Roadtrip USA, Part XI: Quite a city…

Toen we van ons hotel naar downtown San Francisco liepen vielen ons 3 dingen op: ten eerste zagen we om de haverklap een bedelaar of drugsverslaafde. In fact waren we die morgen nietsvermoedend temidden de drugsverslaafden en bedelaars gaan zitten in een beduimeld koffiehuis. Ten tweede was het veel kouder dan verwacht. Een frisse zeebries ging door de straten en de zon gaf nog weinig warmte op dit moment van de dag. Ten derde was de af te leggen weg beduidend langer in werkelijkheid dan op papier. Dit gezegd zijnde, genoot ik met volle teugen van de wolkenkrabbers die afstaken tegen de staalblauwe hemel, de stedelijke ambiance die er heerste en het vooruitzicht een volledige dag in deze stad te mogen doorbrengen. We verkenden allereerst het financial district met de vele chique hotels, banken en kantoorgebouwen. In de jaren ’70 was hier een netwerk aangelegd van verhoogde voetpaden die een verbinding vormden tussen kleine winkelcentra. Langs deze voetpaden lagen er terrasjes en was er groen aangebracht. Alleen viel er op dit moment van de dag nog niet veel volk te bespeuren. We kwamen uit bij The Pyramid, het hoogste gebouw van de stad en met een voor de hand liggende vorm. We stonden op de hoek van de straat wat te draaien en te keren met de kaart, discussiërend over wat de meest logische volgende stap zou zijn van ons bezoek, toen we onderbroken werden door een man in maatpak. Hij raadde ons aan om langs het water naar Fisherman’s Wharf te wandelen.
“You get a lovely view over the bay there and if you wanna eat, there are several places where you can eat just along the way”.
Verbaasd over de hulpvaardigheid van die man gingen we graag op dat voorstel in, zij het via een short cut.

Via de kade, waar een Mexicaans zeilschip voor anker lag, bereikten we Fisherman’s Wharf met de beroemde Pier 39. Het was er ongehoord toeristisch en we waren er getuige van hoe schaamteloos commercieel Amerikanen kunnen zijn. De hele pier was omgebouwd tot “vissersdorp”, verdeeld over twee niveaus en volgestampt met souvenirwinkels, visrestaurants, winkels waar allerlei gadgets verkocht worden en fastfoodstalletjes. Er was entertainment, muziek en een constante pretzelgeur. Je zou er permanente agorafobie kunnen opdoen als je een deel van je verstandelijke vermogens niet eventjes opbergt. Dus deden we dat en liepen met een grote grijns en de portefeuille in aanslag mee met de stroom, die pier op. Evi kocht er 2 pullovers terwijl ik tussen de gepersonaliseerde sleutelhangers mijn naam zocht, en ik kocht er een T-shirt terwijl zij tussen de autonummerplaten neusde. Zo was iedereen tevreden en konden we naar de rand van het staketsel gaan om enkele clichéfoto’s te maken met op de achtergrond Alcatraz. Lang kon Amerika’s beruchtste gevangenis onze aandacht niet vasthouden want we werden aangetrokken door het ge-onk van de zwerm zeeleeuwen die de helft van de jachthaven bezetten. De drijvende pontons werden bijna volledig ingenomen door de bruine vetjassen, wat leidde tot hysterie bij de toeristen op de kade. Met kinderlijke blijdschap deed ik mee en ik fotografeerde de aandachtsgeile beesten met elke lens die ik had.

Commercanten zijn het, die San Franciscanen. Ze drukken de naam van hun stad op alles waarop er een naam te drukken valt, en verkopen het vervolgens alsof het een bekend merk is waarmee iedereen gezien wil worden. En dat is het ook. De naam “San Francisco” bleek een beter merk dan LA en Las Vegas tesamen. Ik kreeg een eigen staaltje van deze koopmanskunst voorgeschoteld toen ik in de etalage van een camerawinkel aan het rondkijken was. Na een 5-tal seconden stond er al een verkoper naar mij. Het was een vijftiger van Aziatische origine en met kapotgerookte tanden. Hij zag er allesbehalve betrouwbaar uit maar veel leek ik niet te verliezen te hebben als Europeaan in de VS. Een lens zou hier beslist goedkoper zijn dan thuis. Hij leek mijn gedachten te kunnen raden.
“You’re looking for a tele objective?” Hij keek even snel naar de camera die kruislings over mijn schouder hing. “Pentax?”
-“Do you have one?”
-“Of course!!”
Hij liep naar de toonbank en doorzocht een kast. Hij haalde er een doos uit met een Pentaxlens van 75 tot 200mm. Hij wenkte naar mijn camera en ik legde hem op de toonbank. Zonder tijd te verliezen verwisselde hij vliegensvlug de lenzen en nam een paar testfoto’s die hij vervolgens toonde. “That’s a very decent objective, only 200$. Try it!” Aangenaam verast door de zoomcapaciteit van een telelens nam ik binnen enkele foto’s.
“You should go outside! This is an objective for outside! I trust you. Besides: your wife, fiancee, girlfriend or whatever is here with me.” Aarzelend ging ik naar buiten. Toen ik weer binnenkwam trok ik een sceptisch gezicht. “Autofocus isn’t quick enough. Do you have other objectives in this price range?”
“Yes yes!” De man knikte driftig en schoot weer zijn kast in. Hij haalde een Sigma boven. 50 tot 300 mm. “This is a very good objective. 300mm and a switch for macropictures”. Opnieuw ging ik over tot de test. De lens focuste veel gemakkelijker dan de vorige en lag ook beter in de hand.
Ik vroeg of hij de Pentaxlens er nog eens wilde opschroeven. Terwijl hij daarmee bezig was stak hij een preek af over het feit dat ik slechts één UV-filter had voor 2 lenzen. “I am only giving you advice. You can do what you want. But UV-filters are essential protection!”

