Stuk-de-mulle

“Het zal me leren de fietsterrorist uit te hangen”, denkt het deel van mijn verstand dat doorgaans een aureooltje boven het hoofd heeft hangen.
“Waw, ik ben een held!”, denkt het deel dat te last heeft van een overdosis zelfvertrouwen.
“Het was zíjn schuld, ik kon er niks aan doen”, denkt het deel dat veelal eens mijn gezond verstand komt lastigvallen.
“Het was zijn, schuld maar ook een beetje mijn eigen schuld”, denk mijn gezond verstand dan weer.

Na 8 jaar ben ik nog eens met de fiets op mijn bek gegaan. En als ik een manier had moeten kiezen waarop dat zou moeten gebeuren, dan was het wel deze geweest: een ongeval waarbij je in je recht bent. Omstaanders blijven staan, vrouwen houden een hand voor hun mond en schijnen zich zorgen te maken om mijn fysieke averij, mensen maken aanstalten mij te helpen maar keren op hun stappen terug wanneer ze zien dat ik al vrij snel weer recht krabbel. Als je als jongere spontaan op je bek gaat omdat je nu eenmaal niet met een fiets kan rijden, dan is dat een afgang. Als je op je bek gaat als gevolg van je eigen roekeloosheid, dan is het ook een afgang. Maar niet als je er niks aan kon doen.

Het was een klassiek ongeval. Ik rijd door de Vlamingstraat en ter hoogte van de Stadschouwburg nader ik 2 wagens die quasi stilstaan. Ik wil de eerste wagen voorbijsteken, wanneer die plots hetzelfde wil doen. De wagen houdt in en laat mij voor. Ik steek de tweede wagen voorbij, maar plots slaat die linksaf. Ik kan niet meer stoppen, gooi mijn remmen dicht, mijn achterwiel komt van de grond, ik probeer met mijn voeten op de grond mij tot stilstand te brengen, maar het is te laat. Ik maak een niet onzacht contact met de zijkant van de wagen en ga tegen de grond, waarna ik mijn fiets half op me krijg.

De bestuurder, een zestiger, komt verschrikt kijken of ik geen noemenswaardige kwetsuren heb opgelopen. “Sorry meneer, ik weet mijn weg hier niet zo goed en….” Plots zag hij het nieuw aangelegde fietspad dat in de tegengestelde richting liep. “O, u reed waarschijnlijk op het fietspad!”
“Neenee, ik stak u gewoon voorbij.”
“Je bent nogal geschrokken waarschijnlijk.”
“Nogal.”

Ik besloot maar niet te zeggen dat ik nogal snel aan het rijden was en dat ik gewoonlijk voorbijsteek zonder echt na te denken. Bovendien was mijn halve aandacht bij de andere wagen, die eigenlijk voor mij wilde voorbijsteken waardoor ik het manoevre van de eerste wagen een fractie te laat had opgemerkt. Stel dat ik niet had voorbijgestoken, dan had die tweede wagen het gedaan, en was er sprake van een “echt” ongeval. (Goed he van mij!).

Ik zette het voorlicht recht, controleerde de ketting van de fiets, de pekkel, de remmen, de spatborden en alles bleek intact te zijn. Gelukkig maar, want het was de fiets van mijn pa. Mijn eigen fiets is er wat erger aan toe, zoals de trouwe lezer wel weet.
Ik controleerde ook even of mijn gsm nog heel was, want die zat in mijn zak op dat moment. Wat vuil aan de elleboog, een schrammetje op mijn handpalm, en dat was alles.

Ik schudde de geschrokken automobilist de hand en wenste hem nog een prettige dag. Nu zit ik achter mijn laptop te typen terwijl mijn elleboog wat dik begint te worden en beweging doet lichtjes pijn. Er hangt een beetje bloed aan mijn geschaafde knie die ik eerst niet had opgemerkt. Nuja, medische kosten zullen er wel niet aan verbonden zijn.

Nu wordt het een beetje freaky: de vorige keer dat ik met mijn fiets een stuk-de-mulle maakte was in 2000 (ja, dat herinner ik me nog heel goed!). Maar vandaag was dit eigenlijk het tweede incident met de fiets. Deze morgen, toen ik met mijn koersfiets onderweg was, was het ook bijna van dat. Ik weet niet hoe ik me toen heb kunnen rechthouden, maar ik weet wel dat als ik toen gevallen was, ze de 100 hadden mogen bellen. Ik maakte een scherpe bocht om de brug over de Stinker & de Blinker (het Leopolds- en Schipdonkkanaal) op te rijden, en mijn snelheid was hoger dan anders. Midden in de bocht maakt mijn pedaal contact met de grond en maakt mijn achterwiel enkele bruuske zwiepen waarbij ik wonder boven wonder rechtop kon blijven. Eigen schuld, want ik had een belangrijke regel gebroken: hou in de bocht altijd de pedaal aan de binnenkant van de bocht omhoog. Ik ging minstens 30 per uur op dat moment, dus ik dankte het lot dat deze beker aan mij voorbij ging. De afrekening kwam dus deze namiddag. Alsnog.

