Naamgenoot

Naamgenoten. In mijn geval zijn ze dun gezaaid. Als je dan toch iemand tegenkomt ergens op het internet, die dezelfde naam draagt als jijzelf, en die komt dan ook nog eens uit dezelfde gemeente, dan is dat heel vreemd. Maar ik was er eerst!

Ja natuurlijk was ik mezelf aan het googlen. Wat dacht je? Het goede nieuws is dat ik mezelf slechts één keer tegengekomen ben. Straks begint het solliciteren en dan wil je nu eenmaal niet ontdekt worden. Lene zal het roerend met me eens zijn!

Mondvoorraad

Ach ach vanavond keer ik terug naar the middle of nowhere oftewel het midden van België, waar er een honderdtal vierkante meter het zonder internetverbinding moet stellen. The big blackout keert voor de derde keer terug, en dus voel ik me genoodzaakt deze blog van voldoende spijs en drank te voorzien om het een midweekje uit te houden.

Mijn blog en ik, wij hebben een belangrijke eigenschap gemeen: een dieet is nooit goed. Een blog leeft van updates, net zoals ik mijn dagelijkse calorieën broodnodig heb opdat mensen mij nog zien lopen op straat. Allez vooruit….

Mijn thesisonderwerp ligt vast, mijn promotor ligt vast, de eerste regels verschijnen op elektronisch papier en de eerste pagina’s zitten al ergens in mijn hersenpan. Waarover gaat het? Ik ga jullie niet vermoeien met de exactheden. Ik kan alleen zeggen dat het veel te maken heeft met deze post.

Veel werk! Elke week vraagt nauwkeurige planning. Vanavond de dvd programmeren voor 24, Lost en Hustle. Morgen eerste paper indienen, tegen donderdag teksten doornemen en een samenvatting schrijven, maandag of dinsdagavond naar Control, woensdag naar een lezing van de Turkmeense president aan de VUB, donderdag bij het krieken van de dag vertrekken richting a’pen, zorgen dat ik eindelijk dat laatste resterende boek kan kopen bij Acco, ’s avonds na de les naar de boekenbeurs (ik zit dan toch al in a’pen), daarna opnieuw naar Brussel, vrijdagmorgen opnieuw naar Brugge (overload aan NMBS) en vrijdagavond naar Cercle-Club (een uitmatch nota bene).

Zo ziet de week eruit. Ik geef toe dat de planning niet zó nauwkeurig is, maar it will do.

Tot ergernis van mezelf laat ik ook dingen bewust buiten beschouwing: ik moet dringend cursussen gaan bijhouden, IPE in de eerste plaats. Alleen heb ik het boek nog niet. Ik moet ook die verjaardagsdrink eens gaan regelen. Het is verdomd moeilijk een gemeenschappelijke datum te vinden. Ik moet mijn kot eens stofzuigen maar ik heb geen stofzuiger. Ik moet ook eindelijk eens die foto’s gaan uploaden die al zo lang in de wachtrij staan. Sh*t ik ben weer aan het zagen. Wacht, ik zorg voor wat compensatie.

AHA ik heb een nieuwe gsm! Geen verrassing: Sony-Ericsson K800i (ja, hiermee krijg ik extra hits, so what?). Hij is ondertussen wel al aan het einde van het einde van de terminus van zijn productlevenscyclus (dit woord bestaat!), dus het was geen senicure om het te vinden. Bij Photo Hall hadden ze nog één exemplaar, bij Vandenborre nog 2; maar die stonden in beide winkels aan 249€. In de Mediamarkt in Brussel stond hij aan 199€, en 2000 frank was vroeger een bom geld, dus ookal waren dit waarschijnlijk de 3 laatste toestellen in Brugge (Tuyttens: niks; Krëfel: niks, Belcompany: niks, Proximus-shop: niks), met 50€ kan ik evengoed een extra geheugenkaart kopen. Van een kale reis thuisgekomen heb ik de Mediamarkt van Oostende opgebeld: ook daar geen K800i meer in voorraad. Of er in andere Mediamarkten eventueel nog zijn? Een minuut stilte, doorbroken door getyp op- en gebleep van een computer, gevolgd door een “het spijt me mijnheer. In heel België is er niet één Mediamarkt die de K800i nog in voorraad heeft.

