Start to run!!

Al bijna een maand zijn mijn ledematen aan het roesten. Zolang is mijn totnogtoe laatste start-to-run training geleden. Beenvliesontsteking, kniepijn, overbelasting, you name it.
“Je moet goeie schoenen kopen!”, zo werd mij links en rechts toegeschreeuwd. Zo geschiedde dan ook dat ik afgelopen maandag een niet nadergenoemde, maar heel zeker gespecialiseerde winkel in het Brugse binnenliep.

Ik was amper binnen of ik werd door een verkoopster meegetroond naar een loopband, alwaar ik schoenen- en kousenloos een eindje mocht rennen terwijl mijn bewegingen nauwkeurig gefilmd werden. Ik had de grootste moeite rechtop te blijven, want lopen op een band: dat had ik nog nooit gedaan. Gelukkig had de verkoopster niet veel tijd nodig om te merken dat ik een schabouwelijke manier van lopen had. “Veel te hard! Veel te agressief!”, zo noemde ze de manier waarop ik mijn voeten neerplofte. Daarnaast wees ze mij op de verontrustend scherpe hoek tussen mijn enkel en mijn voet, die helemaal naar binnen kantelde telkens ik erop steunde.
“Doorgezakt”, was het verdikt. “Voor jou gaan we schoenen moeten vinden die bijna maximale steun geven”.
Ze kwam terug met een paar schoenen in maat 47. Daarmee mocht ik het nog eens proberen.
“Die scherpe hoek is er niet meer”, zo zei ze toen ik achteraf naar de beelden kwam kijken. “Maar het is nog lang niet wat het moet zijn!”
Ze bracht een nieuw paar schoenen, met nóg meer steun. En nog steeds was het niet voldoende. Of ik er eens buiten op het koertje mee wilde lopen? Geen probleem. Ik was nog maar vertrokken of ze liep hoofdschuddend weer naar binnen waar ze in de schoendozen ging rommelen.
“Probleem?”, vroeg een collega?
-“Ja, en geen kleintje”, antwoordde ze.
Toen ik met alweer een nieuw paar schoenen, die nóg meer steun gaven het zoveelste rondje op het koertje ging lopen, waren er niet minder dan 3 verkopers en verkoopsters die mij gadesloegen. Alledrie stonden ze te schudden met hun hoofden.
Terwijl ik blootsvoets een nieuw paar schoenen stond af te wachten, kwam er weer een nieuwe collega bij.
“Amai, zoveel volk! Is er een probleem?”
-“Volledig ingezakte voeten. Dat hebben we hier nog nooit gezien! Ongelooflijk!”
De nieuwe collega, die blijkbaar iets meer expertise had dan de rest, nam het daarop over en bezorgde mij de top of the range in hun collectie.
“Als deze niet volstaan, dan weet ik het ook niet meer.”
De zolen leken bijna plateauzolen te zijn. Het zag er zware kost uit, maar toch waren ze lichter dan verwacht.
De schoenen doorstonden de test. Ik ging opnieuw de loopband op en op het videobeeld was te zien hoe mijn enkels verwoede pogingen ondernamen naar binnen te kantelen, en hoe mijn schoenen dat beletten. De verkoper/instructeur vertelde me hoe ik moest lopen, op welke manier ik de schokken moest vermijden.
“Land op je hiel, en rol naar je teen. In principe mag je je eigen passen amper horen. Dwing je tenen omhoog voor je landt!”
Het was niet zoals ik gewoon was, maar het voelde beter.

Tenslotte vroeg hij me of ik op de drukplaat wilde staan. Daarmee werden de drukpunten in mijn (blote) voeten omgezet in een digitaal signaal, en viel op het scherm af te lezen welke delen van mijn zool het meeste druk uitoefenden. Ik ging op de twee vormen staan en op het scherm verschenen twee voetafdrukken.
“Amai”, was de reactie van de verkoper.
-“Wat is dát??”, was de reactie van een toevallig passerende verkoopster.
-“Dàt, dat is didactisch materiaal!”
-“Heh? Waarom kleurt deze zone rood?”
-“Omdat dat een volledig doorgezakte zool is.”
Ik hoorde het allemaal wat gelaten aan en vroeg mij af waarom ik indertijd gestopt was steunzolen te dragen.

“Dit is een normale voet”, zei de verkoper en hij toonde mij een model van de beenderstructuur van een voet. Of in mensentaal: de voet van een geraamte.
“En dit is jouw voet.” Hij forceerde de binnenvoet naar beneden terwijl hij een plooibeweging maakte. Het lukte amper.
“Zie je? Een normale voet kan amper in die vorm geforceerd worden, maar dat is hoe jouw voet eruit ziet. Tijd voor steunzolen!”.

Niks aan te doen zeker? Daarnet heb ik mijn nieuwe schoenen uitgetest met de elfde les van Start to run. Op aanraden van de verkoper heb ik moeten terugschakelen, van les 23 naar les 11. Eigenlijk raadde hij aan opnieuw te beginnen vanaf les 5, maar daar heb ik echt niet de moraal voor. Ik kan het nog net opbrengen van aan les 11 opnieuw te beginnen. Het positieve is dat ik niks gevoeld heb.

Och Karl….

Heeft het iets met zijn voornaam te maken? Of is het de gewenning? Is het misschien een gebrek aan talent, zoals bij die andere Karl die eigenlijk Carl heet?

