Zege Roos

“In the nick of time”, zo zou je het moment kunnen samenvatten waarop ik een ticket kon bemachtigen voor het concert van Sigur Rós, zondagavond in Vorst Nationaal. Een half uur voor aanvang van het voorprogramma liep ik namelijk nog steeds met lege handen te ijsberen voor de ingang.

Het was een risico natuurlijk, zo’n ticket kopen via ebay. Maar toen het voorstel mij zaterdag gedaan werd (“ga toch mee!” “Koop een ticket op ebay!”) wist ik er geen enkel argument tegenin te brengen. Ik dacht eigenlijk dat dergelijke tickets altijd voor honderden euro’s verpatst werden, maar blijkbaar is Sigur Rós net niet populair genoeg want ik kocht er één voor 50,-. Ik zou de verkoper ontmoeten aan de ingang en daar cash betalen. Heel eenvoudig en zo, maar toch genoeg om mij een treinrit lang zenuwachtig te houden.

Enfin, ik zat op tijd klaar om het volledige voorprogramma (For a minor reflection) te kunnen zien (en dat was niet onaardig). In gedachten deletete ik de draft van de blogpost waarin ik de Sigur Rós-gangers vol jaloezie direct aansprak.

U kent Sigur Rós? Scroll dan een alinea verder.
U kent Sigur Rós niet, of niet zo goed, blijf dan vooral lezen.

Sigur Rós (Zege Roos) is een Ijslandse “postrockband” die zichzelf een slow-motion rockband noemt. De groep telt vier koppen en wordt gekarakteriseerd door de hoge stem van de zanger enerzijds, en het bespelen van de elektrische gitaar met een strijkerstok anderzijds. De combinatie zorgt voor vele kippenvelmomenten, een algemeen gevoel van melancholie, een beetje tristesse, maar tegelijk ook vreugde en geluk.
De groep brak door met Agaetis Byrjun, volgens velen hun beste album.
Daarna kwam er een soort Kid A: ( ), een album zonder titel met 8 tracks die even titelloos zijn en als Untitled 1, 2, 3, 4, etc door het leven gaan. De eerste vier nummers (het eerste haakje) klinken nog ingetogen/optimistisch genoeg om een glimlach op je lippen te zetten. De laatste vier (het tweede haakje) zijn grilliger, kennen al eens een energie-opstoot en zijn in staat je met tranen in je ogen achter te laten. Ik ben een melancholicus, dus het tweede deel is mijn favoriete deel. 5 sterren van het eerste nummer tot het laatste (vooral het laatste. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar dit zou wel eens de beste muziek kunnen zijn die ik al in mijn leven heb gehoord). Alle nummers worden gezongen in het “Hopelandish”, een fictieve taal die voornamelijk door klinkers wordt gevormd. Hier zou je dus eventueel kunnen meewauwelen (gesteld dat je als man volledig vrij bent van testosteron). Aan het aantal woorden dat ik aan dit album intussen heb besteed kun je ook merken dat dit mijn favoriete werk is van Sigur Rós.
Takk… kwam uit in 2005 en is weer opgewekter. De miserie zet zich om in gelukzaligheid. Ook deze bevat nummers die waterlanders kunnen doen opborrelen, maar hier zal het eerder van geluk zijn, zoals in een bui van onverklaarbare softiness. Vooraan op de plaat vind je Glósóli, een nummer dat wedijvert met Untitled 8 om de hoogste eer, want minstens even goed. Glósóli is bovendien uitgerust met een videoclip die van die pracht is dat hij ook niet-liefhebbers van het genre kippenvel bezorgt. De clip vind je overigens onderaan deze post.
Dit jaar kwam Með suð í eyrum við spilum endalaust uit. In het Nederlands komt dat ongeveer neer op “met gezoem in de oren spelen wij eeuwig verder”.
Eeuwig verder, allemaal goed en wel, maar ik hoop dan wel dat ze in het vervolg andere vaatjes zullen aanboren om uit te tappen want op dit album klinkt Sigur Rós verdomd toegankelijk, lichtvoetig en vrolijk. Weg zwaarmoedigheid, weg melancholie, weg lange arrangementen, en – dit is bijna onvergeeflijk – weg strijkstok op de gitaar.
De drie singles die op Stubru uitgebreid airplay hebben gekregen: Gobbledigook, Inní mér syngur vitleysingur en Við spilum endalaust, zouden meezingers zijn als ze niet in het Ijslands waren. Deze vrolijke springnummertjes worden afgewisseld met piano- en strijkersballads. Festival, Ára bátur en Fljótavík zijn wel ok, maar kunnen zich niet rug aan rug plaatsen met bijna eender welk nummer uit vorige albums. Ik verkies nog altijd sfeer boven song. Songs hoor ik genoeg op de radio.

