Ironie is….

Wanneer de goden je smeekbeden verhoren, en Calexico, je favoriete band, eindelijk naar het Cactusfestival komt in Brugge, je thuisstad; en jijzelf op dat moment aan het roadtrippen bent in Arizona, oftewel Calexicoland.

Have fun thuisblijvers. Niet te missen. http://www.humo.be/tws/muziek/17002/humo-presenteert-festivalitis-cactus-2009.html

Advertenties

Eigenlijk gaat dit verhaal nergens over. Maar ik wil het toch vertellen.

Een andere man zou misschien vertrokken zijn met haar telefoonnummer en eventueel een date op zak. Ik niet want ik ben geen zo’n andere man. Bovendien is dit de echte wereld en niet Sex and the City. Sex  and the City voor mannen dan, en die bestaat niet eens. Of wacht, hold on, die bestaat al bijna 50 jaar en heet James Bond. In dat scenario zou ik haar ter plekke mee achter dat gordijn getrokken hebben en haar een smakkerd gegeven hebben waarvan haar tenen krulden. Ik zou vertrokken zijn met een knipoog en in mijn Aston Martin weggevlamd zijn, haar achterlatend met een dromerige blik waarna ik haar ’s avonds heel toevallig opnieuw zou tegenkomen en we een stomende nacht zouden beleven. Eat that Sex and the City!

Stel je voor: je bevindt je in een klerenwinkel en je grasduint door rijen broeken die nauw tegen elkaar geprangd hangen aan metalen staven. Plots klinkt achter je een stem: “kan ik u ergens bij helpen?”

Wat denk je nu? Twee opties:

1. “Oh, nee. Een verkoopster die mij de duurste broek zal proberen aan te smeren en voortdurend nauwgezet de broeken die rond mijn middel zitten zal beoordelen, daarbij opmerkingen gevend als “te breed” of “te kort” of “is dat echt uw maat? Misschien bent u onlangs vermagerd”.”

2. “Oef, een verkoopster. Ik liep hier verloren tussen al deze broeken en, hell, ik zie niet eens het verschil tussen een vrouwenbroek en een mannenbroek.”

Wie mij wat regelmatig leest weet dat ik tot de tweede groep behoor. Beter bekend als de groep van kinderachtige mannen die zich nodeloos aanstellen in kledingwinkels en daarbij hun vrouw/lief in vergelegenheid brengen. Maar omdat ik geen lief meer heb valt dat tegenwoordig best nog mee, al zeg ik het zelf.

Ik draaide mij om en keek in de ogen van een knappe zwartharige (ik heb een zwak voor zwartharigen) met leuke bril en opgewekt gezicht.
“Euuuuuuuuuh…ja!”, stamelde ik. “Je kan helpen om mijn maat te vinden!”.
Haar blik ging even snel van mijn voeten naar mijn gezicht en opnieuw naar mijn voeten.
“Ja, dat kan ik best geloven”, zei haar lichaamstaal, terwijl ze in werkelijkheid mijn maat vroeg.
“Breedte 32, lengte 36”, antwoordde ik vastberaden. Want broeken zijn de enige kledingstukken waarin ik mijn maat uit het hoofd weet.
Ze ging driftig op zoek tussen de solden, en daarna tussen de rest.
“Je hebt geluk, de nieuwe leveringen zijn zojuist binnengekomen. Nu zitten we dus op het maximum van ons aanbod.”
Meteen een verklaring waarom op àlle hangers een broek hing.
“Lengte 36 is veelvoorkomend”, ging ze door.
“O ja?”
Ik was verwonderd want ik dacht terug aan de expedities die mij traditioneel te beurt vallen in kledingwinkels, op zoek naar het zeldzaamste der zeldzaamheden: mijn maat. Ze zag mijn verwondering en zei snel “Nuja, ik weet natuurlijk niet hoe het vroeger was”.
“Normaalgezien is lengte 36 de maat die je helemaal op de onderste schappen terugvindt zodat grote mensen zich voortdurend moeten bukken om ze te doorzoeken”, zei ik.
“Haha, wat ironisch”.

Zo ging het een tijdje door, terwijl ze me er lachend op wees dat ik tussen de vrouwenbroeken aan het zoeken was.
“Ah, oei”, zei ik met een zweem van gespeelde hulpeloosheid. Ik draaide me om en ging in het volgende rek zoeken.
“Onderaan ook he?”, vroeg ik. Opnieuw lachte ze.
“Nee, onderaan zijn ook de vrouwen”.
Blijkbaar was het spontaanste en assertiefste meisje van de stad bezig mijn pad te kruisen, en laat dat nu net het soort meisjes zijn waar ik het beste mee overeen kom. Quelle chance!