Ondeugende Karl

Niks van dat alles, maar enkel een kwestie van voorkeur. Ik moet Karl Vannieuwkerke niet. Althans niet in zijn praatprogramma Tour 2008. Karl spreekt op een geheimzinnige manier. Alsof alles wat hij zegt tussen ons beiden moet blijven. Hij heeft het fijnste der fijne glimlachjes op zijn mond. Een mond die hij amper durft open doen als hij spreekt. En zijn ogen blinken. Pretlichtjes alsof hij ondeugende dingen aan het vertellen is. Ik krijg er koude rillingen van en voel de neiging om hem iets ruws, iets grofs, iets bijtends toe te schreeuwen zodat hij weer normaal zou doen.

“Michael, hoe heb jij de rit van vandaag beleefd?”
“Wat vind je van de winnaar?”
“Beschrijf eens het gevoel van als eerste over de eindstreep te komen.” *Knipoog* Komaan Michael vertel nog eens over die emoties, die vreugde, die eindeloze triomf, die eindeloze glimlach, jajaaa toon die witte tanden nog maar eens.

Karl, hou op je te gedragen als een klein meisje en wees eens een echte presentator. Probeer eens een gesprek te hebben met je gasten in plaats van er een langgerekt interview van te maken. Hengel niet steeds achter die verdomde clichés en vraag eens iets onvoorspelbaars.

Vroeger was het beter

Ach, die nostalgie, die heroïek, die bikkelharde strijd van man tegen man. Karl krijgt er geen kippenvel van, Karl stelt er zich accordeonmuziek bij voor. Jawel, dát is de Tour voor Karl: accordeons, du pain, du vin, du boursin en coureurs die eigenhandig hun fiets herstellen in de jaren stillekes. Stel je voor! De coureurs moesten zelf hun platte banden verwisselen! Wat een helden waren dat toch! Deelnemers van de Dakar rally die toevallig voor hun tv zitten lachen Karl hartelijk uit. “Een platte band in een Frans dorpje is niet hetzelfde als een opgeblazen motor in de Sahara”, zullen zij je vertellen.

Karl en zijn rode draad

Karl stelt zijn gasten een dozijn vragen die hij allemaal netjes genoteerd heeft. Die vragen hebben geen logische volgorde en Karl vindt het niet nodig er een vorm van overgang tussen te steken. Nee, Karl laat gewoonlijk even zijn adem stokken, één seconde maar, en stelt dan een volgende vraag, met precies dezelfde intonatie als de vorige. Desondanks gaat die vraag over iets compleet anders. Over de ervaringen van Tom Waes bij het Kanaalzwemmen bijvoorbeeld.

“Collega Lieven van Gils is op zoek gegaan naar die smid, en dit…is het resultaat”

“Dit is het resultaat”, dat zegt hij elke dag opnieuw. De “aat” in ‘resultaat’ spreekt hij bijna fluisterend uit. “Dit is het resultaat, maar vertel het niet verder want eigenlijk is het een geheim!!!

[…] (1 seconde waarin Karl even zijn adem inhoudt)

“Michael, heb jij iets opgevangen van de stunts van Tom?”
“Nee, maar hij heeft me er vandaag tot in den treure over verteld.”

Tom Waes lacht ongemakkelijk en zoekt tevergeefs naar een stuk decor om zich achter te verstoppen.

Awkward

Op een kaal plein onder een kaal zeil en onder kale belichting staat een kale grote tafel. Er zitten slechts 3 mensen aan met elk één glas wijn. “Je hebt zeker nog nooit zo snel wijn gedronken, Michael?”, vraagt Karl aan Boogerd, wijzend op diens lege glas dat contrasteert met de 2 nog halfvolle glazen. Net op tijd weerklonk er accordeonmuziek waarbij Karl weer een sprookjesachtig verhaal opdiste over een “mooie” of “lelijke” coureur die 60 jaar geleden de Giro verloor omdat hij een te lange plaspauze had ingelast. Wat een verhaal! Een standbeeld voor de man! Er wordt een grote foto getoond van de vent in kwestie maar hij is zo goed als onherkenbaar door het kikvorsperspectief dat de cameraman inneemt. Voor Boogerd kwam dat shot net op tijd zodat zijn schaamrood niet in beeld kon gebracht worden. Hier zullen nog maanden grapjes over gemaakt worden.

Elders is het beter

Mart Smeets is de Nederlandse collega van Karl. In zijn programma vertelt Mart Smeets en hij laat vertellen. Er ontstaan luchtige en interessante gesprekken, vrij van stille seconden vlak voor de presentator aarzelend een nieuwe vraag stelt. Waarachtige gezelligheid, daar op het terras bij de NOS, een kleine compensatie voor de malaise die de Nederlandse kijker een hele namiddag te verduren heeft gekregen in de vorm van het live-commentaar bij de koers.

Maarten Ducrot: “Het is niet zoals bij de spoorwegen dat je aan een hendel trekt en het plots harder gaat”

Als er zo’n hendel bestaat, dan kunnen we er in België wel één gebruiken.

PS: Gelukwensen… (om niet te zeggen “Kudos”… en dat mag je letterlijk opvatten if you catch my drift)

  • … voor Lieven Van Gils die er elke avond weer in slaagt chique volk aan zijn signeertafel te krijgen,
  • … voor Michel Wuyts en zijn fichebak, voor zijn eindeloze kennis, aangename commentaar en koersinzicht,
  • … voor Hans De Clercq en zijn inside-informatie, zijn gegoochel met cijfers en rankings en zijn dictielessen (zijn Nederlands is al veel verbeterd al is er nog werk aan),

Hans de Clercq: “Ze zien ze nu rijden en dat werkt natuurlijk als een stier op een rode lap.”

  • … voor Karl Vannieuwkerkes commentaar bij tennismatchen, waar zijn gefluister perfect tot zijn recht komt.

Vandaag zal ik Hans De Clercq wat onder de loupe nemen. Eens zien of zijn voorspellingen steek houden.