Iets met boeken

In het dorp had niemand ooit de zee gezien – behalve de Hollanders, de burgemeester en Jószef Puszka, die in de oorlog was geweest.

Zo begint “In Europa” van Geert Mak, een boek dat intussen de status van Bijbel heeft in de Europese geschiedenis. 800 pagina’s lectuur, dat is al een behoorlijk opstelleke. Toen ik in Oostenrijk op Erasmus was, was mijn geschiedenislerares aldaar ervan overtuigd dat Geert Mak een Duitser was. Ze was er even zeker van als ik zeker was dat het een Nederlander is. Enfin… Nu ligt hij hier naast me. Een berg papier. Mogelijkheid nummer één.

Het was duidelijk dat één van ons in die gladde metrotrein niet op weg was naar zijn werk. Dat had je zo kunnen afleiden uit de omvang van zijn koffer.

Begin van “De oude Patagonië-expres” van Paul Theroux. Ik heb nog niks gelezen van de godfather der reisverhalen. Diep beschaamd ben ik daarom. Temeer omdat dit boek al 3 jaar in mijn kast staat. Patagonië, een topper onder de reisbestemmingen waar iedereen heen wil, maar waarbij niemand het ook daadwerkelijk doet (naast Ijsland en Australië). Mogelijkheid nummer twee.

Eens begaan is de beginnersfout quasi-onherstelbaar. De douanebeambte bekijkt mijn inreisformulier onaangedaan. “Waarom heb je je adres niet ingevuld?”

Het begin van “Het land dat zichzelf bemint“, één van mijn trofeeën vanop de Boekenbeurs. Rudi Rotthier. Hij zou nog voor de Morgen geschreven hebben. De naam zegt mij vaag iets. Amerika spreekt mij aan, maar dat wist je al. De titel spreekt mij ook aan. Hopelijk zitten er veel conversaties in met echte Amerikanen. Kunnen we nog eens lachen. Mogelijkheid nummer drie.

Je kunt het een Turkse zwaargewicht bokskampioen die aan de arm van zijn moeder door een straat in Hamburg kuiert nauwelijks kwalijk nemen dat hij niet niet in de gaten heeft dat hij wordt geschaduwd door een broodmagere jongen met een zwarte jas aan.

Het begin van “Aangeschoten wild“, door John Le Carré. Typisch een roman natuurlijk. In die ene zin leren we drie personages kennen: een dikke Turk die bokskampioen geweest is, die begaan is met zijn moeder; zijn moeder zelf uiteraard, en een broodmagere jongen die blijkbaar een zwarte jas draagt. En die jongen schaduwt stiekem die Turk. En we zijn in Hamburg. Veelbelovend? Niet per sé. Mij zinkt de moed al onmiddelijk in de schoenen, in tegenstelling tot het begin van die andere boeken. Want die andere verhalen, die zijn allemaal waar gebeurd. Dat maakt het ook zo interessant.
Fictie lezen, dat ga ik weer moeten gewoon worden. Misschien kies ik gewoon voor Aangeschoten wild. …En stap ik halverwege over naar een ander boek. Zoals bij “De kracht van het vuur” van Bob Mendes. Die moet ik ook nog eens uitlezen. Alleen weet ik niet meer waar het over gaat.

De weg naar Mekka” is eindelijk uit. Ik heb er 4 maanden over gedaan. Dat is een gemiddeld tempo voor mij. Interessant boek, goed geschreven. Alleen niet zo meeslepend, maar dat is ook niet de bedoeling. Het gaat niet om de schrijver, het gaat om de plaatsen die hij bezoekt. Jan Leyers heeft meer dan één talent.

Goed en slecht nieuws

Het slechte nieuws eerst: de cava-stand op de Boekenbeurs is er dit jaar niet meer.

En dan het goede nieuws:
– Op diezelfde Boekenbeurs zijn de ‘Bollekes’ vervangen door Brugse Tripels op het “terras” in zaal 4.
– Barack Obama wordt de volgende president van de VS.

(Bovenstaande staat niet in volgorde van belangrijkheid)

Ahum, hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze de Boekenbeurs verlieten met een stuk in hun kraag? Het gevolg van 3 tripels op een quasi nuchtere maag. Voor het moment hebben ze mijn nuchtere maag al verlaten en hebben ze zich iets hoger genesteld. Zo ergens tussen mijn twee ogen.

En nu iets met boeken. Ik heb er mij twee aangeschaft. Hopelijk zijn ze hun geld waard (kan iemand mij meer informatie verschaffen?).

1. Het land dat zichzelf bemint – Rudi Rotthier.

2. Aangeschoten wild – John Le Carré (vertaling van A most wantend man)