorp???) is, op dezelfde kinderachtige driftige manier “ja” had geknikt – én gezegd (alweer!). Bleh!

Op de stoel voor mij in de trein zat een gezin afkomstig uit ik-weet-het-echt-niet-maar-ik-zou-het-eigenlijk-wel-moeten-weten. Maar de taal die ze spraken kon ik nergens plaatsen. Ze waren gewoon blank, redelijk oud ( … wait a sec, zei ik “gewoon blank”? Em, hiermee bedoel ik niet dat niet-blank niet gewoon is (driedubbele negatie, eat that!), ik bedoel alleen…dat….ja, je weet wel wat ik bedoel) met een zoon die ergens in de twintig moet zijn. En hun reisgids…..tja, ik weet niet welke taal het was. Ik weet alleen dat hij over Brugge ging omdat er foto’s van Brugge in stonden (clever me!). Ik kon zelfs de letters niet lezen! Mijn eerste ingeving was: “het zijn Russen”. Maar toen zei die man iets waarin ik duidelijk het woord “Russia” hoorde, en dat was vlak nadat die vrouw de reisgids had bovengehaald. Ze keek kort op de kaft en knikte toen.
De senior-hersencellen in mijn kop kwamen rapporteren dat de vraag waarschijnlijk “Is het in het Russisch?” betrof. Stel je nu voor dat je op reis gaat naar Rusland. Je zit op de trein en je partner haalt de reisgids boven. Ga jij dan plots met de heldere ingeving “he, het is in het Nederlands!” voor de dag komen? Nee, ik denk het ook niet, tenzij je partner hem ter plekke gekocht heeft en jij daar fysiek of mentaal toevallig niet bij was. Maar in Rusland zul je lang mogen zoeken naar Nederlandstalige reisgidsen, net zoals je hier ook lang zou mogen zoeken naar Russische reisgidsen, en zeker als ze eruit zien alsof ze uit de jaren ’80 komen.
My guess: het zijn geen Russen, maar ze begrijpen wel Russisch, net zoals wij een Engelse infofolder zouden kiezen als er geen Nederlandstalige voor handen is.
Dussss, het zijn geen Russen, maar ze begrijpen Russisch en ze zijn op reis in België. Dat betekent dat het waarschijnlijk Oost-Europeanen zijn die profiteren van de uitbreiding van Schengen waardoor ze nu zonder één paspoortcontrole van Estland naar België kunnen reizen. Hela, snugger opgemerkt he, zo op Nieuwjaar? I know.

Brutin heeft gelijk als hij klaagt over levensloze wegwerp zon- en feestdagen waarop je te lam bent om iets te doen en als je wél iets wil doen, je het niet kunt omdat er niks open is, of omdat je familiale verplichtingen te vervullen hebt. Maar niet getreurd: ik heb iets om toch één van de 24 uren van vandaag te vullen: een Nieuwjaarsconcert. Niet dat van de Wiener Philharmonieker of zo, maar dat van Radiohead.

I say you farewell en voor het nieuwe jaar beloof ik dat álle, ja echt álle blogposts van dit jaar interessanter zullen zijn dan deze. En dat wordt echt niet moeilijk.

Powered by ScribeFire.

A man’s attitude… a man’s attitude goes some ways.

Part I: Choices 

Als ik de vrijdag mijn kot in Brussel gepakt en gezakt verlaat om naar Brugge terug te keren, dan heb ik twee keuzes:

– Ik ga naar links, om een eindje verder aan de kerk de tram te nemen die mij naar het metrostation voert vanwaar de metro me naar het Centraal Station brengt. Dan moet ik nog 3 minuten te voet van het metrostation naar de grote hal. De combinatie tram + metro neemt ongeveer 20 minuten in beslag, zonder wachttijden.

– Ik ga naar rechts om op het eind van de straat de bus te nemen die me naar de Kunstberg brengt, vanwaar ik te voet 6 minuten nodig heb om de grote hal van het station binnen te komen. Alles samen duurt dit 25 minuten, wachttijden niet inbegrepen.

Welke keuze maak je als je weet dat de bus om de 8 minuten rijdt en de tram om de 10 minuten? De wachttijd voor de metro duurt maximaal 5 minuten.

Nog niet antwoorden, ik moet hier nog aan toevoegen dat je 25 minuten hebt om de trein te halen. Start!

Vorige vrijdag koos ik de tram. Ik moest 5 minuten wachten aan de tramhalte. Toen ik aankwam in het metrostation vertrok de metro voor mijn neus en moest ik 3 minuten op de volgende wachten. Gevolg: trein gemist, 20 minuten wachten op de volgende trein. Zo zie je maar.

Part II: Treinrit

Toen ik in de trein geïnstalleerd was (de meeste plaatsen waren nog vrij) vroeg een man me of de plaats tegenover me nog vrij was, waarop ik instemmend antwoordde.

Et maintenant ca commence! Om één of andere reden voelde ik dat de ruimte tussen de stoelen plots veel kleiner geworden was en ik voelde een lichte aarzeling om mijn mp3 speler in te schakelen. Zou dit niet te asociaal zijn? Maar anderzijds: waarom zou het nu asociaal zijn en in die tientallen andere treinritten niet?

Ik wachtte even met mijn muziek aan te zetten en ik nam mijn boek van Bill Bryson. De man tegenover me, ik schat hem 45, maatpak, das, lange mantel, keek met een blik van herkenning naar het boek en mompelde iets.

