The Long Way Down. Deep down.

The Long Way Round en The Long Way Down. 2 reisprogramma’s bekend van de BBC, de laatstgenoemde ook al uitgezonden door National Geographic, en een kwestie van tijd voor Canvas ze koopt en uitzendt.

De eerste een reis rond de wereld in oostelijke richting. Waarom een wereldreis altijd naar het oosten moet gaan weet ik niet, maar ik heb nog niemand weten naar Amerika vertrekken om via Oceanië en Azië terug te keren.

Bij een wereldreis wordt er één continent doorgaans geskipped: Afrika (en Europa ook een beetje, maar dat kennen we al zo goed). Daarom kwam er een opvolger van de Long Way Round: de Long Way Down, van Schotland naar Kaapstad.

Protagonisten: Eerst en vooral Ewan McGregor. Veelzijdig Schots acteur. Thuis in bijna alle genres: Oorlogsfilms (Black Hawk Down), Drama (Trainspotting), Musicals (Moulin Rouge) en SF (Star Wars).
Samen met zijn buddy Charlie Boorman (collega-acteur, maar minder bekend, minder succesvol en minder ‘looks’) gaat hij met de motorfiets rond de wereld. Eerst van west naar oost, daarna van noord naar zuid.

Hun reizen worden volledig gefilmd en uitgezonden in documentaire/roadmovie/reality-tv -formaat (het reality-tv aspect zit ‘em in de video-dagboeken. Originééél!).

Educatief! Avontuurlijk! Interessant!
Ja, neen, maar toch ja. Het is educatief en interessant, maar het avontuur…… valt soms ver te zoeken. Want hoe avontuurlijk is een motortrip op gloednieuwe machines,  met in hun kielzog een stuk of 3 4×4’s, met daarin reserve-onderdelen, proviand, een regisseur, een dokter, een full-time medewerker die de visums en andere noodzakelijke papieren moet regelen, en uiteraard een camera-crew? Ook in de helm van de twee motards is een camera bevestigd en beiden krijgen ook een handycam ter beschikking om hun impressies te delen met het kijkpubliek.

Aflevering 1 van de Long Way Round was de voorbereiding. Het stel filmsterren had een volledig kantoor afgehuurd, daar hun personeel in gestoken met als opdracht “bereid onze reis voor”, waarna ze motorrijlessen gingen volgen en op survival gingen in Schotland om te ervaren hoe het was om in een tent te slapen.

Met veel gefrons der wenkbrauwen zat ik het allemaal gade te slaan, maar ik nam me toch voor om te kijken. Dat heb ik uiteindelijk amper gedaan (want ik was zelf op reis deze zomer, isn’t it ironic?), maar de Long Way Down heb ik wél meegepikt. Interessant en educatief. Jaja. Best te pruimen. Als je niks beters te doen hebt. Jammer van het avontuur.
Mr. McGregor en Mr. Boorman hun bedje voor de avond was al gereserveerd wanneer ze ’s morgens hun contactsleuteltje omdraaiden. Hun grootste zorg was dat ze er niet zouden geraken en ze “langs de weg” zouden moeten slapen. Hier is een moment van ongemakkelijke stilte goed geplaatst.

Maar waar ik eigenlijk over wilde schrijven was dit. Ik bedoel: wat nu volgt. Nadat ik er een paar regels over geklaagd heb.
Tegenwoordig loopt er (ook) op de Vlaamse zenders een commercial waarin Ewan McGregor getuigt over het avontuurlijke leven van een wereldreiziger, gecombineerd met het nog avontuurlijkere leven van een motorrijder. We zien beelden die thuishoren in reclamespots voor luxewagens. Adelaars scheren langs het televisiescherm, watervallen klateren en woeste landschappen dansen op ons netvlies. Reclame kan best mooi zijn, tot net voor het einde wanneer het product wordt voorgesteld waar het allemaal om draait. In dit geval….. see for yourself.

Je kop verkopen, je imago (dat eigenlijk deels ‘fake’ is) verkopen, en voor wat? Voor de commercie? Voor het geld? Het geld dat je waarschijnlijk toch niet nodig hebt omdat je er al in zwemt? Of zou Davidoff de gulle sponsor zijn van ’s mans epische exodussen?
Parfum   …   avontuur.  Parfum   …   avontuur. Is it me, or doesn’t this make any sense?