Ik testte de Pentaxlens nog eens en informeerde even of hij toevallig ook de nieuwere Pentax 50-300mm had. Dat was het geval en de test was ook heel positief. De verkoper daarentegen minder. “Too expensive!”, zei hij. “400$!” Dat was een teleurstelling. Ik had gehoopt die lens voor een prijsje uit Amerika te kunnen meenemen. De verkoper zag mijn twijfels en zei toen: “if you buy an objective, ánd a UV-filter, I’ll give you a second filter for the tele objective for free!”.
“And how much do you charge for a filter?”, vroeg ik.
“39 dollars”.
In België kost een UV-filter al snel 50 euro en mijn beslissing was snel genomen. Toch haalde de man op de valreep nog eens de klassieker aller verkoperstrucs boven. “I would go for the Sigma. I have been using it myself for a while and I am very satisfied.”
“Ja, dat zal wel”, dacht ik bij mezelf.
De deal was beklonken en ik wilde betalen, maar Evi hield me tegen en haalde zelf haar portefeuille boven. “Vervroegd verjaardagscadeau!”, zei ze. Het was niet de plek om uitgebreid te gaan protesteren dus liet ik me met graagte trakteren. Toen we in de vooravond op onze hotelkamer het factuurtje controleerden zagen we dat de slinkse verkoper ons de tweede filter wél had aangerekend en dat hij natuurlijk de “taxes” niet vermeld had.

Onze wandeling ging verder naar de top van Telescope Peak vanwaar we een fantastisch uitzicht hadden op de prachtige mist die de Golden Gate Bridge aan het zicht onttrok. Daarna gingen we naar beneden langs de übertoeristische Lombard Street, zogezegd de steilste straat ter wereld, die in een reeks van haarspelden naar beneden ging, versierd met bloemen in alle kleuren van de regenboog.

In Chinatown heerste een agressieve drukte, vol spuwende en roepende Chinezen die langs winkels kuierden (of stilstonden) waar allerlei levende etenswaren werden verkocht. Over een bak vis vloeide een klein straaltje water om de dieren in leven te houden. Mensen porden in hun flank waarna ze krampachtig met hun vinnen sloegen, in een strijd met de verstikkingsdood. Het was degoutant en we lieten ons plan om die avond Chinees te gaan eten varen.

In het hotel hielden we siesta tot ik ’s avonds met het lumineuze idee afkwam om de Golden Gate te gaan bezoeken. In de Rough Guide had ik een restaurantje in die buurt opgemerkt waar we daarna iets zouden kunnen eten. Evi gidste me door de straten van San Francisco en die kunnen ellendig zijn voor automobilisten. Ik probeerde me de techniek “starten op een helling” te herinneren terwijl ik een straat bergop reed in een helling van minstens 25°. De kruispunten lagen telkens op een platform die als zodanig korte pauzes zijn in de beklimming of afdaling (zie ook diverse actiefilms waarin helse achtervolgingen worden gehouden op deze hellingen van San Francisco. Meestal zie je de auto’s door de lucht zoeven en bumpers aan diggelen vliegen.) Toen we aan de top van de berg kwamen was de richel zo scherp dat je als automobilist onmogelijk kon zien wat zich aan de andere kant bevond. Ik duwde me tegen de rugleuning van mijn stoel en probeerde zo hoog mogelijk te zitten. De neus ging omlaag toen we over de richel reden en aan de andere kant gaapte een afdaling die even steil was als de beklimming.
“Stel je voor dat de remmen hier…”
-“Zwijg!”

Het was al donker toen we de parkeerplaats opdraaiden aan de voet van de beroemde brug, die nog steeds volledig in de mist lag. Onder het motto “beter dit dan niets”, gingen we door het hek de brug op. Links van ons raasde het verkeer in twee richtingen, daarbij heel wat herrie makend telkens een auto over één van de vele drempels reed die dwars over het wegdek liepen. Het was een hele wandeling toen we eindelijk bij de eerste toren kwamen, die we enkel konden zien tot aan de eerste dwarsbalk.
“Tjah, dit is het dan….”
Veel viel er voor de rest niet over te zeggen en met de harde, koude wind in het gezicht liepen we terug naar waar we vandaan kwamen.