“Shit, nu moet ik reageren”, dacht ik. En zo gebeurde het: een gesprek trok zich op gang. Met een wildvreemde. Gesprekken met wildvreemden zijn moeilijk omdat ze zo gemakkelijk zijn: er is niks dat je ze al verteld hebt, je kunt zowat alles vertellen wat je in je leven al meegemaakt hebt en je weet dat hij het niet aan je vrienden zal doorvertellen of zo.
Anderzijds: waarover kun je beginnen? Er is geen basis, geen voorgeschiedenis, geen gemeenschappelijke ervaring, geen gemeenschappelijke kennissen, niks.

Soms leek het een interview aangezien hij meestal vragen stelde aan mij, waarop ik antwoordde. Zelf zweeg hij en keek geïnteresseerd. En telkens als ik uitgepraat was…….awkward silence. Pure horror! En ik was zelf ook weigerachtig vragen te stellen, want…. wat interesseert mij dat? En…. wie ben ik om een vreemde te ondervragen?

Het ging over studies, politiek, het onderwijsdecreet, het leger, godsdienst, de dood (de dood for Christ’s sake!) en onderwijs in Vlaanderen.  De man bleek kapitein te zijn bij het leger, en assistent aan de VUB (waar ik studeer). En hij woonde dan ook nog eens in Brugge (zoals ik). Hij gaf colleges over…..beslissingen nemen en kansberekeningen (zie deel I). Stel dat ik de bus had genomen, zou ik dan een relaxte treinrit met boek en walkman gehad hebben? Wie weet….

Aangekomen in Brugge vroeg hij mijn emailadres. Diezelfde avond nog stuurde hij een email met de vraag om een nieuwe ontmoeting….

Part III: Choices bis 

– Stel dat hij homo is…… zou hij dan iets van mij willen? En zoja, waarom denkt hij dan dat ik homo ben?? Hoe herkennen homo’s elkaar überhaupt? Is er een bepaald kenmerk dat homo’s hebben en dat ik toevallig ook heb? Dit is belangrijk want het kan verklaren waarom ik nog steeds vrijgezel ben…..

– Stel dat hij geen homo is…… ok, maar dan nog vind ik het vreemd om met iemand die ik amper ken iets te gaan eten (want dat was het voorstel).

Voor hetzelfde geld was het een aantrekkelijk meisje geweest daar tegenover me in de trein….  Dan zou ik niet lang getwijfeld hebben over dat eten.

Part IV: de hamvraag

Wat antwoord je op die email?

The Sound of Noize

Eigenlijk begint mijn week pas woensdagavond, want dan heb ik mijn eerste les. Een weekend dus van bijna 6 dagen, wat eigenlijk een vakantie is. Nee, tuurlijk geen echte vakantie, alleen maar een periode waarin ik geen les heb en dus andere nuttige dingens kan vervullen.

Daarom ben ik gisteravond naar Brussel gereden met den dubbeldekkertrein. Je kent ze wel: dat hoogtechnologisch rollend materieel van de NMBS dat altijd hééééél traag aanzet en hééééééél traag het station binnen komt bollen, waarin je telkens weer moet gokken of er niet boven dan wel beneden nog plaats zou zijn, maar wat je ook kiest: zowel boven als beneden zijn die bagagerekken louter decoratief want alleen wie de platste koffer ter wereld heeft kan dat tussen dat rek en het plafond krijgen.

Met een kwartier vertraging in Brugge vertrokken, en in Gent stonden we 20 minuten stil toen we werden ingehaald door de trein naar Welkenraedt. Wat er dan gebeurt, is voer voor sociologen. Het rijtuig wordt een beetje rumoerig, iedereen begint te schuifelen en zo maar de gesprekken vallen stil. Laptops worden gesloten, horloges bekeken en afwachtende blikken geruild.
En dan plots staat de eerste recht om van trein te switchen. Er komt een kettingreactie op gang waarbij plots iedereen dat idee overgenomen heeft alsof ze er zelf niet eerder op gedacht hadden. Om eerlijk te zijn: ik ben wat langer blijven zitten in de hoop dat de trein alsnog vroeger zou vertrekken dan die andere, waarbij ik in leedvermaak zou kunnen wuiven vanuit een lege naar een barstensvolle trein die in het station zou achterblijven en waarbij ik mezelf dan ook ontzettend slim zou voelen. Niets van dat alles natuurlijk. Braafjes pakte ik mijn boeltje bijeen en ging naar de andere – intussen overvolle – trein.

Waarom ga ik naar Brussel als ik pas woensdag les heb? Vrij simpel:het geroffel van de regen op mijn dakvenster thuis begon me de voeten uit te hangen. Daarbij is mijn bureau hier gelijk drie keer groter of zo? En ik heb een tv en frigo voor mezelf. Need to say more?

Vanmorgen werd ik wakker door een donderend lawaai, alsof het huis naast ons afgebroken werd. Ironisch en pijnlijk genoeg bleek dat ook het geval te zijn:

dsc00084.jpg

Ik ontken overigens dat ik niet de moeite genomen heb stil te blijven staan om die foto te nemen. Ik ontken ook dat dat mijn vinger is onderaan.
Ik zit trouwens in het huis links van het huis dat ze van binnenuit aan het ontmantelen zijn. En neen daarmee bedoel ik niet het witte.