Eigenlijk gaat dit verhaal nergens over. Maar ik wil het toch vertellen.

Een andere man zou misschien vertrokken zijn met haar telefoonnummer en eventueel een date op zak. Ik niet want ik ben geen zo’n andere man. Bovendien is dit de echte wereld en niet Sex and the City. Sex  and the City voor mannen dan, en die bestaat niet eens. Of wacht, hold on, die bestaat al bijna 50 jaar en heet James Bond. In dat scenario zou ik haar ter plekke mee achter dat gordijn getrokken hebben en haar een smakkerd gegeven hebben waarvan haar tenen krulden. Ik zou vertrokken zijn met een knipoog en in mijn Aston Martin weggevlamd zijn, haar achterlatend met een dromerige blik waarna ik haar ’s avonds heel toevallig opnieuw zou tegenkomen en we een stomende nacht zouden beleven. Eat that Sex and the City!

Stel je voor: je bevindt je in een klerenwinkel en je grasduint door rijen broeken die nauw tegen elkaar geprangd hangen aan metalen staven. Plots klinkt achter je een stem: “kan ik u ergens bij helpen?”

Wat denk je nu? Twee opties:

1. “Oh, nee. Een verkoopster die mij de duurste broek zal proberen aan te smeren en voortdurend nauwgezet de broeken die rond mijn middel zitten zal beoordelen, daarbij opmerkingen gevend als “te breed” of “te kort” of “is dat echt uw maat? Misschien bent u onlangs vermagerd”.”

2. “Oef, een verkoopster. Ik liep hier verloren tussen al deze broeken en, hell, ik zie niet eens het verschil tussen een vrouwenbroek en een mannenbroek.”

Wie mij wat regelmatig leest weet dat ik tot de tweede groep behoor. Beter bekend als de groep van kinderachtige mannen die zich nodeloos aanstellen in kledingwinkels en daarbij hun vrouw/lief in vergelegenheid brengen. Maar omdat ik geen lief meer heb valt dat tegenwoordig best nog mee, al zeg ik het zelf.

Ik draaide mij om en keek in de ogen van een knappe zwartharige (ik heb een zwak voor zwartharigen) met leuke bril en opgewekt gezicht.
“Euuuuuuuuuh…ja!”, stamelde ik. “Je kan helpen om mijn maat te vinden!”.
Haar blik ging even snel van mijn voeten naar mijn gezicht en opnieuw naar mijn voeten.
“Ja, dat kan ik best geloven”, zei haar lichaamstaal, terwijl ze in werkelijkheid mijn maat vroeg.
“Breedte 32, lengte 36”, antwoordde ik vastberaden. Want broeken zijn de enige kledingstukken waarin ik mijn maat uit het hoofd weet.
Ze ging driftig op zoek tussen de solden, en daarna tussen de rest.
“Je hebt geluk, de nieuwe leveringen zijn zojuist binnengekomen. Nu zitten we dus op het maximum van ons aanbod.”
Meteen een verklaring waarom op àlle hangers een broek hing.
“Lengte 36 is veelvoorkomend”, ging ze door.
“O ja?”
Ik was verwonderd want ik dacht terug aan de expedities die mij traditioneel te beurt vallen in kledingwinkels, op zoek naar het zeldzaamste der zeldzaamheden: mijn maat. Ze zag mijn verwondering en zei snel “Nuja, ik weet natuurlijk niet hoe het vroeger was”.
“Normaalgezien is lengte 36 de maat die je helemaal op de onderste schappen terugvindt zodat grote mensen zich voortdurend moeten bukken om ze te doorzoeken”, zei ik.
“Haha, wat ironisch”.

