Third

Platen die je kunt blijven draaien. Blijven draaien. Blij-ven draaien. Tot ze een soort soundtrack worden voor een bepaalde dag uit je leven. Of 2 dagen. Of een week, een periode, waarin je een goeie reden had om deze plaat te blijven draaien. Je hebt er behoefte aan, je voelt je gelukkig en die muziek past daarbij, je voelt je depri en die muziek past daarbij, je bent ergens mee bezig en dus zet je die afspeellijst maar op “repeat” om je er daarna niet meer om te moeten bekommeren.

Hoe het ook is; als je na een tijd die muziek opnieuw beluistert, dan ga je automatisch denken aan die periode waarin je die plaat bleef draaien. En je krijgt opnieuw het gevoel dat je toen had, je kan je plots levendig voorstellen hoe je je toen voelde, hoe de sfeer was. Dat lukt niet zonder die muziek. Zonder muziek denk je er gewoon aan zonder het te voelen. Het is een beetje zoals geur. Geur kan je ook moeilijk voor de geest halen zonder iets daadwerkelijk te ruiken.

Ik ben een nostalgisch mens. Ik blik graag terug en mijmer dan wat over ik-weet-niet-wat-allemaal. Meestal voeren mijn gedachten me mijlenver van waar ze gestart zijn, in een indrukwekkende tocht door mijn onderbewustzijn en met assistentie van mijn langetermijngeheugen dat blijkbaar een grote capaciteit heeft. Als ik weet dat er weer “zo’n” periode aankomt, die ik me nog een tijdje zal herinneren, dan zoek ik met opzet naar een bepaalde soundtrack zodat ik me deze periode heel veel later nog voor de geest kan halen.

Ik weet op dit moment dat ik mijn thesis voor de rest van mijn leven zal blijven herinneren. Je maakt er maar één en het is de kroon op het werk. De soundtrack van mijn thesis is momenteel Third van Portishead.

In mijn voorstelling was Portishead altijd Watson, terwijl Massive Attack Sherlock is. En als je denkt dat Massive Attack er lang over doet om een nieuw album uit te brengen, think again. 10 jaar heeft het geduurd voor Portishead deze klaar had, en gedurende die 10 jaar scheen niemand echt te weten of die groep nog bestond of niet.

Gisteravond was ik heel erg moe, maar mijn bed heb ik zo lang mogelijk uitgesteld. En terecht, want na 10 jaar trad Portishead nog eens op bij Jools Holland op BBC2. Na het eerste nummer was ik tevreden en ging ik slapen met het gedacht dat de rest spoedig op Youtube zou belanden. Die “spoedig” bleek in werkelijkheid 20 minuten te zijn. Mesdames messieurs, als u wilt weten waar Hooverphonic mosterd gaat kopen, ziehier:

Machine Gun

We Carry On

The Rip

Portishead staat op 8 mei in Vorst Nationaal. Ik ga niet omdat die zaal volgens mij totaal ongeschikt is voor dergelijke muziek. De AB-box, ok. Maar Vorst? No way. Ik ga hun nieuw album wel blijven draaien.

Mezzanine

Je kan niet op gelijk welk moment gepassioneerd gaan schrijven over je favoriete conceptplaten. Nee, je moet daarvoor “in” de platen zitten, in de sfeer ervan. Sommige dingen mag/kan je eenvoudigweg niet vanuit een objectieve invalshoek gaan neerpennen, oh nee. Als ik schrijf dat O’Sullivan een kustenaar is dan heb ik vlak voordat ik me achter mijn laptop gaan zetten ben, hem met open mond bezig gezien (mijn mond natuurlijk). Als ik over Calexico schrijf, dan is dat terwijl hun knalhard door de boxen dreunt en het haar op mijn armen stokstijf staat.

Daarom kan ik nu over het meesterwerk van Massive Attack schrijven: Mezzanine.

Voor Mezzanine moet het winter zijn, en wel een hele koude. Mezzanine leg je op als je binnen zit bij lamplicht, eventueel over boeken gebogen, met een thermos hete koffie binnen handbereik (dat laatste is op mij niet van toepassing aangezien ik koffie min of meer afgezworen heb). Je zet je cd-speler of je mediaplayer of whatever op repeat en je laat hem een paar dagen spelen (my way weet ge wel). Plots ga je het patroon herkennen en ga je enorm bewust worden van de sfeer (vooral als je opeens het idee krijgt naar iets anders te luisteren en je merkt dat er iets “te kort” is).

Mezzanine is pikdonker, sfeervol, adembenemend, af en toe benauwend, maar dan ook opeens doorklievend.

Openen doe je met het hypnotizerende Angel, een monsterachtig goed nummer dat zichzelf laag na laag ontplooid en op het einde ontaardt in een gestructureerde chaos van gitaren die uiteindelijk getemd worden door de in frituurvet gedoopte baslijn.

Daarna krijg je het übertrage, in een diepe mijnschacht opgenomen Risingson. Ik ga nooit in mijn leven naar de zotte sigaretten grijpen, maar als ik het ooit doe dan is het op dit nummer.

Als je weer bovengronds komt word je verwelkomd door Massive’s bekendste deuntje: Teardrop, een nummer dat iedereen goed vindt, zelfs mijn oma (denk ik toch).