Gerechtigheid?

Wat doe je vlak na een examen?

Het eerste examen – Frans – is in de handtas. Tot vlak voor het examen was ik krampachtig bezig met woorden en uitdrukkingen in mijn hoofd te rammen tegen de achtergrond van deel 1 van Mirthes spektakel (echt een goed nummer), wat ook tijdens het mondeling examen in mijn hoofd bleef hangen (“c’est à cause des garçons, Madame!”). Van horen zeggen heb ik een A+! Voor Frans! Vreemd is dat, want ik kan helemaal geen Frans. Hoeveel zou een Fransman dan krijgen?

Niet-rss-lezers zullen opmerken dat ik mijn header veranderd heb. En aandachtige niet-rss-lezers zullen bovendien ook opmerken dat de foto niet 100% perfect gestitched is, maar ik had nu eenmaal geen zin in een derde poging. Ik had zelfs geen zin om mijn kostuum uit te trekken. Lui is the word I believe…… yes….lui. Het is een foto van mijn bureau hier op kot, zoals die er toen toevallig bijlag op het moment dat ik terugkwam van dat examen (“waar is die cursus Frans dan?”, vraagt u zich af. Wel, die was te wit, dus heb ik hem opgeruimd.) en het is tijdelijk de header omdat het mijn laatste weken zijn, hier in de kelderloft.

Ondertussen zijn ze er bij de VRT blijkbaar al van overtuigd dat Obama de democratische presidentskandidaat zal worden in de VS. De woorden “zo goed als zeker” die de Ter-Zake-mensen hierbij in de mond nemen doen mijn wenkbrauw toch wat fronsen. Iedereen weet intussen toch wel dat de zgn. “superdelegates” zullen bepalen wie het tegen McCain zal opnemen, en dan wil ik nog wel eens zien wie die gaan kiezen. En wat als Florida (waar Clinton won) en Michigan (haar homestate) plots wél meetellen?

VRT-journalisten durven wel vaker te voorbarig te zijn met hun conclusies. Daarnet zag ik de aankomst van de Giro en het was een massasprint. Benatti en Cavendish gaan zij aan zij over de streep, waarbij de commentator “Cavendish wint! En dat op zijn verjaardag!” uitschreeuwt. “Daar geloof ik niks van”, dacht ik bij mezelf. Hoe kon die commentator dat met het blote oog uitmaken? En als ik had moeten gokken, dan had ik Bennati gegokt. Toen de herhaling getoond werd, begon de commentator (ik weet niet wie het was) te twijfelen: “Of was ik te vlug?”. Zelfs bij het bekijken van de fotofinish was nog steeds niet uit te maken wie de winnaar was. Uiteindelijk bood het luchtbeeld uitsluitsel: Bennati was de winnaar. In stille triomf zat ik in mijn zetel de VRT-man “loser” te noemen, en mezelf “winner”. Natuurlijk gebeurt dat ook enkel als je helemaal alleen bent.

Wat doe je vlak na een examen? Wel, ik heb het hierboven haarfijn beschreven.

Excuses

Mijn excuses aan alle onschuldige wandelaars en fietsers langs de Damse Vaart die ik ongewild de stuipen op het lijf heb gejaagd, of kwaad gemaakt heb door ofwel onverwachts voorbij te flitsen, ofwel één keer teveel gebeld te hebben, ofwel door middel van een kleine stoot te kennen heb gegeven dat ze in de weg liepen/reden.
Het is niet gemakkelijk voor een coureur op een zonnige zondagmiddag langs een toeristische route. Veel wielertoeristen die, zoals ik, met opzet pas ’s middags gaan rijden om te profiteren van de aangename temperatuur, en veel gezinnen en koppels die hun loomheid van binnen naar buiten verplaatst hebben om het daar wat “kalm aan te doen”.

Maar, kijk, het spijt me dus. 
En aan die tienjarige wielertoerist-in-spe met T-Mobile outfit die mij koste wat het kost niet wilde laten inhalen: blijven trainen, ooit zal je me wel achter je kunnen houden. 