Het concert dan. Dat was goed, om niet te zeggen heel goed. Alleen…. het kon nog beter. Ik beklaag mij dat ik hen niet eerder heb leren kennen, want dan zou ik naar de Takk-tour gegaan zijn. Een optreden dat alleen nummers uit de eerste vier albums bevat…. dat moet schitterend klinken. De nummers uit het nieuwe album waren dus een beetje een noodzakelijk kwaad, ookal werd Gobbledigook aanstekelijk gebracht met veel percussie en bergen confetti. Hier zou het spreekwoord van de aap en de gouden ring toepasselijk zijn.
Andere let-down: geen Glósóli. Ongehoord! Ze zouden er wel tijd voor gehad hebben want een concert van anderhalf uur is nu ook niet zó lang.
Het positieve? Wel, al de rest natuurlijk. De rillingen die door de zaal gingen als de strijkstok over de gitaar ging en de huidharen die loodrecht kwamen te staan. De onverwachte passage van Untitled 6. De instrumentale jammsessie die in een vorig leven Haffsól heette. De baslijn van Ný Batterí die plots uit de troebele mist van schijnbaar willekeurige geluidseffecten opdook. En natuurlijk de bom: Untitled 8, traditioneel op het einde. De hele tribune schokte mee met het drumritme dat steeds sneller en sneller ging. Voor mij niks minder dan de zoveelste religieuze ervaring van de avond

De niet-fans raad ik aan Heima te bekijken, de film van hun tournee door Ijsland waarbij ze onooglijk kleine dorpjes in the middle of nowhere trakteerden op een gratis concert. Is het niet voor de muziek, dan wel voor de prachtige beelden. Eyecandy en earcandy tegelijk. Je vindt hem hier online.

En dan de afsluiter: misschien de mooiste videoclip ter wereld? Misschien de mooiste song ter wereld? Oordeel zelf maar. En graag veel reacties!

Sigur Rós – Glósóli

Opwaaiend stof in de AB

“Een puik concert dus, maar niet briljant genoeg voor die vierde ster.”

Zo besloot de recensie in De Morgen van Calexico’s concert maandagavond in de AB. Een recensie waarin enkel positieve dingen te lezen waren, op deze laatste zin na dan. Is het geen regel in de journalistiek dat je besluit een logisch gevolg is uit de argumenten die je opbouwt in de loop van je stuk? En dat je in je besluit niet met nieuwe elementen moet komen aandraven? Nieuwe elementen zoals “niet briljant genoeg”? En is het daarbij niet helemaal not-done om die nieuwe elementen niet eens toe te lichten?
Dus blijft de vraag: waarom was het niet briljant genoeg?

Ikzelf weet het niet, maar ik ben dan ook geen objectieve beoordelaar. Of wacht, je hoeft niet objectief te zijn in een recensie zeker? Nize, dan ga ik mijn mening neerpennen.

Vaststelling 1: het voorprogramma – Get Well Soon – heeft niet alleen een verrassend goed klinkende groepsnaam, het gaf ook een verrassend goed klinkend concert. Zeker volgens de normen van voorprogramma’s. Toen wij binnenkwamen hadden ze net hun eerste akkoorden aangeslagen en voor het podium stonden al een paar mensen verzameld. Genant weinig eigenlijk. Melijwekkend zelfs.
Bleek dat de mannen (en vrouw) amper 2 nummers nodig hadden om het publiek de zaal in te drijven en op het einde van de setlist stond de zaal aardig vol.
“Respect!” riep iemand uit het publiek tijdens het stille ogenblik tussen de laatste noot van het laatste nummer en het luide applaus.
Als compliment kon het tellen.

Tweede vaststelling: Calexico is het soort band dat zelf meehelpt met het klaarzetten van het materiaal, het testen van microfoons en het stemmen van instrumenten. Ook dat verdient respect.