Zo ging het een tijdje door, terwijl ze me er lachend op wees dat ik tussen de vrouwenbroeken aan het zoeken was.
“Ah, oei”, zei ik met een zweem van gespeelde hulpeloosheid. Ik draaide me om en ging in het volgende rek zoeken.
“Onderaan ook he?”, vroeg ik. Opnieuw lachte ze.
“Nee, onderaan zijn ook de vrouwen”.
Blijkbaar was het spontaanste en assertiefste meisje van de stad bezig mijn pad te kruisen, en laat dat nu net het soort meisjes zijn waar ik het beste mee overeen kom. Quelle chance!

Uiteindelijk vertrok ik met 7 broeken over mijn arm richting pashok. “Als je mijn hulp nodig hebt ben ik altijd in de buurt”, zei ze me nog.
Ik was in de Brooklyn van Brugge, en zoals ik al vertelde gaan de voorhangsels van de pashokjes daar niet volledig dicht. In het pashokje kwam ik tot de vaststelling dat de eerste broek alvast te lang en te breed was. Te lang, dat had ik nog nooit meegemaakt.
“Is hij te breed?” Een bekende stem klonk van achter het gordijn.
Ik gooide het voorhangsel opzij en daar stond ze, starend naar mijn benen en mijn heupen terwijl ze de broek keurde.
“Ja, en hij is zelfs te lang!”
“Te lang?”
“Ja, te lang, kijk!” En ik trok de onderkant van de broek even tot onder mijn hiel.
“Ik zal eens kijken of we hem in een maat kleiner hebben. 31/34 of zo”, zei ze en ze ging ervan door terwijl ik mij om broek nummer twee bekommerde.
Die bleek ook te groot te zijn en toen ik uit het hokje stapte kwam het meisje aangelopen met broek nummer één in een kleinere maat. “Je hebt geluk!”.
Ik grijnsde even: “deze hier is ook veel te groot”.
“Oeioei, ben je zeker dat dat je maat is? Misschien ben je onlangs vermagerd zonder dat je het weet.”
“Ja, meestal”.
“Huh?”
“Het gebeurt wel meer dat ik vermager”.
“Onozelaar”, dacht ik bij mezelf. “Kun je niks positievers over jezelf zeggen dan dat je soms onverwachts en ongemerkt vermagert? Je bent nu al zo mager.”
Ik probeerde de broek die ze mij had aangereikt en ik hoorde haar gedempt spreken met haar collega.
“…goed wi! ‘K en een leuke klant!”, zei ze op zachte toon, maar duidelijk hoorbaar. Ik groeide ter plekke 5 centimeter en de broek paste. Ik keek even in de spiegel en zag dat de opening die het voorhangsel liet, afgeschermd werd door het meisje dat met haar rug naar me stond.
“Perfect” zei ik en ik zette een paar stappen naar achter om mezelf van op afstand in de spiegel te zien.
“Awel ja, de maten van Diesel zijn altijd een beetje groter dan bij de andere merken. 34 is dus eigenlijk 36. Moet ik al iets weghangen?”
“Ja, neem deze maar mee, merci”, en ik gaf haar de broeken die te groot waren.
Intussen paste ik me een broek die een spannend model bleek te zijn. Ik schopte hem alweer uit nog voor ik hem helemaal aan had gehad want ik wilde niet dat ze me in zo’n idiote broek zag. Ik had de broek nog maar net uit toen ze weer post vatte voor de kier die het voorhangsel open liet. “Zou ze de hele tijd zo blijven staan?”, dacht ik bij mezelf. “Hoeveel keer zou ze zich al even omgedraaid hebben om te zien of ik bijna een nieuwe broek aan heb?” Ze had waarschijnlijk al meermaals gekeken maar dat kon me niet echt schelen. De preutse puritein in mij heb ik al enkele jaren geleden wandelen gestuurd.

De volgende broeken waren opnieuw te groot waardoor ze nog eens herhaalde dat ik waarschijnlijk was vermagerd zonder dat ik het gemerkt had.
“Maar ze zijn ook te lang”, zei ik.
“Inderdaad.”
“Dan ben ik ook gekrompen?”
“Mmmmmjaaaa”, en ze trok een raadselachtig gezicht.
Anyway, ik heb haar bedankt en ben met de enige broek die wél paste naar de kassa gegaan. In het voorbijgaan glimlachte ze nog eens. “Best é!”, zei ze.
“Ja, best é”, zei ik.
Ik betaalde en vertrok.

