Classroom conversations

1m95. Dat is groot genoeg om de beamer die aan het plafond hangt te kunnen inschakelen zonder afstandsbediening.

Leerling: (nadat ik op het knopje gedrukt heb) “Kan jij daar aan??”
Ik: “Neen, maar desondanks duw ik toch op dat knoppeke”.

Dag daarvoor:

Leerling: “Jij bent wel groot he”.
Ik: (naar beneden kijkend) “Tiens, nu je het zegt…”

Dinsdag:

Leerling: “Wat is je favoriete pagina in de atlas meneer?”
Ik: (droog) “Pagina 836”
– 5 minuten later –
Leerling: “Unk, er is wel geen pagina 836 he”
Ik: “No kidding”

Leerling: “Wat heb je gedaan in het middelbaar meneer?”
Ik: “Gestudeerd” (moeha, lerarenhumor definitely my thing).

Iets later kreeg ik lik op stuk:

Ik: (met afgekraakte antenne cirkels makend op projectiescherm) “Wat zie je hier?”
Leerling: “Een projectiescherm!”
Ik: (grijnzend) “Niiiice! Touché!! ;-)”.

De toon is gezet.

U-turn

Een situatieschets: niet zo heel lang geleden (3 weken of zo) was ik leerkracht Engels en Geschiedenis in een kleine middelbare school in een dorp. Ik gaf les in wat we noemen “de lagere graden van het middelbaar onderwijs”. Ik was single en ik vulde het tijdsvacuüm met werken, bloggen en dromen van een betere toekomst.

Nu ben ik fulltime leerkracht Aardrijkskunde in de derde graad (did I hear the counter go *katsjinggg*?), ben ik hoegenaamd niet single meer, en ben ik ook weer pendelaar gelijk in de good old days. Het bloggen is wat weggestoken tussen de hopen papier die op mijn bureau rondslingeren, het dromen van een betere toekomst……  wel, ik ben daar net aangekomen.

Quote van de dag [3]

Een leerling, onderaan op de laatste pagina van zijn proefwerk:

“Niettegenstaande er een financiële crisis woedt wens ik u toch volgaarne prettige feestdagen met veel cadeautjes en beterschap!”

De 14-jarigen van tegenwoordig…..  Ik ben nochtans niet ziek of zo.

Overslag

Onbewust heb ik een wetenschappelijk experiment gedaan op mezelf. En de conclusie is heel interessant! Misschien ook voor jou/u!

Vorig jaar, ergens in april, ik zat toen het eerste jaar op kot, kreeg ik last van hartritmestoornissen. Ik wist niet waar die opeens vandaan kwamen, maar elke dag kwamen ze terug rond hetzelfde tijdstip, ergens in de latere namiddag. Pas rond 23u ’s avonds verdwenen ze opnieuw en in tussentijd zat ik mijn kas op te vreten uit ergernis/frustratie/ambetantigheid/whatever.
Een paar doktersbezoeken konden mij geruststellen: ik mankeer niks. Gezond hart, het slaat enkel een beetje bizar af en toe.

Ik had er enkel last van in rust, dus ging ik in de vakantie sporten alsof mijn leven ervan afhing. De ritmestoornissen ebden weg, maar toen ik in september opnieuw de draad opnam en weer ging studeren, kwamen ze terug. De rest van het jaar bleven ze voortduren, tot in april dit jaar. Toen zat ik weer meer thuis om aan mijn thesis te schrijven en zo. Ik deed ook meer aan sport. In de vakantie heb, net zoals het jaar ervoor, zoveel mogelijk aan sport gedaan, et voila: weg ritmestoornissen. Enkel een overslag zo nu en dan maar die kunnen me al lang niet meer deren. Toen ik begon met lesgeven in september bleef ik gespaard van deze ontzettend irritante stoornis. Ik dacht dat ik er definitief van verlost was.

Maar nu, sinds ik in een nieuwe school lesgeef, komen ze terug. En als ik terugkijk naar het voorbije anderhalf jaar is er één variabele die samen blijkt te hangen met het al dan niet hebben van hartritmestoornissen: sport. Toen ik in mijn vorige school lesgaf ging ik er elke dag heen met de fiets. Nu is dat een beetje te ver dus ga ik met de auto. Resultaat: ik doe de hele dag niks van lichaamsbeweging. Ik zit nu te typen terwijl ik mijn rechterbeen niet stil kan houden. Opgepropte energie zoekt een uitweg, mijn hartslag is opmerkelijk hoog met meer overslagen dan me lief is. Waarschijnlijk zullen die straks overgaan in constante overslagen en ben ik vertrokken voor de rest van de avond, net zoals gisteren.