Inertia Creeps is de dichtste muzikale benadering van de tergend langzame aanloop naar een orgasme die je ooit zult horen. De “she comes” laat niks aan de verbeelding over (dit zal mijn oma minder goed vinden).

Exchange is een soort pauze. Het is geen vulnummer maar een opmerkelijk lichtvoetige sfeermaker die ze zouden kunnen draaien in cinema’s tijdens de pauze van een razend spannende thriller die afgebroken is met een knoert van een cliffhanger.

Het vervolg van de thriller komt er met Dissolved Girl. Ik zweer het u: dit begint rustig maar rond pakweg 2:30 begint er een soort venijnige adrenaline in te sluipen die op den duur het nummer in een wurggreep neemt.

Ik zei het al op het Cactusfestival dit jaar, en ik zal het nog eens zeggen: Horace Andy kan zingen als een engel. Man Next Door is een trippy go-between die ons warm maakt voor de hot chocolate van Mezzanine: de laatste 4 nummers.

Black Milk is samen met Angel mijn meest gedraaide nummer volgens Last.fm, en ik vind dat volkomen terecht. Dit nummer, mijn beste lezer, dit nummer is zo lekker dat je het zou opeten (wat dacht je van deze lyric: Eat me in the space within my heart ? Het water komt me al in de mond).

Mezzanine (het nummer dan) is de impulsieve broer van Risingson. Het klinkt even giftig, maar dan rapper, gestuwd door een repetitieve baslijn. Een nummer dat het aangename gevoel dat zich na Black Milk tussen je schouderbladen genesteld had, snel via het open raam naar buiten drijft en dat raam ook niet meer sluit. Mezzanine is de look in je pastasaus: afzonderlijk niet te slikken maar het maakt het geheel o-zo-veel beter.

Group Four komt het raam sluiten en zet de verwarming op maximum. Dit is het hoogtepunt van het album, de vuurtoren aan de woeste kust, de terminator die orde op zaken komt stellen. Tot aan deze track ging Mezzanine op en nee, soms wat doelloos, niet wetend waarnaartoe. Group Four wijst de weg door het licht aan te steken boven in de vuurtoren. Maar niet meteen: eerst worden we wat warm gemaakt met de schitterende stem van Liz Fraser, die na Teardrop en Black Milk al getoond heeft de beste zangeres van het universum te zijn. Op 5:29 wordt het baken aangestoken en werpt het zoeklicht zich op de oceaan. Dan slaat de groove in het nummer en terwijl het tempo steeds verder wordt opgedreven komt het besef dat je naar een meesterlijke plaat zit te luisteren.

Nagenieten doe je met – opnieuw – Exchange, dit maal getuned met de stem van Horace Andy. Hier kun je het best een houtblok op het vuur gooien en rustig wachten tot Mezzanine opnieuw van wal steekt met Angel, waarvan je hieronder de sublieme clip kunt zien.

Conceptalbums

Thema: Mag ik eens over conceptalbums schrijven? Túúrlijk mag ik dat! Het is toch mijn blog zeker?

Wat? Omdat het begrip “conceptalbum nogal breed is, zal ik eerst even Wikipedia linken voor zij die het nodig hebben. Voor de rest gebruik ik mijn eigen interpretatie van dat begrip want dat verschilt een beetje van hun versie.  http://nl.wikipedia.org/wiki/Conceptalbum

Eigen interpretatie: ja, ik ga deze structuur met subtitels aanhouden. Dat maakt het lezen gemakkelijker en zo kun je het zelfs blokken. (natuurlijk gaat niemand dat doen. Behalve de autisten onder u, en dan nog kan ik dat alleen maar toejuichen…)
Voor mij is een album een conceptalbum als:
– Er een algemeen thema/gedachte/sfeer door het gehele album gaat
– Er geen leegte tussen de tracks is
– Er sprake is van veel “tussennummers” die een overgang vormen
– Bepaalde nummers samen eigenlijk één nummer vormen
– De afzonderlijke tracks niet veel voorstellen maar eigenlijk een prachtig geheel vormen

Naarmate een album aan meer van bovenstaande criteria voldoet, is het een conceptalbum.

Beste voorbeelden: Hier ga ik niet de beste voorbeelden opnoemen, maar de voorbeelden die ik bezit en die ik het beste vind. Van kwaliteit dus.
Radiohead – Amnesiac
Massive Attack – 100th Window
– Massive Attack – Mezzanine
Tool – Lateralus

Deze albums zal ik in aparte posts wel eens bespreken. Geen algemene waarheden, alleen persoonlijke interpretaties. Ik wil er nog aan toevoegen dat sfeer essentieel is. De eenzame harten van sergeant Peper is wel een conceptalbum, maar de sfeer komt nog niet aan de enkels van die op Mezzanine. En nu weet je ook ineens wat voor sfeer ik apprecieer.
Bovenstaande opsomming is ook geen ranglijst. Dat is veel te moeilijk toe te passen (noteer: Lateralus is de beste).

Hoe kwam ik op het idee van deze post? Ik stond in de douche na te mijmeren over de nieuwste van Radiohead die ik ondertussen al twaalventachtig keer heb afgespeeld en hoewel ik het goed vind, vind ik het jammer dat het géén conceptalbum is. In tegendeel: het is een verzameling van 10 goeie nummers. Geen wereldschokkend goeie nummers à la National Anthem of Dollars & Cents, maar toch goeie nummers. Ze zijn alleen een beetje…..bijeengeharkt.