Powered by ScribeFire.

Bettini wereldkampioen 2007

Bettini wereldkampioen. Moddervette proficiat. En aan alle Duitsers: moehahahahahahaha!!

Powered by ScribeFire.

Fietsen vs Joggen: wat is beter?

Ik doe het ondertussen elke dag sinds ruim 2,5 weken. Van hier naar Sluis en terug. Dat is pakweg 28 km, steeds rechtdoor langs de Damse Vaart. Ik ben nu pas terug thuis, zo lam als wat, maar toch tevreden want het gemiddelde lag om 30,2 km/u terwijl het gisteren 30,1 was. Jammer dat Evy Gruyaert hier geen podcasts voor maakt. Maar lopen is nu eenmaal niet aan mij besteed om tal van redenen. Omdat ik geen eer wil afdoen aan de favoriete hobby van al die duizenden joggers ga ik enkel zeggen waarom ik per fiets aan mijn conditie werk, liever dan te voet.
Voordelen:
– Je houdt het langer uit
– Je gaat sneller
– Je ziet meer
– Je krijgt geen last van je knieën
– In groep heb je tenminste de adem om met mekaar te praten
– Tegenwind zorgt voor verkoeling, rugwind voor snelheid
– Geen voordurende schokken van je voeten die in contact komen met de grond
– Je wordt er bruin van (dat is geen reden om te gaan koersen, maar je merkt het zelf achteraf wel. Ik ben geen strandjeannet ;))
– Je zit op een koersfiets en om één of andere reden zien die er altijd veel beter uit dan gewone fietsen, die de naam “Magneet” of “Locomotief” moeten torsen.

Het heeft natuurlijk ook nadelen:
– Je moet jezelf in zo’n apenpakje wringen en dat ziet er heel belachelijk uit tot op het moment dat je op je fiets zit. Dat is het moment dat je een “coureur” wordt en die hebben het recht dat te dragen. Als ik daarmee door Brugge zou lopen dan zou iedereen me uitlachen van “hey, zie die daar eens met zijn spannend broekske!”. Als ik op mijn koersfiets door Brugge zou dokkeren zou niemand een opmerking maken. Ah, nee: dan ben ik een coureur en voor hen is dat normaal :).
– Een fiets kost al veel geld (maar dat valt nog redelijk mee. De mijne is ca. 750 euro)
– De uitrusting kost ook veel geld: truitje (65€), broek (65€),truitje met lange mouwen (75€), broek met lange broekspijpen (75€), schoenen (100€), klikpedalen als die niet standaard op de fiets inbegrepen zijn (100€), helm (50€), handschoentjes (20€). Hopelijk kun je nog ergens een drinkbus vinden, een zadeltasje en een sportieve zonnebril anders kun je die er ook nog bijrekenen. We gaan het nog niet over een kilometerteller en hartslagmeter hebben. Lopen kost daarentegen niks. Nu ik er even bij stil sta: dat is wel een sterk argument tegen het koersen en voor het lopen.
– Je wordt uitgescholden voor wielerterrorist als je het waagt meer dan één keer je fietsbel te laten klinken.
– Zadelpijn in het begin
– Ketting onderhouden is zwaar werk

Tijd voor een geïmproviseerde spaghetti nu.

Koersfiets wassen

Mijn koersfiets was echt smerig. Mijn ketting was een draaiend stuk vet en zand. Ik illustreer het even met wat foto’s die ik nam voor ik eraan begon:

koersfiets voor koersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voorkoersfiets voor

Nadat ik hem eerst met een zeemvel en dreft had bewerkt bleef het lastigste karwei over: de ketting, tandwielen en trap-as. Ketting eraf gehaald, in een oude bidon gedeponeerd gevuld met water en dreft, minuutje geschud, ketting er weer uit en de vaststelling dat hij nog steeds even smerig was. En de bidon was natuurlijk onbruikbaar geworden.