Oplossing? Sport ja, maar een eind gaan lopen in het donker en in die koude. Hmmmz. Iemand een hometrainer op overschot?

And the bird says poe-tie-wiet?

En in tijden dat het om 17u30 ’s middags al pikdonker is buiten, is het misschien af en toe nodig de batterijen even op te laten en uw ogen te openen voor de meer heldere kant van het leven. The bright side of life, zeg maar.

Heb ik al gezegd dat ik weer aan het werk ben? Onderwijs, jaja. En full-time dan nog. Alleen is het slechts voor drie weken, dus nog twee weekjes en deze blog zal weer een versnelling hoger schakelen. Tot dan zul je het moeten stellen met hoopjes letters zoals deze.
Ik werk dus opnieuw, en ben ik elke dag een uur op de baan (half uur heen, half uur terug). De weg gaat hoofdzakelijk rechtdoor, en dan heb je wel al eens de tijd om bepaalde levensproblemen te analyseren. Zo heb ik de kern ontdekt van verkeersagressie. De kern van verkeersagressie komt erop neer dat iedereen altijd en overal in je weg rijdt. Hoe dan ook. Hoe jullie het doen weet ik niet, maar ik vind het verdacht dat er een auto komt uit elke zijstraat die ik passeer, en dat die auto telkens de indruk wekt ietsje te laat te zullen remmen waardoor zijn bumper in mijn vaarwater terechtkomt en ik ofwel moet remmen, ofwel moet uitwijken. En dan zwijg ik nog over de auto voor mij die altijd – áltijd – 5 km/u trager rijdt dan toegelaten, en die auto achter mij die altijd – áltijd – 20 km/u sneller rijdt dan toegelaten, en zich vervolgens “in mijn gat” vastklampt.

Ik vind ook – en nu ben ik niet bepaald origineel – dat ouderen levenslang rijverbod moeten krijgen. Er is een moment wanneer levenslang niet zoveel meer voorstelt. Weet je nog die schietpartij waarbij een opa van 80 zijn schoonzoon neermaaide? Hij had gelijk natuurlijk: wat konden we hem nog maken? Levenslang? Wat is het verschil met het rusthuis uiteindelijk? Of die oma die haar man neerstak met een mes. Kwam er zonder straf vanaf. Een oma in het gevang, dat gaat toch niet. Ookal zal ze er niet zo lang zitten.
Euh, ik word wat cynisch zeker? Terug naar het punt. Ouderen in het verkeer. Huizenhoog cliché, maar ik heb het onlangs mogen meemaken. Dit was de situatie: spitsuur, bebouwde kom, een rotonde. Een file staat te wachten voor de rotonde. Ik kom eindelijk aan het fietspad dat aan de buitenkant van de rotonde meedraait. Geen fiets, geen auto te bekennen. Ik rijd dus die rotonde op, vlak na de kleine vrachtwagen voor mij. Opeens remt die vrachtwagen omdat de auto voor hem is moeten stoppen alvorens de rotonde af te rijden, want hij moet voorrang geven aan een fietser. Ik stop ook, alleen sta ik op dat moment half op die rotonde. Op het moment dat mijn voorligger opnieuw vertrekt, komt er een andere auto van links (hij is dus op de rotonde). Ik denk: “die auto zal wel even wachten zodat ik volledig die rotonde opkan, want op deze manier belemmer ik fietsers en het andere verkeer op die rotonde”. Ik wil aanzetten, maar moet uiteindelijk opnieuw bruusk in de remmen als blijkt dat die auto helemaal niet remt voor mij. Aan het stuur: een meetje. Passagier: een ander meetje. Achter die twee meetjes: een hele sliert auto’s. En daar stond ik, half op die rotonde. Uiteindelijk heb ik mezelf voorrang gegeven en mij er brutaal tussen gewurmd. Twee mogelijkheden: ofwel zagen de meetjes niet dat er een auto half op de rotonde stond (wat wil zeggen dat ze half blind waren en dus beter het openbaar vervoer zouden nemen – of wacht: ze zouden beter thuisblijven.) ofwel was het meetje achter het stuur een respectloos en ijskoud mens dat enkel het verkeersreglement voor ogen ziet dat zegt dat het verkeer op de rotonde altijd voorrang heeft.