Uiteindelijk vertrok ik met 7 broeken over mijn arm richting pashok. “Als je mijn hulp nodig hebt ben ik altijd in de buurt”, zei ze me nog.
Ik was in de Brooklyn van Brugge, en zoals ik al vertelde gaan de voorhangsels van de pashokjes daar niet volledig dicht. In het pashokje kwam ik tot de vaststelling dat de eerste broek alvast te lang en te breed was. Te lang, dat had ik nog nooit meegemaakt.
“Is hij te breed?” Een bekende stem klonk van achter het gordijn.
Ik gooide het voorhangsel opzij en daar stond ze, starend naar mijn benen en mijn heupen terwijl ze de broek keurde.
“Ja, en hij is zelfs te lang!”
“Te lang?”
“Ja, te lang, kijk!” En ik trok de onderkant van de broek even tot onder mijn hiel.
“Ik zal eens kijken of we hem in een maat kleiner hebben. 31/34 of zo”, zei ze en ze ging ervan door terwijl ik mij om broek nummer twee bekommerde.
Die bleek ook te groot te zijn en toen ik uit het hokje stapte kwam het meisje aangelopen met broek nummer één in een kleinere maat. “Je hebt geluk!”.
Ik grijnsde even: “deze hier is ook veel te groot”.
“Oeioei, ben je zeker dat dat je maat is? Misschien ben je onlangs vermagerd zonder dat je het weet.”
“Ja, meestal”.
“Huh?”
“Het gebeurt wel meer dat ik vermager”.
“Onozelaar”, dacht ik bij mezelf. “Kun je niks positievers over jezelf zeggen dan dat je soms onverwachts en ongemerkt vermagert? Je bent nu al zo mager.”
Ik probeerde de broek die ze mij had aangereikt en ik hoorde haar gedempt spreken met haar collega.
“…goed wi! ‘K en een leuke klant!”, zei ze op zachte toon, maar duidelijk hoorbaar. Ik groeide ter plekke 5 centimeter en de broek paste. Ik keek even in de spiegel en zag dat de opening die het voorhangsel liet, afgeschermd werd door het meisje dat met haar rug naar me stond.
“Perfect” zei ik en ik zette een paar stappen naar achter om mezelf van op afstand in de spiegel te zien.
“Awel ja, de maten van Diesel zijn altijd een beetje groter dan bij de andere merken. 34 is dus eigenlijk 36. Moet ik al iets weghangen?”
“Ja, neem deze maar mee, merci”, en ik gaf haar de broeken die te groot waren.
Intussen paste ik me een broek die een spannend model bleek te zijn. Ik schopte hem alweer uit nog voor ik hem helemaal aan had gehad want ik wilde niet dat ze me in zo’n idiote broek zag. Ik had de broek nog maar net uit toen ze weer post vatte voor de kier die het voorhangsel open liet. “Zou ze de hele tijd zo blijven staan?”, dacht ik bij mezelf. “Hoeveel keer zou ze zich al even omgedraaid hebben om te zien of ik bijna een nieuwe broek aan heb?” Ze had waarschijnlijk al meermaals gekeken maar dat kon me niet echt schelen. De preutse puritein in mij heb ik al enkele jaren geleden wandelen gestuurd.

De volgende broeken waren opnieuw te groot waardoor ze nog eens herhaalde dat ik waarschijnlijk was vermagerd zonder dat ik het gemerkt had.
“Maar ze zijn ook te lang”, zei ik.
“Inderdaad.”
“Dan ben ik ook gekrompen?”
“Mmmmmjaaaa”, en ze trok een raadselachtig gezicht.
Anyway, ik heb haar bedankt en ben met de enige broek die wél paste naar de kassa gegaan. In het voorbijgaan glimlachte ze nog eens. “Best é!”, zei ze.
“Ja, best é”, zei ik.
Ik betaalde en vertrok.