Een dag lang heb ik me bezind over hoe ik die ketting zou proper krijgen. Ondertussen lag hij op een opengevouwen krant op het terras. Na een bezoek aan de fietsenmaker kwam ik thuis met een kettingontvetter. Je kent misschien die idiote reclamespots op televisie waarin ze een druppel afwasmiddel latenvallen in een vettige pan of zo waarna het vet als bij wonder “verdwijnt”. Dat is natuurlijk zever. Maar ik zweer het je, dat product dat ik toen in handen had, dat was echt heeeeeel krachtig. De fietsenmaker had me gezecht een paar schakels per keer een klein beetje te bespuiten (het was een spray) en daarna met een droge doek of een droge borstel te schrobben, opnieuw wat te spuiten, etc.
“Dus ik heb geen water nodig?”
-“Nee, geen water, dat helpt niks”.
Ok, ik zou dus een ontzettend vettig en smerig stuk metaal schoonmaken met een oud marcelleke en een spuitbus. Ik bespoot een paar schakels van de ketting en, o wonder, ik zag plots metaalkleur opduiken. Ja, in het echt is zo’n ketting dus niet zwart he! Het zwart verdween gewoon. Ik pakte dat marcelleke en begon schakel voor schakel het vuil weg te wrijven. Je moet begrijpen dat dat zand en die vuiligheid tussen die schakels zit he. En je kunt daar eigenlijk alleen met een tandenstoker bij. De spray ontvette en zorgde dat het vuil losliet, ik moest op één of andere manier het ervantussen krijgen. Oplossing: tandenborstel.

Ook de volgende dag heb ik op mijn knieën in het gras doorgebracht met mijn krantenpapier, marcelleke, tandenborstel, spuitbus en ketting. Maar het resultaat mag gezien worden! Achteraf heb ik met diezelfde spuitbus mijn tandwielen, etc. afgespoten.

Dit is de koersfiets ná:

koersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets nakoersfiets na

Netjes he? Toen ik achteraf een uurtje ging rijden kreeg ik al direct complimenten te horen.

Tour 2007

Ik krijg dinsdagavond tijdens een msn-gesprek opeens een link toegestuurd naar een online-artikel van de Standaard: Vinokourov is betrapt op bloeddoping. Mijn eerste gedachte was “wow! surprise! verrassing! mijn voorspelling komt uit!”.  Dat laatste schoot door mijn hoofd omdat een paar uur daarvoor mijn broer nog verklaarde dat Vino de enige was die hij nog vertrouwde, waarop ik had gerepliceerd dat ik die Kazach misschien nog minder vertrouw dan Rasmussen. Zijn banden met Ferrari, zijn startverbod in de Tour vorig jaar, zijn grenzeloze ambitie,….  Die ambitie bleek inderdaad grenzeloos te zijn.
Maar waar ik naartoe wil is dit: ik was niet gechoqueerd! Ben ik al zo cynisch geworden dat ik het hele gedoe al gewoon ben en gewoon kick op sensatie? Neen, ik denk het niet. Toen ik hoorde van Vino’s bedrog was ik tevreden. Tevreden omdat de bedrieger gepakt is en waarschijnlijk nooit meer terugkomt in de wielrennerij. Blij omdat ik meer wist dan de dag ervoor, omdat het masker weggenomen was, omdat de onwetendheid ietsje kleiner is geworden. Je hebt natuurlijk altijd vermoedens, maar je weet het nooit zeker. Het wielrennen begint op de Mol te lijken, maar dan met meerdere mollen. Wie zijn de bedriegers? Welke prestaties zijn niet normaal? Wiens naam duikt op welke lijst op? Wie werkt met welke dokter? Allemaal heel intrigerend. Het is een soort oorlog met aan de ene kant de media, de fans en de zuivere renners. Alleen weten we niet welke renners zuiver zijn en kunnen we dus ook niet met zekerheid onze medestanders identificeren in de strijd. Aan de andere kant heb je de gedopeerden, de bedriegers. Ze worden gesteund door malafide dokters en verzorgers. Alleen weten we niet wie die bedriegers zijn. Voor hetzelfde geld is iemand uit ons eigen kamp die we 100% vertrouwden een bedrieger? We weten ook niet wie de andere bedriegers zijn die de gedopeerde renners bijstaan. Handelt een renner op zijn eentje of wordt het binnen de ploeg georganiseerd? Het zou stof kunnen zijn voor een reality-show.