Third

Platen die je kunt blijven draaien. Blijven draaien. Blij-ven draaien. Tot ze een soort soundtrack worden voor een bepaalde dag uit je leven. Of 2 dagen. Of een week, een periode, waarin je een goeie reden had om deze plaat te blijven draaien. Je hebt er behoefte aan, je voelt je gelukkig en die muziek past daarbij, je voelt je depri en die muziek past daarbij, je bent ergens mee bezig en dus zet je die afspeellijst maar op “repeat” om je er daarna niet meer om te moeten bekommeren.

Hoe het ook is; als je na een tijd die muziek opnieuw beluistert, dan ga je automatisch denken aan die periode waarin je die plaat bleef draaien. En je krijgt opnieuw het gevoel dat je toen had, je kan je plots levendig voorstellen hoe je je toen voelde, hoe de sfeer was. Dat lukt niet zonder die muziek. Zonder muziek denk je er gewoon aan zonder het te voelen. Het is een beetje zoals geur. Geur kan je ook moeilijk voor de geest halen zonder iets daadwerkelijk te ruiken.

Ik ben een nostalgisch mens. Ik blik graag terug en mijmer dan wat over ik-weet-niet-wat-allemaal. Meestal voeren mijn gedachten me mijlenver van waar ze gestart zijn, in een indrukwekkende tocht door mijn onderbewustzijn en met assistentie van mijn langetermijngeheugen dat blijkbaar een grote capaciteit heeft. Als ik weet dat er weer “zo’n” periode aankomt, die ik me nog een tijdje zal herinneren, dan zoek ik met opzet naar een bepaalde soundtrack zodat ik me deze periode heel veel later nog voor de geest kan halen.

Ik weet op dit moment dat ik mijn thesis voor de rest van mijn leven zal blijven herinneren. Je maakt er maar één en het is de kroon op het werk. De soundtrack van mijn thesis is momenteel Third van Portishead.

In mijn voorstelling was Portishead altijd Watson, terwijl Massive Attack Sherlock is. En als je denkt dat Massive Attack er lang over doet om een nieuw album uit te brengen, think again. 10 jaar heeft het geduurd voor Portishead deze klaar had, en gedurende die 10 jaar scheen niemand echt te weten of die groep nog bestond of niet.

Gisteravond was ik heel erg moe, maar mijn bed heb ik zo lang mogelijk uitgesteld. En terecht, want na 10 jaar trad Portishead nog eens op bij Jools Holland op BBC2. Na het eerste nummer was ik tevreden en ging ik slapen met het gedacht dat de rest spoedig op Youtube zou belanden. Die “spoedig” bleek in werkelijkheid 20 minuten te zijn. Mesdames messieurs, als u wilt weten waar Hooverphonic mosterd gaat kopen, ziehier:

Machine Gun

We Carry On

The Rip

Portishead staat op 8 mei in Vorst Nationaal. Ik ga niet omdat die zaal volgens mij totaal ongeschikt is voor dergelijke muziek. De AB-box, ok. Maar Vorst? No way. Ik ga hun nieuw album wel blijven draaien.

Wanneer kwam u op het idee een nier vol plastiek te proppen?

Gisteren was Gunther von Hagens te gast bij Jonathan Ross. Gunther von Hagens heeft een paar merkwaardige eigenschappen:

– Hij is een Duitser

– Hij draagt altijd een hoed, zelfs ’s nachts

– Hij is een kunstenaar én een chirurg

– Hij combineert deze twee elementen

– Hij stelt lijken tentoon nadat hij ze geplastineerd heeft

– Hij is een hypnotiseur

Ik veronderstel dat het een gemakkelijk interview was want de vragen liggen voor de hand: hoe kom je in godsnaam op dat idee? Wil je zelf ook zo eindigen? etc.
De man zelf leek een beetje overdonderd. In Duitsland zijn ze duidelijk niet vertrouwd met zo’n talkshowconcept waarin humor primeert, de gasten bezongen worden door een mannelijk homo-koortje, het publiek luid lacht en joelt, en de presentator eigenlijk de ster is.
Nee, in Duitsland hebben presentatoren zilverwit haar, zijn uiterst keurig gekleed, dragen brilletjes met een kettinkje, hebben de vrouwen permanenten, zitten de gasten rond een tafel en worden eventuele grapjes goed voorbereid waarna er eens goed op de knieën gekletst wordt met een ferme bulderlach. Zo gaat dat in Duitsland.

Er werden beelden getoond van hoe Gunther von Hagens de vingers van een hand kon doen sluiten, door de spieren in de onderarm te manipuleren (erin te knijpen). Die arm was dus wel volledig van huid en bloed ontdaan zodat je alleen bot en rauw vlees zag, dat blonk onder de lampen. De vingers hadden precies wel nog een beetje vel en ook nog nagels. Het was weerzinwekkend.