Hier begint het meest tragische verhaal van de hele reis. Het begon toen we volledig de weg verloren in de zoektocht naar het restaurant. Op het gevoel af reden we door een kalme woonwijk, in de hoop een drukke bekende straat tegen te komen die wél op de kaart stond. Toen we daar eindelijk in geslaagd waren en we het restaurant gelokaliseerd hadden (het was toen kwart voor tien) begon de zoektocht naar een parkeerplaats. Stel je dit voor: een residentiële buurt met relatief brede straten en op het eerste gezicht parkeerplaatsen te over. Alleen: als je erdoor rijdt merk je dat alle vrije plaatsen vlak voor garagepoorten liggen. En er zijn héééél wat garagepoorten, soms wel 2 of 3 per huis (!). Gedurende ongeveer 20 minuten zochten we tevergeefs naar een parkeerplaats, maar helaas. Met een lege maag keerden we terug naar het hotel in de hoop dat het aansluitend hamburgerrestaurant of de pizzeria aan de overkant van de straat nog open zou zijn. Toen we bijna bij het hotel waren bleek dat we niet mochten inslaan in de straat waar we zouden moeten inslaan, en voor we het wisten belandden we op de snelweg richting Bay Bridge. Een kolossale omweg bracht ons – uiteindelijk – terug aan het hotel, volledig gefrustreerd dat we er toch elke avond weer in slaagden te laat aan te zetten. We liepen naar het hamburgerrestaurant, dat blijkbaar 5 minuten eerder de deuren gesloten had. Terug op onze kamer belden we naar de pizzeria van de overkant van de straat (waarvan het menu op elke hotelkamer lag), maar ook die had de boeken voor die avond gesloten. Met een humeur dat heel ver onder nul lag belde ik tenslotte de Pizza Hut. Toen ik – eindelijk – verbinding had en een pikante pizza had besteld, vroeg de man aan de andere kant van de lijn waar er geleverd moest worden.
“Best Western, 7th street”, antwoordde ik.
“Then you should call Pizza Hut in Geary Street. That’s closer by”.
Tweede poging. Wachtmuziek. Daarna wachtmuziek en toen nog meer wachtmuziek.
“Pizza Ut ow can I elp you?”
Het was een overduidelijke Aziaat die heel onduidelijk Engels sprak. Ik begreep amper iets van wat hij zij, maar ik gaf antwoord op de vragen die hij normaal zou moeten stellen.
“mioiiijf, fh,qiuhq,lizu?”
“A big hot&spicy with cheesy crust.”
“mdkqjsmijmioejè!’çruoeizmm?”
“Delivered.”
“Mmzqoi jfm,jn  gjfdkslmqhgkjfsdlqj?”
“Best Western, 7th street, room 48.”
“mlqkjmsfioeo  h,qiomhc’e,izjr?”
“Cash”
“Jukilompfrdeszqa?”
“Pardon??”
“Jukilompfrdeszqa?”
“Sorry, I don’t understand.”
“Jukilompfrdeszqa?”
*hand op de hoorn* Tot Evi: “jukilompfrdeszqa????'”
“Sorry, I really can’t understand.”
“Hm okey. Em….” *fluistert iets tegen iemand die blijkbaar naast hem zit* … “Wea you from?”
“I’m in the Best Western, 7th street!”
“No no, I mean: wea you live?”
“Em, I live in Belgium. I’m on holiday”
*stilte*
“Woa is yoa oldel fo… today?”
“My order?? One big hot&spicey with cheesy crust.”
“Okey. Em. We ave problem. Hot&spicey. Other also hot?”
“Hm, yeah ok.” Het kon me allemaal niet veel schelen, ik wilde eten!”
“Wea you want pizza deliveled?
*zucht* “Best Western 7th street, room 48”
“qmqozeijklwxfi?”
“Yes”
“…. goodnight?”
“Goodnight.”

En toen gingen we naar de bar van het hotel die om mysterieuze redenen al om 23u zou sluiten. Evi bestelde een glas wijn waarna de barvrouw haar sommeerde een identiteitskaart boven te halen die nog in de hotelkamer lag. Alleen achterblijvend bestelde ik een glas Anchor Steam, typisch bier uit San Francisco, terwijl ik mijn identiteitskaart voorlegde.

Deze blogpost wordt veel te lang. Niet alles is verteld maar ik kan het ook in sneltempo. Evi’s glas rode wijn heeft ons een whopping 11 dollar gekost. 11 dollar!! Voor het eerst betaalden we geen fooi. Onze pizza is op tijd aangekomen. In de doos zat een margharita met bitter weinig kaas en schijfjes groene chilipeper. Die was vuurspuwend pikant dus haalden we de schijfjes er één voor één af, om nog enkel een mager belegd stuk deeg over te houden. Het zijn geldverdieners, die San Franciscanen. En het zijn deugnieten ook!