Ondertussen wordt de strijd steeds feller. En wel omdat de media militanter worden, met in Frankrijk L’Equipe die voorop gaan in de strijd, als de generaal onder de media. In Duitsland komt er steun vanwege de televisiezenders die zonder blikken of blozen het uitzenden van de Tour gestaakt hebben na het eerste dopinggeval. In België hadden we de eenzame ridder van HLN, Maarten Michielsen. Maar die ondervond dat hij te weinig grond onder zijn voeten had en dat hij, waarschijnlijk in zijn grenzeloze ambitie en enthousiasme, te vroeg in de aanval is gegaan. Merk op hoe de media steeds agressiever worden in hun bewoordingen. Voorpagina van De Morgen: “Vinokourov vermoordt Tour”.  Dat zijn woorden als een klok.
Ook de toeschouwer wordt militanter. En daar reken ik mezelf toe. We pikken het niet langer, en dat mocht Armstrong al meermaals ondervinden tijdens zijn laatste Tours waarin hij voortdurend uitgejouwd werd. Ook Rasmussen werd uitgejouwd omdat hij de pretentie had in zijn gecontesteerde gele trui, met zijn gecontesteerd imago en zijn gecontesteerde voorbereiding in gecontesteerde oorden de publiekslieveling, Contador, te verslaan in de laatste kilometer van de Koninginnerit.
En zo komen we bij Rasmussen. Voor wie rijdt, of reed die eigenlijk? Ik zal het antwoord geven: voor zichzelf en voor zichzelf alleen. Met alle mogelijke middelen wou hij de Tour winnen. Zo graag zelfs dat hij gisteren in de laatste beklimming een panische angst toonde voor de toeschouwers, die hem rauw lusten want de toeschouwers horen bij ons, en ze menen Rasmussen ontmaskerd te hebben als een indringer, als één van het andere kamp. Ik heb medelijden met Rabobank. Medelijden met Boogerd en Dekker. Medelijden met de ploegleiding. Die zijn al die tijd aan het lijntje gehouden door Rasmussen, die loog over vanalles en nog wat, die lak had aan de ploeg en gewoon zijn eigen weg ging. Rabobank, die moesten gewoon zorgen voor zijn truitje, voor zijn fiets, voor eten en een bed ’s nachts en een massage na de streep. En niet te vergeten: voor een leger helpers die hem de hele dag uit de wind moesten houden. En zo gebeurde het dat Michaël Boogerd, iemand met een grotere staat van verdienste en een mooier palmares dan Rasmussen, zich in zijn allerlaatste Tour mocht opofferen voor de Deen. Zo gebeurde het dat het talent Tomas Dekker zijn eigen ambities mocht achterwege laten en bijgevolg dus nooit zal te weten komen hoe lang hij de kopgroep zou zijn kunnen blijven volgen als hij niet de hele dag voorop had moeten rijden. Rabobank was voor Rasmussen een vehikel voor persoonlijk succes. Wat had Rabobank aan Rasmussen behalve publiciteit? Die publiciteit werd trouwens hoe langer hoe meer negatief.
Rasmussen is in mijn ogen een echte freak, een fanatiekeling, een typische dopinggebruiker. Als je te kleine schoenen gaat aantrekken om gewicht uit te sparen, als je alle vijzen in je fiets gaat uitboren omdat een holle vijs minder weegt, dan heb je een probleem. Als hij de moeite neemt voor dat soort krankzinnig, ja zelfs dwangmatig gedrag, dan is het niet moeilijk je in te beelden dat hij ook bereid is om zich te doperen. Als je dan ook nog eens controles gaat ontlopen, als je gaat verzwijgen waar je gaat trainen en er zelfs over liegt, dan zie je zijn geloofwaardigheid onder het absolute minimum dalen, dat ik het VDB-minimum noem. Toch hoorde ik in de verslaggeving van de rit op de Nederlandse tv gisteren nog steunbetuigingen voor de kip. “Hij verdient het omdat hij dingen presteert die je van hem vooraf nooit had verwacht”.  Dat vind ik een vreemde redenering. Hetzelfde kon je dan ook zeggen van Vino en Landis. Maar die reden op speciale benzine. Op de Nederlandse tv hebben ze blijkbaar niet door dat Rasmussen controversieel is omwille van doping. Ik vraag me af of ze hetzelfde zouden gezegd hebben als Rasmussen voor pakweg Euskaltel reed.

Ik ben blij dat Rabobank van start gaat in de rit van vandaag. De Tour is al genoeg verknoeid voor die mannen, je laat ze dan beter niet naar huis gaan met dat als hun laatste herinnering aan de Tour. Je geeft ze beter nog de kans om er iets van te maken als gewone coureur in de buik van het peloton waar ze eindelijk opnieuw een praatje kunnen maken met hun collega’s of in een ontsnapping waar ze kunnen tonen waartoe ze nog in staat zijn. Geef ze het plezier van de laatste rit op de Champs Elysées waar ze opnieuw toegejuicht zullen worden, en laat dat hun laatste herinnering zijn aan de Tour van 2007. Of voor Boogerd: de laatste herinnering aan de Tour in het algemeen.