Een andere man zou misschien vertrokken zijn met haar telefoonnummer en eventueel een date op zak. Ik niet want ik ben geen zo’n andere man. Bovendien is dit de echte wereld en niet Sex and the City. Sex  and the City voor mannen dan, en die bestaat niet eens. Of wacht, hold on, die bestaat al bijna 50 jaar en heet James Bond. In dat scenario zou ik haar ter plekke mee achter dat gordijn getrokken hebben en haar een smakkerd gegeven hebben waarvan haar tenen krulden. Ik zou vertrokken zijn met een knipoog en in mijn Aston Martin weggevlamd zijn, haar achterlatend met een dromerige blik waarna ik haar ’s avonds heel toevallig opnieuw zou tegenkomen en we een stomende nacht zouden beleven. Eat that Sex and the City!

Enfin, ik ben James Bond niet (wat een nutteloze opmerking). Bij deze: meisje uit de Brooklyn van Brugge: als je ooit eens je eigen werkgever googlet en je komt hier terecht (het is mogelijk! Ik heb er ervaring mee.): ge kunt me krijgen! (Never thought I would ever say this).

Eigenlijk gaat dit verhaal nergens over. Maar ik wilde het toch vertellen.

Doordenkertje

Waar ik opeens aan zit te denken: je ziet eigenlijk nooit echt de wereld als je er zelf niet bij bent. Alle mensen die je ooit “ziet” in je leven hebben één iets gemeenschappelijk: ze zijn bij jou in de buurt geweest. (laat ons tv en foto’s even niet meerekenen, want dat is een indirecte weergave van de werkelijkheid). Eigenlijk zijn alleen webcams een soort blik op de buitenwereld.

Hoe zou het daar zijn, in die buitenwereld? Vol met mensen die gewoon hun leven leiden zoals jij dat doet, maar die jou niet kennen, je nog nooit gezien hebben (en jij hen ook niet), niet eens iets van je bestaan afweten?

En nu even héél ver denken: bestaat er wel zo’n wereld? Is dit alles niet slechts een illusie, een perceptie van de menselijke geest? En gebeuren er wel dingen zonder dat jij daar iets van weet of erover te weten komt? Zoals in The Truman Show……

Denk daar maar eens even over na!

Concertfotodinges

Mijn dijspieren voelen aan alsof ze 15cm te kort zijn. Mijn mond is een asbak. Ik heb niet geslapen vannacht, ik noem dat een coma. Zo met mond open en al. Ik heb een ruis in mijn oren. En ik ben moe. Mijn broek en schoenen hangen vol modder.

Wie had gedacht dat concertfotografie fysiek zo zwaar zou zijn? Tijd voor een uitgebreid verslag heb ik niet, wegens mijn thesis die de 13de af moet zijn. Maar je houdt beter Bruggelink in de gaten voor een uitgebreider verslag van de Red Rock Rally. Overigens heb ik één willekeurige foto uitgekozen als soort van proefexemplaar om hier te posten. En met willekeurig bedoel ik: de foto die toevallig voor mijn neus stond toen ik op het idee kwam. De rest is voor wanneer ik een dag of 45 vrij heb. En het zal nodig zijn want ik heb het materiaal noch de ervaring voor het betere werk. Maar dat komt nog. Hopelijk.

Bert Ostyn van Absynth Minded:

Ronde van Vlaanderen

Na een week in het vagevuur dat smallband heet vertoefd te hebben heb ik eindelijk mijn foto’s van de start van de Ronde van Vlaanderen kunnen uploaden naar Flickr en kan ik dus ook mijn relaas van de feiten doen.

De Ronde vertrok om kwart voor 10, wat wil zeggen dat ik om kwart voor 9 op de Markt stond, waar op dat moment al deftig veel volk verzameld was. Van links naar rechts: sportfreaks, Vlaanderen-freaks, bekend volk en gewone toeschouwers. (klik voor vergroting)

A propos: dit heeft niks te maken met de uit de hand gelopen opdracht die Tom Waes in zijn programma aan de kijkers meegaf nl. “fotografeer een BV”. Het was nog niet eens uitgezonden en stel dat het al uitgezonden was, ik had het niet gezien. Hou ondertussen maar op uw hersenen te pijnigen: het is de man met de telefoon en het is Marijn Devalck. Voor de rest heb ik geen interesse in BV’s (tenzij wanneer Bart Peeters verkondigt niet meer te willen presenteren).

