Iker Casillas

Iker Casillas was gisteren de held van Spanje. De 27-jarige doelman stopte twee penalty’s – één meer dan zijn Italiaanse collega – en daarom gaat Spanje naar de halve finale van het EK.

Ziehier één van de weinige zekerheden aan een partij penaltytrappen: in 99% van de gevallen wordt één van de doelmannen tot held verheven. In de overige 1% schiet een Kroaat of David Beckham de bal in de tribune.

Iker Casillas. 27 jaar, maar hij speelt al een eeuwigheid. Degelijke keeper, maar geen uitzonderlijke doelman van het kaliber van Buffon. 2 keer had hij het geluk in de goeie hoek te liggen. Nationale held.

Penalties zijn een loterij. Wie wint op penalties, wint op geluk. Daar valt niks tegen in te brengen. Ik vraag me af of het niet beter zou zijn die spelers een hoop frustratie, stress en slapeloze nachten te besparen, en gewoon een muntstukje op te gooien. Het komt op hetzelfde neer: beide teams hebben even veel kans, voetbaltalent heeft er niks mee te maken.

Als voetballiefhebber zou ik gisteren een voorkeur voor Spanje moeten gehad hebben. Want Spanje “probeerde” tenminste, zo klonk het toch in de commentaren achteraf van Marc Degryse (ex-aanvaller), Emilio Ferrera (Spanjaard), Bob Peeters (aanvaller) en Eddy Snelders (ex-aanvaller). Alleen verdedigers begrijpen de kunst van het verdedigen. En alleen objectieve trainers begrijpen de impact van een goeie tactiek. Ik zat als quasi-neutrale toeschouwer te kijken met een 60-40% voorkeur voor Italië en ik zag Spanje sukkelen om door de witte muur te komen. Slechte passes, oersaai en traag voetbal, de bal ging van de ene kant van het veld naar de andere kant en terug, en ik geeuwde. Italië ving gemakkelijk op en stuurde de bal voorwaarts van zodra ze die had. Veel meer risico, veel meer kracht, een combinatie van techniek, powerplay en tactisch vernuft. Alleen bracht het niet meer gevaar voor het Spaanse doel op dan voor het Italiaanse.
Tegen het einde van de wedstrijd nam Italië meer en meer de controle van de wedstrijd over en bleek Spanje erdoor te zitten. Ook nog eens fysiek de zwakkere. Spanje heeft ballen nodig, zodat ze wat meer durven.

Ik ben niet ontevreden met Spanje in de halve finale. Het werd eigenlijk tijd dat de vedetten van Real, Barcelona, Valencia, en vooral de Engelandgangers iets lieten zien. Italië heeft niet te klagen. Ze mochten al blij zijn met de tweede ronde en daarboven zijn ze ook nog eens wereldkampioen. Die zal altijd een trap hoger staan dan de Europees Kampioen. Wie maalde de afgelopen 4 jaar immers om Griekenland? 2 dagen na Euro 2004 was iedereen die afbraakvoetballers al vergeten.

Toni mocht zelfs geen penalty trappen. Tijdens de match kon je zijn snor zienderogen zien groeien.

Advertenties

Dösis und Piefkes

Wie vanavond een duel op het scherp van de snee wil zien, niet alleen tussen twee voetbalteams maar tussen twee rivaliserende naties altegader, die moet zeker kijken naar de voetbalmatch Oostenrijk-Duitsland.

Als tegenpolen elkaar aantrekken, dan stoten evenpolen elkaar af. Hence, de rivaliteit tussen de Engelsen en de Schotten, de Vlamingen en de Nederlanders, en dus ook de Oostenrijkers en de Duitsers.

Toch is er een verschil: wij lachen met de Nederlanders: ze zijn gek, gierig, excentriek, zien er vreemd uit, spreken vreemd, brouwen bier van het 836ste knoopsgat, om nog maar van die caravans niet te spreken. Maar daar houdt het ook op. De grootste rel sinds 1830 was waarschijnlijk de uitspraak van De Gucht over het uiterlijk van Balkenende.
Oostenrijk en Duitsland gaan een stap verder. Wat ik heb gemerkt tijdens die drie maanden dat ik in Innsbruck heb gestudeerd, is dat Oostenrijkers niet met Duitsers lachen, maar ze uitlachen. Ze háten ze uit de grond van hun hart. Het Duits dat in Duitsland gesproken wordt is niet “grappig”, maar “hautain”. Hun hele cultuur wordt in Oostenrijk als hautain gezien en ze voelen dat de Duitsers hen zien als “die kleine Österreicher”. Dat klinkt bekend.

Overdreven? Misschien. Maar wat dacht je dan van deze cover in de Duitse rioolpers?

Geen hoogvlieger qua originaliteit, maar de Duitsers staan nu ook niet bepaald bekend om hun gevoel voor humor. In Oostenrijk is dat al niet veel beter, hoewel ze zelf overtuigd zijn van wel.

Intussen is het in een echte mediaoorlog ontaard waarin de platte verwensingen in beide richtingen langs de Zugspitze geslingerd worden. De Duitse papierverspilling die zich “Bild” noemt, geeft 20 redenen “warum Ösis Dösis sind”. (Sorry, keine ahnung wat Dösis betekent). Ja waarom eigenlijk? Enkele voorbeelden.

Ösis sind Dösis weil…

3.. sie so schlecht Auto fahren, dass sie auf den Autobahnen ein 130-km/h-Tempolimit brauchen.

4… ihre Flagge rot-weiß-rot ist, damit sie das Ding ja nicht falsch herum aufhängen

6… wir in Berlin bald ein viel größeres und tolleres Riesenrad (185 Meter) haben als das im Wiener Prater (65 Meter).

For the love of God. Dat doet denken aan de moppen die ik altijd tapte toen ik op de lagere school zat. Duitsers die grappig proberen te zijn: scary.

Het Oostenrijkse antwoord kwam snel: “20 Grunde warum Deutsche Piefkes bleiben”. Piefkes is blijkbaar het gebruikelijke scheldwoord waarmee Oostenrijkers Duitsers aanduiden.
Het is al even zielig:

Deutsche bleiben Piefkes weil…

9 .. sie ohne Polen den Ball überhaupt nicht ins Tor reinkriegen (EM – bisher 3 x Lukas Podolski).

8 ..sie in Geilenkirchen (Nordrhein-Westf.), Poppenhausen (Unterfr.) und Petting (Oberbayern) wohnen, ohne irgendwas davon zu spüren.

15 .. sie gern als Touristen fragen: „Wie heißt dieser Berg?“ Wenn ein Einheimischer nachfragt „Wölchener?“, sagen sie „Dankeschön.“

De Oostenrijkse assistent heeft ook laten optekenen dat de Duitsers “hun fifa-ranking in hun gat kunnen steken”, en de Oostenrijkse aanvoerder verklaarde dat “de Duitsers hun broek volschijten van angst”.

Ik kan me niet voorstellen dat de Belgische of Nederlandse pers zoiets zou publiceren naar aanleiding van een voetbalmatch. Zelfs Het Laatste Nieuws niet.

Meer mediaoorlog vind je hier en hier en hier en hier.