Bueno. Allez, de bright side of life. Wat bedoelde ik daar nu in godsnaam mee?
Ach ja, ik weet het weer. Als je iTunes, nadat je de voorbije weken achtendertigmiljoen keer de melding dat er een nieuwe versie beschikbaar is hebt weggeklikt, eindelijk z’n update gunt, time dat dan met je horloge of zo. Het duurde bij mij 45 minuten, en als ik dat niet had getimed, dan zou ik die 45 minuten gewoon héél – érg – láng genoemd hebben. Of ik zou gewoon achtendertigmiljoen geschreven hebben. Dat kan ook.
Dat is de bright side: een lange, cpu-rovende bezigheid, waarvan het enige voordeel is dat je die meldingen niet opnieuw zult krijgen (want je weet dat ze natuurlijk weer alléén dingen in de iTunes-store zullen gewijzigd hebben), kun je nu benoemen. 45 minuten. En intussen ga je in de douche of zo, of je klikt op het icoontje van Songbird, vergeet na 2 minuten – waarin er niks gebeurt – dat je daarop geklikt hebt, en een kwartier later opent het zich eindelijk. Dat is dan een leuke, want onverwachte verrassing. Vind het pleonasme.

Deze post is niet herlezen en staat mogelijk vol fouten en onlogische zinsconstructies. Het is logisch dat ik dat op het einde zeg en niet in het begin. Sommige mensen vragen zich dan af waarom hun blog niet populair is. Niet dat de mijne dat wel is natuurlijk. Er heeft immers niemand mijn stokje opgepikt toen ik het doorgaf. Voor een keer dat ik dat deed. Nu weet ik wat mensen tegen stokjes hebben.
De tijd die ik gestoken heb ik het schrijven van deze laatste alinea kon ik evengoed gebruikt hebben om te herlezen, maar nu moet ik echt beginnen met lesvoorbereidingen maken. Procrastination is the word.

ps: Songbird heb ik toch eens getimed. Hij klokt af op 3’36”. En dat op een vers opgestarte computer! Zelfs iTunes start sneller op.

Einde van de rit

Ik ben geen leraar meer. Mijn interim liep twee uur geleden af. Ik zeg alleen dit erover: klastitularis zijn is het meest “rewarding” dat ik ooit gedaan heb. Waar vroeger tijdens mijn opleiding vanop afstand naar verwezen werd als “de leerlingen” werd nu omgedoopt tot “mijn klas”. Met het accent op “mijn”. En in de omgang met collega’s werden ze door die laatsten “de jouwe” genoemd.

Mij rest enkel nog een stapel verbeterwerk en een oudercontact. Tijd om nieuwe oorden op te snuiven? 

ps: @Tina: ik wéét dat het ‘klassenleraar’ moet zijn ipv ‘klastitularis’, maar als alleen wij dat weten, dan kunnen ook alleen wij dat begrijpen. Vandaar. Na de retraite heb ik ook een evaluatieblad voor de 4de jaars opgesteld waarin ik het had over “de bezinning”.

Spellingsregels

De regel: als de windrichting slaat op een deel van het land, of op een regio, dan wordt die in het Engels met een hoofdletter geschreven. Als de windrichting alleen gebruikt wordt om een bepaalde richting aan te geven, wordt die niet met een hoofdletter geschreven.

Duidelijk? Ik vind van niet. Wat dacht je van deze zinnen?
– In Belgium, the hills are situated in the south of the country while the north is more or less flat.

Ok, het zijn “regio’s”, maar het is ook een windrichting! Het klassieke voorbeeld dat gebruikt wordt om de regel te illustreren is de Southwest in de VS. Dat is in ieder geval een beter voorbeeld van een “regio” dan het noorden van België, omdat het zuidwesten van de VS een echt begrip is. In het Belgische voorbeeld daarintegen, is het “noorden” enkel bedoeld om a.h.v. die windrichting een bepaald landsdeel te definiëren.

Een nog lastiger voorbeeld:

– Egypt is bordered by Sudan in the south and by Israël in the west.

Het is een windrichting én een regio! Als de zin “Sudan is situated south of Egypt” was geweest, dan zou het duidelijk zonder hoofdletter gemoeten hebben. Maar hier is er sprake van hét zuiden van Egypte en hét oosten van Egypte.