Een andere man zou misschien vertrokken zijn met haar telefoonnummer en eventueel een date op zak. Ik niet want ik ben geen zo’n andere man. Bovendien is dit de echte wereld en niet Sex and the City. Sex  and the City voor mannen dan, en die bestaat niet eens. Of wacht, hold on, die bestaat al bijna 50 jaar en heet James Bond. In dat scenario zou ik haar ter plekke mee achter dat gordijn getrokken hebben en haar een smakkerd gegeven hebben waarvan haar tenen krulden. Ik zou vertrokken zijn met een knipoog en in mijn Aston Martin weggevlamd zijn, haar achterlatend met een dromerige blik waarna ik haar ’s avonds heel toevallig opnieuw zou tegenkomen en we een stomende nacht zouden beleven. Eat that Sex and the City!

Enfin, ik ben James Bond niet (wat een nutteloze opmerking). Bij deze: meisje uit de Brooklyn van Brugge: als je ooit eens je eigen werkgever googlet en je komt hier terecht (het is mogelijk! Ik heb er ervaring mee.): ge kunt me krijgen! (Never thought I would ever say this).

Eigenlijk gaat dit verhaal nergens over. Maar ik wilde het toch vertellen.

Advertenties

Op avontuur in Lilliput

Uitverkoop in de kledingwinkel. Ik denk: “alleen de extreme maten zullen nog over zijn, dit is mijn kans”. Ik daarnaartoe in de hoop een jeans te vinden in maat 32 met lengtemaat 36. Wat vind ik? Alle 36’s zijn merkwaardig genoeg weg. Waar zijn al die grote mensen dan? Ik kom zelden iemand tegen waar ik tegen kan praten zonder te moeten buigen.
Pech gehad. Ik zoek dan maar nog wat tussen polo’s en t-shirts en pulls en zo, en wat blijkt: alléén xl’s en xxl’s te vinden, en hier en daar een small.

Schoenen! Gisteren vond ik in niet nadergenoemde schoenwinkel een paar schoenen van le Coq Sportif in mijn maat (46). Mijn ma zegt: bij Torfs hebben ze die ook en je broer wil ook (die) schoenen. We gaan daar morgen wel eens kijken (maar no way dat ik met dezelfde schoenen ga rondtjoolen als mijn broer).
De volgende dag (vandaag) bij Torfs…. do I have to proceed? Mijn broer met de alom tegenwoordige maat 44 vindt natuurlijk direct een ander paar dat hem aanstaat. Ik, met de -dacht ik- toch ook redelijk veelvoorkomende maat 46 word geconfronteerd met 1 en een half rekje waar natuurlijk niks vermeldenswaardigs tussen steekt.

Geen nood, denk ik; ik rijd gewoon zelf terug naar de niet nadergenoemde winkel van gisteren en ik pik daar mijn fel gegeerd paar schoenen mee. Ik kom aan in die winkel, ik loop naar de plaats waar….. do I have to proceed? Dit waren ze:

Zoveel ongeluk….. betekent dit dat ik het allemaal heb opgespaard voor vanavond en Rusland gaat winnen? Of gaat de trend zich verderzetten en gaan die Hollanders……  hm?

In Brugge krioelt het trouwens van de Hollanders. Allemaal in Oranje. Allemaal hebben ze er niks beters op gevonden dat in België, voor de neus van de Belgen met hun armtierige Rode Duivels, naar hun nationaal team te gaan kijken. Arch, de arrogantie. Go Rusland. Go wie dan ook die tegen Holland speelt (behalve Duitsland eventueel. Maar in het geval van zo’n finale kan het me al lang niet meer schelen wie wint).