No Country For Old Men

Ik heb hem dan toch eindelijk gezien afgelopen weekend, No Country For Old Men. En hij was goed. Heel goed zelfs. Hoewel: niet supergoed.

Adjectieven. Dat is wat je nodig hebt om deze film te omschrijven. Geen zinnen, enkel adjectieven. Hier komen ze.

Fatalistisch, pessimistisch, eenzaam, zinloos, spannend, ruw, bikkelhard, stil, mooi, beschrijvend, dromerig, verrassend, adembenemend, zwart.

Dat zegt op zich al genoeg om hem te gaan bekijken als je hem nog niet gezien hebt. In tussentijd ga ik hieronder wat doorleuteren om er toch nog een deftige post van te maken.

Als er iets “gebeurt” in deze film, als er iets aan het verhaal wordt toegevoegd, dan is het stil. Er wordt niet gesproken, er gebeuren alleen dingen en als kijker observeer je en trek je je conclusies. Inderdaad, dat zien we ook bij de broers Dardenne. En er is geen muziek, óók zoals bij de broers Dardenne. Daar houdt de vergelijking wel op want deze film is wél spannend.

Je vraagt je nu af: hoezo “als” er iets gebeurt? Waaruit bestaat de rest van de film dan?
Voor de rest krijg je dialogen die ogenschijnlijk nergens over gaan. Banaliteiten, anekdotes, wat situatiehumor, een beetje psychologie. Die scènes zijn het terrein van Tommy Lee Jones, die de lome fatalistische sheriff speelt die wat achter de feiten aanloopt. En de feiten, dat is de andere, interessantere, plotlijn: die van Moss (Josh Brolin) die toevallig een bom geld gevonden heeft, en de moordenaar die hem achtervolgt om dat geld te bemachtigen. Deze plotlijn is de “stille” plotlijn. Geen woorden, amper daden zelfs. Zorgvuldig opgebouwde spanning in prachtige landschappen, duistere motels, obscure stadjes.

Je laat je zo meeslepen dat je op den duur gaat denken dat dit de hoofdplot van de film is. Maar dat is het niet. Uiteindelijk gaat deze film over het werk van de Sheriff, dat nutteloos lijkt en hij weet het. Met de leeftijd komt de wijsheid en vervalt het cowboymasker. En die wijsheid zegt dat het inderdaad geen land is voor ouwe mannetjes. De andere mannen op leeftijd die in de film opdraven kunnen er trouwens van meespreken.

Ja, het einde is controversieel. Maar als je hetgeen ik hierboven geschreven heb in gedachten houdt, dan valt het nog best te begrijpen.

There will be old men

(voor de feedlezers: op de site ziet de lay-out er wel normaal uit).

Daarnet moest ik lachen met de Zevende Dag….  Jaja……..

Het ging over de oscars. Die filmrecensent van de Morgen, wiens naam me nu ontglipt, had het eerst over “There will be blood“, je weet wel: die western over oliewinning waarin er waarschijnlijk bloed zal voorkomen  en daarna had hij het over “No country for old men“, eveneens een western maar dan in de moderne(re) tijd en ik heb geen idee waarover die gaat. Ik weet wel dat ik hem wil zien. Niet voor het verhaal maar over de setting. Desolate Texiaanse landschappen waarin pick-ups over lange rechte wegen brommen en daarbij grote stofwolken doen   opwellen. Je ziet ze van juist achter de horizon opduiken, een horizon die meestal wazig is door de warmte (je kent dat visuele effect wel). Heerlijk is dat.

Waarom heb ik gelachen? Awel, ik dacht “leuk, twee films in dezelfde setting die tegelijkertijd draaien. Die wil ik uiteraard allebei zien”. Wat bleek: toen ze No country for old men aan het draaien waren, waren ze naarstig op zoek naar de desolaatste desolaatheid der desolaatheden. Tijdens een bepaald shot verschenen er aan de (wazige) horizon plots rookpluimen. Shot naar de kl*ten natuurlijk. De crew gaat gaan uitchecken what daar going on was, bleek dat toch wel  Daniel Day-Lewis niet te zijn zeker die daar driftig met zijn oliespuitende boortorens in de weer was voor de opname van There will be blood?


Ik vind dat grappig. En als u dat niet grappig vindt, neem dan een kaart en kijk hoe groot Texas is. Bedenk vervolgens hoeveel procent van dat gebied totaal verlaten is en hoe groot de kans dus is dat die twee opnameploegen elkaar tegen het lijf lopen.

Op mijn kot ligt Paris, Texas op mij te wachten. Het summum van uitgestrekte verdordheid doorbroken door monotoon harmonikagezeur, banjogetokkel of pedal steel-gehuil.  Héééérlijk!