Aan de kathedraal had ik een afspraak met Matthias en Tom, maar om daar te geraken moest ik door de Steenstraat die behoorlijk druk was, en waar je niet kon oversteken wegens op en af rijdende wielrenners en VIPS die foto’s wilden nemen. Het is waarschijnlijk overbodig te zeggen aan welke kant ik me bevond. Na een lange tocht richting ’t Zand was het duidelijk dat er no way was dat ik ooit aan de overkant zou kunnen geraken zonder een paar regels te overtreden. Maar hey, ik was niet de enige die die morgen regels overtrad:

Ter hoogte van de kathedraal kreeg ik de rest van de Bruggelink crew dan eindelijk in de mot, en zij mij ook:

Een fikse beenzwaai die discreet bedoeld was maar onmogelijk onopgemerkt voorbij gegaan kan zijn bracht mij voor heel even praktisch op het parcours van de Ronde, een gedachte die zich heden ten dagen nog steeds regelmatig tussen mijn oren nestelt en een opwaartse krul tovert ter hoogte van mijn rechter mondhoek.
“Hoezo beenzwaai” vraagt u zich al dan niet luidop af? Wel, kijk naar de foto hier boven en let op de dranghekkens. Enfin, ik ben aan de overkant geraakt zonder dat een renner in mijn flank gereden is. Oja, net daarvoor heb ik Gilbert gezien! Had ik dat al gezegd? Nee he. Ewel, ik heb dus Gilbert gezien én een foto gemaakt. Ik ben nog steeds euforisch.

Het plan was dat Matthias en ik het parcours zouden coveren in de nabijheid van de Markt, en dat Tom en zijn maat zich wat verder zouden installeren, om zo een maximale diversiteit aan impressies en beeldmateriaal te kunnen vastleggen op de gevoelige sensor.

Met Matthias heb ik me een weg geworsteld naar het podium, waarbij we ons door een flessenhals moesten wringen op de hoek van de Steenstraat en de Markt. Een strategisch uitgekozen locatie op de hoek van de Wollestraat en de Oude Burg gaf ons een goeie kans het peloton relatief langzaam voorbij te zien dokkeren want daar moesten ze een straat indraaien.

Tja, en toen kwam het peloton. Op de foto’s zijn volgende renners te herkennen in volgorde van verschijning: Gert Steegmans, Oscar Freire, Nick Nuyens & Wim Vansevenant, de enige Japanner in de Ronde (Fumiyuki Beppu), vervolgens De man-die -blijkbaar- nog-liever-zijn-ploegleider-doodslaat-met-een-hamer-dan-de-Ronde-van-Vlaanderen-te-rijden, en er was ook nog Tom Boonen, waarbij het aantal stripfiguren dat ik die dag gezien heb op twee komt.

Wie ik niet gezien heb is de driekleur met daarin de latere winnaar: Stijn Devolder.

Uiteindelijk bleek dit het begin geweest te zijn van een sensationele koers met onstuimige weersveranderingen, bloedstollende valpartijen, man-tegen-man-gevechten, een overdosis adrenaline en een finale in pure thrillerstijl waar ik een tijdje niet goed van was. En morgen is er weer koers!

Bruggelink!

Wat heeft Brugge niet dat andere steden wel hebben? Je kan veel zaken opnoemen: ruimte, diversiteit, vernieuwing, verdraagzaamheid, een Ikea of een Mediamarkt, goedkope cafés, een fuifzaal in de binnenstad, een stadsblog, …

Een streep door dat laatste want op dat vlak heeft Brugge een update ondergaan. Bruggelink bestond al de facto, maar is nu in een nieuw kleedje gestoken en schiet nu ook officieel uit de startblokken. U kan hem in uw feedreader steken, maar dan zal uw oog wel niet kunnen genieten van het ronduit prachtige design:

bruggelink.jpg

Als u te weten wil komen wat Brugge heeft dat andere steden niet hebben:

http://www.bruggelink.be

De Lijn door de stad

clubbus.jpgEn in een stad die weer eens hopeloos verdeeld is tussen groen en blauw, elk in hun combinatie met zwart, kiezen ook de buschauffeurs probleemloos kant. Club won verdiend, Cercle verloor onverdiend in een Olympia dat verdeeld was in een groene en een blauwe helft. Het enige wat er nu nog van overblijft is de sjaal van de buschauffeur die vandaag de heilige maar tegelijk vermaledijde voetbaltempel verschillende keren zal terugzien.

Hoofddoeken zijn tot nader order toch nog altijd verboden voor wie openbare diensten wil verschaffen. Dat is voor discussie vatbaar aangezien voor ons voetballiefhebbers, dit spelletje en onze club/vereniging niks minder dan een religie is.