Last resort: Phone house. Omdat die in Brugge gesloten is wegens verbouwing wilde ik die van Knokke-Heist opbellen. Ik kwam terecht bij een callcenter. De man aan de andere kant van de draad, die ik me voorstel als Ben Trueman uit Hotel Babylon (de homofiele receptionist), wist me te vertellen dat hij zowel in Knokke als in Oostende nog in voorraad was aan….209€.
“Good enough!”
En nog voor de man mij nog een prettige dag kon toewensen en mij bedanken dat ik – vermoedelijk – voor Phone House gekozen had, was ik al in de auto gesprongen en had ik de motorkap richting Knokke gewend.

Mondaine badplaatsen tijdens een regenachtig verlengd weekend: je wilt er echt niet heen.
– Wat doen mensen als het weer te slecht is om op de dijk te zitten? Shoppen!
– En waar gaan mensen in Knokke, bulkend van de cash, winkelen? De Lippenslaan!
– En waar ligt de Phone House? Aan de Lippenslaan!

Mijn ijdele ambitie om de auto voor de winkel te parkeren en even snel binnen en buiten te springen heb ik snel opgeborgen. In file ging ik voorbij bezette parkeerplaatsen, in file ging ik verder rond een rotonde, ik reed voorbij de afslag van de Lippenslaan die één grote file was, in file ging ik rond een tweede rotonde, en zo belandde ik op de weg terug. Een hele hoop idiote details om te schetsen dat het toch wel echt druk was.

Uiteindelijk parkeerde ik de auto ergens op wandelafstand van de Lippenslaan. Dat klinkt positiever dan het is: een marathon van 42 km is tenslotte ook wandelafstand (of loopafstand). Maar ik heb gelukkig op de wandeling heen en terug mezelf wat kunnen entertainen met naar de auto’s te kijken. De BMW-Jaguar-Mercedes-Audi-en Porschedichtheid is zelfs hoger dan de Franstaligendichtheid.

****

Ik ga nu die paper afwerken want ik heb D. beloofd hem bij wijze van voorbeeld door te mailen.

Zij die gaan verdwijnen groeten u!

Powered by ScribeFire.

Vuurdoop

Vandaag zat ik voor het eerst alleen aan de receptie van mijn allernieuwste werkgever. Vanachter mijn L-vormig bureau met zicht op de vaart Brugge-Gent bekampte ik de zeven zeeën der administratieve romslomp, computertechnische logica, rinkelende telefoons, halfgare glazenwassers en naar mokka smakende cakejes.
Het startschot voor de georganiseerde chaos was het moment dat ik de sleutel van de postbus vroeg om vervolgens met een heuse tientonner de oprit af te rijden. Toen ik terugkeerde kraakte het asfalt onder het gewicht van papier, postzegels, verspilde inkt, touw, plastiek verpakkingen en karton.
Gewapend met een Japans samuraizwaard ging ik de brieven te lijf. Eén voor één moesten ze het afleggen tegenover het lemmet en hun oninteressante doch goed beschermde inhoud prijsgeven: facturen, rekeninguittreksels, herinneringen, aanmaningen, tweede herinneringen, derde aanmaningen, bestelbonnen, facturatiebonnen, offertes en prijsaanvragen vlogen me rond de oren. Alles moest gemerkt worden met mijn stempel die ik tussen de hete kolen bewaarde. Vuur, gensters, vonken en stank verspreidden zich als het papier in aanraking kwam met het gloeiend hete metaal dat voor eeuwig de cijfers 03-09-2007 vastlegde.
En toen verscheen er een deadline aan de horizon: 14u. Dan kwam de Black Postman op zijn stalen ros de post ophalen, onverbiddelijk als hij is. Een blik over mijn schouder deed een golf van paniek en adrenaline door mijn lymfeklieren razen: een berg brieven, zo hoog als het oog kon zien, die lag te wachten op priorzegels. Terwijl ik mijn T-shirt stond uit te wringen kwam de CEO er nog een schepje bovenop doen. Of ik nog een aantal wijzigingen aan wilde brengen in een document, dat wilde afprinten, hem voorleggen, kopiëren, doorfaxen en aangetekend met de post van die dag versturen? Sure!! Why not?
Rook kwam uit mijn vingers toen ik het toetsenbord van de gloednieuwe pc geselde en vuur kwam uit de printer toen die na de 5de poging nog steeds niet het gewenste resultaat uitspuwde. Ik rende over de vloer, richting kantoor van de manager en terug. “Zo goed meneer?” Met de ene hand de hoorn van de telefoon vasthoudend en met de andere mij gebarend mijn gerief op zijn bureau neer te leggen gaf hij zijn instructies. Ik rende terug om als een gek zegels te plakken. 5 minuten later verscheen de directeur opnieuw. Met een glimlachje dan nog: “Big Apple, ik moet je teleurstellen. Je bent vergeten er “aangetekend en per fax” aan toe te voegen.
“Ok, meneer. Ja, meneer.” Inwendig alle goden vervloekend ging ik weer aan de slag. Collega’s keken me ongerust aan en stelden voor dat ik zou gaan lunchen.
“Je broodje ligt daar nog Big Apple”
“Straks ga je nog flauwvallen Big Apple”
“Heb je geen honger Big Apple?”
Met een zenuwachtige glimlach was ik ze van antwoord. Op dat moment was het broodje smos wel het minste van mijn zorgen.