Derde vaststelling: Zelden zo’n natuurlijk overkomende frontman geweten als Joey Burns die ons begroette in het Frans en het Nederlands, uitgebreid de rest van de band voorstelde, ons allen bedankte voor onze aanwezigheid, en kwistig complimenten rondstrooide voor de AB en voor de stad Brussel en haar multicultureel karakter. En zijn humor is heel droog:
“Who’s sweating?”
(heel de zaal steekt hand op)
“Oh no you’re not!”

De muziek dan…
Vierde vaststelling: een concert van Calexico kun je volgens mij pas ten volle appreciëren als je de nummers al wat kent. Calexico houdt van improvisatie en Burns houdt vrijwel nooit vast aan de oorspronkelijke melodie.

Vijfde vaststelling: chemie. Chemie tussen de bandleden die dermate perfect op elkaar ingespeeld waren dat fantasietjes, knipogen, gelach en wat onozel doen er gewoon bijhoorden. Op een gegeven moment stonden ze zelfs luidop te overleggen of ze een bepaald nummer nu wel op díe of op die andere manier zouden spelen.

Zesde vaststelling: één groot feest! En dat het plezant was!

Madrugada, AB, 12 mei 2008

Ik was nog niet helemaal in de stemming, maar maandagavond was het richting AB voor het concert van Madrugada. Diezelfde dag had ik mijn thesis ingepakt en dat mocht eigenlijk wel gevierd worden.

Dat doet me trouwens aan iets denken: als je in West-Vlaanderen woont, en je vertrekt op het einde van een warm weekend opnieuw naar je kot in Gent, Brussel, Leuven, dan helpt het niet om vroeger te vertrekken: de trein zit sowieso compleet vol. Het enige verschil is dat als je de trein neemt van 16u, zoals ik, hij vol zal zitten met Duitsers. Ja, die mensen willen ook wel eens naar de kust en hebben geen zin om helemaal naar het noorden te rijden met die peperdure Duitse spoorwegen of via de Autobahn. Tja, dat wilde ik even vertellen.

Madrugada dus. Ja, ze gaven van jetje zoals verwacht. We stonden op de tweede rij en konden de adem van zanger Sivert Høyem praktisch ruiken (bij wijze van spreken). Bij Moonartgallery, die het concert van de dag ervoor in Brugge bespreken, kwam de geluidsmuur blijkbaar als een donderslag bij heldere hemel want die recensent vindt hun cd’s “intimistisch” klinken. Ofwel heeft hij enkel de eerste twee en is er nood aan een update, ofwel heeft hij het op de rustige nummers die een onderbreking vormen voor de donkere, galmende rock op hun eerste cd’s. Op hun meer recente cd’s is het zelfs niet meer donker. Daar gaat het keihard rechtdoor en heb je de neiging om godbeterd luchtgitaar te spelen.

Over luchtgitaar gesproken: Jo mijn sympathieke kotgenoot, die mee was, heb ik daar daadwerkelijk op betrapt. Nee, zó fout was het niet.

Wat lezen we daar nog bij MAG? De recensent verwachtte een introverte zanger? Wel, laat ons het zo stellen. Als er een school bestond voor live optreden (het Brel-instituut of zo), dan was de zanger van Madrugada er de rector. Converseren met het publiek, grapjes maken, gezichtsexpressies, Brel-esque gebaren maken om de liedjesteksten te ondersteunen, door de knieën gaan bij het gitaargeweld in Black Mambo en een nagenoeg perfect stemgeluid. Zo zou het altijd moeten zijn.

Man, wat een schitterend concert. Met een voldane glimlach gingen we naar huis. Maar niet zonder de poster van de nieuwste plaat van Portishead op te halen die we voor het concert van de muur gepikt hadden (we waren één van de eerste), en daarna in één van die kastjes hadden gestoken.

Vermoedelijk hun afscheidstournee want na de dood van hun gitarist hebben ze hun meest recente album doodgewoon “Madrugada” gedoopt. Een album dat ‘slechts’ 9 nummers bevat, maar deze zijn stuk voor stuk steengoed.

Deze zomer treden ze nog twee keer op in België. En ik zeg niet waar voor ik zelf mijn tickets heb.

Allez, een filmke. Majesty.