14u: de bel gaat: de facteur. Trots presenteer ik hem de berg papier die voor hem bestemd is.
Toen hij de deur achter zich dicht trok ging ik richting keuken om mijn wonden te verzorgen en de geestelijke schade op te meten. In de krant las ik over het voetbal van gisteravond. Man, wat een kakdag. Man, wat een boeiende job. Man, wat een toffe collega’s. Ze brengen me koekjes met mokkasmaak en daarvoor ben ik ze dankbaar. Ik zal hen de vuurstempel nog even besparen. Nog even.

Powered by ScribeFire.

Eerste werkdag

Vandaag de eerste werkdag gehad. Het was verdorie niet om te lachen maar ik zie het nog altijd zitten. De sfeer is alleszins opperbest. Daarna ben ik gaan koersen naar Sluis en terug, en nu heb ik nog steeds niks gegeten. Ik ben dus moe én ik heb honger. Je hoort het al: uitgebreider verslag zal voor morgen zijn.

Job!

Wat een meevaller! Randstad stuurt mij het ruime sop van de arbeidsmarkt op tot 14 september. Ik vul mijn resterende 11 dagen op met……receptiewerk! Precies wat ik zocht! Vanmorgen op “sollicitatie”-gesprek geweest in dat bedrijf.  “Volgens de uitzendconsulente bent u heel vlot in het aannemen van telefoons”, klonk het. Nieuwe informatie voor mij, maar als die consulente het zegt zal het wel zo zijn zeker? Die heeft me tenslotte persoonlijk aan de lijn gehad.
“Ja, dat klopt” zei ik dan maar.
“We beslissen morgen” zeiden ze aan het eind van het gesprek. Waarschijnlijk om me de indruk te geven dat er nog kandidaten zijn. Maar ik weet wel hoe laat het is. Als je mij nu al de werktijden meedeelt en me bovendien nog eens vraagt wanneer ik mijn inloopperiode wil houden dan is het voor mij wel duidelijk dat ik zo goed als aangenomen ben.
Als ik het over “ze” heb, dan heb ik het over de 2 vrouwen die voor me zaten. Ik had de indruk dat ze pas beseften dat ze niet wisten wat te vragen, toen ze aan de andere kant van de tafel plaatsnamen. Verder dan mijn studies en mijn vorige vakantiejob ging het niet.

Nuja, mij geen zorg. Dit betekent voor mij natuurlijk een kapitaalsverhoging. En dat betekent dat het tussen jullie 2 gaat, beste Pentax K10D en Nikon D80!

Powered by ScribeFire.

Armenwerk

Vandaag mijn eerste jobje opgeknapt voor T-interim: de tent van Benenwerk in het Astrikpark gaan afbreken. Niet de kleine vanvoor, maar die grote vanachter.  Ik kwam er aan op het onmenselijke 8u ’s morgens en de anderen waren er al. Maar onze werkgevers ontbraken. Om kwart na 10 (!!!!) kwamen ze uiteindelijk aangereden met hun vrachtwagen. “File” zogezegd.  Nuja, het was een heus karwei met heel wat gehef, gesleur, deduw en gedraai. We hebben ons goed in het zweet gewerkt en mijn handpalmen zijn weer voorzien van een verse laag eelt. We hebben onbedoeld ook het grasplein omgeploegd met die vorkheftruck (hoewel daarvoor eigenlijk alleen die chauffeur verantwoordelijk is, dus schuif het niet in de schoenen van de arme interimwerkers).  Ga even langs het Astridpark en je zal zien wat ik bedoel. Als iemand ambitie heeft om te zaaien: de preparatie is al gebeurd. Het is alsof er een kudde wilde stieren op is losgelaten.  Stieren met rubberen banden dan.  hm.

Voila, ze zijn weer binnen. En ik ben alweer wat dichter bij die camera.